Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders: Beslissing van 22 December 2008 (België). RG M80670/6131

Datum :
22-12-2008
Taal :
Nederlands
Grootte :
3 pagina's
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel N-20081222-30
Rolnummer :
M80670/6131

Samenvatting :

Samenvatting 1

Beslissing :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.

I. Feiten

Uit de stukken blijkt dat de verzoekster zag dat een rood voertuig twee oudere fietsende dames hinderde. Toen ze verder de K...straat indraaide, zag ze het rode voertuig staan op de inrit van de woning met nr. 59. De bestuurder en diens vrouw stonden naast het voertuig. De verzoekster maakte Z. (de bestuurder) attent op diens gevaarlijk rijgedrag. Zij werd bespuwd en uitgescholden. Z. bedreigde de verzoekster met represailles indien zij naar de politie zou stappen.

Plots deelde hij haar een kopstoot toe en poogde vervolgens de verzoekster aan te rijden. In een afweerbeweging heeft de verzoekster een trap tegen het rechterportier van de wagen gegeven. Nadien stapte Z. uit om de verzoekster enkele vuistslagen toe te dienen. Vervolgens vertrok hij met zijn wagen.

" De man deed constant teken dat zij moest vertrekken. Maar X. bleef haar uitleg doen. Totdat de man haar vastnam en een kopstoot uitdeelde. Hij kwam enorm agressief over en werd enorm kwaad. ... Toen zij beiden terug de auto wilden instappen beleef X. maar lafaard roepen en stampte tegen zijn voertuig met haar voet. Hij stopte niet en vertrok." (verhoor van Jeanine De Leebeeck, geboren op 20 juli 1948, wonende op nr. 60)

"De onbekende vrouw [de verzoekster] sprak hem aan inzake een verkeerssituatie van kort daarvoor in ... waarbij Z. geclaxonneerd had op een oude vrouw, die voor zijn voertuig fietste. Schipman zou volgens betrokkene hem de les willen spellen hebben. Zij kwam provocerend voor hem staan met haar hoofd tegen het zijne. Ze bleef heel de tijd hysterisch tegen hem roepen, maar omdat hij de Nederlandse taal niet goed machtig is verstond hij er niets van. Toen hij met zijn wagen wou vertrekken begon X. tegen zijn voertuig te trappen en te slagen. Z. erkent dat hij er toen genoeg van had en stapte uit. Hij heeft X. toen een zwaai om haar oren gegeven en haar geschopt. Omdat zijn kinderen op hem aan het wachten waren is hij toen doorgereden." (verhoor van Z. op 16 maart 2004)

II. Vervolging

II-1. Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 8 maart 2006 werd Predag Z. (Kroaat, geboren op ../../1970, zonder gekende woon- of verblijfplaats) bij verstek veroordeeld tot een hoofdgevangenisstraf van zes maanden met uitstel gedurende drie jaar en een geldboete van vijfhonderd vijftig euro wegens:

A. Opzettelijk verwondingen of slagen te hebben toegebracht aan X. Marylin die voor deze een ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid ten gevolge hadden;

B. Onder een bevel of onder een voorwaarde, mondeling X. Marylin te hebben bedreigd met een aanslag op personen of op eigendommen, waarop een criminele straf is gesteld.

Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld tot het betalen van een provisie van één euro en werd Dr. De Muynck aangesteld als deskundige. Tegen dit vonnis werd geen rechtsmiddel aangewend.

II-2. Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 28 mei 2008 werd Z. bij verstek veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding van 43.376,24 euro meer de intresten, de rechtsplegingsvergoeding van 1.000 euro en de kosten van de expertise begroot op 1.840,85 euro.

III. Medische gevolgen

Verslag van Dr. De Muynck

Deze alleenstaande moeder en huisvrouw is sedert de feiten van 13/03/04 niet meer in de mogelijkheid om een professionele dagtaak op te nemen (wat ze vroeger wel gedaan heeft).

Op grond van de voorliggende anamnetische, klinische en medische gegevens, komt het voor dat deze volledige werkonbekwaamheid (en initieel ook invaliditeit) in de maanden na de feiten door de opgelopen letsels (hersenschudding) kan verklaard worden. De psychische weerslag van het gebeurde zorgden voor een protahering van de klachten, het zgn. posttraumatische stress-syndroom.

Mijns inziens kan gesteld worden dat dit syndroom samen met de persoonlijkheidsstructuur van deze vrouw (neiging tot somatisering) de voedingsbodem gevormd hebben voor het ontwikkelen van het ziektebeeld zoals het zich momenteel manifesteert, zonder dat het volledige ziektebeeld aan de feiten kan worden toegeschreven (fibromyalgie is geen aandoening van traumatische origine). De blijvende klachten (hoofdpijn en psychische destabilisering), die wel op de feiten kunnen worden teruggebracht, hebben een weerslag zowel dagdagelijks als bij het opnemen van professionele activiteiten. Het globale ziektebeeld van deze vrouw vertoont een stabilisatie sedert april 2007.

Ex aequo et bono kan volgende schaderaming voorgesteld worden:

Ze was matig ernstig gewond na de feiten

Langdurige volledige werkonbekwaamheid en invaliditeit (100%) tot 27/10/04

Tijdelijke gedeeltelijke werkonbekwaamheid en invaliditeit (25%) tot 30/03/07

Stabiele toestand sedert 01/04/07: blijvende werkonbekwaamheid en invaliditeit van 10%

Beperkte esthetische schade aan fronttanden

IV. Financiële middelen en schadeloosstelling

De dader heeft geen gekende woon- of verblijfplaats noch in België noch in het buitenland. Hij verbleef tot november 2004 te Werchter in afwachting van een uitspraak over het door hem ingestelde beroep tegen een bevel om het grondgebied te verlaten.

Juris keerde euro 7.436,81 uit in het kader van de waarborg ‘onvermogen van derden'.

V. Begroting van de schade door de verzoekster

De verzoekster begroot haar schade als volgt

Materiële schade euro 2.242,74

Verplaatsingskosten en administratie euro 100,00

Opleg medische kosten euro 322,74

Kosten psychotherapie euro 1.820,00

Morele schade TWO en TI euro 11.174,75

1 dag hospitalisatie à euro 31 euro 31,00

225 dagen à 100% à 25 euro euro 5.625,00

883 dagen à 25% euro 5.518,75

Economisch verlies huisvrouw tijdelijk euro 11.168,75

BWO en BI (10%, leeftijd 45j) euro 13.750,00

Blijvende verlies economische waarde huisvrouw euro 5.000,00

Esthetische schade (glazuurbarst thv tand 11) euro 40,00

TOTAAL euro 43.376,24

Intresten euro 4.441,00

TOTAAL euro 47.817,24

Min tussenkomst Juris - euro 7.436,81

GEVRAAGD euro 40.380,43

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd. Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan. De kansen op verhaal tegenover de dader zijn quasi onbestaande.

De wetgeving betreffende de financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1 van de wet van 1 augustus 1985. Intresten zijn niet opgenomen in deze limitatieve opsomming en komen dus niet in aanmerking voor vergoeding. Het behoort overigens tot de constante rechtspraak van de Commissie - en deze vloeit voort uit de bedoeling van de wet - dat intresten niet voor vergoeding in aanmerking komen. Het principe dat de bijzaak de hoofdzaak volgt is hier niet van toepassing; immers de schuldenaar van de toegekende hulp, zijnde de Belgische Staat, is niet de veroorzaker van de schade. Deze zienswijze van de Commissie werd trouwens bevestigd door het arrest nr. 165.787 d.d. 12 december 2006 van de Raad van State.

Wat de schadepost ‘economische verlies huisvrouw tijdelijk en blijvend' betreft, dient te worden opgemerkt dat deze post niet voorkomt in de limitatieve lijst van schadeposten, vermeld in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985, waarvoor een financiële hulp kan worden toegekend. De Commissie kan er dan ook geen rekening mee houden bij de begroting van de hulp.

De verzoekster ontving euro 7.436,81 in het kader van ‘onvermogen van derden'. De Commissie meent gunstig in te kunnen gaan op de vraag van de verzoekster om dit bedrag aan te rekenen op de hierboven vermelde posten die door de Commissie niet in aanmerking genomen kunnen worden.

Rekening houdende enerzijds met de ernst van de feiten, met de door de verzoekster geleden schade zoals zij blijkt het neergelegde dossier en anderzijds met de door de wet uitgesloten schadeposten en de tussenkomst vanwege de verzekering die zoals de verzoekster vraagt aangerekend wordt op de niet voor vergoeding in aanmerking komende schadeposten, meent de Commissie aan verzoekster naar billijkheid een globale hulp te kunnen toekennen zoals hierna bepaald.

Tot slot meent de Commissie de aandacht van de verzoekster erop te moeten vestigen dat uit samenlezing van artikel 32 (in casu § 1) van de wet van 1 augustus 1985 dat de bestanddelen van de schade opsomt waarvoor de toekenning van een hulp verleend kan worden én van artikel 33, § 1 van de wet volgens hetwelke het bedrag van de hulp naar billijkheid bepaald wordt, volgt dat de Commissie, nadat zij vastgesteld heeft dat aan de toekenningsvoorwaarden is voldaan, een financiële hulp kan toekennen voor een lager bedrag dan dat van de werkelijk geleden schade, zoals die is vastgesteld door de hoven en rechtbanken.

VI. Begroting van de hulp door de Commissie

De Commissie meent de hulp naar billijkheid te kunnen begroten op euro 10.000,00.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken, de artikelen 31 tot 37bis van de wet van 1 augustus 1985, zoals gewijzigd door de wetten van 26 maart 2003, 22 april 2003 en de programmawet van 27 december 2004 en de artikelen 28 tot 34 van het K.B. van 18 december 1986,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent een hulp toe van euro 10.000,00.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 22 december 2008.

De secretaris a.i., De voorzitter,

P. VERHOEVEN C. DELESIE