Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders: Beslissing van 21 Februari 2017 (België). RG M16-0400-5

Datum :
21-02-2017
Taal :
Nederlands
Grootte :
2 pagina's
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel N-20170221-2
Rolnummer :
M16-0400-5

Samenvatting :

De Commissie, Verklaart het verzoek ontvankelijk maar ongegrond.

Beslissing :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.

(...)

I. Feiten

Tussen 26 juli 2011 en 8 september 2011 werd verzoeker te ..., in meerdere malen, het slachtoffer van afpersing van een totale geldsom van euro 7.474, gepleegd door middel van geweld of bedreiging door twee of meer personen.

In het arrest van het Hof van Beroep te ... d.d. 26 maart 2014 worden de feiten als volgt toegelicht:

"Uit de gegevens van het dossier blijkt dat David X. in de zomer van 2011 een dame leerde kennen, later geïdentificeerd als Regina Z. ( geboren te ... in Nigeria op ../../1978), met wie hij seksuele contacten had gedurende een korte periode.

Bij één van hun ontmoetingen, op 25 juli 2011 in hotel "T..." te ..., werden door Regina Z. foto's genomen van hun intiem samenzijn.

Vervolgens ontving David X. via sms verzoeken om betalingen te doen, onder bedreiging van het publiek maken en verspreiden van de foto's via het internet.

Onder druk van deze bedreigingen verrichtte D. X. meerdere stortingen via "Western Union".

(...)

Verder bleken er eveneens transacties te hebben plaatsgevonden tussen enerzijds Samuel W. en anderzijds Regina Z. en Dogood O., personen tussen dewelke er wel degelijk banden bleken te bestaan.

(...)

Uit wat voorafgaat staat vast dat beklaagde Samuel W. heeft samengewerkt met Regina Z. om het slachtoffer af te persen onder bedreiging van de publicatie/verspreiding van de van hem genomen compromitterende foto's."

II. Vervolging

Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 14 december 2012 werd de heer Samuel W. (° 1975) wegens het plegen van de hierboven vermelde feiten veroordeeld tot een effectieve gevangenisstraf van één jaar.

Op burgerlijk gebied werd hij samen met medebeklaagde Regina Z. solidair veroordeeld tot betaling van de som van euro 7.474 meer intresten aan verzoeker.

Tegen dit vonnis werd hoger beroep ingesteld door de beklaagde en door het Openbaar Ministerie, maar bij definitief arrest van het Hof van Beroep te ... d.d. 26 maart 2014 werd het bestreden vonnis bevestigd (met dien verstande dat de solidaire burgerlijke veroordeling met beklaagde Z. kwam te vervallen ingevolge het overlijden van deze laatste).

III. Gevolgen van de feiten

De raadsman van verzoeker deelt mee dat zijn cliënt het slachtoffer werd van ernstig psychologisch geweld, waardoor hij een trauma opliep. Dit was des te meer het geval nu verzoeker in ... tot een zeer gesloten gelovige gemeenschap met zeer grote sociale controle behoort.

In zijn medisch attest d.d. 16 november 2016 verklaart huisarts Dr. G. G. dat verzoeker tijdens de periode van juli tot en met september 2011 zeer gestresseerd was en niet in zijn normale doen was.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

Het sub II vermeld arrest werd bij deurwaardersexploot aan de veroordeelde betekend met bevel tot betalen, maar hieraan werd geen gevolg gegeven.

De instrumenterende gerechtsdeurwaarder deelde op 24 september 2014 mee dat er geen uitvoeringsmogelijkheden voorhanden zijn ten aanzien van betrokkene, die in Spanje woont.

Luidens het verzoekschrift beschikt verzoeker niet over enige verzekering die de geleden schade dekt.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 9.816,50:

- materiële kosten (hoofdsom conform vonnis / arrest) euro 7.474,00

- internationale geldoverschrijving via Western Union euro 1.236,00

- internationale geldoverschrijving via Western Union euro 3.119,00

- internationale geldoverschrijving via Western Union euro 3.119,00

- procedurekosten: euro 2.342,50

- rechtsplegingsvergoeding eerste aanleg euro 990,00

- rechtsplegingsvergoeding hoger beroep euro 990,00

- kosten uitgifte en betekening arrest euro 362,50

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

Met betrekking tot de gevraagde hulp van euro 7.474 voor materiële kosten dient gewezen op vaste rechtspraak van de Commissie volgens dewelke als materiële kosten enkel die kosten worden beschouwd die rechtstreeks verband houden met het door de gewelddaad opgelopen letsel, zoals kledij die door de gewelddaad met bloed werd besmeurd, verplaatsingskosten naar ziekenhuis, dokters, kinesisten en apotheken, alsook diverse administratiekosten.

In het licht van die rechtspraak kan de afgeperste geldsom van euro 7.474 niet als een materiële kost in de zin van voornoemde wet beschouwd worden.

Voorts vestigt de Commissie de aandacht op artikel 31, 1°, van de wet. Luidens deze bepaling kan de Commissie een financiële hulp toekennen aan "personen die ernstige lichamelijke of psychische schade ondervinden als rechtstreeks gevolg van een opzettelijke gewelddaad."

De vereiste van een ernstige schade sluit aan bij de filosofie van de wet die voorziet in een stelsel van financiële hulpverlening dat geen integrale schadevergoeding garandeert en er op gericht is om, vanuit overwegingen van billijkheid en collectieve solidariteit, de zwaarste nood te lenigen van slachtoffers van opzettelijke gewelddaden. In diezelfde geest werd geoordeeld dat in geval van geringe schade het slachtoffer zelf zijn schade moet dragen.

Volgens de vaste rechtspraak van de Commissie veronderstelt een "ernstige lichamelijke of psychische schade" als bedoeld in voormeld artikel, een blijvende arbeidsongeschiktheid of invaliditeit, langdurige tijdelijke arbeidsongeschiktheid en/of hoog oplopende medische kosten. Een ernstig letsel wordt ook aanvaard indien sprake is van een ernstig psychisch trauma dat deskundig behandeld werd.

Met betrekking tot de voorliggende zaak verklaarde de huisarts van verzoeker dat betrokkene tijdens de periode van juli tot en met september 2011 "zeer gestresseerd was en niet in zijn normale doen was."

De Commissie is van oordeel dat hiermee niet voldaan is aan de voorwaarde van een ‘ernstige schade' in de zin van de wet van 1 augustus 1985, waardoor het hulpverzoek moet worden afgewezen.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 31 mei 2016;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk maar ongegrond.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 21 februari 2017.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE D. DESMET