- Arrest van 29 juni 2011

29/06/2011 - 2010 VZ 137

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

De Stedenbouwkundig Inspecteur heeft, als schuldeiser voor de reeds vervallen dwangsommen, een burgerlijke actie geformuleerd strekkende tot uit onverdeeldheid treden.

De actie zoals ondernomen door de Stedenbouwkundig Inspecteur is niet meer of minder dan de vordering die ook zijn schuldenaars van de dwangsommen vermochten te stellen nu immers niemand kan gedwongen worden in onverdeeldheid te blijven en het blijkbaar het stilzitten is van zijn schuldenaars dat aanleiding is tot die vordering. Het aangevochten arrest is dan ook de titel waarover de stedenbouwkundig inspecteur als schuldeiser beschikt ten aanzien van welbepaalde onverdeelde mede-eigenaars. Het komt de andere onverdeelde mede-eigenaars niet toe, onder het mom van een derdenverzet, die titel aan te vechten. Hun rechten op hun eigen onverdeeld aandeel blijven immers, ook na de gebeurlijk rechterlijk te bevelen vereffening en verdeling, onverkort en zij kunnen hun mogelijke onderlinge verrekeningen en aanspraken alsdan formuleren.


Arrest - Integrale tekst

Het Hof van Beroep, zitting houdende op 29 juni 2011

te Antwerpen, twaalfde kamer

(...)

DE ONTVANKELIJKHEID:

Het derdenverzet is tijdig: geen betekening van het arrest van 14 november 2007 aan de derdenverzetdoende partijen ligt voor; de dagvaarding in uit onverdeeldheidtreding zoals uitgebracht door de Stedenbouwkundig Inspecteur vermeldt weliswaar het bestaan van voormeld arrest doch hield geen betekening van dat arrest in.

Derdenverzet vereist dagvaarding aan alle partijen die in de bestreden beslissing zijn betrokken; te dezen was de rechtstreeks gedaagde partij in derdenverzet sub 4. zijnde mr. COENE Geert in zijn hoedanigheid van voorlopig bewindvoerder van de heer M.D.V geen partij in de bestreden beslissing zodat in elk geval de dagvaarding en vordering in zoverre gericht tegen deze partij niet ontvankelijk is.

De rechtstreeks dagende partijen in derdenverzet doen gelden dat zij belang hebben om tweeërlei redenen:

• door het tussengekomen arrest van 14 november 2007 zou zijn komen vast te staan dat het bewuste eigendom, ingevolge een akte van verdeling van 14 maart 1979 toebedeeld zijnde aan G.V. echtgenote R.P., niet de waarde zou hebben zoals die destijds zou zijn gebezigd binnen de grotere verdeling die partijen toen hebben bedongen en waardoor thans onenigheid tussen de betrokken partijen zou bestaan o.a. omtrent de opleg die destijds door G.V. werd betaald;

• de Stedenbouwkundig Inspecteur heeft, als schuldeiser van P.R. - V.G. voor de reeds vervallen dwangsommen ingevolge de bepalingen daartoe in voormeld arrest, een burgerlijke actie geformuleerd strekkende tot uit onverdeeldheid treden ten laste van de familie met betrekking tot diverse andere onroerende goederen waarin V.G. nog enig onverdeeld aandeel heeft teneinde alzo zijn schuldvordering op haar te kunnen realiseren; deze burgerlijke vordering zou kunnen leiden tot een gedwongen verkoping van die onverdeelde onroerende goederen waaronder een handelshuis te Hasselt, ...straat en volgens de rechtstreeks dagende partijen in derdenverzet zou dergelijke verkoping voor hen een catastrofe zijn gezien hun leeftijd.

Deze beweringen zijn evenwel niet van die aard dat dient aangenomen dat het geviseerde arrest de rechtspositie van de dagende partijen in derdenverzet aantast.

De actie zoals ondernomen door de Stedenbouwkundig Inspecteur is niet meer of minder dan de vordering die ook zijn schuldenaars van de dwangsommen vermochten te stellen nu immers niemand kan gedwongen worden in onverdeeldheid te blijven en het blijkbaar het stilzitten is van zijn schuldenaars dat aanleiding is tot die vordering; het te dezen geviseerde arrest is dan ook de titel waarover de stedenbouwkundig inspecteur als schuldeiser beschikt ten aanzien van welbepaalde onverdeelde mede-eigenaars en het komt de andere onverdeelde mede-eigenaars niet toe, onder het mom van een derdenverzet, die titel aan te vechten; hun rechten op hun eigen onverdeeld aandeel blijven immers, ook na de gebeurlijk rechterlijk te bevelen vereffening en verdeling, onverkort en zij kunnen hun mogelijke onderlinge verrekeningen en aanspraken alsdan formuleren.

Vermits de derdenverzetdoende partijen in realiteit beogen het bestreden arrest te horen teniet te doen in zoverre daarbij een herstelvordering werd opgelegd met daaraan gekoppeld de verbeurte van een dwangsom, deze vordering in realiteit enkel de wederrechtelijke instandhouding nastreeft en het behoud van een wederrechtelijke toestand waarvan in rechte definitief is vastgesteld dat hij strijdig is met de openbare orde en het algemeen openbaar belang; de bevolen herstelmaatregel is ook tegen te stellen aan de derdenverzetdoende partijen nu hij in rem werkt; derhalve is het beweerde belang van de derdenverzetdoende partijen alleszins niet rechtmatig.

(...)

Vrije woorden

  • Stedenbouwkundig Inspecteur

  • Herstelvordering gekoppeld aan dwangsom

  • Vervallen dwangsommen

  • Vordering tot uitonverdeeldheidtreding

  • Derdenverzet

  • Geen aantasting rechtspositie andere mede-eigenaars

  • Onrechtmatig belang

  • Onontvankelijk derdenverzet.