- Arrest van 5 april 2011

05/04/2011 - 2007AR3046

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Samenloop van contractuele en buitencontractuele aansprakelijkheid, bij schade die te dezen geleden door de ene contractant te wijten aan de fout van de andere contractant bij de schending van de algemene zorgvuldigheidsplicht, fout die een andere schade heeft veroorzaakt dan de schade die door de contractuele fout is veroorzaakt


Arrest - Integrale tekst

HET HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL

1e kamer,

A.R. Nr.: 2007/AR/3046

zetelend in burgerlijke zaken,

Rep. nr.: 2011/ na beraad, wijst volgend arrest:

INZAKE VAN:

E-LEASE N.V., met maatschappelijke zetel te 3980 TESSENDERLO, Transportstraat 6, ingeschreven met KBO-nummer 0464.071.952,

appellante,

vertegenwoordigd door Mr. SMETS K. Loco Mr. GEYSKENS Marc, advocaat te 3580 BERINGEN, Scheigoorstraat 5 ;

TEGEN:

E. L., wonende te

geïntimeerde,

vertegenwoordigd door Mr. HUWAERT Aurélie, advocaat te 3290 DIEST, Engelandstraat, 61 ;

SAMENVATTING. Samenloop van contractuele en buitencontractuele aansprakelijkheid, bij schade die te dezen geleden door de ene contractant te wijten aan de fout van de andere contractant bij de schending van de algemene zorgvuldigheidsplicht, fout die een andere schade heeft veroorzaakt dan de schade die door de contractuele fout is veroorzaakt

Gelet op de stukken van de rechtspleging, inz.:

- het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven (4de kamer) op verstek uitgesproken op 10 mei 2007, waarvan geen betekening wordt voorgelegd;

- het verzoekschrift tot hoger beroep, op 16 november 2007 ter griffie van het hof neergelegd;

- de conclusie van appellante;

- de conclusie van geïntimeerde.

Gehoord de advocaten van partijen ter openbare terechtzitting van 21 februari 2011 en gelet op de stukken die zij neerlegden.

I. Procedure

1. Appellante stelt hoger beroep in tegen het bestreden vonnis dat haar oorspronkelijke vordering ongegrond verklaart en haar veroordeelt in de gerechtskosten.

Appellante vordert met de hervorming van het bestreden vonnis, om haar oorspronkelijke vordering gegrond te verklaren en om geïntimeerde te veroordelen tot betaling aan haar van 17.655,65 euro (in ondergeschikte orde 12.641,75 euro) te vermeerderen met de vergoedende interest vanaf 26 november 2001 en de gerechtelijke interest alsook met alle kosten, inclusief de rechtsplegingsvergoeding in hoger beroep begroot op 1.100 euro.

Het hoger beroep werd tijdig en regelmatig ingesteld en is ontvankelijk.

2. Geïntimeerde besluit tot de ongegrondheid van het hoger beroep met veroordeling van appellante in alle kosten, inclusief de rechtsplegingsvergoeding in hoger beroep, begroot op 1.100 euro.

II. Relevante feitelijke gegevens

3. Het hof verwijst naar de uiteenzetting van de feiten in het bestreden vonnis.

Het geschil betreft de door appellante gevorderde schade berokkend aan een vrachtwagen die verhuurd werd aan de BVBA Mind-Ware voor de periode van 1 april tot 30 april 2002. Deze BVBA, waarvan geïntimeerde de zaakvoerder was, werd op 14 maart 2002 failliet verklaard.

Het voertuig werd beschadigd teruggevonden op 25 juli 2002 en op 6 augustus 2002 door de politiediensten vrijgegeven. Volgens expertiseverslag van 4 september 2002 van SGS Expertisegroep werd de schade aan het voertuig (vooraan) begroot op 5.277,40 euro.

Intussen had appellante klacht neergelegd tegen geïntimeerde op 21 mei 2002 wegens misbruik van vertrouwen en had geïntimeerde op 10 juni 2002 aangifte van diefstal gedaan.

Geïntimeerde werd bij arrest van 4 april 2007 door het hof van beroep te Antwerpen veroordeeld tot een gevangenisstraf van een jaar en een geldboete van 300 euro uit hoofde van volgende feiten:

A - op 10 juni 2002 valselijk een fictieve aangifte van diefstal inzake een geleasde trekker MAN te doen acteren door ... de lokale politie van Leuven, dit voertuig in werkelijkheid nooit gestolen zijnde, met bedrieglijk opzet valselijk te doen uitschijnen dat dit voertuig niet meer in zijn bezit is en zodoende de verduistering ervan opzichtens de leasingmaatschappij NV E-Lease te verdoezelen

B I - als zaakvoerder van de BVBA Mind-Ware, de boekhoudkundige stukken van de vennootschap hebben doen verdwijnen;

B II - in dezelfde hoedanigheid een gedeelte van de activa te hebben verduisterd voor een totale waarde van 35.300 euro;

C - op 26 november 2001 ten nadele van de NV E-Lease goederen bedrieglijk te hebben verduisterd of verspild, nl. een trekker MAN... die hem overhandigd (werd) onder verplichting (die) terug te geven of ze voor een bepaald doel te gebruiken of aan te wenden;

D -cheque zonder dekking.

Uit de overwegingen van het arrest blijkt dat geïntimeerde de feiten sub A, C en D niet betwistte (zie ook de conclusie die hij voor de correctionele rechtbank te Hasselt neerlegde).

III. Bespreking

4. Appellante beroept zich op artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek. De fout van geïntimeerde zou erin bestaan dat door enerzijds een valse aangifte te doen van de zogenaamde diefstal van de trekker en anderzijds de trekker gewoon onbewaakt op een onbeschermde plaats gedurende een half jaar te hebben laten stilstaan terwijl hij aan de curator had vermeld dat er geen activa meer was alsook dat de trekker gestolen was, hij er zelf voor gezorgd heeft dat de vrachtwagen beschadigd werd.

5. Geïntimeerde beroept zich op artikel 61 Venn.W., waaruit blijkt dat hij persoonlijk vrijgesteld is van elke aansprakelijkheid. Hij beroept zich verder minstens op zijn rechtspositie van "uitvoeringsagent" (van de BVBA Mind-Ware) zodat hij niet verantwoordelijk ken gesteld worden voor enige schade op grond van artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek.

6. Uit artikel 61 § 1 van de Vennootschappenwet volgt dat de vennootschappen door hun organen handelen. De leden van deze organen zijn niet persoonlijk verbonden voor de verbintenissen van de vennootschap.

7. Appellante heeft op 26 november 2001 een overeenkomst van "korte termijn verhuur" afgesloten met de BVBA Mind-Ware, vertegenwoordigd door geïntimeerde in zijn hoedanigheid van zaakvoerder. De maandelijkse huurprijs bedroeg 105.000 BEF (2.602,88 euro).

De huidige vordering in hoofdorde omvat de voertuigschade (hoofdsom 5.277,50 euro + BTW 1.108,25 euro) alsook de derving gedurende 245 dagen aan 46 euro per dag (11.270 euro) of een totaal van 17.655,75 euro te vermeerderen met de vergoedende interest vanaf 26 november 2001 en de gerechtelijke interest vanaf de dagvaarding.

De vordering in ondergeschikte orde omvat de voertuigschade (hoofdsom 5.277,50 euro + BTW 1.108,25 euro) alsook de derving gedurende 136 dagen aan 46 euro per dag (6.256,00 euro) of een totaal van 12.641,75 euro, te vermeerderen met dezelfde interest.

8. De omstandigheid dat de huurovereenkomst met de BVBA Mind-Ware afgesloten werd sluit een vordering van appellante op grond van de buitencontractuele aansprakelijkheid van de zaakvoerder niet uit.

Appellante is gerechtigd om vergoeding te vorderen van de schade die zij geleden heeft ingevolge het misdrijf gepleegd door geïntimeerde.

De schade die te dezen door appellante geleden werd is te wijten aan de fout van geïntimeerde bij de schending van de algemene zorgvuldigheidsplicht, fout die een andere schade heeft veroorzaakt dan de schade die door de contractuele fout is veroorzaakt . Te dezen staat het vast dat geïntimeerde op 26 november 2001, datum van het afsluiten van de huurovereenkomst in naam van de BVBA Mind-Ware, het misdrijf van misbruik van vertrouwen heeft gepleegd en het voertuig Man bedrieglijk heeft verduisterd. Geïntimeerde kan bezwaarlijk ontkennen dat hij de algemene zorgvuldigheidsplicht geschonden heeft.

9. Appellante had ingevolge deze feiten geen genot over het voertuig tussen 26 november 2001 en 6 augustus 2002, datum waarop zij bezit nam van de door de politiediensten vrijgegeven trekker en tijdens de drie dagen immobilisatie voor herstelwerken. De aanrekening van 245 dagen is dan ook niet overdreven. Een dagvergoeding van 46 euro is mede gelet op de huurwaarde van het voertuig redelijk begroot en wordt overigens in de rechtspraak algemeen aanvaard .

Geïntimeerde geeft geen uitleg voor de schade aan het voertuig en blijft in gebreke een derde oorzaak te bewijzen voor deze schade die zich voordeed tijdens de periode waar hij het voertuig onder zijn bezit had.

Het hoger beroep is gegrond.

10. De gerechtskosten:

Partijen begroten hun rechtsplegingsvergoeding op het basistarief van 1.100 euro , thans geïndexeerd.

De kosten van beide aanleggen worden ten laste gelegd van geïntimeerde, als in het ongelijk gestelde partij.

OM DEZE REDENEN,

HET HOF,

Gelet op art. 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken;

Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en gegrond.

Hervormt het bestreden vonnis, behoudens in zover het de vordering ontvankelijk verklaart en de kosten begroot.

Opnieuw rechtsprekend voor het overige, verklaart de vordering van appellante gegrond. Veroordeelt geïntimeerde tot betaling aan appellante van 17.655,75 euro te vermeerderen met de vergoedende interest vanaf 26 november 2001 en de gerechtelijke interest vanaf 27 maart 2007, datum van de dagvaarding.

Veroordeelt appellante in de gerechtskosten van beide aanleggen en begroot de gerechtskosten van het hoger beroep

- in hoofde van appellante op 186 euro rolrechten + 1.100 euro rechtsplegingsvergoeding en

- in hoofde van geïntimeerde op 1.100 euro rechtsplegingsvergoeding.

Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare burgerlijke terechtzitting van de eerste kamer van het hof van beroep te Brussel op 5 april 2011.

Waar aanwezig waren:

Dhr. E. Janssens de Bisthoven, Raadsheer,

Mevr. B. Heymans, Griffier.

B. Heymans E. Janssens de Bisthoven

Vrije woorden