- Arrest van 4 september 2012

04/09/2012 - 2011/AR/2289

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Arrest - Integrale tekst

DEEL IV

150. (i) In het licht van de proportionaliteit geven de bestreden beslissingen aan dat de verplichting om toegang te verlenen tot het digitale televisieplatform beperkt wordt tot de transmissie van televisieomroepsignalen en dat Belgacom, die zelf over een infrastructuur beschikt, wordt uitgesloten van de toegang.

Verder wordt overwogen dat de tijd en de kosten die nodig zijn om de infrastructuur te dupliceren aanzienlijk zijn en dat de factor ‘gezonken kosten' de duplicering economisch niet rendabel zou maken.

Ook wordt aangegeven dat het aanbod van omroepdiensten VDSL 2 technologie vergt, die wel ontbundeld wordt op subloopniveau, maar dat de ontwikkeling van zulk aanbod economisch niet rendabele investeringen zou vergen voor de alternatieve operator.

Ten aanzien van het beschikbaar worden van de multicastfunctionaliteit, wordt verder in aanmerking genomen dat het operationeel maken ervan een zekere tijd zowel als een ‘kritische massa' zal vergen.

Het door Telenet voorgehouden dubbel gebruik dat ze als factor van disproportionaliteit aanvoert, lijkt dus niet voorhanden.

In zoverre in dit verband nog wordt aangevoerd dat de ‘modified greenfield' benadering zou worden miskend -waarbij analyse van een markt rekening houdt met de ex ante regulering op een stroomopwaartse markt en aldus regulering op de retailmarkt wordt voorkomen via de regulering van de stroomopwaartse wholesalemarkt-, dient te worden opgemerkt dat de wholesaleverplichting op de markt van breedbandinternet zich ten aanzien van de retailmarkt van televisiesignalen niet situeert op een stroomopwaartse markt, maar op een parallelle markt van de notionele stroomopwaartse wholesalemarkt.

151. Nopens de kritiek inzake het averechtse effect op de investeringsprikkels, zowel voor de alternatieve operatoren als voor Telenet zelf, en de inperking van de eigen expansiemogelijkheden van deze laatste wegens de belasting van haar infrastructuur, worden in de bestreden beslissingen verschillende elementen afgewogen.

Er wordt aangegeven dat de capaciteit die vereist om de alternatieve operatoren hun aanbod te laten verschaffen niet zou verhogen omdat het aantal klanten niet noodzakelijk zal stijgen (er zal op de kabel wel verloop zijn van klanten tussen operatoren), dat de vraag naar analoge televisie zal verminderen en dat onredelijke verzoeken zullen kunnen geweigerd worden. Ook wordt overwogen dat innovatieve verzoeken van alternatieve operatoren voor de operator met aanmerkelijke marktmacht een bijkomende prikkel kunnen vormen om in zijn infrastructuur te investeren en dat hij de keuzevrijheid behoudt om bij verzoeken die technische innovatie vergen, zelf te bepalen op welke wijze hij ze zal oplossen.

Over de technische beperkingen ten slotte, die -anders dan in het geval van een DSL-netwerk- in het geval van verschillende aanbiedingen door operatoren voortvloeien uit het feit dat het spectrum van de kabel moet gedeeld worden en de beweerde hiermee voor haar gepaard gaande beperkingen, geeft Telenet slechts vage aanwijzingen en in elk geval citeert ze geen concrete strategische beperkingen die ze tijdens de gereguleerde periode zou moeten ondergaan.

152. Zodoende kan geen manifeste beoordelingsfout worden gezien in het gegeven dat de CRC aanvankelijk kiest voor een ‘dienstenconcurrentie' om op termijn kansen te geven aan een ‘infrastructuurconcurrentie'. In een eerste fase worden alternatieve operatoren in de mogelijkheid gesteld om met de SMP-operator te concurreren met dienstverlening op zijn eigen netwerk, zodat ze marktaandeel kunnen verwerven en met de aldus opgebouwde financiële middelen in een tweede fase te concurreren op basis de uitbouw van eigen innoverende infrastructuur.

De verplichting lijkt niet overbodig, noch disproportioneel.

153. (ii) Wat de doorverkoop betreft van analoge televisie geven de bestreden beslissingen aan dat de verplichting noodzakelijk is om tot een situatie van daadwerkelijke mededinging te komen op de relevante markt.

Het analoge televisienetwerk van de kabeloperatoren is economisch zeer moeilijk dupliceerbaar zodat andere operatoren dan de SMP-operator niet de mogelijkheid hebben om analoge televisie te leveren aan de eindklant, noch als aanvulling op een digitaal aanbod noch als zelfstandig aanbod met het oog op het promoten van elektronische-communicatiediensten.

Samengevat ligt volgens de CRC de noodzaak voor de verplichting in het belang van de analoge televisie in haar hefboomfunctie voor de mededinging: de alternatieve operatoren worden gehinderd om effectief te concurreren op de omroepmarkt indien ze niet kunnen genieten van de voordelen van analoge televisie: het grote aandeel van analoge kijkers in het totaal aantal kijkers, de voordelen van analoge tv en deze laatste in combinatie met een digitaal aanbod, analoge tv als aanknooppunt voor het aanbod van digitale tv-diensten. In 2010 opteerde nog 40% van de kijkers enkel voor analoge tv.

De maatregel wordt evenredig geacht omdat hij tamelijk eenvoudig is uit te voeren, de enig mogelijke is in de huidige stand van zaken om de analoge kijker te bereiken en niet langer van kracht blijft dan zolang de SMP operator het analoge aanbod handhaaft. Of de analoge tv op het kabelnetwerk van Telenet in de markt blijft, hangt aldus volledig van haarzelf af.

154. De boven reeds vermelde grieven van Telenet wegen niet op tegen de motieven die aangevoerd worden door de CRC.

Over het belang van analoge tv blijkt uit de bestreden beslissing dat van de Telenet-abonnees 30% tot 40 % loutere analoge kijkers zijn en dat 40 % tot 50% van haar kijkers zowel over de analoge als de digitale faciliteit beschikken, zodat 80 % tot 90 % van al haar abonnees analoog kunnen kijken.

De bedrijfsleider van Telenet heeft in mei 2010 zelf aangegeven dat analoge tv een belangrijk voordeel (kijken op verschillende toestellen) zou blijven bieden tijdens ‘de komende jaren' en dat de ondersteuning van dat aanbod mee het geringere klantenverloop verklaart. Het valt dan ook niet te voorzien dat het voordeel van analoge tv tijdens de gereguleerde periode substantieel zou afnemen.

Het staat ook buiten betwisting dat bij overstap van analoge naar digitale tv, slechts een gering aantal abonnees overstapt naar een andere operator.

De stelling van de CRC dat een zelfstandig analoog tv aanbod ook de andere operatoren de gelegenheid zal bieden om een analoog opgebouwd klantenbestand te laten migreren naar digitale tv en aldus gemakkelijker tot de markt toe te treden, lijkt ook niet voor ernstige kritiek vatbaar.

Ten slotte kan hierover worden vastgesteld dat in verband met de scheiding van de analoge en digit ale signalen op het kabelnetwerk Telenet het heeft over onredelijke kosten, maar hierover geen enkel becijferd gegeven verstrekt.

155. Over de insluiting van Belgacom in het aanbod tot doorverkoop van analoge tv, geeft de CRC aan dat Belgacom met haar nationaal IPTV platform niet beschikt over de mogelijkheid om analoge televisie aan te bieden en dat ze door het ontbreken van de analoge functionaliteit significant nadeel ondervindt om effectief met de kabeloperatoren te concurreren op de relevante retailmarkt.

De verleende toegang bezorgt haar aldus geen ongerechtvaardigd competitief voordeel, maar legt de concurrentiële lat op een significant technisch punt gelijk, zo luidt de stelling.

De ongelijkheid betreft de technische performantie van de systemen (kabel versus IP), die vanuit het oogpunt van de mogelijkheden die de analoge signalen bieden, aanzienlijk verschillen.

De beperkingen zijn inherent aan de bandbreedte van een DSL toegangslijn naar de eindgebruiker (type en kwaliteit van de koperkabel) en de afstand tot het wijk-contactpunt (DSLAM).

156. De kritiek van Telenet luidt dat de Europese Commissie in de toegang een ongerechtvaardigd bevoordelen zag van een historische operator en dat de regulerende instanties niet hebben onderzocht in welke mate de technische beperkingen van het IPTV-platform Belgacom effectief hinderen bij het effectief beconcurreren van de kabeloperatoren.

Ze wijst ook op de groei die Belgacom tijdens een periode van zes jaar kon realiseren, niettegenstaande de ontstentenis van een analoog aanbod, waaruit ze afleidt dat niets haar belet om effectief concurrentie te voeren.

De verplichting zou concurrentieverstorend werken doordat aan een operator die in drie van de vier segmenten van het multiple play aanbod dominant is (vaste telefonie, mobiele telefonie en breedband internet) toegang wordt verleend tot de kabelnetwerken.

157. In een vergelijkend schema geven de bestreden beslissingen de handicaps aan waartegen Belgacom aankijkt op het vlak van technische performantie van haar platform tegenover dat van de kabeloperatoren en die maken dat zij geen gelijkwaardig voordeel kan bieden als het geval is bij analoge tv: de technische hindernissen om twee of meer tv toestellen aan te sluiten, het combineren van kijken en opnemen, twee programma's tegelijk opnemen, genieten van digitale tv in high definition beeldkwaliteit, snelheidsverlies bij gelijktijdig surfen en tv kijken.

Het betreft significante handicaps vanuit het oogpunt van de concurrentiële wapengelijkheid, wegens het blijvende belang van de analoge tv.

Ze veroorzaken dat een deel van de kijkers vrede moet nemen met één aangesloten televisietoestel, en/of tot een eerder beperkte vorm van parallelle opname tijdens het kijken naar andere programma's (slechts voor een beperkt aantal zenders en met bewaring van de opname voor een beperkte tijd, namelijk 30 dagen). Ook vermindert het percentage van abonnees dat meerdere televisietoestellen kan aansluiten naargelang het aantal toestellen dat ieder van de abonnees effectief wil aansluiten en naargelang de aard van het signaal dat men verlangt (Standard Definition/High Definition).

158. Vanuit dit oogpunt beschouwd, bevoordeligt de verplichting Belgacom niet, maar elimineert ze een handicap waarop Belgacom geen greep heeft.

Overigens heeft de Europese Commissie over die maatregel geen afkeuring doen blijken, maar heeft ze om nadere redengeving gevraagd.

De stijging van het marktaandeel van Belgacom sedert 2006 (tot ongeveer 22% in haar dekkingsgebied volgens Telenet- in het derde trimester van 2011 had ze nationaal 1.139.000 tv abonnees) lijkt een natuurlijk gevolg van haar aanwezigheid op de markt en het goeddeels stabiele marktaandeel van Telenet (ruim 2.200.000 tv abonnees in haar dekkingsbied).

Verder is Telenet een operator met aanmerkelijke marktmacht en stoffeert zij niet nader hoe de mogelijke groei van Belgacom die zou voortvloeien uit haar toegang tot het analoge tv aanbod tot een verstoring van de markt aanleiding zou geven.

De conclusie daaruit is dat de appreciatie van het noodzakelijk en proportioneel karakter van de verplichting inzake toegang tot het analoge platform voor Belgacom evenmin een manifeste beoordelingsfout doet blijken als voor de andere operatoren.

159. (iii) Wat de verplichting inzake toegang tot het breedband internet betreft, geeft de CRC aan dat de doorverkoop van het breedbandaanbod wordt aanzien als een essentiële verplichting voor de efficiëntie van de verplichting inzake toegang tot het digitale platform die op de relevante retailmarkten wordt opgelegd en dat ze vereist is om het geïdentificeerde mededingingsprobleem te verhelpen, nu de ontwikkeling van de mededinging op de retailmarkten voor televisieomroep verloopt via de ontwikkeling van multiple play door andere operatoren dan de operator met aanmerkelijke marktmacht.

Wegens de convergentie van de digitale-televisieomroepdiensten met de breedbandinternetdiensten moet de eindgebruiker een volledig geïntegreerde dienst kunnen worden geboden op zijn tv-toestel. Wegens het toenemend belang dat de abonnee hecht aan de multiple-play aanbiedingen loopt een operator die niet het volledige gamma van diensten aanbiedt, het risico competitief in een bijzonder nadelige positie te verkeren.

160. De grieven van Telenet luiden: - dat de verplichting niet kon worden opgelegd zonder voorafgaande analyse van de betrokken markt voor wholesale doorverkoop van breedband internet, terwijl zulke analyse niet werd gemaakt, en dat de breedbandverplichting onmogelijk kan beschouwd worden als een accessorium bij de verplichting inzake de toegang tot het digitale platform

Ook geeft ze aan dat de verplichting niet noodzakelijk en proportioneel is.

De verplichting die de beslissing van de CRC inzake analyse van de stroomopwaartse breedbandmarkten oplegt aan Belgacom, bieden de alternatieve operatoren reeds de mogelijkheid om via eenzelfde netwerk multiple play aanbiedingen te formuleren en de verplichting belast Telenet en haar netwerk disproportioneel, zoals reeds vermeld inzake de verplichting tot toegang tot het digitaal platform.

Verder wordt betoogd dat de beslissingen niet aangeven dat met het toenemend belang van multiple play een concurrentieprobleem is gemoeid.

161. Op het punt van de geïncrimineerde verplichting geven de bestreden beslissingen in het bijzonder aan dat volgens de Europese Commissie en de ERG het naar omstandigheden nodig kan zijn, wanneer een regelgevende instantie een gebrek aan mededinging vaststelt, om aan een SMP operator een verplichting op te leggen ook buiten de geanalyseerde markt.

Op het met de onderzochte markt verbonden gebied kan een verplichting worden opgelegd indien ze een essentieel element vormt ter ondersteuning van de verplichtingen die zijn opgelegd op de onderzochte relevante markt, zonder welke dergelijke verplichtingen inefficiënt zouden zijn of indien een dergelijke verplichting tegelijk de meest geschikte, evenredige en efficiënte is om het mededingingsprobleem te verhelpen op de geïdentificeerde relevante markt.

De beslissingen verstrekken een beknopte analyse van de notionele wholesalemarkt van doorgifte van televisiesignalen en geven ook aan, onder verwijzing naar de beslissing van de CRC van 1 juli 2011 inzake de breedbandmarkten, dat de kabel en DSL niet tot eenzelfde wholesale breedbandmarkt behoren. Ze leggen ook uit waarom: de begunstigde van een wholesaleaanbod kan niet veranderen van provider wanneer hij wordt geconfronteerd met een lichte maar duurzame stijging van de wholesaleprijs.

162. Verder geven de beslissingen aan waarom de verplichting op de aanverwante breedbandmarkt van essentieel belang is om de andere verplichtingen die worden opgelegd op de retailmarkt van omroepsignalen effectieve draagwijdte te geven met het oog op het competitief maken van de geanalyseerde retailmarkt.

Het gaat erom breedbandinternet convergente diensten (geconnecteerde-televisiediensten) en multiple play aanbiedingen mogelijk te maken door de hiervoor vereiste toegang tot functionaliteiten op het netwerk van eenzelfde operator te realiseren. Is hiervoor toegang vereist tot verschillende netwerken, dan veroorzaakt zulks aanzienlijke nadelige effecten, waardoor het gebundelde aanbod tegen minder gunstige voorwaarden zou dienen te worden aangeboden aan de abonnee.

Dit laatste feitelijke gegeven wordt door Telenet overigens als zodanig niet in twijfel getrokken.

163. Met de aldus verstrekte motieven is meteen ook de noodzakelijkheid van de verplichting redelijk verantwoord.

Over de evenredigheid van de verplichting vermeldt de CRC dat van de SMP operator geen andere dienst wordt verwacht dan diegene die hij voor zichzelf aanbiedt, zodat er geen nieuwe processen dienen te worden ontwikkeld, maar enkel bestaande processen dienen te worden aangepast voor bestelling, installatie en herstelling bij de wholesaleklant.

Er gaat niet meer breedbandgebruik mee gepaard dan in het geval van een retailaanbod en de SMP operator wordt niet tot ruimere investeringen (bvb. inzake snelheid of bandbreedte) genoopt dan voor hemzelf dienstig zijn.

De technische en economische haalbaarheid van deze verplichting lijkt aldus niet ernstig betwistbaar en ook hier levert Telenet geen concrete gegevens die zouden moeten doen blijken dat haar netwerk of zijzelf disproportioneel worden belast. Inzonderheid kan zulks ook niet afgeleid worden uit het verslag-Van Dijk van 4 augustus 2011 houdende de analyse van de impact van de opgelegde verplichtingen, waarbij de last vanuit financieel oogpunt wordt ingeschat.

164. Ten slotte kan in het algemeen nog worden overwogen dat onevenredigheid van enige verplichting evenmin blijkt met betrekking tot de uitvoeringstermijn van zes maanden die werd toegekend om een referentieaanbod voor te stellen, hetgeen trouwens binnen de gestelde termijn is gebeurd.

Er liggen verder geen concrete gegevens voor waaruit zou kunnen blijken dat een uitvoeringstermijn van zes maanden om een goedgekeurd referentieaanbod effectief uit te voeren, disproportioneel belastend zou zijn.

165. Het algemeen besluit over de middelen die de opgelegde verplichtingen bekritiseren luidt dan dat ze niet ernstig lijken.

6. Het middel inzake Wolu-TV.

166. Ten slotte voert Telenet ook nog aan dat er een manifeste beoordelingsfout werd begaan in de beslissing betreffende het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad waar verplichtingen worden opgelegd in het verzorgingsgebied van Wolu TV.

Haar grief luidt dat in de gemeente Sint-Lambrechts-Woluwe niet zij de aanbieder is van analoge en digitale televisie, maar Wolu TV zelf.

In het verzorgingsgebied van Wolu TV biedt Telenet enkel interactieve diensten en extra betaalpakketten aan.

Ze noemt zich onderaannemer die stroomopwaartse technische diensten levert aan Wolu TV door het aanleveren van digitale signalen met het oog op transport naar het distributienetwerk van Wolu TV en het leveren van ondersteunende technische diensten. Wolu TV staat als enige in voor de klantenrelatie met de consument voor het digitale basisaanbod, bepaalt de prijs van het basisaanbod en staat als enige in voor de verwerving van de contentrechten.

De verplichting is volgens haar gericht tot de verkeerde rechtspersoon en iedere wettelijke grondslag zou ontbreken om haar als SMP operator te verplichten te onderhandelen met een andere operator over de toegang tot diens netwerk.

167. De geïncrimineerde beslissing stelt over Wolu TV dat Telenet met die netwerkoperator een partnerschap heeft en dat -om de redenen die als vertrouwelijk zijn aangegeven- er ‘reden is om te beschouwen dat het grondgebied van de gemeente Sint-Lambrechts-Woluwe geen afzonderlijke geografische markt vormt, maar samenvalt met de geografische markt van Telenet door de mate van afhankelijkheid van Wolu TV ten opzichte van Telenet en door hun verwante commerciële beleid.'

Verder wordt dan in de rubriek waarin de verplichtingen worden ontwikkeld bepaald dat voor het grondgebied van de gemeente Sint-Lambrechts-Woluwe, de verplichtingen voor Telenet als volgt worden gemoduleerd:

- inzake de doorverkoop van het aanbod voor analoge televisie wordt Telenet opgelegd om te onderhandelen met Wolu TV over de mogelijkheid om haar eigen wholesaleaanbod ook te kunnen aanbieden op het netwerk van Wolu TV;

- inzake de toegang tot het digitale platform en de toegang tot doorverkoop van het aanbod voor breedbandinternet wordt de verplichting enkel opgelegd voor de abonnees die ingingen op het aanbod van Wolu TV voor analoge televisie, voor zover er geen akkoord bestaat tussen Telenet en Wolu TV over het gebruik van het netwerk voor het wholesale aanbod van analoge tv.

168. In conclusies geeft de CRC te kennen dat op basis van de overeenkomst tussen Telenet en Wolu TV en de mate van afhankelijkheid van laatstgenoemde die daaruit blijkt, diende te worden besloten dat het grondgebied van de gemeente Sint-Lambrechts-Woluwe in feite behoort tot het verzorgingsgebied van Telenet.

Verder werd vastgesteld dat op de website van Wolu TV de firma Telenet vermeld wordt als leverancier van digitale televisie en internet.

169. Uit de voorliggende dossierstukken kan niet worden afgeleid dat de CRC niet naar rede kon oordelen dat de invloed die Telenet kan uitoefenen op het netwerk van Wolu TV van die aard is, dat het grondgebied van die betrokken gemeente tot de relevante geografische markt behoort die gevormd wordt door het verzorgingsgebied van Telenet.

De hybride situatie die in de gemeente Sint-Lambrechts-Woluwe heerst inzake het aanbod van omroepsignalen -de analoge signalen blijven buiten de invloedsfeer van Telenet, de digitale niet maar behoren wel tot eenzelfde relevante markt- lijkt er niet aan in de weg te staan dat Telenet er de positie van een SMP operator bekleedt zelfs indien hij geen rechtstreekse band onderhoudt met de eindgebruikers.

170. Het bedoelde grondgebied wordt onttrokken aan de verplichting opgelegd inzake doorverkoop van een aanbod voor analoge televisie aangezien Telenet er zelf niet de beschikking heeft over een netwerk en er geen analoge televisiesignalen aanbiedt.

In werkelijkheid hangt het van Wolu TV zelf af of op het grondgebied van de gemeente het kabelnetwerk open gesteld wordt voor andere aanbieders van analoge signalen, via het groothandelsaanbod dat door Telenet in het algemeen moet worden aangeboden.

Op dat punt wordt aan Telenet enkel een verplichting opgelegd om te onderhandelen, hetgeen haar op het eerste gezicht niet lijkt te kunnen schaden.

De verplichtingen inzake de toegang tot het digitale platform en het breedbandinternet worden logischerwijze beperkt tot de abonnees die met Wolu TV verbonden zijn voor analoge televisie, aangezien enkel laatstgenoemde contracteert met de eindgebruikers betreffende die diensten waarvan Telenet de levering verzekert en zijzelf geen wholesaleverplichtingen krijgt opgelegd.

171. Zodoende kan het middel niet de schorsing van de betrokken beslissing verantwoorden wat het analoge aanbod betreft, aangezien Telenet op dat vlak in werkelijkheid geen zelfstandige verplichting wordt opgelegd.

In zoverre de toegang tot het digitale platform en het breedbandinternet betreft, kan het middel evenmin tot schorsing van de geïncrimineerde verplichting leiden, aangezien Telenet die diensten reeds verstrekte aan de abonnees van Wolu TV, al dan niet als stroomopwaartse leverancier van diensten, en de beslissing derhalve op dat punt geen nieuwe verplichting inhoudt.

K. De ernstige en moeilijk te herstellen nadelige gevolgen.

172. Bij ontstentenis van een middel dat voldoende ernstig werd bevonden dient de tweede te vervullen voorwaarde, het veroorzaken van ernstige en moeilijk te herstellen gevolgen, niet nader te worden onderzocht.

Ten overvloede stelt het hof hierover niettemin het volgende vast.

De termijn die aan Telenet werd toegekend om een voorstel tot referentieaanbod in te dienen reeds verstreken was toen de voorliggende zaak werd behandeld en die termijn kon ook worden nageleefd.

Een volgende uitvoeringstermijn van zes maanden begint eerst te lopen nadat de beslissing van de betrokken regulerende instantie over de kwalitatieve aspecten van het voorstel zal in werking treden.

173. Verder moet worden opgemerkt dat in het verslag Van Dijk (augustus 2011) waarin een opgave wordt verstrekt van de bedrijfsinitiatieven die moe(s)ten worden genomen (organisatorische en operationele ingrepen, ook inzake netwerk en personeel) geen elementen worden aangebracht waaruit zou moeten blijken dat de gewone bedrijfsactiviteit zelf van Telenet significant zou lijden onder de uitvoering van haar verplichtingen.

Er wordt gewag gemaakt van interne projecten die waarschijnlijk zouden moeten uitgesteld worden en van schade aan klanten, maar zes maanden later wordt in conclusies van zulke effectief uitgestelde projecten of effectieve aan klanten berokkende schade door Telenet geen gewag gemaakt.

Onder meer wordt ook aangehaald dat 25% tot 35% van de kritische personen binnen Telenet geïmpacteerd (zullen) zijn door het CRC besluit, maar die hypothese gaat ervan uit dat de uitvoering van de verplichtingen enkel zal gebeuren door personeel dat reeds in dienst is.

De financiële impact ervan wordt geraamd op 38 miljoen euro aan niet recupereerbare kosten (gezonken kosten) en een veelvoud hiervan aan niet voorzienbare en vervroegde capaciteitsuitbreidingen, maar de becijfering houdt geen rekening met de opbrengsten die zullen gegenereerd worden door de activering van het referentieaanbod voor de alternatieve operatoren die erom verzoeken.

Ze houdt evenmin rekening met de voordelen die eventuele vervroegde capaciteitsuitbreiding aan Telenet zelf ook toevallen.

174. In het algemeen kan uit die geraamde gegevens worden afgeleid dat de bedrijfsstoornis die voor Telenet volgt uit de bestreden beslissingen en die onterecht zou worden geleden, mocht blijken dat de beslissingen dienen te worden vernietigd, in bepaalde opzichten haar bedrijvigheid terdege raakt, maar voor geen van haar afdelingen de werking ervan bedreigt.

Tijdens de periode die sedert de dagvaarding de datum van uitkomst van de bodemprocedure overspant, blijft het evenwel bij ramingen en is de geschatte impact van de bestreden beslissingen daarenboven enkel van financiële aard.

Zodoende, zou een middel niettemin voldoende ernstig zijn gebleken, dan zou het niettemin geen schorsing kunnen verantwoorden bij ontstentenis van vervulling van de voorwaarde inzake de ernst van de gevolgen.

L. Algemeen besluit.

175. De vordering van Telenet tot schorsing van de bestreden beslissingen is ontvankelijk maar ongegrond en wordt verworpen.

De tussenkomsten door Belgacom en Mobistar, die strekken tot ondersteuning van de CRC zijn ontvankelijk en gegrond in zoverre de vordering tot schorsing betreft.

De tussenkomsten door Tecteo, Brutélé en AIESH, die strekken tot ondersteuning van het standpunt van Telenet zijn ontvankelijk maar ongegrond in zoverre de vordering tot schorsing betreft.

176. Nu de schorsingsvordering een onderdeel vormt van eenzelfde rechtspleging waarbij de vernietiging van een bestreden beslissing wordt nagestreefd, geeft de behandeling ervan geen aanleiding tot begroting van gedingkosten.

177. De behandeling van de grond van de vordering wordt later vastgesteld nadat partijen de zaak daartoe zullen hebben gereed gemaakt.

OM DEZE REDENEN,

HET HOF,

Beslist na tegenspraak,

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken,

Ontvangt de vorderingen tot vernietiging van de bestreden beslissingen,

Ontvangt de tussenkomsten,

Ontvangt de vorderingen tot schorsing van de bestreden beslissingen, maar verwerpt ze.

Verklaart de tussenkomsten door Mobistar en Belgacom gegrond en de tussenkomsten door Tecteo, AIESH en Brutélé ongegrond wat de schorsingsvordering betreft.

Houdt elke andere beslissing aan.

Aldus gevonnist en uitgesproken op de openbare terechtzitting van de achttiende kamer op 4 september 2012,

Waar aanwezig waren :

- Dhr. P. BLONDEEL, kamervoorzitter

- Dhr. E. BODSON, raadsheer,

- Dhr. Y. HERINCKX, plaatsvervangend raadsheer,

- Mev. D. VAN IMPE, griffier.

VAN IMPE HERINCKX

greffier.

BODSON BLONDEEL

Indeling van de tekst en aanvangsnummers van de rubrieken:

A. Beknopt overzicht van de rechtspleging voor het hof. 1.

B. De situering van de beroepen en van de bestreden

beslissingen. 6.

C. Het weren van conclusies en de grief betreffende de

toegang tot stukken uit het administratief dossier. 12.

D. De feitelijke context en de draagwijdte van de

beslissingen. 15.

E. De vordering van Telenet. 42.

F. Het standpunt van de CRC. 46.

G. De standpunten van de tussenkomende partijen. 55.

H. Het toepasselijke kader van de regelgeving. 70.

I. De voorwaarden voor de vordering. 72.

J. Beoordeling van de ernst van de middelen. 80.

1. Het middel betreffende de schending van het Europese

regelgevende kader. 80.

2. Middelen die de formele geldigheidsvereisten van de

bestreden beslissingen betreffen. 81.

a) Het onpartijdigheidsbeginsel. 83.

b) De schending van de taalwetgeving in bestuurszaken. 86.

c) De schending van de Bijzondere Wet Hervorming der

Instellingen van 8 augustus 1980. 91.

3. Middelen geput uit de schending van voorschriften

betreffende het beslissingstraject. 99.

4. Middelen betreffende tekortkomingen aan de formele

motiveringsplicht.

a) inzake de opmerkingen van de Europese Commissie 108.

b) inzake de gescheiden boekhouding. 122.

5. Middelen die de marktanalyse zelf betreffen. 123.

a) de relevante markten 123.

b) vaststelling van de AMM en de toepassing van de drie

criteriatest 137.

c) betreffende de opgelegde verplichtingen. 148.

6. Middel inzake Wolu TV. 166.

K. De ernstige en moeilijk te herstellen nadelige gevolgen. 172.

L. Algemeen besluit. 175.

o o o o o o o o o

Vrije woorden

  • Deel IV

  • Conferentie der Regulatoren van de Elektronische Communicatiesector (CRC)

  • onpartijdigheidsbeginsel

  • taalgebruik bestuurszaken

  • openbare raadpleging

  • formele motiveringsplicht

  • Samenwerkingsakkoord van 17 november 2006

  • doorverkoop breedband internet

  • doorverkoop digitale televisieplatform

  • doorverkoop analoge televisie

  • referentieaanbod

  • elektronisch communicatienetwerk

  • elektronische communicatiedienst

  • marktanalyse en SMP-analyse

  • ketensubstitutie-effect

  • drie criteriatest

  • notionele stroomopwaartse wholesalemarkt van doorgifte van televisiesignalen

  • multiple-play

  • dekkingsgebied

  • toetredings- en overstapdrempels

  • moeilijk te herstelling ernstig nadeel