- Advies van 17 februari 2014

17/02/2014 - 13/2014

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

- brengt de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer een gunstig advies uit over het beginsel van een specifieke wetgeving betreffende het gebruik van "audiovisuele apparaten" om de controle, de preventie en de bestraffing om van misdrijven inzake leefmilieu te verbeteren;

- de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer brengt een ongunstig advies uit over de wijze waarop deze specifieke wetgeving wordt uitgewerkt in het voorontwerp van ordonnantie gelet op de opmerkingen die geformuleerd werden in de punten 13, 18 tot 21, 23, 27 tot 39 en meer in het bijzonder:

- dat het gebruik van mobiele camera's niet beoogd wordt door het voorontwerp van ordonnantie waardoor de mogelijkheid om hiervan gebruik te maken wordt uitgesloten;

- dat de verantwoordelijke voor de verwerking niet een met het toezicht belast personeelslid kan zijn maar wel de overheid waarvan hij afhangt;

- dat de verantwoordelijke voor de verwerking niet alleen het Instituut mag zijn maar tevens de andere overheden of instellingen van wie de opdrachten erin bestaan toe te zien op de naleving van de regels waarop zij controle uitoefenen

en die bedoeld worden in artikel 2 van het voorontwerp van ordonnantie;

- de tekst te wijzigen van artikel 3, 24°;

- dat de beslissing om camera's te plaatsen niet mag overgelaten worden aan de met het toezicht belaste personeelsleden maar dat de beslissing dient genomen te worden door de verantwoordelijke voor de verwerking, met name de overheid

waarvan deze personeelsleden afhangen;

- dat de loutere verwijzing naar de Privacywet niet volstaat en dat de regels inzake proportionaliteit conform de Privacywet moeten opgenomen worden in de tekst zelf, meer in het bijzonder wat betreft de gegevens die worden verkregen aan de

hand van videobewaking;

- dat de toegang tot de gegevens, die vallen binnen de categorie van de gevoelige gegevens, met de nodige garanties moet omkaderd worden;

- dat de personeelsleden bevoegd voor het in real time bekijken van beelden in niet-besloten plaatsen nauwkeurig moeten worden bepaald;

- dat de verwijzing naar de korpschef van de betrokken politiezone mag worden geschrapt in de tekst van artikel 13, § 2 gelet op de tekst van artikel 14, § 7;

- dat de tekst van artikel 13, § 2 wordt gewijzigd;

- dat in artikel 14, § 7 de term "gebruik" zou moeten vervangen worden door "plaatsing";

- dat de na te leven procedure voor de melding van de plaatsing van één of meerdere bewakingscamera's zou moeten worden verduidelijkt;

- dat de verwijzing in artikel 14, § 7 naar artikel 19 van de Privacywet mag worden geschrapt;

- dat de toepassing van de wet van 21 maart 2007 tot regeling van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera's dient overwogen te worden al naargelang de voorstellen uitgebracht door de Commissie met betrekking tot de artikelen 13, §2 en 14, § 7 al dan niet worden gevolgd;

- dat er in het licht van de bepalingen van de Privacywet geen automatische mededeling van de opname kan plaatsvinden aan de eigenaar van het goed waar het misdrijf werd gepleegd.


Advies - Integrale tekst

Vrije woorden

  • Voorontwerp van ordonnantie tot wijziging van de ordonnantie van 25 maart 1999 betreffende de opsporing, de vaststelling, de vervolging en de bestraffing van misdrijven inzake leefmilieu alsook andere wetgevingen inzake milieu, en tot instelling van een Wetboek voor de inspectie, de preventie, de vaststelling en de bestraffing van de milieu-inbreuken en de milieuaansprakelijkheid (CO-A-2014-003).