- Arrest van 10 juli 2013

10/07/2013 - 2013/AB/560

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Het starten van een handelsactiviteit binnen de collectieve schuldenregeling kan, mits de verzoeker hiervoor de toelating bekomt van de schuldbemiddelingsrechter na een verzoek op grond van art. 1675/7 § 3 Ger. W.

Op die wijze kunnen de risico's ingeschat worden en kunnen duidelijk voorwaarden en afspraken worden gesteld.

In verband met de herroepinggrond van art. 1675/15 §1, 3° is geen intentioneel element vereist; het volstaat dat de verhoging van de lasten "onrechtmatig" gebeurde. De onrechtmatigheid kan er in bestaan dat de schuldenaar de toestemming van de schuldbemiddelingrechter niet vraagt zoals beschreven in art. 1675/7 §3 Ger. W.


Arrest - Integrale tekst

rep.nr.

ARBEIDSHOF TE BRUSSEL

ARREST

BUITENGEWONE OPENBARE TERECHTZITTING VAN 10 JULI 2013

11 e KAMER

COLLECTIEVE SCHULDENREGELING - vorderingen collectieve schuldenregeling

tegensprekelijk tav de heer H. en de schuldbemiddelaar en op verstek tav de schuldeisers

definitief

In de zaak:

H. , wonende te

xxx,

appellant,

vertegenwoordigd door mr. HEERINCKX Sandra, advocaat te

1500 HALLE, Nijverheidsstraat 36 bus 22.

Tegen:

CHRISTIAENS Luc, advocaat, met kantoor te

1500 HALLE, A. Demaeghtlaan 101,

verschijnt in zijn hoedanigheid van schuldbemiddelaar;

In aanwezigheid van:

1. SECUREX N.V, met zetel te 1140 BRUSSEL, Genèvestraat 4,

2. BELGACOM NV, gerechtsdeurwaarder, DE PROOST, 2300 TURNHOUT, Otterstraat 179,

3. BUY WAY PERSONAL FINANCE, met zetel te 1000 BRUSSEL, Anspachlaan 1/13,

4. RIMBERT CONSULTING BVBA, gerechtsdeurwaarder CRABE- MELLAERTS, 1030 BRUSSEL, Generaal Wahislaan 20,

5. FIDUCRE NV, met zetel te 1140 BRUSSEL, Henri Matisselaan 16,

6. TELENET N.V.A, met zetel te 2800 MECHELEN, Liersesteenweg 4/58,

7. SMISMANS Werner, advocaat, mat kantoor te 1500 HALLE, Vandenpeereboomstraat 214,

8. FOD FINANCIEN, met gevestigd te 1500 HALLE, Zuster Bernardastraat 32,

9. DE MEUTER, gerechtsdeurwaarder (voor VMW), met kantoor te 2000 ANTWERPEN, Amerikalei 122,

10. RSZ, met zetel te 1060 BRUSSEL, Victor Hortaplein, 11,

11. T., wonende te xxx,

12. HDP, met zetel te 1000 BRUSSEL, Koningstraat 196,

13. FOD FINANCIEN ontvangkantoor BTW BRUSSEL 5, met zetel te 1000 BRUSSEL, Kruidtuinlaan 50/3103,

14. I.E.H en I.G.H, met zetel te 5000 NAMUR, Avenue Albert Ier 19,

15. FIDUSUD NV (voor BELFIUS NV), met zetel te 5101 ERPENT, Chaussée de Marche 511,

16. SOCIETE WALLONNE DES EAUX, met zetel te 6010 COUILLET, Esplanade René Magrititte 20,

17. SINT MARIAZIEKENHUIS, met gevestigd te 1500 HALLE, Ziekenhuislaan 100,

18. DLA PIPER, met zetel te 1050 BRUSSEL, Louizalaan 106,

schuldeisers, ter zitting niet verschijnend en niet vertegenwoordigd.

***

*

Na beraad, spreekt het Arbeidshof te Brussel het hiernavolgend arrest uit:

Gelet op de stukken van rechtspleging, inzonderheid:

- het voor eensluidend verklaard afschrift van het bestreden vonnis, uitgesproken bij verstek op 23 april 2013 door de arbeidsrechtbank te Brussel, 32e kamer (A.R. ),

- het verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van dit hof op 22 mei 2013,

- de voorgelegde stukken.

***

*

De aanwezige partijen hebben hun middelen en conclusies uiteengezet tijdens de openbare terechtzitting van 17 juni 2013, waarna de debatten werden gesloten, de zaak in beraad werd genomen en voor uitspraak werd gesteld op heden.

***

*

I. FEITEN EN RECHTSPLEGING

1. De heer H. legde op 19 juni 2008 een verzoekschrift tot collectieve schuldenregeling neer bij de arbeidsrechtbank te Brussel.

Bij beschikking van 24 juni 2008 werd dit verzoek toelaatbaar verklaard en werd advocaat Luc Christiaens als schuldbemiddelaar aangesteld.

De schuldbemiddelaar stelde een minnelijke aanzuiveringregeling voor, die bij beschikking van 13 maart 2012 werd gehomologeerd.

2. Op 9 november 2012 legde de schuldbemiddelaar bij de arbeidsrechtbank te Brussel een verzoek tot herroeping neer omdat hij via de curator van het faillissement (dd. 11 september 2012) van de gewone commanditaire vennootschap Elecauto vernam dat de heer H. deze vennootschap had opgericht zonder dat hij als schuldbemiddelaar hiervan iets afwist.

3. Bij vonnis van de arbeidsrechtbank te Brussel van 23 april 2013 werd de beschikking van toelaatbaarheid herroepen op grond van artikel 1675/15, §1, 2° en 3° Ger. W.

4. Bij verzoekschrift tot hoger beroep, ontvangen ter griffie van het arbeidshof te Brussel op 22 mei 2013, tekende de heer H. hoger beroep aan tegen dit vonnis. Hij vroeg dat de herroeping ongedaan zou gemaakt worden, omdat de vennootschap naar zijn inzicht volledig los stond van de collectieve schuldenregeling. Hij zou de schuld aan de curator volgens een afbetalingsplan aflossen met zijn leefgeld, terwijl zijn inkomen uit loonarbeid zou dienen voor het nakomen van het minnelijk plan.

II. BEOORDELING

1. Het hoger beroep van de heer H. werd tijdig ingesteld en voldoet aan de ontvankelijkheidvereisten, wat overigens niet wordt betwist, zodat het hoger beroep ontvankelijk kan worden verklaard.

2. Artikel 1675/15 §1 Ger. W. bepaalt dat de herroeping van de beschikking van toelaatbaarheid of van de minnelijke aanzuiveringregeling kan worden uitgesproken, wanneer de schuldenaars :

1° ...

2° hetzij zijn verplichtingen niet nakomt, zonder dat zich nieuwe feiten voordoen die de aanpassing of herziening van de regeling rechtvaardigen;

3° hetzij onrechtmatig zijn lasten heeft verhoogd of zijn baten heeft verminderd

...

3. In de parlementaire voorbereiding van de wetgeving betreffende de collectieve schuldenregeling werd benadrukt dat de gronden tot herroeping in essentie neerkomen op het niet nakomen van de procedurele goede trouw (Gedr. St. Kamer, 1996-97, 1073/11, 87-88; 1073/1, 17 en 1073/11, 23). Deze veronderstelt een loyale en actieve medewerking van de schuldenaar bij de uitvoering van de aanzuivering-regeling.

4. In verband met de herroepinggrond van art. 1675/15 §1, 2° komen alle relevante verplichtingen in aanmerking, waaronder in de eerste plaats de schending van de verplichtingen die voortvloeien uit de wet, zoals art. 1675/7 Ger. W. (De Coster S., Artikel 1675/15 Ger. W. in Artikelsgewijze commentaar Ger. W., nr. 21).

In verband met de herroepinggrond van art. 1675/15 §1, 3° is geen intentioneel element vereist; het volstaat dat de verhoging van de lasten "onrechtmatig" gebeurde, wat hier het geval is. De onrechtmatigheid kan er in bestaan dat de schuldenaar de toestemming van de schuldbemiddelingrechter niet vraagt zoals beschreven in art. 1675/7 §3 Ger. W. (De Coster S., Artikel 1675/15 Ger. W. in Artikelsgewijze commentaar Ger. W., nr. 23).

5. De schuldbemiddelaar bevestigt ter zitting dat de heer H. steeds een samenwerkende houding heeft aangenomen in verband met de collectieve schuldenregeling als dusdanig. Dit strekt hem tot eer.

6. Niettemin valt moeilijk te begrijpen waarom de heer H. de schuldbemiddelaar niet heeft ingelicht van zijn plannen tot oprichting en deelname aan een gewone commanditaire vennootschap, waardoor het zeer reële en ernstig risico ontstond van bijkomende boedelschulden voor hem persoonlijk.

Hij zegt dat hij zich hierover geïnformeerd heeft en dat hem meegedeeld werd dat de deelname aan een vennootschap niet onverenigbaar is met de collectieve schulden-regeling.

Dit is nochtans niet evident. Bepaalde rechtspraak heeft het starten van een handelsactiviteit op zich als onverenigbaar beschouwd met de collectieve schuldenregeling.

Doorgaans wordt nochtans aangenomen dat dit kan, mits de verzoeker hiervoor de toelating bekomt van de schuldbemiddelingsrechter na een verzoek op grond van art. 1675/7 § 3 Ger. W.

Op die wijze kunnen de risico's ingeschat worden en kunnen duidelijk voorwaarden en afspraken worden gesteld (B. Wylleman en E. Van Acker, Praktische Gids voor Schuldbemiddelaars, Mechelen Kluwer, 2006, 261, nr. 515 en 516).

Dit werd volledig nagelaten. De heer H. heeft over een dermate ingrijpende beslissing de schuldbemiddelaar in het ongewisse gelaten. Indien hij de schuldbemiddelaar had geïnformeerd, had deze met hem de risico's kunnen afwegen en desgevallend het verzoek op grond van art. 1675/7 § 3 Ger. W. kunnen formuleren.

Het is immers duidelijk dat de oprichting van de vennootschap het normale vermogensbeheer te buiten ging en het onvermogen dreigde te vergoten, zoals thans ook blijkt.

7. Ten onrechte zegt de heer H. dat hij met de curator een afbetalingsplan heeft.

De curator heeft hem een voorstel gevraagd, waarna hij een afbetaling met euro 50 via zijn leefgeld voorstelde, wat hij inmiddels reeds tweemaal betaald heeft.

Dit voorstel is echter irrealistisch ten overstaan van een schuld van euro 28.483,75 provisioneel en uit niets blijkt een akkoord over dit voorstel.

8. Samen met de schuldbemiddelaar kan betreurd worden dat iemand, die in wezen goed meewerkte, een dergelijke misstap deed met zo vergaande gevolgen, maar de eerste rechter heeft op goede gronden tot de herroeping beslist, gezien het bovenstaande en de hoegrootheid van de bijkomende schuld.

Het hoger beroep is ongegrond.

OM DEZE REDENEN,

HET ARBEIDSHOF,

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, zoals tot op heden gewij¬zigd, inzonderheid op artikel 24,

Recht doende op tegenspraak ten aanzien van de heer H. en de schuldbemiddelaar en op verstek ten aanzien van de schuldeisers;

Verklaart het hoger beroep ontvankelijk doch ongegrond;

Bevestigt het bestreden vonnis.

Aldus gewezen en ondertekend door de elfde kamer van het Arbeidshof te Brussel, samengesteld uit:

Lieven LENAERTS, raadsheer,

bijgestaan door :

Kelly CUVELIER, griffier.

Lieven LENAERTS, Kelly CUVELIER.

en uitgesproken op de buitengewone openbare terechtzitting van woensdag 10 juli 2013 door:

Lieven LENAERTS, raadsheer,

bijgestaan door

Kelly CUVELIER, griffier.

Lieven LENAERTS, Kelly CUVELIER.

Vrije woorden

  • SCHULDOVERLAST

  • Nalaten aanvraag tot toelating starten handelsactiviteit = onrechtmatig verhogen lasten.