- Arrest van 20 maart 2013

20/03/2013 - 2011AR433

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Het hof oordeelt dat het risico waarvan sprake in artikel 6 van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst de toekomstige, onzekere en mogelijke gebeurtenis is waarvan de verwezenlijking buiten de wil van de verzekeringsnemer, de verzekerde of de begunstigde valt, waaruit het schadegeval ontstaat en waarvan de prestatie van de verzekeraar afhangt.

Het gaat niet om het risico van insolvabiliteit. Insolvabiliteit is geen gebeurtenis waarvan de prestatie van de verzekeraar in casu afhangt. Het verzekerde risico is niet insolvabiliteit.

Uit die bepaling blijkt dat de verzekeringsovereenkomst alleen nietig is wanneer de verzwijging of de onjuiste mededeling betrekking hebben op een gegeven dat van belang is voor de beoordeling van het verzekerde risico.

Wanneer in één en dezelfde overeenkomst verschillende risico's worden verzekerd en de verzwijging of de onjuiste mededeling enkel van invloed zijn geweest op de beoordeling van sommige ervan, is de nietigheid van de overeenkomst beperkt tot de verzekering van de risico's waaromtrent de verzekeraar is misleid.

Het hof oordeelt dat het stellen van een bepaalde vraag, in casu het stellen van de vraag naar een opzegging door de vorige verzekeraar en naar de reden daarvan, inhoudt dat de verzekeraar aan het betreffende gegeven belang hecht. Zo niet, had hij de vraag niet gesteld.

Het hof oordeelt dat de verzekeraar ook aantoont dat het juiste antwoord op de vraag van belang is bij de beoordeling van het risico brand.

De structurele insolvabiliteit is een element dat de kans vergroot dat de omstandigheid zich zal voordoen dat de verzekerde er op een dag zou worden toe gebracht betrokken te zijn bij opzettelijke brandstichting. De structurele insolvabiliteit verhoogt de kans dat de verzekeringsnemer een belang heeft bij het zich voordoen van het verzekerde risico brand.


Arrest - Integrale tekst

2011/AR/433

AXA BELGIUM NV, met maatschappelijke zetel te 1170 BRUSSEL, Vorstlaan 25, KBO-nummer 0404.483.367

appellante,

vertegenwoordigd door Mr. FRANSSEN Pierre, advocaat te 3700 TONGEREN, Albertwal 23

tegen het vonnis van de Rechtbank van koophandel te Tongeren van 14 december 2010

tegen

FANTASIA FASHION WELLEN BVBA, met maatschappelijke zetel te 3690 ZUTENDAAL, Onze-Lieve-Vrouwestraat 14 bus 2, KBO-nummer 0463.873.695

geïntimeerde,

vertegenwoordigd door Mr. THIERY Y. loco Mr. RAYMAEKERS Filip, advocaat te 3000 LEUVEN, Maria-Theresiastraat 34 A

ter zitting van 7 februari 2013 is ook de zaakvoerster van de bvba Fantasia Fashion Wellen, Mevr. An Senden, aanwezig

***

1. De feiten en de voorafgaande rechtspleging in eerste aanleg.

Het hof verwijst naar de samenvatting van de feiten en van de vorderingen die aan de grondslag liggen van de geschilpunten zoals die door het hof in zijn tussenarrest van 19 september 2012 werden aangehaald en omschreven.

Het hof verwijst eveneens naar de voorgaande akten van de rechtspleging die eveneens in het tussenarrest van 19 september 2012 werden aangehaald en omschreven.

Al deze vermeldingen worden als herhaald beschouwd.

Zeer bondig betreft het geschil wat volgt.

NV Axa Belgium, voorheen NV Winterthur Europe Verzekeringen, sloot met bvba Fantasia Fashion Wellen een verzekeringsovereenkomst met onder meer de waarborg "brand".

Bvba Fantasia Fashion Wellen bvba heeft aanspraak gemaakt op omvangrijke verzekeringsprestaties onder de waarborg "brand" voor een brand in haar bedrijfsgebouw te Wellen op 15 november 2005. Hierbij liep vooral de voorraad kleding schade op.

Bvba Fantasia Fashion Wellen heeft als hoofdeiseres de veroordeling gevorderd van NV Axa Belgium tot betaling van verzekeringsprestaties.

NV Axa Belgium heeft een tegeneis ingesteld strekkende tot nietigverklaring van de verzekeringsovereenkomst op grond van artikel 6 van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst.

De eerste rechter heeft in het bestreden vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Tongeren van 14 december 2010 NV Axa Belgium veroordeeld tot betaling aan bvba Fantasia Fashion Wellen van een provisionele som van euro 175.000, vermeerderd met moratoire rente aan de wettelijke interestvoet vanaf 15 november 2005 tot 15 oktober 2008 en van dan af met de gerechtelijke intresten aan de wettelijke interestvoet tot op de dag van de betaling.

De eerste rechter heeft zijn beslissing over het meergevorderde aangehouden.

Hij oordeelde dat de zaak niet in staat was met betrekking tot de omvang van de schade.

De eerste rechter heeft de tegeneis van NV Axa Belgium tot nietigverklaring van de verzekeringsovereenkomst ongegrond verklaard.

De eerste rechter oordeelde dat de verzekeraar niet bewees dat de bvba Fantasia Fashion Wellen tekort gekomen was aan haar mededelingsplicht, meer bepaald dat zij correct negatieve antwoorden gaf op de vragen in het verzekeringsvoorstel of er zich meer dan drie schadegevallen voordeden in de diverse verzekeringstakken in de voorbije drie jaar. De eerste rechter oordeelde dat bvba Fantasia Fashion Wellen correct antwoordde op de vraag of zich niet meer dan twee schadegevallen in dezelfde verzekeringstak hadden voorgedaan in de periode van de laatste drie jaar.

De eerste rechter oordeelde ook dat bvba Fantasia Fashion Wellen aan de verzekeraar meldde dat de voorgaande polis van Fortis werd opgezegd wegens wanbetaling van de premie. Volgens de eerste rechter doet het er niet toe dat de opgegeven reden van de wanbetalingen ten aanzien van de vorige verzekeraar, met name financiële problemen wegens openbare werken in Wellen, wellicht niet helemaal juist was.

De eerste rechter besloot tot de gehoudenheid van de verzekeraar.

2. De voorafgaande rechtspleging in hoger beroep.

2.1. NV Axa Belgium heeft op 9 februari 2011 hoger beroep ingesteld

2.2. De eisen in hoger beroep, het voorwerp van het hoger beroep van NV Axa Belgium en het voorwerp van het incidenteel beroep van bvba Fantasia Fashion Wellen werden omschreven in het tussenarrest van 19 september 2012. Het hof verwijst daarnaar.

2.3. In het tussenarrest van 19 september 2012 heeft het hof geoordeeld dat bvba Fantasia Fashion Wellen niet tekort is geschoten aan haar mededelingsplicht wat betreft de voorafgaande schadegevallen.

2.4. In het tussenarrest van 19 september 2012 heeft het hof het hoger beroep van NV Axa Belgium toelaatbaar verklaard.

In het tussenarrest van 19 september 2012 heeft het hof beslist dat bvba Fantasia Fashion Wellen opzettelijk onjuiste informatie heeft verstrekt over de opzegging van eerdere verzekeringsovereenkomsten door de vroegere verzekeraar wegens wanbetalingen.

Het hof heeft geoordeeld dat de werkelijke oorzaak van de wanbetalingen, die zich ten aanzien van de vorige verzekeraar voordeden in 2004 en 2005, verborgen werd gehouden en vervangen werd door een gefingeerde oorzaak van tijdelijke aard en externe oorsprong (de wegeniswerken in Wellen) waarvan bvba Fantasia Fashion Wellen kon verwachten dat de kans op aanvaarding door de verzekeraar van het verzekeringsvoorstel groter was dan bij opgave van de werkelijke oorzaken en omstandigheden.

Het hof heeft verder in het tussenarrest overwogen:

"Bij een eerste benadering komt het aan het hof voor dat niet uit te sluiten is dat de mededelingsplicht over ‘gegevens die van invloed kunnen zijn op de beoordeling van het risico door de verzekeraar' (artikel 5 wet op de landverzekeringsovereenkomst) en ook "gegevens over het risico" (artikel 6 wet op de landverzekeringsovereenkomst) enkel slaan op het te verzekeren risico en niet op het ‘risico' voor de verzekeraar dat de verzekeringsnemer niet solvabel genoeg zal zijn om zijn verbintenis tot betaling van de verzekeringspremie na te komen.

In dat geval zou dan, mogelijk, te dezen de nietigheidssanctie van artikel 6 wet op de landverzekeringsovereenkomst niet van toepassing zijn.

Eventueel is dan na te gaan of er sprake is van bedrog, wat Axa ook heeft aangehaald, maar dan op de gemeenrechtelijke grond van artikel 1116 van het Burgerlijk Wetboek.

Over deze ambtshalve aangevoerde kwestie hebben partijen geen verweer kunnen voeren. Zij moet verder in staat van wijzen worden gebracht.

Het hof ziet zich verplicht de debatten te heropenen."

Het hof heeft de debatten heropend teneinde partijen te horen in hun middelen en verweer over:

- de toepasbaarheid of de niet-toepasbaarheid te dezen van artikel 6 wet op de landverzekeringsovereenkomst op de onjuiste mededeling in het verzekeringsvoorstel van 16/09/2005, aangevuld met de vrije tekst;

- de toepasbaarheid of de niet-toepasbaarheid van artikel 1116 van het burgerlijk wetboek op de onjuiste mededeling in het verzekeringsvoorstel van 16/09/2005, aangevuld met de vrije tekst.

2.5. Het voorwerp van de eisen op hoofdberoep en op incidenteel beroep is na het tussenarrest onveranderd gebleven in vergelijking met het voorwerp omschreven in het tussenarrest van 19 september 2012.

NV Axa Belgium heeft als aanvullende ondergeschikte rechtsgrond van haar eis tot nietigverklaring van de verzekeringsovereenkomst artikel 1116 Burgerlijk Wetboek aangevoerd.

De zaak werd na tussenarrest behandeld op de terechtzitting van 27 februari 2013.

3. Beoordeling van het geschilpunt of artikel 6 van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst al dan niet van toepassing is op de onjuiste mededeling in het verzekeringsvoorstel van 16 september 2005, aangevuld met de vrije tekst.

3.1. Het hof onderzoekt de vraag of NV Axa Belgium bewijst dat de onjuiste informatie over de redenen van de wanbetaling van de premie bij de vorige verzekeraar een onjuiste mededeling is van gegevens over het risico, die de kandidaat-verzekeringsnemer moet meedelen in toepassing van artikel 5 van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst, en of de onjuiste mededeling de verzekeraar misleidt bij de beoordeling van het risico.

3.2. Het hof oordeelt dat het risico waarvan sprake in artikel 6 van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst de toekomstige, onzekere en mogelijke gebeurtenis is waarvan de verwezenlijking buiten de wil van de verzekeringsnemer, de verzekerde of de begunstigde valt, waaruit het schadegeval ontstaat en waarvan de prestatie van de verzekeraar afhangt.

Het gaat niet om het risico van insolvabiliteit. Insolvabiliteit is geen gebeurtenis waarvan de prestatie van de verzekeraar in casu afhangt. Het verzekerde risico is niet insolvabiliteit.

3.3. Het hof stelt vast dat in de verzekeringsovereenkomst verschillende risico's worden gedekt. Het risico arbeidsongevallen, het risico aansprakelijkheid, het risico rechtsbijstand, het risico vervoer en verblijf van waarden, het risico diefstal en het risico brand zijn gedekt.

Artikel 6, eerste lid, van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst bepaalt dat, wanneer het opzettelijk verzwijgen of het opzettelijk onjuist meedelen van gegevens in de aangifte die de verzekeringnemer moet doen overeenkomstig artikel 5 van genoemde wet, de verzekeraar misleiden bij de beoordeling van het risico, de verzekeringsovereenkomst nietig is.

Uit die bepaling blijkt dat de verzekeringsovereenkomst alleen nietig is wanneer de verzwijging of de onjuiste mededeling betrekking hebben op een gegeven dat van belang is voor de beoordeling van het verzekerde risico.

Wanneer in één en dezelfde overeenkomst verschillende risico's worden verzekerd en de verzwijging of de onjuiste mededeling enkel van invloed zijn geweest op de beoordeling van sommige ervan, is de nietigheid van de overeenkomst beperkt tot de verzekering van de risico's waaromtrent de verzekeraar is misleid.

3.4. NV Axa Belgium heeft in het kader van artikel 6 van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst de bewijslast dat het meedelen van de reden van de wanbetaling van de vorige verzekeraar een mededeling is die de kandidaat-verzekeringsnemer moet doen overeenkomstig artikel 5 van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst. Alleen op die mededelingen is artikel 6 van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst van toepassing.

3.5. Het hof stelt vast dat NV Axa Belgium in het verzekeringsvoorstel gevraagd heeft of vorige verzekeraars de verzekering hebben opgezegd en gevraagd heeft naar de reden daarvan.

Omdat er uitdrukkelijk naar gevraagd werd oordeelt het hof dat het een gegeven is dat moest meegedeeld worden en juist moest meegedeeld worden.

De juiste reden van de opzegging van de verzekeringsovereenkomst door de vorige verzekeraar valt, rekening houdende met het gegeven dat de vraag in het verzekeringsvoorstel wordt gesteld, onder de mededelingen die krachtens artikel 5 moeten gedaan worden en juist moeten gedaan worden.

Anders dan bvba Fantasia Fashion Wellen aanvoert oordeelt het hof dat het stellen van een bepaalde vraag, in casu het stellen van de vraag naar een opzegging door de vorige verzekeraar en naar de reden daarvan, inhoudt dat de verzekeraar aan het betreffende gegeven belang hecht. Zo niet, had hij de vraag niet gesteld.

Het hof oordeelt dat NV Axa Belgium ook aantoont dat het juiste antwoord op de vraag van belang is bij de beoordeling van het risico brand. Het is bij het sluiten van de overeenkomst dat de onzekere aard van het zich voordoen van het risico ‘brand' dient beoordeeld te worden. De structurele insolvabiliteit is een element dat de kans vergroot dat de omstandigheid zich zal voordoen dat de verzekerde er op een dag zou worden toe gebracht betrokken te zijn bij opzettelijke brandstichting. De structurele insolvabiliteit verhoogt de kans dat de verzekeringsnemer een belang heeft bij het zich voordoen van het verzekerde risico brand.

Het middel van bvba Fantasia Fashion Wellen dat er geen enkel element is dat in casu wijst op een opzettelijke brandstichting is niet relevant. Dit is niet relevant omdat het middel uitgaat van een beoordeling van het risico zoals het zich in werkelijkheid heeft voorgedaan. Het middel van bvba Fantasia Fashion Wellen gaat om een beoordeling op een onjuist tijdstip. De beoordeling bedoeld in artikel 5 en 6 van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst is een beoordeling op het tijdstip van het aangaan van de overeenkomst, op basis van de meegedeelde gegevens van de kans op het zich voordoen van het risico brand. De kans dat het risico brand zich voordoet bij een structureel insolvabele kandidaat-verzekeringsnemer is groter dan de kans dat het risico brand zich voordoet bij een kandidaat verzekeringsnemer, die structureel solvabel is en enkel wegens werken in het dorp tijdelijk minder omzet draait.

Het hof heeft in het tussenarrest van 19 september 2012 reeds beslist dat bvba Fantasia Fashion Wellen de werkelijke oorzaak van de wanbetalingen, die zijn voorgekomen in 2004 en 2005, verborgen heeft gehouden en vervangen heeft door een gefingeerde oorzaak van tijdelijke aard en externe oorsprong, waarvan bvba Fantasia Fashion Wellen kon verwachten dat de kans van aanvaarding door de verzekeraar van het verzekeringsvoorstel groter was dan in geval bvba Fantasia Fashion Wellen de werkelijke oorzaken en omstandigheden had meegedeeld. Het hof heeft in het tussenarrest van 19 september 2012 reeds beslist dat bvba Fantasia Fashion Wellen bij het indienen van de vragenlijst de ware omstandigheden van beide opzeggingen kende, zodat zij wetens en willens een antwoord heeft gegeven dat onjuist was.

Het hof heeft in het tussenarrest van 19 september 2012 reeds beslist dat bvba Fantasia Fashion Wellen door haar uitdrukkelijk ontkennend antwoord op de vraag in kwestie naar de opzeggingen en de reden van de opzegging, en door de deels corrigerende maar tegelijk ook onvolledige en verhelende verklaring in de vrije tekst, die als bijlage bij het verzekeringsvoorstel was gevoegd, opzettelijk onjuiste informatie heeft verstrekt.

Het hof oordeelt in onderhavig arrest dat de mededeling van de juiste reden van de opzegging een mededeling was die bvba Fantasia Fashion Wellen bij toepassing van artikel 5 van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst moest doen en het hof oordeelt dat bvba Fantasia Fashion Wellen de juiste mededeling van de reden van de opzegging redelijkerwijze moest beschouwen als een gegeven dat van invloed kan zijn op de beoordeling van het risico brand door de verzekeraar. Zo niet zou er niet uitdrukkelijk naar gevraagd zijn.

Het hof komt tot de conclusie dat te dezen artikel 6 van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst van toepassing is en dat de toepassingsvoorwaarden van artikel 6 van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst vervuld zijn.

Het hof heeft in onderhavig arrest reeds gemotiveerd dat het stellen van de vraag naar de opzegging door een vorige verzekeraar en naar de reden van de opzegging voor de kandidaat-verzekeringsnemer duidelijk maakt dat die vraag een gegeven betreft dat redelijkerwijs door de kandidaat-verzekeringsnemer moet beschouwd worden als een gegeven dat van invloed kan zijn op de beoordeling van het risico door de verzekeraar. Bvba Fantasia Fashion Wellen was zich daarvan bewust. Zij ondertekende in het verzekeringsvoorstel dat er geen opzeggingen waren door vorige verzekeraars. In een niet ondertekende vrije tekst gehecht aan het verzekeringsvoorstel is bepaald: "De maatschappij is niet verbonden door de inhoud van deze vrije tekst. Winterthur is op de hoogte van het feit dat Fortis de polissen vernietigde wegens wanbetaling. Tijdelijke problemen door langdurige werken in de dorpskom van Wellen".

Er zijn dus nog contacten geweest die hebben geleid tot deze vrije tekst. Het hof heeft in zijn arrest van 19 september 2012 reeds beslist dat deze meegedeelde gegevens in de vrije tekst onvolledig en verhelend zijn en een opzettelijke onjuiste mededeling uitmaken.

Anders dan bvba Fantasia Fashion Wellen aanvoert moest de kandidaat-verzekeringsnemer redelijkerwijs het juiste antwoord op de vragen op de redenen van de opzegging beschouwen als een gegeven dat van invloed kan zijn op de beoordeling van het risico brand door de verzekeraar. Er werd immers uitdrukkelijk naar gevraagd en afwezigheid van structurele insolvabiliteit is in die omstandigheden door de kandidaat-verzekeringsnemer redelijkerwijs niet alleen te beschouwen als een risico voor de verzekeraar op het niet bekomen van de betaling van de premies, maar ook op de kans dat de onzekere gebeurtenis brand zich voordoet. Een structureel insolvabele kandidaat-verzekeringsnemer weet zeer goed dat hij mogelijks uit de financiële problemen zou kunnen geraken indien hij een verzekeringsprestatie zou kunnen bekomen voor het risico brand, indien dat risico zich zou voordoen.

Het is juist zoals bvba Fantasia Fashion Wellen aanvoert dat een wanbetaling van premies verschillende oorzaken kan hebben. Het is daarom dat de verzekeraar in het verzekeringsvoorstel naar de reden van de opzegging van verzekeringsovereenkomsten heeft gevraagd en het is daarom dat bvba Fantasia Fashion Wellen met opzettelijke onjuiste opgave van de reden, de verzekeraar heeft beïnvloed om toch het verzekerde risico brand te dekken. De kans op het gegeven dat het risico brand zich zou voordoen is kleiner indien, zoals bvba Fantasia Fashion Wellen onjuist meedeelde, de financiële problemen van tijdelijke aard zijn.

De bijlage aan het verzekeringsvoorstel, zijnde de vrije tekst, toont aan dat er contacten zijn geweest omdat de verzekeraar wel degelijk inzicht wou hebben in de reële oorzaken van de wanbetalingen en dit specifiek met betrekking tot de financiële toestand van bvba Fantasia Fashion Wellen. Het hof heeft reeds geoordeeld dat te dezen de financiële toestand van de kandidaat-verzekeringsnemer door de kandidaat-verzekeringsnemer redelijkerwijs moet beschouwd worden als een gegeven dat van invloed is op de beoordeling van het zich voordoen van het risico brand, omdat het risico brand zich eerder kan voordoen bij insolvabele kandidaat-verzekeringsnemers.

Het is juist dat de gevolgen van niet betaling van de premies geregeld zijn in artikel 14 van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst. Dit is echter niet relevant. Relevant is in het kader van artikel 6 van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst enkel of de gegevens die opzettelijk onjuist werden meegedeeld vallen onder de mededelingsplicht van artikel 5 van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst en of deze de verzekeraar hebben misleid bij de beoordeling van het risico.

Bvba Fantasia Fashion Wellen voert nog aan dat NV Axa Belgium niet aantoont dat zij zich ten tijde van de opzegging van de verzekeringsovereenkomst door Fortis ook effectief in een verslechterde solvabiliteitspositie bevond.

Dit middel treft geen doel, omdat het hof reeds heeft geoordeeld in het tussenarrest van 19 september 2012 dat de werkelijke oorzaak van de wanbetalingen, die zijn voorgekomen in 2004 en in 2005, verborgen gehouden werden en vervangen werden door een gefingeerde oorzaak van tijdelijke aard en externe oorsprong, waarvan bvba Fantasia Fashion Wellen kon verwachten dat de kans op aanvaarding door de verzekeraar van het verzekeringsvoorstel groter was dan bij opgave van de werkelijke oorzaken en omstandigheden. Het hof heeft in het tussenarrest van 19 september 2012 reeds beslist dat een drogreden werd opgegeven om de kans groter te maken dat het verzekeringsvoorstel zou worden aanvaard en een verzekeringsovereenkomst zou tot stand komen.

De verzekeraar NV Axa Belgium is in casu bij de risicobeoordeling van het risico brand misleid door opzettelijk foutieve mededelingen door bvba Fantasia Fashion Wellen.

4. Ten overvloede met betrekking tot het geschilpunt of artikel 1116 burgerlijk wetboek van toepassing is op de onjuiste mededeling in het verzekeringsvoorstel van 16 september 2005, aangevuld met de vrije tekst.

4.1. Het hof oordeelt dat ‘fraus omnia corrumpit' een algemeen rechtsbeginsel is zodat het van toepassing is naast artikel 6 van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst.

4.2. Het hof heeft in het tussenarrest van 19 september 2012 reeds geoordeeld dat bvba Fantasia Fashion Wellen de werkelijke oorzaak van de wanbetalingen, die zijn voorgekomen in 2004 en 2005 verborgen heeft gehouden en vervangen heeft door een gefingeerde oorzaak van tijdelijke aard en externe oorsprong, waarvan bvba Fantasia Fashion Wellen kon verwachten dat de kans op aanvaarding door de verzekeraar van het verzekeringsvoorstel groter was dan bij opgave van de werkelijke oorzaken en omstandigheden.

Het hof heeft in het tussenarrest van 19 september 2012 reeds geoordeeld dat bvba Fantasia Fashion Wellen de ware omstandigheden van de beide opzeggingen kende en wetens en willens een antwoord heeft gegeven dat onjuist was.

Het hof oordeelt dat het opzettelijk onjuist meedelen van een drogreden een kunstgreep uitmaakt om de kans te vergroten dat de verzekeraar het verzekeringsvoorstel zou aanvaarden.

Het hof stelt vast dat deze kunstgreep uitgaat van de medecontractant van de verzekeraar NV Axa Belgium.

Deze kunstgreep werd door bvba Fantasia Fashion Wellen opzettelijk aangewend om de toestemming van NV Axa Belgium te bekomen. Dat het verborgen houden van de werkelijke oorzaak en het vervangen van de werkelijke oorzaak door een gefingeerde oorzaak van tijdelijke aard en externe oorsprong gebeurde om de kans op aanvaarding door de verzekeraar van het verzekeringsvoorstel groter te maken dan bij opgave van de werkelijke omstandigheden, staat reeds in het tussenarrest van 19 september 2012 vermeld.

NV Axa Belgium zou zonder het bedrog haar toestemming niet hebben gegeven.

Dat de juiste reden van opzegging door vorige verzekeraars voor haar van doorslaggevend belang was blijkt uit het gegeven dat zij voorafgaand aan de totstandkoming van de overeenkomst in het verzekeringsvoorstel naar die reden vroeg. Bvba Fantasia Fashion Wellen heeft in strijd met de werkelijkheid ondertekend dat er geen opzeggingen waren en heeft later via haar makelaar gecorrigeerd dat er wel een opzeg door de vorige verzekeraar was met daarbij opgave van een drogreden.

Verwijten aan NV Axa Belgium dat zij de juistheid van de redenen voorafgaand aan de totstandkoming van de overeenkomst niet zou hebben gecontroleerd zijn niet relevant, nu bedrog vaststaat. NV Axa Belgium mag bovendien uitgaan van de juistheid van de mededelingen en heeft geen onderzoeksplicht.

Het gegeven dat na de totstandkoming van de overeenkomst de premies steeds op tijd en correct werden betaald is juist, maar niet relevant. Niet relevant omdat het gedrag van bvba Fantasia Fashion Wellen na de totstandkoming van de overeenkomst niet ter beoordeling staat. Ter beoordeling staat het gedrag van bvba Fantasia Fashion Wellen voorafgaand aan de totstandkoming van de overeenkomst.

5. Het hof komt tot de conclusie dat het hoger beroep van NV Axa Belgium als volgt gegrond is. Het hof verklaart de verzekeringsovereenkomst met betrekking tot het risico brand nietig met terugwerkende kracht.

NV Axa Belgium is geen verzekeringsprestatie verschuldigd aan bvba Fantasia Fashion Wellen.

6. Over het incidenteel beroep van bvba Fantasia Fashion Wellen.

Het incidenteel beroep betreft de cijfermatige omvang van de verzekeringsprestatie van NV Axa Belgium.

Omdat het hof op het hoofdberoep van NV Axa Belgium beslist heeft dat de verzekeringsovereenkomst met betrekking tot het risico brand nietig is met terugwerkende kracht tot bij de totstandkoming ervan, is NV Axa Belgium geen verzekeringsprestatie verschuldigd en is dienvolgens het incidenteel beroep ongegrond.

7. Over de proceskosten.

Het hof veroordeelt bvba Fantasia Fashion Wellen tot de proceskosten van beide aanleggen aan de zijde van NV Axa Belgium.

8. Beslissing.

Het hof beslist op tegenspraak.

De rechtspleging verliep in overeenstemming met de wet van 15 juni 1935 op het gebruik van de taal in gerechtszaken.

Het hof werkt zijn tussenarrest van 19 september 2012 verder uit.

Het hof verklaart het hoger beroep van NV Axa Belgium als volgt gegrond.

Het hof verklaart het incidenteel beroep van bvba Fantasia Fashion Wellen toelaatbaar, doch ongegrond.

Het hof wijzigt het bestreden vonnis als volgt.

Het hof verklaart de hoofdeis van bvba Fantasia Fashion Wellen tegen NV Axa Belgium ongegrond.

Het hof verklaart de tegeneis van NV Axa Belgium tegen bvba Fantasia Fashion Wellen gegrond.

Het hof zegt voor recht dat de door bvba Fantasia Fashion Wellen bij NV Axa Belgium onderschreven verzekeringsovereenkomst 111.002710270 met betrekking tot het risico brand nietig is.

Het hof veroordeelt bvba Fantasia Fashion Wellen tot de proceskosten van beide aanleggen aan de zijde van NV Axa Belgium.

Het hof vereffent de proceskosten van beide aanleggen aan de zijde van NV Axa Belgium op:

- dagvaarding in verzet: euro 201,16

- rechtsplegingsvergoeding eerste aanleg: euro 5.000,00

- rolrecht hoger beroep: euro 186,00

- rechtsplegingsvergoeding hoger beroep: euro 5.500,00.

Dit arrest werd uitgesproken in de openbare zitting van 20 maart 2013 door

F. PEETERS Voorzitter

K. VAN HAELST Raadsheer

A. VERHAERT Raadsheer

M. GIJSEMANS Griffier

M. GIJSEMANS A. VERHAERT

K. VAN HAELST F. PEETERS

Vrije woorden

  • Wetgeving over landverzekeringsovereenkomst

  • Art. 6 WLVO

  • opzettelijk verzwijgen of opzettelijk onjuist meedelen van gegevens

  • verzekerde risico brand