- Beslissing van 18 oktober 2012

18/10/2012 - M12-1-0275/8823

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Beslissing - Integrale tekst

(...)

I. Feiten

In de periode 01/12/2009 tot en met 18/02/2011 werd Louise X., geboren op ../../2008, dochtertje van verzoeker, herhaaldelijk het slachtoffer van kindermishandeling door haar stiefvader.

Op 18 februari 2011 werd Louise danig toegetakeld dat ze overleed aan haar verwondingen.

De dader woonde samen met de ex en de twee kinderen (Louise en Levi) van verzoeker. Verzoeker heeft daarop onmiddellijk de kleine Levi bij hem in huis genomen.

II. Vervolging

Bij vonnis dd. 21 december 2011 van de rechtbank van eerste aanleg te ... werden de volgende tenlasteleggingen bewezen geacht in hoofde van de genaamde Z. (° 1984), en waarvoor deze veroordeeld werd tot 10 jaar gevangenisstraf:

"A. Te ... op 18.02.2011:

Bij inbreuk op de artikelen 100 ter, 392, 398, 401 lid 1, 405bis, 7° en 405 ter van het Strafwetboek opzettelijk slagen of verwondingen te hebben toegebracht aan X. Louise, geboren te ... op ../../2008, met de omstandigheid dat de slagen of verwondingen werden toegebracht zonder het oogmerk om te doden en toch haar dood hebben veroorzaakt en met de omstandigheid dat het misdrijf werd gepleegd op een minderjarige door een persoon die gezag had over de minderjarige te weten door haar stiefvader.

B. Te ... meermaals, op niet nader te bepalen tijdstippen in de periode van 01.12.2009 tot en met 18.02.2011:

Bij inbreuk op de artikelen 100 ter, 392, 398 lid 1 en 2, 405 bis, 2° en 405 ter van het Strafwetboek met voorbedachten rade, opzettelijk verwondingen of slagen te hebben toegebracht aan X. Louise, geboren te ... op ../../2008, met de omstandigheid dat het misdrijf werd gepleegd op een minderjarige door een persoon die gezag had over de minderjarige te weten door haar stiefvader. "

Op burgerlijk vlak werd Z. bij zelfde vonnis veroordeeld tot betaling aan verzoeker in eigen naam de hoofdsom van euro 22.338,36 ( euro 15.000 moreel + euro 7.338,36 materieel) meer de intresten en een RPV van euro 2.040,72.

Dit vonnis bekwam kracht van gewijsde.

III. Gevolgen van de feiten

" Het verlies van een kind is het ergste wat een ouder kan overkomen. Birgen stelt zelf 'dit is een mijlpaal in mijn leven; ik weet waar het stopte, maar hoe gaan wij verder...'

Komt daarbij dat Birgen:

-geen vertrouwen meer heeft in justitie; het ondraaglijke besef dat de dood van Louise mogeIijks had kunnen voorkomen worden had men ingegrepen, had hij een procedure opgestart teneinde Louise bij zich te bekomen....

-geen vertrouwen meer heeft in de mensen; Birgen voelt zich onrustig, ongemakkelijk en is het liefst thuis; hij mijdt mensen;

-bang is voor zichzelf; hij heeft zich vaak niet onder controle en reageert agressief op het werk/thuis/wanneer hij iets gaat drinken (dan drinkt hij zich liever zat om de pijn niet te moeten voelen en dan verliest hij de controle over zichzelf). Het minste is genoeg om te 'ontploffen'. Sedert 2.12.2011 is Birgen terug met ziekteverlof; hij heeft het moeilijk om verder te gaan zeker met het proces dat zich nu voordoet; hij heeft moeite om de draad terug op te nemen. Birgen is in therapie

omdat hij het verlies niet aankan;

-Levi moet opvangen; ook dit kind stelt hem voortdurend vragen over het verlies van zijn zusje en Birgen probeert het kind zo goed als mogelijk op te vangen maar beseft dat hij Levi overbeschermt; " (nota BP)

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. N.a.v. de betekening van het vonnis deelde de raadsman van de veroordeelde, die nog geruime tijd gedetineerd zal blijven, mee dat er geen enkel financiële mogelijkheid voorhanden is om tot afbetaling over te gaan.

IV-2. Verzoeker verklaart op geen enkele verzekeringstussenkomst (evenmin een uitvaartverzekering) te kunnen beroep doen.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 25.382,30.

- morele schade euro 15.000,00

- medische kosten euro 711,66

- begrafeniskosten euro 6.351,70

- RPV euro 2.040,72

- uitvoeringskosten euro 303,22

- intresten euro 700,00

- materiële kosten euro 275,00

Op rechtszitting dd. 21 juni 2012 wijst verzoeker op de zware impact van de feiten op zijn psyche en vraagt een hulp van euro 20.000 voor de post ‘morele schade'.

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen aan "erfgerechtigden, in de zin van artikel 731 van het Burgerlijk Wetboek, tot en met de tweede graad van een persoon die overleden is als rechtstreeks gevolg van een opzettelijke gewelddaad of personen die in duurzaam gezinsverband samenleefden met de overledene" (art. 31, 2°, W. 1.08.1985) voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 2, met name:

1° de morele schade;

2° de medische kosten en de ziekenhuiskosten;

3° het verlies aan levensonderhoud voor personen die op het ogenblik van de gewelddaad ten laste waren van het slachtoffer;

4° de begrafeniskosten;

5° de procedurekosten;

6° de schade die voortvloeit uit het verlies van een of meer schooljaren.

‘Intresten' en ‘materiële kosten' zijn niet opgenomen in deze limitatieve lijst en komen dus niet in aanmerking voor een hulp.

Deze zienswijze van de Commissie ten aanzien van de intresten werd bevestigd bij arrest nr. 165.787 van de Raad van State d.d. 12 december 2006.

Hieraan kan nog worden toegevoegd dat het principe - dat de bijzaak de hoofdzaak volgt - niet van toepassing is. Immers, de schuldenaar van de toegekende hulp, zijnde de Belgische Staat, is niet de veroorzaker van de schade.

Met betrekking tot de begrafeniskosten stipt de Commissie aan dat het maximale hulpbedrag dat voor deze schadepost kan toegekend worden, euro 2.000 bedraagt (artikel 32, § 2, 4°, van de wet van 1 augustus 1985 juncto artikel 2, eerste lid, van het K.B. van 18 december 1986 betreffende de

Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders).

Uit artikel 33, § 1 van de wet van 1 augustus 1985 blijkt dat het bedrag van de hulp naar billijkheid wordt bepaald. Volgens de voorbereidende werken is die beoordeling naar billijkheid zelfs het basisbeginsel van het stelsel (Parl.St., Senaat 1984-85 nr. 873/2/1°,8). Dit uitgangspunt verleent aan de Commissie een appreciatiebevoegdheid, zowel inzake de opportuniteit van de toekenning van een financiële hulp als inzake de bepaling van de omvang van het hulpbedrag.

Het voorgaande impliceert dat de Commissie voor bepaalde schadeposten andere tarieven kan (mag) hanteren dan die waarvan de correctionele rechter zich bedient. Hierdoor kan de door de Commissie toegekende hulp in meerdere of mindere mate afwijken van de in gemeenrecht toegewezen schadevergoeding. Zo baseert de Commissie zich onder meer bij het toekennen van een hulpbedrag voor de schadepost ‘morele schade' op haar gebruikelijk tarief in gelijkaardige dossiers.

Rekening houdende enerzijds met de ernst van de feiten en de opgelopen schade en anderzijds met de door de wet uitgesloten schadeposten, meent de Commissie aan verzoeker in billijkheid een globale hulp te kunnen toekennen begroot op ex aequo et bono euro 15.000.

In deze context wenst de Commissie nog te benadrukken dat, naar haar oordeel, moreel leed, zoals pijn of smart, niet louter door een geldelijke tegemoetkoming kan gelenigd worden. Hooguit is de financiële hulp een erkenning van dit leed, een vorm van troost, een middel om het leed draaglijker te maken. Dienvolgens kan het toegekende bedrag slechts een abstracte begroting zijn.

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoeker een hulp toe van euro 15.000.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 18 oktober 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN C. DELESIE

Vrije woorden

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 16 maart 2012 waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.