- Beslissing van 17 april 2012

17/04/2012 - M90741/6836

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Beslissing - Integrale tekst

(...)

I. Feiten

Op 11 maart 2007 stond verzoeker met zijn voertuig stil in de file te .... De genaamde Roger Z. wenste voor te steken en haalde een maneuver uit. Vervolgens stapte hij uit zijn wagen. Omdat verzoeker dacht dat hij iets wilde zeggen, deed hij zijn raampje naar beneden.

Z. gaf een vijftal slagen in het aangezicht van verzoeker. Naast de verwondingen in het aangezicht werd de bril van verzoeker volledig kapot geslagen.

Er was een getuige. Z. bleek dronken te zijn.

II. Vervolging

II-1. Bij vonnis dd. 18 september 2007 van de rechtbank van eerste aanleg te ... werd onder meer de volgende tenlastelegging bewezen verklaard in hoofde van de genaamde Roger Z. (° 1953), verstekmakend en waarvoor deze veroordeeld werd tot 10 maanden gevangenisstraf:

"Verdacht van: te ...:

A. [...]

B. Bij inbreuk op de artikelen 327 al. 1 en 331 Sw. onder een bevel of onder een voorwaarde, mondeling, Y. Patricia en X. Timothy te hebben bedreigd met een aanslag op personen of op eigendommen, waarop een criminele straf is gesteld.

C. [...]

D. Bij inbreuk op de artikelen 392, 398 en 399 al.1 Sw. opzettelijke verwondingen of slagen te hebben toegebracht aan X. Timothy die voor deze een ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid ten gevolge had(den)."

Dit vonnis bekwam kracht van gewijsde (attest griffie).

II-2. Op burgerlijk vlak werd Z. bij eindvonnis dd. 28 april 2009 van de rechtbank van eerste aanleg te ... bij verstek veroordeeld tot betaling aan verzoeker de som van

euro 3.679,30 meer de intresten en een RPV van euro 375.

III. Gevolgen van de feiten

Verzoeker kreeg bij de verkeersagressie een slag op het hoofd en liep een letsel op boven het linkeroog dat diende te worden gehecht.

Volgens verslag 12/04/2007 van dr. T., neuroloog konden volgende restletsels worden weerhouden:

"

- lichte posttraumatische duizeligheid en spanningshoofdpijn;

- een licht posttraumatische stressstoornis met blijvende angsten;

- subjectieve sensibiliteitsstoornissen thv het litteken en boven het linker oog, in het gebied van de n. suborbitalis links.

De prognose bij deze man lijkt echter wel gunstig. "

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. De instrumenterende gerechtsdeurwaarder laat weten dat uitvoering van het vonnis niet mogelijk is. De officiële verblijfplaats van de veroordeelde betreft de gevangenis te ....

IV-2. Verzoeker heeft een polis lichte vrachtauto afgesloten bij KBC Defendo. T.a.v. onvermogende derden voorziet het luik rechtsbijstand in een tussenkomst voor de schade die de verzekerde geleden heeft "naar aanleiding van een ongeval".

Spijts herhaalde malen aandringen door de raadsman van verzoeker, tevens op instigatie van het secretariaat, houdt KBC Defendo voet bij stuk in haar argumentatie dat de term ‘ongeval' strikt moet worden geïnterpreteerd en dat opzettelijke feiten, zoals vandalisme en verkeersagressie, daar niet onder vallen, waardoor tussenkomst is uitgesloten.

IV-3. Verzoeker heeft bij dezelfde verzekeringsmaatschappij een gezinspolis afgesloten. In het luik ‘rechtsbijstand' van die polis geldt dan weer als uitsluitingsgrond het geschil waarmee de verzekerde geconfronteerd wordt als eigenaar, houder of bestuurder van een motorvoertuig.

De raadsman van verzoeker: "Concreet heeft dit tot gevolg dat mijn cliënt, die het slachtoffer is geworden van verkeersagressie (opzettelijke slagen en verwondingen) op het ogenblik dat hij achter het stuur van zijn wagen zit, tussen twee stoelen valt."

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 3.752,06:

- administratie en verplaatsingskosten euro 125,00

- schade bril euro 337,00

- medische kosten euro 44,68

- TWO moreel euro 1.468,75

- inkomstenverlies euro 834,64

- procedurekosten euro 446,22

- meerinspanningen euro 135,63

- economische schade huishouden euro 360,14

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985:

"Voor de toekenning van een hulp aan de personen als bedoeld in artikel 31, 1°, steunt de commissie uitsluitend op de volgende bestanddelen van de geleden schade:

1° de morele schade, rekening houdend met de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

2° de medische kosten en de ziekenhuiskosten, met inbegrip van de prothesekosten;

3° de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

4° een verlies of vermindering aan inkomsten ten gevolge van de tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid;

5° de esthetische schade;

6° de procedurekosten;

7° de materiële kosten;

8° de schade die voortvloeit uit het verlies van een of meer schooljaren."

De posten ‘meerinspanningen' en ‘economische schade huishouden' zijn daarbij niet opgenomen en komen dus niet in aanmerking voor een hulp.

De zienswijze van de Commissie ten aanzien van de meerinspanningen werd overigens bevestigd bij arrest nr. 165.787 van de Raad van State d.d. 12 december 2006.

Rekening houdende enerzijds met de ernst van de feiten en de opgelopen schade en anderzijds met de door de wet uitgesloten schadeposten, meent de Commissie aan verzoeker in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op euro 3.238.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoeker een hulp toe van euro 3.238.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 17 april 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN C. DELESIE

Vrije woorden

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 6 augustus 2009 waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.