- Beslissing van 15 juni 2012

15/06/2012 - M11-5-0599/8224

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Beslissing - Integrale tekst

(...)

I. Feiten

Op 29 april 2010 werd verzoekster voor haar woning te ... neergeschoten door haar ex-partner, de heer Chourak Z..

II. Vervolging

Verzoekster stelde zich op 22 juni 2010 in handen van de Onderzoeksrechter te ... burgerlijke partij lastens de heer Z. wegens poging tot moord.

Luidens het verzoekschrift is de zaak nog in onderzoek.

III. Gevolgen van de feiten

Verzoekster liep als gevolg van de feiten een volledige dwarslaesie C7/C8 op. De zenuwen in de rug zijn beschadigd en er is geen functioneren en gevoel meer vanaf dat punt. De toestand is ongeneeslijk: verzoekster zal levenslang verlamd blijven.

Verzoekster verplaatst zich met een elektrische rolstoel.

Sinds 23 augustus 2010 verblijft ze op de dienst Revalidatie van het Z. ziekenhuis te .... Ze krijgt kinesitherapie, ergotherapie en psychologische begeleiding.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

Luidens het verzoekschrift ontving verzoekster nog geen enkele vergoeding in dekking van de geleden schade.

Ze beschikt over een rechtsbijstandsverzekering (Providis). Er werd een aanvraag ingediend om de erelonen van de advocaat ten laste te nemen.

V. Begroting van de gevraagde noodhulp

Het gevraagd noodhulpbedrag, ingevuld in vak V van het aanvraagformulier, is niet duidelijk leesbaar.

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd. Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan.

De voorwaarden tot toekenning van een noodhulp liggen vervat in artikel 36 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen:

"Onverminderd de toepassing van de artikelen 31 tot 33, § 1, kan de commissie een noodhulp toekennen wanneer elke vertraging bij de toekenning van de hulp de verzoeker een ernstig nadeel kan berokkenen, gelet op zijn financiële situatie.

De noodhulp wordt per schadegeval en per verzoeker toegekend voor schade boven 500 euro en is beperkt tot een bedrag van 15 000 euro.

Het verzoek tot toekenning van een noodhulp kan worden ingediend zodra de verzoeker klacht heeft ingediend of zich burgerlijke partij heeft gesteld.

Wanneer het gaat om de kosten bedoeld in artikel 32, § 1, 2°, is de dringendheid altijd verondersteld. Artikel 33, § 1, is niet van toepassing wanneer de commissie zich uitspreekt over het verzoek tot tenlasteneming van deze kosten. Het reële bedrag van de kosten wordt door de commissie in aanmerking genomen, zonder toepassing van de beperking die bepaald wordt in het tweede lid."

In de brief van het secretariaat van de Commissie d.d. 21 juni 2011, gericht aan de raadsman van verzoekster, werd de aandacht gevestigd op enkele problemen:

- er wordt niet aangetoond dat de geldelijke toestand van verzoekster van die aard is dat zij dringend een noodhulp vanwege de Commissie behoeft;

- verzoekster heeft haar schade niet begroot en legt ook geen enkel stavingsstuk neer (een factuur van euro 55,70 niet te na gesproken).

In die omstandigheden werd aan verzoekster gevraagd om ofwel afstand te doen van haar verzoek tot noodhulp, ofwel de ontbrekende stavingsstukken over te maken.

Aangezien verzoekster geen gevolg gaf aan de brief van het secretariaat, werd de inhoud ervan hernomen in het verslag van de verslaggever d.d. 24 januari 2012.

Dit verslag werd per aangetekend schrijven d.d. 6 februari 2012 aan verzoekster betekend en door haar op 8 februari 2012 voor ontvangst afgetekend.

Aangezien verzoekster binnen de gevraagde termijn van 15 dagen geen schriftelijke reactie heeft neergelegd, ziet de Commissie zich genoodzaakt het verzoek af te wijzen.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk maar ongegrond.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 15 juni 2012.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE D. DESMET

Vrije woorden

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 10 juni 2011, waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een noodhulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.