- Beslissing van 8 mei 2012

08/05/2012 - M10-1-0178/7202

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Beslissing - Integrale tekst

(...)

I. Feiten

Mevrouw Y., moeder van Soraya (‘verzoekster q.q.') was gehuwd met de heer X. met wie ze drie kinderen heeft. Ze scheidde van hem op 2 februari 2002. Ze hertrouwde in Marokko in 2003 met El M.

Op 2, 9 en 12 januari 2004 werd ze bedreigd: De dader kon zich niet verzoenen met dit huwelijk en maakte haar duidelijk dat alles van haar zou afgenomen worden: auto, geld, man.

Op 24 maart 2004 volgden nieuwe bedreigingen. In april-mei 2004 werden verzoekster q.q. en haar twee kinderen Kaoutar (13,5 jaar) en Soraya (3,5 jaar) het slachtoffer van een gijzeling en ontvoering onder bedreiging van een pistool en werd verzoekster q.q. in Nederland gedwongen tot seksuele handelingen in aanwezigheid van dochter Kaoutar. De seksscène werd door één van de ontvoerders gefilmd.

Na deze feiten werd verzoekster q.q. enige tijd met rust gelaten. In de loop van 2005 ontving zij per post een omslag waarin een aantal foto's zaten van haar en haar familie waarop doodsbedreigingen waren duidelijk gemaakt. Tussen 22 en 25 januari 2006 ontving verzoekster q.q. verschillende dreigtelefoons. Op 30 januari 2006 ontving ze opnieuw berichten waarin ze werd uitgescholden en bedreigd. De dreigtelefoons hielden niet op. Op 2 februari 2006 verkreeg ze er nogmaals vier en op 6 en 7 februari 2006 twee.

Uit de stukken blijkt dat verzoekster q.q. lange tijd verkeerde in de veronderstelling dat Ahmed Z. een vertrouwenspersoon en goede vriend was. Hij was de broer van haar babysit en hij profileerde zich als steun en toeverlaat en deed er alles aan om zich die rol toe te meten. Achteraf bleek dat Z. haar manipuleerde en achter de jarenlange terreur van inbraken, afpersingen, diefstallen, belagingen, bedreigingen, ontvoering en verkrachting zat.

II. Vervolging

Bij vonnis van de correctionele rechtbank te ... van 26 februari 2007

- werd Ahmed Z. (° 1970, hierna: ‘de eerste') in zaak I (A, B, C en D) en zaak II (A, B, C, D, E , F, G en H) veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes jaar en

- werd Ghala W. (° 1974, hierna: ‘de tweede') in zaak I (E en F) veroordeeld tot een hoofdgevangenisstraf van zes maanden en een geldboete van 50 euro wegens,

" Zaak I

A. De eerste

te ..., en/of bij samenhang elders in het Rijk

Gepoogd te hebben met behulp van geweld of bedreiging, hetzij geleden, waarden, roerende goederen, schuldbrieven, biljetten, promessen, kwijtingen, hetzij de ondertekening of afgifte van enig stuk, dat een verbintenis, beschikking of schuldbevrijding inhoudt of teweegbrengt, af te persen, namelijk de hierna vermelde geldsommen, ten nadele van Y. Saadia;

het misdrijf gepleegd zijnde onder twee van de in artikel 471 van het strafwetboek vermelde omstandigheden, namelijk:

(...) bij nacht;

(...) door twee of meer personen;

het geweld of de bedreiging een blijvende fysische of psychische ongeschiktheid ten gevolge gehad; het voornemen om de misdaad te plegen zich geopenbaard hebbende door uitwendige daden die een begin van uitvoering van die misdaad uitmaken en alleen tengevolge van omstandigheden, van de wil van de dader onafhankelijk zijn gestaakt of hun uitwerking hebben gemist;

...

B...

C. de eerste,

te ..., en/of bij samenhang elders in het Rijk, op 25 maart 2004,

Onder een bevel of een voorwaarde, mondeling, Y. Saadia te hebben bedreigd met een aanslag op personen of op eigendommen, waarop een criminele straf gesteld is;

D. de eerste,

te ..., tussen 1 maart 2004 en 30 maart 2004, meermaals, op niet nader bepaalde data, laatst op 25 maart 2004,

Zonder bevel of een voorwaarde bij naamloos of ondertekend geschrift, Y. Saadia te hebben bedreigd met een aanslag op personen of op eigendommen waarop een criminele straf is gesteld;

E. de tweede,

te ...,op 21 april 2004,

Opzettelijk verwondingen of slagen te hebben toegebracht aan Y. Saadia de slagen of verwondingen hebbende een ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid ten gevolge gehad;

F.(...)

Zaak II

A. de eerste,

Te ..., alwaar het misdrijf een aanvang nam, tussen 1 april 2004 en 31 mei 2004, op een niet nader bepaalde datum

Zich schuldig gemaakt te hebben aan gijzeling, dit is de aanhouding, de gevangenhouding of de ontvoering van personen om deze borg te doen staan voor de voldoening aan een bevel of een voorwaarde, onder meer een misdaad of een wanbedrijf voor te bereiden of te vergemakkelijken, de vlucht, de ontvluchting van de daders van een misdaad of wanbedrijf of hun medeplichtigen in de hand te werken, hun vrijlating te verkrijgen of ze hun straf te doen ontgaan;

De aanhouding, de gevangenhouding of de ontvoering van de gijzelaar, de blijvende fysieke of psychische ongeschiktheid ten gevolge gehad hebbende; de gijzelaars, minderjarig zijnde, namelijk X. Soraya, geboren te ... op ../../2000, en V. Kaoutar, geboren te ... (Marokko) op ../../1990.

B. de eerste

te ..., en/of bij samenhang te ..., in het gerechtelijk arrondissement ..., tussen 1 december 2005 en 17 mei 2006, meermaals op niet nader bepaalde datum, onder meer op 20 oktober 2005, 25 december 205, 2 januari 2006, 24 januari 2006, 30 januari 2006 en 6 februari 2006,

Gepoogd te hebben met behulp van geweld of bedreiging, hetzij geleden, waarden, roerende goederen, schuldbrieven, biljetten, promessen, kwijtingen, hetzij de ondertekening of afgifte van enig stuk, dat een verbintenis, beschikking of schuldbevrijding inhoudt of teweegbrengt, af te persen, namelijk de hierna vermelde geldsommen, ten nadele van Y. Saadia, het voornemen om de

misdaad te plegen zich geopenbaard hebbende door uitwendige daden die een begin van uitvoering van die misdaad uitmaken en alleen tengevolge van omstandigheden, van de wil van de dader onafhankelijk zijn gestaakt of hun uitwerking hebben gemist;

(...) bij nacht;

(...) door twee of meer personen;

het geweld of de bedreiging een blijvende fysische of psychische ongeschiktheid ten gevolge gehad;

C. de eerste

te ..., en/of bij samenhang te ..., in het gerechtelijk arrondissement ..., tussen 1 december 2005 en 17 mei 2006, meermaals op niet nader bepaalde datum, onder meer op 25 januari 2006, 2 februari 2006 en 7 februari 2006,

Gepoogd te hebben met behulp van geweld of bedreiging, hetzij geleden, waarden, roerende goederen, schuldbrieven, biljetten, promessen, kwijtingen, hetzij de ondertekening of afgifte van enig stuk, dat een verbintenis, beschikking of schuldbevrijding inhoudt of teweegbrengt, af te persen, namelijk de hierna vermelde geldsommen, ten nadele van Y. Saadia, het voornemen om de misdaad te plegen zich geopenbaard hebbende door uitwendige daden die een begin van uitvoering van die misdaad uitmaken en alleen tengevolge van omstandigheden, van de wil van de dader onafhankelijk zijn gestaakt of hun uitwerking hebben gemist;

het geweld of de bedreiging een blijvende fysische of psychische ongeschiktheid ten gevolge gehad;

D. de eerste,

te ..., alwaar het misdrijf een aanvang nam, tussen 1 april 2004 en 31 mei 2004, op een niet nader bepaalde datum,

De misdaad van verkrachting gepleegd te hebben op de persoon van Y. Saadia, geboren te ... (Marrokko) op ../../1968, de verkrachting zijnde elke daad van seksuele penetratie van welke aard ook en met welk middel ook, op een persoon die daar niet in toestemt, de daad met name opgedrongen zijnde door middel van geweld, dwang of list of mogelijk gemaakt zijnde door een onvolwaardigheid of een lichamelijk of geestelijk gebrek van het slachtoffer;

De verkrachting voorafgegaan door of gepaard gegaan zijnde met lichamelijke foltering of opsluiting;

De verkrachting gepleegd zijnde onder bedreiging van een wapen of een op een wapen gelijkend voorwerp;

De schuldige wie hij ook zij, door één of meer personen geholpen zijnde in de uitvoering van de misdaad of het wanbedrijf;

E. de eerste

te ..., en/of bij samenhang te ..., in het gerechtelijk arrondissement ..., tussen 1 december 2005 en 17 mei 2006, meermaals, op niet nader bepaalde datum, onder meer op 27 december 2005,

Bij een naamloos of ondertekend geschrift, onder een bevel of onder een voorwaarde, Y. Saadia te hebben bedreigd met een aanslag op personen of op eigendommen, waarop een criminele straf is gesteld;

F. ...

G. de eerste,

te ..., en/of bij samenhang te ..., in het gerechtelijk arrondissement ..., tussen 1 december 2005 en 17 mei 2006, meermaals, op niet nader bepaalde datum,

Bij een naamloos of ondertekend geschrift, onder een bevel of onder een voorwaarde, Y. Saadia en El M. te hebben bedreigd met een aanslag op personen of op eigendommen, waarop een criminele straf is gesteld;

H. te ..., tussen 1 december 2005 en 17 mei 2006, meermaals, op niet nader bepaalde datum, onder meer op 10 februari 2006,

Y. Saadia, die klacht doet, te hebben belaagd, terwijl hij wist of had moeten weten dat hij door zijn gedrag de rust van deze persoon zou verstoren. "

Op burgerlijk gebied werd Ahmed Z. bij zelfde vonnis veroordeeld om te betalen aan Saadia Y.,

- als wettelijk vertegenwoordiger van haar minderjarige kinderen Kaoutar en Soroya de som van euro 2.000 per kind voor morele schade, meer de intresten;

- in eigen naam als materiële schadevergoeding de som van euro 19.000 en als morele schadevergoeding de som van euro 21.000, beide bedragen te vermeerderen met de intresten.

Dit vonnis verwierf kracht van gewijsde.

III. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

III. 1. Verzoekster q.q. verklaart geen verzekering te hebben afgesloten die tussenkomt in de opgelopen schade.

III.2. De veroordeelde verbleef lange tijd in de gevangenis en was insolvabel. Thans is hij van ambtswege afgevoerd.

IV. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster q.q. Soraya X. vraagt om de toekenning van een hulp van euro 2.000 voor de morele schade, conform het vonnis van 26/02/2007.

V. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

Rekening houdend met alle omstandigheden van de zaak, zoals hierboven geschetst, meent de Commissie aan verzoekster in naam van haar minderjarige dochter Soraya X. een hulp te kunnen toekennen in billijkheid begroot op euro 2.000.

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoekster qualitate qua Soraya X. een hulp toe van euro 2.000.

Zegt dat die som zal geplaatst worden op een spaarboekje te openen op naam van de minderjarige en dat hoofdsom en intresten onbeschikbaar zullen blijven tot aan de meerderjarigheid of ontvoogding, behoudens bijzondere toelating van de bevoegde rechter.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 8 mei 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN P. DE SMET

Vrije woorden

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 25 februari 2010 waarbij verzoekster in naam van haar minderjarige dochter Soraya X. om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.