- Arrest van 12 juli 2012

12/07/2012 - 92/2012

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Het Hof, beperkte kamer, met eenparigheid van stemmen uitspraak doende,

verwerpt het beroep.


Arrest - Integrale tekst

Het Grondwettelijk Hof, beperkte kamer,

samengesteld uit voorzitter M. Bossuyt en de rechters-verslaggevers E. De Groot en P. Nihoul, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux,

wijst na beraad het volgende arrest :

I. Onderwerp van het beroep en rechtspleging

Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 15 april 2012 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 16 april 2012, heeft Joris Van Hauthem, wonende te 1750 Lennik, Scheestraat 21, beroep tot gehele of gedeeltelijke vernietiging ingesteld van het decreet van de Franse Gemeenschap van 15 december 2010 houdende de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2011 (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 14 oktober 2011).

Op 2 mei 2012 hebben de rechters-verslaggevers E. De Groot en P. Nihoul, met toepassing van artikel 71, eerste lid, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, de voorzitter ervan in kennis gesteld dat zij ertoe zouden kunnen worden gebracht aan het Hof, zitting houdende in beperkte kamer, voor te stellen een arrest te wijzen waarin wordt vastgesteld dat het beroep tot vernietiging klaarblijkelijk onontvankelijk is.

(...)

II. In rechte

(...)

B.1. De verzoeker vraagt de vernietiging van artikel 21 van het decreet van 15 december 2010 houdende de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2011, dat bepaalt :

« [...]

O.A. 51. - Voorschools onderwijs en lager onderwijs

Programma 7 - Werking van de lagere scholen

- Subsidies aan instellingen die het onderwijs in de Franse taal tot doel hebben.

[...] ».

De verzoeker vraagt tevens de vernietiging van de bijbehorende gepubliceerde lijst van de programma's, wat betreft onderdeel 76, dat bepaalt :

« 76 - Vrije gesubsidieerde lagere scholen - Diverse subsidies

Subsidie aan instellingen die het onderwijs in de Franse taal tot doel hebben

[met vermelding van de uitgavenpost] ».

B.2. De verzoeker voert aan dat de bestreden bepalingen een bevoegdheidsoverschrijding inhouden. Om zijn belang bij de vernietiging te staven, beroept hij zich op een persoonlijk en functioneel belang.

B.3. Wat het functionele belang betreft, meent de verzoeker dat hij er als lid van het Vlaams Parlement belang bij heeft dat de bevoegdheden van het orgaan waarvan hij deel uitmaakt niet worden miskend. De bestreden bepalingen behoren immers tot de bevoegdheid van het Vlaams Parlement en niet tot de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap. De bestreden bepalingen zouden om die reden een ernstige aantasting van zijn parlementaire prerogatieven inhouden.

Uit artikel 2, 3°, van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof volgt dat de bijzondere wetgever de mogelijkheid voor de leden van de wetgevende vergaderingen om in rechte te treden heeft willen beperken door die mogelijkheid aan hun voorzitters voor te behouden, en op voorwaarde dat twee derden van de leden erom zouden verzoeken. Een lid van een wetgevende vergadering doet dus niet, in die enkele hoedanigheid, blijken van het vereiste belang om voor het Hof op te treden (zie o.a. arrest nr. 131/2003 van 8 oktober 2003, B.3.3, en arrest nr. 32/2012 van 1 maart 2012, B.3).

B.4. Wat het persoonlijke belang betreft, voert de verzoeker aan dat hij er als lid van het Vlaams Parlement belang bij heeft « om zijn stem op maximale wijze te kunnen laten horen in het ganse communautaire debat aangaande de respectering van de taalgrenzen en de organisatie en financiering van het onderwijs, om zijn persoonlijke stempel te drukken op het sport-, cultuur- en onderwijsbeleid inzake, om zijn taak als verkozene des volks behoorlijk te kunnen uitvoeren en om zijn parlementair controlerecht op normale wijze te kunnen uitoefenen ». Volgens hem moet hij, teneinde zijn geloofwaardigheid als specialist van het beleid met betrekking tot constitutionele zaken, het onderwijsbeleid en het beleid inzake taalaangelegenheden niet te verliezen, « over zo veel mogelijk aangelegenheden dienaangaande zijn advies en zijn mening [...] kunnen geven en [...] kunnen antwoorden op zoveel mogelijk vragen die zijn omgeving hem hieromtrent stelt ».

Het persoonlijke belang waarop de verzoeker zich beroept, verschilt niet wezenlijk van het voormelde functionele belang. De bestreden bepalingen raken niet aan prerogatieven die eigen zijn aan de individuele uitoefening van zijn mandaat.

B.5. De verzoeker doet derhalve niet van het vereiste belang blijken om beroep in te stellen tegen de betrokken bepalingen.

Om die redenen,

het Hof, beperkte kamer,

met eenparigheid van stemmen uitspraak doende,

verwerpt het beroep.

Aldus uitgesproken in het Nederlands, het Frans en het Duits, overeenkomstig artikel 65 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, op de openbare terechtzitting van 12 juli 2012.

De griffier,

P.-Y. Dutilleux

De voorzitter,

M. Bossuyt

Vrije woorden

  • Beroep tot gehele of gedeeltelijke vernietiging van het decreet van de Franse Gemeenschap van 15 december 2010 houdende de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2011, ingesteld door Joris Van Hauthem. Rechtspleging

  • Beroep tot vernietiging

  • Niet-ontvankelijkheid

  • Gebrek aan belang. # Grondwettelijk recht

  • Bevoegdheden van de gemeenschappen

  • Onderwijs

  • Inrichting, erkenning of subsidiëring.