- Beslissing van 17 april 2012

17/04/2012 - M11-7-0898/8401

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Beslissing - Integrale tekst

(...)

I. Feiten

Uit de stukken blijkt dat de vader van verzoeker, Willem X., in de nacht van 8 op 9 februari 2005 om het leven werd gebracht met talrijke slagen van vuist en voetzolen, hem toegediend op drie verschillende plaatsen in een winkelstraat te Middelkerke. Het zou om een daad van zinloos geweld hebben gegaan.

II. Vervolging

II-1. Bij arrest dd. 9 juni 2010 van het Hof van Assisen van de Provincie ... werd de genaamde Raphaël Z. veroordeeld tot 25 jaar opsluiting wegens opzettelijke doodslag (en diefstal van sleutels, GSM, euro 2,30 en tabak) ten nadele van Willem X..

II-2. Bij arrest van het Hof van Assisen van zelfde datum, maar uitspraak doende over de burgerlijke belangen, werd Z. veroordeeld om volgende bedragen te betalen aan verzoeker:

- morele schade overlijden vader euro 35.000,00

- verlies schooljaar (materieel) euro 500,00

- morele schade voor de verandering van vorming (opleiding) euro 1.850,00

- verlies levensonderhoud (euro 5.795,02 + euro 3.128,57) euro 8.923,59

TOTAAL euro 46.273,59

meer de intresten, meer een RPV van euro 500.

Voorbehoud werd gemaakt voor de toekomst t.b.v. euro 1,00.

II-3. Het cassatieberoep door de veroordeelde tegen beide arresten werd verworpen bij arrest dd. 13 oktober 2010 van het Hof van Cassatie.

III. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

III-1. Veroordeelde Z. heeft reeds de helft van zijn leven in gevangenissen doorgebracht en is compleet insolvabel. Zijn (gescheiden) ouders bezitten geen eigendommen. De veroordeelde zou bovendien ernstig ziek zijn.

III-2. De verzekeringspolis afgesloten door de moeder van verzoeker, mevrouw D.-S., dekt naast de kosten voor strafrechtelijke en burgerrechtelijke verdediging het onvermogen door de derde aansprakelijke.

Bij schrijven van 11 augustus 2011 bevestigde FB verzekeringen de tussenkomst voor onvermogen van de derde aansprakelijke tot beloop van een geïndexeerd bedrag van euro 11.959,49. In dit schrijven werd gestipuleerd dat, indien er meerder gedupeerden zijn en het totaal toegekende bedrag dit van de tussenkomst overschrijdt, eerst de verzekeringsnemer, vervolgens de levenspartner en tenslotte de kinderen in aanmerking komen voor vergoeding.

De ingevolge het arrest van het assisenhof dd. 9 juni 2010 aan mevrouw D.-S. toegekende vergoeding bedraagt euro 10.000 in hoofdsom meer euro 2.987,09 intresten berekend tot 31 juli 2011, zodat het bedrag van de tussenkomst door FB verzekeringen overschreden is.

In hoofde van de verzoeker Kymer X. is er bijgevolg enkel tussenkomst voor de kosten en erelonen van de raadsman voor het waarnemen van de burgerlijke belangen in de strafprocedure.

IV. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 61.952,41, samengesteld als volgt:

- hoofdsom (46.273,59) volgens assisenarrest + intresten euro 47.904,68

- verlies 1 of meer schooljaren euro 3.124,96

- verlies levensonderhoud euro 10.922,77

V. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen aan "erfgerechtigden, in de zin van artikel 731 van het Burgerlijk Wetboek, tot en met de tweede graad van een persoon die overleden is als rechtstreeks gevolg van een opzettelijke gewelddaad of personen die in duurzaam gezinsverband samenleefden met de overledene" (art. 31, 2°, W. 1.08.1985) voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 2, met name:

1° de morele schade;

2° de medische kosten en de ziekenhuiskosten;

3° het verlies aan levensonderhoud voor personen die op het ogenblik van de gewelddaad ten laste waren van het slachtoffer;

4° de begrafeniskosten;

5° de procedurekosten;

6° de schade die voortvloeit uit het verlies van een of meer schooljaren.

De post ‘intresten' is daarbij niet opgenomen en komt dus niet in aanmerking voor een hulp.

Deze zienswijze van de Commissie ten aanzien van de intresten werd bevestigd bij arrest nr. 165.787 van de Raad van State d.d. 12 december 2006.

Hieraan kan nog worden toegevoegd dat het principe - dat de bijzaak de hoofdzaak volgt - niet van toepassing is. Immers, de schuldenaar van de toegekende hulp, zijnde de Belgische Staat, is niet de veroorzaker van de schade.

De posten ‘verlies 1 of meer schooljaren' en ‘verlies levensonderhoud' worden in feite tweemaal gevraagd aangezien ze reeds vervat zijn in de hoofdsom toegekend bij arrest van 9 juni 2010.

Voor het overige dient opgemerkt dat de Commissie voor bepaalde schadeposten andere tarieven hanteert dan die waarvan de burgerlijke rechter zich bedient. Hierdoor kan de door de Commissie toegekende hulp in meerdere of mindere mate afwijken van de door de rechtbank toegekende schadevergoeding. Zo baseert de Commissie zich bij het toekennen van een hulpbedrag voor de schadepost ‘morele schade' op haar rechtspraak in gelijkaardige dossiers.

Rekening houdend met:

- de zwaarwichtigheid van de feiten;

- de gebruikelijke tarieven gehanteerd door de Commissie in analoge dossiers inzake morele schade;

- de door de wet uitgesloten schadeposten,

meent de Commissie aan verzoeker in billijkheid een globale hulp te kunnen toekennen begroot op

ex aequo et bono euro 15.000.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoeker een hulp toe van euro 15.000.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 17 april 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN C. DELESIE

Vrije woorden

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 19 augustus 2011 waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.