- Arrest van 19 maart 2014

19/03/2014 - 2010PGA152

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Een brief uitgaande van een advocaat die de private belangen van zijn cliënt behartigt bezit in het gewone maatschappelijke verkeer niet een waarde van bewijs (behoudens de elementen die geen loutere beweringen zijn zoals de datum, de ondertekening, het feit dat een optredende raadsman gemandateerd is door de persoon voor wie hij verklaart op te treden, ...), zodat het constitutief bestanddeel ‘zich opdringen aan het openbaar vertrouwen' van het vervolgde misdrijf ‘valsheid in geschriften en gebruik' niet bewezen is.


Arrest - Integrale tekst

Het Hof van Beroep, zitting houdende op 19 maart 2014

te Antwerpen, 12e kamer

(...)

4.2.1. Op strafrechtelijk gebied

Na nieuw onderzoek ter terechtzitting door het hof, en door de stukken van het dossier, is de schuld van de 3 beklaagden aan de hen ten laste gelegde feiten zoals hiervoor omschreven niet bewezen gebleven.

Hiervoor wordt verwezen naar de oordeelkundige redengeving van de eerste rechter, welke door het Openbaar Ministerie in hoger beroep niet weerlegd wordt en door het hof wordt beaamd en overgenomen, en aangevuld als volgt.

De brieven van eerste beklaagde V.P. d.d. 09.04.2008 (tenlastelegging I.) en d.d. 07.04.2008 (tenlastelegging II.), afgedrukt op het briefpapier van zijn advocatenkantoor, dringen zich - gelet op de omstandigheden waarin ze geschreven zijn en gelet op de erin vermelde nuanceringen - niet op aan het openbaar vertrouwen, in de zin dat de overheid of de particulieren die ervan kennis nemen of aan wie ze worden voorgelegd, niet zonder meer overtuigd kunnen zijn van de waarachtigheid van de rechtshandeling of van het juridisch feit in dat geschrift vastgelegd en zij evenmin gerechtigd zijn daaraan zonder enige controle geloof te hechten.

In de aanhef van beide brieven wordt immers uitdrukkelijk vermeld dat deze brieven geschreven worden "als raadsman van de heer V/S", zodat hetgeen verder volgt in de brieven door diegenen die kennis nemen van de brieven niet zonder verdere controle als waar kan worden beschouwd, doch wel als een subjectieve stellingname door een raadsman die de private belangen van zijn cliënt behartigt.

Bovendien zijn de brieven een (subjectieve) ‘momentopname' met de beknopte stand van zaken op dat ogenblik op basis van hetgeen de raadsman heeft vernomen, en biedt de raadsman aan om hierover desgewenst meer informatie te verschaffen.

De instanties/personen die kennis nemen van deze brieven zijn vanuit strafrechtelijk perspectief niet gerechtigd om zonder meer te vertrouwen op de waarachtigheid van de beweringen en/of appreciaties die door de advocaat - ter behartiging van de private belangen van zijn cliënt - in de bewuste brieven worden weergegeven.

Tenzij een advocaat een brief opstelt in het kader van een gerechtelijk mandaat dat hij op dat ogenblik vervult (zoals curator, schuldbemiddelaar, voorlopig bewindvoerder, ...), wordt deze advocaat geacht om de private belangen van zijn cliënt te behartigen, zodat de inhoud van diens brieven (behoudens de elementen die geen loutere beweringen zijn zoals de datum, de ondertekening, het feit dat een optredende raadsman gemandateerd is door de persoon voor wie hij verklaart op te treden, ...) per definitie als (in mindere of meerdere mate) subjectief dienen beschouwd te worden, en deze inhoud derhalve niet zonder meer als ‘waar' kan worden beschouwd.

Een brief uitgaande van een advocaat die de private belangen van zijn cliënt behartigt bezit in het gewone maatschappelijke verkeer niet een waarde van bewijs (behoudens de elementen die geen loutere beweringen zijn zoals de datum, de ondertekening, het feit dat een optredende raadsman gemandateerd is door de persoon voor wie hij verklaart op te treden, ...), zodat het constitutief bestanddeel ‘zich opdringen aan het openbaar vertrouwen' van het vervolgde misdrijf ‘valsheid in geschriften en gebruik' niet bewezen is.

Het bestreden vonnis wordt derhalve bevestigd.

(...)

Vrije woorden

  • Strafrecht

  • Valsheid in geschriften en gebruik

  • Constitutieve bestanddelen

  • Zich opdringen aan het openbaar vertrouwen

  • Brief van advocaat

  • Geen vermoeden van waarachtigheid