- Beslissing van 13 november 2012

13/11/2012 - M11-05-0294/8067

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Beslissing - Integrale tekst

(...)

I. Feiten

Op 17 mei 2006 werd de heer Carlo X. (° 1954), de vader van verzoeker, in restaurant ‘La S.' te ... neergeschoten door de heer Diego Z.. Hij overleed diezelfde dag aan zijn verwondingen.

In maart of april 2004 werd voornoemd restaurant door de heer Luca Z. overgenomen van wijlen de heer Carlo X.. De heer Diego Z., de broer van Luca, werkte er als pizzabakker.

Ingevolge wanbeleid van Luca Z. ontstonden er enorme schulden (o.m. t.a.v. de BTW). Op 17 mei 2006 kwam er 's avonds in het restaurant een gerechtsdeurwaarder ter plaatse teneinde over te gaan tot uitvoerend beslag. Luca Z. telefoneerde naar Carlo X. met de vraag om ter plaatse te komen en hen te helpen. X. gaf gevolg aan dit verzoek en er werd onderhandeld met de gerechtsdeurwaarder. Deze laatste deed het volgende voorstel: indien onmiddellijk een bedrag van euro 3.000 alsook de wagen van Luca Z. zou overhandigd worden, zou niet overgegaan worden tot beslaglegging. X. heeft zich dan met Luca Z. naar de bank begeven, maar daar bleek het saldo van Luca Z. ontoereikend te zijn. Bij aankomst in het restaurant zei Luca Z. aan zijn broer Diego dat X. enkel zijn eigen belang had gediend. Hierop zei Diego Z. tegen zijn broer dat hij naar boven diende te gaan en dat hij wel wist wat er dan zou gebeuren. Op de trap heeft Diego Z. zijn wapen nogmaals aan Luca getoond. Deze laatste is vervolgens effectief naar boven gegaan en X. werd door Diego Z. neergeschoten met een pistool (er werd tweemaal gevuurd).

II. Vervolging

Bij arrest van het Hof van Assisen van de provincie ...d.d. 12 februari 2010 werd de heer Diego Z. wegens het plegen van de sub I vermelde feiten (gekwalificeerd als moord) onder meer veroordeeld tot 23 jaar opsluiting. Bij een ander arrest van dezelfde datum werd de heer Luca Z. wegens schuldig verzuim veroordeeld tot een effectieve gevangenisstraf van één jaar.

Op burgerlijk gebied was het Hof in haar arrest d.d. 4 mei 2010 van oordeel dat 80 % van de schade van de burgerlijke partijen (waaronder verzoeker) voortvloeit uit het overlijden van de heer Carlo X., terwijl 20 % van hun schade voortvloeit uit het verlies, in zijnen hoofde, van een kans op overleven. Voor de voormelde 80 % is de heer Diego Z. aansprakelijk, terwijl de heer Luca Z. verantwoordelijk is voor de 20 %.

In concreto werden Diego Z. en Luca Z. respectievelijk veroordeeld tot betaling van euro 16.000 (80 % van de morele schade van euro 20.000) en euro 4.000 (20 % van euro 20.000) aan verzoeker.

Blijkens attesten van de griffie verkregen voornoemde arresten kracht van gewijsde.

III. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

In haar brief van 23 augustus 2010 deelde de advocaat van de heer Diego Z. mee dat haar cliënt niet over de financiële middelen beschikt om de burgerlijke partij te betalen.

De raadsman van Luca Z. deelde in zijn brief van 29 december 2010 mee dat zijn cliënt sedert 13 november 2008 in collectieve schuldenregeling zit (schuldbemiddelaar is mr. Elke P.).

In haar schrijven d.d. 17 oktober 2012 deelde de schuldbemiddelaar mee dat er tot op heden geen aanzuiveringsregeling lopende is dewelke voorziet in een uitkering aan de schuldeisers. De schuldenlast is zeer aanzienlijk (méér dan euro 120.000, waarvan zelfs meer dan euro 100.000 in hoofdsom). Vermoedelijk zal amper 11,71 % van de hoofdsommen kunnen betaald worden.

(De moeder van) verzoeker beschikt over een rechtsbijstandsverzekering (DAS), maar de daarin opgenomen waarborg ‘insolventie van derden' is niet van toepassing indien de verzekerde het slachtoffer is van een gewelddaad (artikel 4.4 van de polis).

IV. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 20.000, overeenstemmend met de morele schadevergoeding die hem bij arrest d.d. 4 mei 2010 werd toegekend.

In het arrest lezen we: "Rekening houdend met de aard van de gepleegde feiten, het gegeven dat de burgerlijke partij Daniël X. - in tegenstelling tot zijn moeder, de burgerlijke partij Marleen Y. - niet bij de dramatische feiten zelf aanwezig was, de leeftijd van de voornoemde burgerlijke partij, de goede band die hij had met zijn vader Carlo X. (zoals blijkt uit het aan het Hof voorliggende strafdossier), raamt het Hof de morele schade van de voornoemde burgerlijke partij ex aequo et bono op 20.000,00 EUR".

V. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

Met betrekking tot de morele schade wenst de Commissie op te merken dat dergelijke schade onmogelijk kan goedgemaakt worden door een geldelijke tegemoetkoming. Het moreel leed dat een verzoeker ondervindt is niet in geld uit te drukken en valt niet te vergelijken met de waarde van welk tastbaar goed ook. Als men dan toch een vergoeding wenst toe te kennen, kan dat hooguit een vorm van troost zijn, een compensatie die tot doel heeft de pijn, de smart, het moreel leed te lenigen. Het gaat daarbij om een abstracte begroting van het leed.

Zich steunend op de door haar gehanteerde tarieven in analoge dossiers, meent de Commissie voor deze schadepost in billijkheid een hulp te kunnen toekennen van euro 12.500.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent een hulp toe van euro 12.500.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 13 november 2012.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE L. VULSTEKE

Vrije woorden

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 16 maart 2011, waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.