- Beslissing van 8 januari 2013

08/01/2013 - M10-5-1109/7704

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Beslissing - Integrale tekst

(...)

I. Feiten

Op 15 mei 2008 werd verzoekster, die toen nog minderjarig was, na schooltijd op het schooldomein van MPI S. te ... geslagen door Virginie Y. (° 1991). Haar vriend, Dieter Z. (° 1985), hield verzoekster tijdens de slagen vast.

De reden voor deze agressie lag in het feit dat verzoekster het gsm-nummer van de ex-vriend van Y. had en dat ze af en toe door hem werd opgebeld.

II. Vervolging

Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 24 februari 2010 werd de heer Dieter Z., wegens het plegen van onder meer de sub I vermelde feiten, bij verstek veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden (waarvan 6 maanden effectief).

Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld tot betaling van de som van euro 814 meer intresten aan verzoekster.

Blijkens een door de griffie afgeleverd attest werd tegen dit vonnis geen rechtsmiddel aangewend.

III. Gevolgen van de feiten

In zijn medisch attest d.d. 15 mei 2008 verklaart huisarts Dr. B. V. het volgende: "Betrokkene vertoont hoofdpijn na slagen tegen rechteroor, linker temporaal streek en epigastrische pijn na stamp op maagregio."

Verzoekster liep geen arbeidsongeschiktheid op.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

Omtrent de solvabiliteit van Dieter Z. lezen we in het schrijven van gerechtsdeurwaarderskantoor Gerhanko d.d. 26 februari 2010 het volgende:

"Tegenpartij is gekend op ons kantoor als roerend insolvabel. Hij bezit twee oude wagens. In andere dossiers zijn wij afhankelijk van kleine vrijwillige afkortingen. Uitvoering is twijfelachtig.

Volledigheidshalve delen wij u mee dat betrokkene op 23/02 ll. op zijn domicilie te ..., ... door onze confrater Filip W. werd uitgezet."

In een persoonlijk ondertekende verklaring d.d. 29 december 2010 bevestigt verzoekster dat ze niet beschikt over een familiale polis of polis rechtsbijstand.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster vraagt om de toekenning van een hulp van euro 1.057,75 meer intresten:

- hoofdsom cf. vonnis d.d. 24.02.2010: euro 814,00

- gemengde materiële en morele schade: euro 750,00

- administratiekosten: euro 64,00

- procedurekosten: euro 243,75

- kopie strafdossier: euro 11,00

- kopie vonnis: euro 2,75

- attest niet-verhaal: euro 30,00

- rechtsplegingsvergoeding: euro 200,00

Ter zitting van de Commissie d.d. 28 november 2012 deed de raadsman van verzoekster afstand van de rechtsplegingsvergoeding (aangezien hij werd aangesteld als pro Deo raadsman) alsook van de intresten.

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

Luidens artikel 31, 1°, van de wet kan de Commissie een financiële hulp toekennen aan "personen die ernstige lichamelijke of psychische schade ondervinden als rechtstreeks gevolg van een opzettelijke gewelddaad."

De vereiste van een ernstige schade sluit aan bij de filosofie van de wet die voorziet in een stelsel van financiële hulpverlening dat geen integrale schadevergoeding garandeert en er op gericht is om, vanuit overwegingen van billijkheid en collectieve solidariteit, de zwaarste nood te lenigen van slachtoffers van opzettelijke gewelddaden. In diezelfde geest werd geoordeeld dat in geval van geringe schade het slachtoffer zelf zijn schade moet dragen.

Wat de voorliggende zaak betreft is uit de mondelinge toelichting, ter zitting van 28 november 2012 verstrekt door de raadsman van verzoekster, gebleken dat mevrouw Stephanie X. aan de feiten een ernstig angstgevoel heeft overgehouden. Ook al is verzoekster hiervoor niet deskundig behandeld geweest, toch is de Commissie van oordeel dat de gepleegde feiten het bestaan van psychische klachten in hoofde van verzoekster zeer aannemelijk maken.

De Commissie meent dan ook dat er sprake is van een ernstig letsel in de zin van artikel 31, 1°, van de wet.

Voorts wenst de Commissie de aandacht te vestigen op artikel 33, § 1, eerste lid van de wet, naar luid waarvan de hulp naar billijkheid wordt bepaald. Volgens de voorbereidende werken is de beoordeling naar billijkheid zelfs het basisbeginsel van het stelsel (Parl.St. Senaat, 1984-85, nr. 873/2/1°, 8). Dit uitgangspunt geeft aan de Commissie een ruime appreciatiebevoegdheid, zowel met betrekking tot de opportuniteit van de toekenning van een financiële hulp als met betrekking tot de bepaling van de omvang ervan.

Eén en ander impliceert dat de door de Commissie toegekende hulp niet noodzakelijk overeenstemt met de volledige schadeloosstelling van het nadeel dat verzoek(st)er heeft geleden. Het betekent eveneens dat de Commissie niet gebonden is door de schadevergoeding die door de rechter werd toegekend.

Wat het voorliggend dossier betreft is de Commissie van oordeel dat de toekenning van een forfaitair hulpbedrag van euro 500 redelijk en gepast is.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent een hulp toe van euro 500.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 8 januari 2013.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE D. DESMET

Vrije woorden

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 30 september 2010, waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.