- Beslissing van 8 maart 2012

08/03/2012 - BM10-7-1218/7761

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Beslissing - Integrale tekst

(...)

I. Feiten

PV van verhoor dd. 20/02/2010 van verzoekster

Ik wens klacht te doen tegen onbekende wegens opzettelijke slagen en verwondingen. Dat gebeurde in de volgende omstandigheden.

Ik was heden avond en nacht met een groep van ongeveer 15 vrienden en kennissen op vermaakuitstap te ... in de V. . Tot tegen 05.00 uur hebben wij geen enkel probleem ondervonden. Omstreeks dat tijdstip ging ik er samen met mijn vriendin aan een soort van hoekbar zitten. Ik bestelde een toast en bleef daar even op wachten. Opeens werd er een bord met eten naar ons gegooid. Het bord kwam op mij terecht. Ik zag toen dat het een allochtoon was, een Turk of Marokkaan die het bord gooide. Tot op dat ogenblik had ik die man niet opgemerkt. Hij had daar blijkbaar een eind verderop gezeten aan dezelfde bar. Ik zei: "Hallo zeg, waarom doe je dat?". De onbekende zei daarop "Hoer" en "Ik sla je tanden uit je bek" en nog meer van zulke ongepaste zaken, vieze praat. Vervolgens is hij mij beginnen duwen. Ik liet mij niet zomaar doen en heb dan ook teruggeduwd. De andere zei dan weer " Kom mee naar buiten, ik sla je op je gezicht", enz. De onbekende tenslotte sloeg mij met de vuist op mijn•mond. Dit werd meteen opgemerkt door het personeel in de V.. Echter in plaats van verdachte werd ikzelf buitengezet uit de zaak. Verdachte bleef voorlopig binnen. Ik heb vervolgens een tijd lag buiten aan de ingang staan wachten: ik bloedde aan mijn mond. Ik stond alleen buiten terwijl de andere mensen van onze groep nog binnen waren. Pas na aandringen kon ik mijn jas ophalen aan de vestiaire. Ik heb toen rondgekeken in de discotheek maar kon verdachte niet meer aantreffen. Ik denk dat ie via een andere uitgang naar buiten is geloodst. Tenslotte ben ik naar het ziekenhuis gegaan voor verzorging.

PV van verhoor dd. 20/02/2010 van de heer Y.

Ik had op 20/02/10 dienst als portier aan discotheek V. te ....

Ik herinner mij het voorval waarover u het hebt. Ik was daarvan tot op zekere hoogte getuige.

Iemand is mij toen komen roepen omdat er herrie was, ergens dichtbij de inkom. Er was daar een

jongedame die ahw hysterisch deed. Het voorgaande had ik niet gezien. ik wist niet dat een Marokkaan die bij haar stond, ruzie met haar had of gezocht had. Dat werd mij achteraf pas duidelijk

De dame in kwestie gooide een glas in de richting van betrokken Marokkaan. Op dat moment heb ik ingegrepen: ik leidde haar via de hoofdingang naar buiten. Daar vroeg ik haar wat er precies gebeurd was. Ze zei me dat ze zopas een slag op haar gezicht had gekregen. Ze wist niet van welke van de drie Marokkanen. Zij toonde me inderdaad haar gebit waarvan één tand los zat. Tenslotte liet ik haar opnieuw binnen in de discotheek, zij kon terug naar haar vrienden en vriendinnen die daar nog waren.

Inmiddels waren de drie allochtonen vertrokken, ik veronderstel dat wij die gekruist hadden.

Ik weet dat de verdachten zich destijds verplaatsten in een witte BMW X5, voorzien van Duitse kentekens.

Verder heb ik geen gegevens. Eerder waren deze gasten ook al in de V.. Na 20/02/10 heb ik ze niet meer gezien hier in de zaak.

II. Vervolging

Verzoekster legde op datum der feiten klacht neer tegen onbekenden.

Op 23 februari 2011 seponeerde de procureur des Konings te ... het strafdossier omwille van "dader(s) onbekend ".

III. Gevolgen van de feiten

Door de klap op het gelaat werd een breuk in de kaak veroorzaakt en kwamen boven- en ondertanden los te zitten.

Attest dd. 05/07/2010 van dr. H.N. G., orthodontist

Ais resultaat van het onderzoek van Helen X. deel ik u mede dat mijns inziens een orthodontische behandeling gewenst is. Deze behandeling zou dienen plaats te vinden middels partieel vaste apparatuur.

De behandeling is onder te verdelen in een actieve periode waarin de beoogde veranderingen plaatsvinden en een retentieperiode waarin de elementen en de hun omringende structuren zich zo goed mogelijk aan de nieuwe situatie kunnen aanpassen.

De duur van de actieve behandeling is afhankelijk van vele factoren (zoals groei en ontwikkeling van het gelaat, gebitsontwikkeling en medewerking van de patiënt) en kan derhalve niet met zekerheid worden vastgesteld. In verband met de aard van de afwijking en op grond van mijn ervaringen met vergelijkbare patiënten schat ik de periode van behandeling op ca. 9 - 12 mnd.

De behandelingskosten zijn afhankelijk van de totale duur van de behandeling. Volgens de tarieven voor orthodontie, vastgesteld door de NZa (Nederlandse Zorgautoriteit), welke zijn gedeponeerd bij het Ministerie van Economische Zaken, bedragen de behandelingskosten:

- bij plaatsen vaste apparatuur in onder- of bovenkaak. eenmalig euro 556,23

- toeslag voor keramische/zelfligerende brackets: per bracket euro 10,30

- alsmede per behandelingsmaand t/m 24ste behandelingsmaand euro 41,20

(ook tijdens retentiefase)

- vanaf 25ste behandelingsmaand euro 36,05

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. De dader kon niet worden geïdentificeerd.

IV-2. Verzoekster verklaart op geen enkele verzekeringstussenkomst te kunnen beroep doen wat de voorgelegde kosten betreft waarvoor zij een financiële hulp vraagt.

Er was beperkte tussenkomst door verzekeraar VGZ in een deel van de orthodontische kosten (geen voorwerp uitmakend van voorliggend verzoek).

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster vraagt om de toekenning van zowel een noodhulp als een hoofdhulp.

Zij begroot haar naar behoren gestaafde medische uitgaven op euro 2.028,27 en haar morele schade op euro 500 maar verklaart zich tevens te gedragen naar de wijsheid van de Commissie met betrekking tot het gevraagde bedrag.

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

Verzoekster vroeg initieel zowel een financiële noodhulp als een (hoofd)hulp aan.

Nu ondertussen het strafdossier geseponeerd werd wegens onbekende dader, snelt het verzoekschrift tot noodhulp voorbij aan de in artikel 36 van de wet van 1 augustus 1985 voorziene mogelijkheid om een noodhulp aan te vragen voor dringende (medische) kosten in die omstandigheid waarin er nog geen rechterlijke uitspraak of seponeringsbeslissing voorligt.

Er is thans geen enkel wettelijk beletsel om alle in het kader van de noodhulp voorgelegde schadeposten te hernemen in het verzoekschrift tot (hoofd)hulp. Op te merken valt trouwens dat in het kader van de noodhulpprocedure geen hoogdringendheid kan worden weerhouden voor de post ‘morele schade'.

De vraag tot ‘noodhulp' is derhalve overbodig geworden en kan dan ook zonder voorwerp worden beschouwd.

Inzake eventuele toekomstige schade merkt de Commissie op dat artikel 37 van de wet voorziet in de mogelijkheid om binnen een termijn van tien jaar, te rekenen vanaf de uitbetaling van de (hoofd)hulp, een ‘aanvullende hulp' aan te vragen mits aan de wettelijk voorwaarden voldaan zou zijn.

Rekening houdend met alle omstandigheden van de zaak, zoals hierboven geschetst, meent de Commissie aan verzoekster in billijkheid een (hoofd)hulp te kunnen toekennen begroot op euro 2.528.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoekster een hulp toe van euro 2.528.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 8 maart 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN C. DELESIE

Vrije woorden

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 27 oktober 2010, daarbij geassisteerd door het Nederlands Schadefonds Geweldsmisdrijven conform Richtlijn 2004/80/EG dd. 29 april 2004 van de Raad van de Europese Unie, waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.