- Beslissing van 5 april 2012

05/04/2012 - 11-7-0847/8367

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Beslissing - Integrale tekst

(...)

I. Feiten

Op 16 september 2010 omstreeks 14u 50 bevond verzoeker zich in zijn woning toen hij lawaai hoorde afkomstig uit de slaapkamer. Aldaar werd hij met een onbekend persoon geconfronteerd. Deze man, de genaamde Petr Z., poogde het slaapkamervenster te openen teneinde te kunnen vluchten.

Verzoeker trachtte Z. tegen te houden. Er volgde een schermutseling waarbij Z. verzoeker in de bovenarm beet. Terwijl verzoeker de politie belde, kon Z. ontkomen.

II. Vervolging

Bij vonnis dd. 30 mei 2011 van de rechtbank van eerste aanleg te ... werd onder meer volgende tenlastelegging bewezen verklaard in hoofde van de genaamde Petr Z. (° 1988), verstekmakend (op dat ogenblik in de gevangenis te Praag verblijvend) en waarvoor deze veroordeeld werd tot 18 maanden hoofdgevangenisstraf met uitstel:

"Verdacht van :

A. de vijfde

Een zaak die hem niet toebehoorde, bedrieglijk weggenomen te hebben, met de omstandigheid dat de dief op heterdaad betrapt werd en geweld of bedreigingen heeft gebruikt hetzij om in het bezit van de weggenomen voorwerpen te kunnen blijven, hetzij om zijn vlucht te verzekeren, met de omstandigheid dat het misdrijf gepleegd werd door middel van braak,

namelijk

- een polshorloge merk Esprit,

- [...].

Ten nadele van X. Dieter,

Te ..., op 16.9.2010 "

Op burgerlijk vlak werd de vordering van verzoeker integraal toegekend: euro 2.371,08 meer de intresten en een RPV van euro 412,50.

III. Gevolgen van de feiten

Verzoeker benadrukt in zijn verzoekschrift vooral de opgelopen morele schade.

"Verzoekers hebben ten gevolge de feiten d.d. 16.09.2010 morele schade.

Enerzijds hebben zij sinds de inbraak in hun woning een onveiligheidsgevoel dat slapeloze nachten met zich meebrengt. Verzoekers voelen zich vaak niet veilig in hun eigen huis. Zij durfden in het begin hun woning nauwelijks te verlaten. Deze angstgevoelens hadden zelfs tot gevolg dat verzoekers amper hun radio of tv durfden aanzetten uit schrik dat zij niet zouden horen indien er iemand zou trachten in te breken of reeds in huis zou vertoeven.

Anderzijds heeft eerste verzoeker gedurende enkele maanden in onzekerheid geleefd betreffende een eventuele besmetting met het Hiv-virus of Hepatitis. Immers, in de jas van de heer Z. die werd aangetroffen, zaten enkele spuiten waardoor de verbalisanten wisten dat het om een druggebruiker ging. Beide aandoeningen zijn immers overdraagbaar door een bijtwonde zoals toegebracht door de heer Z..

Eerste verzoeker was op 17.09.2010 dan ook arbeidsongeschikt. Eerste verzoeker heeft dan ook verscheidene tests moeten ondergaan en wist pas na verloop van 6 maanden met zekerheid dat hij niet besmet was. Gedurende een half jaar heeft eerste verzoeker bijgevolg met een angst geleefd over een al dan niet levensbedreigende besmetting.

Hij diende daarenboven in afwachting van het resultaat van de testen HW -werende medicatie te nemen. Deze zware medicatie heeft enkele niet te onderschatten nevenwerkingen met als voornaamste maag- en darmproblemen en een gewichtstoename.

Er werd aan eerste verzoeker als morele schadevergoeding een bedrag van euro 1.000,00 toegekend.

Deze onzekerheid had niet enkel een invloed op eerste verzoeker, doch ook op tweede verzoekster. Daar verzoekers reeds geruime tijd een kinderwens hadden die zij wensten te veruitwendigen, hebben zij hun plannen een half jaar dienen stil te leggen. Om deze reden werd aan tweede verzoekster een morele schadevergoeding toegekend ten belope van euro 750,00. "

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. De veroordeelde heeft geen gekende woonplaats in België en vertoeft in de gevangenis te Praag. Hij bezit geen financiële middelen om de schade van verzoekers te voldoen. Hij verklaart dat hij in zijn levensonderhoud voorzag door zich schuldig te maken aan diefstal.

IV-2. Verzekeraar EUROMEX komt enkel tussen in geval van onopzettelijke ongevallen.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt een hulpbedrag dat overeenstemt met de civielrechtelijk toegekende schadevergoeding:

- administratie en verplaatsingskosten euro 125,00

- medische kosten euro 256,71

- herstelling beschadigde deuren euro 489,37

- inkomstenverlies euro 500,00

- morele schade euro 1.000,00

TOTAAL euro 2.371,08

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985:

Tot ‘materiële kosten', zoals vermeld in artikel 32, §1,7° rekent de Commissie alleen kosten die in rechtstreeks verband staan met de "ernstige lichamelijke of psychische schade" als bedoeld in artikel 31, 1°, van de wet. De Commissie is van oordeel dat zij enkel kan tussenkomen voor de schade die het gevolg is van een op de persoon van het slachtoffer gepleegde gewelddaad en niet voor schade als gevolg van agressie gericht tegen goederen. Herstellingskosten van beschadigde deuren komen bijgevolg niet in aanmerking voor een financiële hulp.

Rekening houdende enerzijds met de ernst van de feiten en de opgelopen schade en anderzijds met de door de wet uitgesloten schadeposten, meent de Commissie aan verzoeker in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op euro 2.000.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoeker een hulp toe van euro 2.000.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 5 april 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN C. DELESIE

Vrije woorden

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 9 augustus 2011 waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.