Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders: Beslissing van 26 Oktober 2005 (België). RG 0892;377

Datum :
26-10-2005
Taal :
Nederlands
Grootte :
3 pagina's
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel N-20051026-11
Rolnummer :
0892;377

Samenvatting :

Samenvatting 1

Beslissing :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.
(...)
I. Vooraf
Pas sinds 1 januari 2004 voorziet artikel 31, 4° in een mogelijkheid tot tussenkomst vanwege de Commissie in het kader van verdwijningen.
In dit dossier werden reeds in 1998 memories uitgewisseld, waarin de afgevaardigde van de minister stelde:
" Het staat niet vast dat er een opzettelijke gewelddaad geweest is, noch een overlijden. Er is m.a.w.
een juridisch vacuüm dat niet door een interpretatie van de wet van 1 augustus 1985 opgelost kan worden." Op 8 augustus 1996 werd een verslag (stuk 17) opgesteld en op de zitting van 16 december 1999 werd de zaak op vraag van de verzoekster onbepaald uitgesteld (stuk 43).
Naar aanleiding van de wetswijziging werd de verzoekster door het secretariaat gecontacteerd met de vraag om de procedure verder te zetten.
II. Feiten en vervolging
Uit de stukken blijkt dat de heer X. Conrad verdween in de nacht van 6 oktober 1988 tijdens zijn werk als pompbediende in .... Zijn verdwijning wordt in verband gebracht met een aantal moorden en overvallen gepleegd door de bende Mottry. Deze zaak is bij het parket ingeschreven onder nummer BR 3..../88 en is in behandeling bij onderzoeksrechter B. onder het nummer .../88. Volgens verzoekster wijst alles in het dossier erop dat het gaat om een gewelddadige verdwijning met fatale afloop. Het lichaam van de heer X.
Conrad werd echter nooit gevonden. Het kopstuk van de bende Mottry heeft ooit bekentenissen afgelegd en die daarna weer ingetrokken. Kort daarop pleegde deze persoon zelfmoord in zijn cel. Uit een brief dd.
11 maart 1996 van de heer W., eerstaanwezend commissaris van de gerechtelijâke politie, blijkt dat diverse elementen uit het dossier inzake de verdwijning van de heer X. Conrad, alsook uit andere criminele dossiers die ermee verband houden, erop wijzen dat betrokkene meer dan vermoedelijk vermoord werd.
In een schrijven van 19 april 2004 meldt de procureur des Konings te ... dat "het dossier m.b.t. de verdwijning van Conrad X. nog steeds in onderzoek is. ... Uit de gegevens van het dossier blijkt dat Conrad X. het slachtoffer is geworden van een roofmoord."
In een schrijven van 11 maart 2005 meldt de procureur-generaal bij het Hof van beroep te ...: "dat het dossier betreffende de roofmoord gepleegd op de persoon van Conrad X. door de onderzoeksrechter is medegedeeld.
Er zijn principieel geen aanwijzingen om iemand als dader of mededader van de feiten te kunnen vervolgen zodat een buitenvervolgingstelling zich wellicht zal opdringen."
De verzoekster stelde zich op 23 september 1997 voor onderzoeksrechter G. te ... burgerlijke partij wegens ontvoering en opsluiting. Deze burgerlijke partijstelling
werd door de procureur des Konings te ... gevoegd aan vier onderzoeksdossiers van onderzoeksrechter B..
III. Financiële middelen en schadeloosstelling
Verzoekster verklaart financieel afhankelijk te zijn geweest van haar zoon, die op het ogenblik van de feiten 20 jaar was. Volgens haar verklaring was haar zoon toen +/- 6 maand werkzaam.
Verzoekster had een inkomen van 33.384 frank per maand (invaliditeitsinkomen 20.000 BEF + tegemoetkoming van 13.384 BEF voor gehandicapte
Verzoekster vestigt er de aandacht op dat haar inkomen sinds haar pensionering is teruggebracht tot het niveau van het bestaansminimum. Haar pensioen bedraagt slechts 17.000 frank per maand. Het O.C.M.W. past bij tot het bestaansminimum.
De arbeidsongevallenverzekeraar is niet tussengekomen.
IV. Begroting van de schade door de verzoekster
De verzoekster raam haar schade op EURO 62.000, samengesteld als volgt:
- Morele schade
Haar zoon verdween meer dan 16 jaar geleden. Tot op heden heeft zij nog geen afscheid kunnen nemen omdat hij nog steeds niet teruggevonden is. De onzekerheid en onwetendheid van wat er met hem gebeurd is blijft.
Ten gevolge deze feiten werd zij nog meer sociaal geïsoleerd.
- Inkomensverlies
Verzoekster stelt deels ten laste geweest te zijn van haar zoon: tijdens zijn legerdienst kreeg ze ongeveer 15.000 BEF steun, omdat haar zoon als kostwinner beschouwd werd. Omwille van haar handicap genoot X. Conrad verhoogde kinderbijslag en later een verhoogde militievergoeding.
- Medische kosten
De verzoekster diende met een zware depressie opgenomen te worden in een psychiatrische verpleeginstelling (verslag dr. S., d.d. 20 mei 1996, bijlage bij stuk 13)
V. Beoordeling door de Commissie
Pas door de wetswijziging van 26 maart 2003 (inwerking getreden sinds 1 januari 2004) kan in bepaalde omstandigheden een tegemoetkoming worden toegekend aan de naaste familieleden of naasten van een vermiste persoon. Artikel 31, 4° van de wet van 1 augustus stelt namelijk dat de Commissie een financiële hulp kan toekennen aan:
"verwanten tot en met de tweede graad van of verwanten die in duurzaam gezinsverband samenleefden met een slachtoffer dat sinds meer dan een jaar vermist is, indien deze vermissing naar alle waarschijnlijkheid te wijten is aan een opzettelijke gewelddaad."
Gelet op het schrijven van de Procureur des Konings te ... alsook uit de brief van de eerstaanwezend commissaris van de gerechtelijke politie neemt de Commissie aan dat de verdwijning van de zoon van verzoekster te wijten is aan een opzettelijke gewelddaad.
Het door verzoekster ingediende verzoekschrift is dan ook ontvankelijk.
Voor de toekenning van een hulp aan de personen zoals bedoeld in artikel 31, 4° van de wet van 1 augustus 1985 kan de Commissie conform artikel 32, ,§3 van de wet van 1 augustus 1985 uitsluitend volgende bestanddelen van de geleden schade in aanmerking nemen:
1. de morele schade;
2. de medische en de ziekenhuiskosten;
3. de procedurekosten.
De Commissie kan dan ook geen rekening houden met de door verzoekster gevraagde hulp voor geleden inkomensverlies.
De door verzoekster geleden morele schade is moeilijk te begroten.
De commissie beschikt ook niet over een vonnis of arrest waarin de schade wordt begroot.
Het staat vast dat het een onrustwekkende verdwijning betreft en dat tot op heden de dader niet geïdentificeerd kon worden.
Dit laatste heeft vooral tot gevolg dat verzoekster een belangrijks stap in haar verwerkingsproces mist.
Het dient gezegd dat een financiële tegemoetkoming ook nooit hoe groot die ook zou mogen zijn het verlies van een vermist kind kan doen vergeten.
Na kennisname van het dossier dat aan de commissie werd voorgelegd enerzijds en na verzoekster te hebben gehoord anderzijds, meent de commissie een hulp te kunnen toekennen op basis van het volgende:
- de grote onzekerheid die verzoekster kent omtrent het lot van haar zoon sinds die bewuste zesde oktober 1988;
- de leeftijd van de zoon van verzoekster op het moment van de feiten (20 jaar);
- het gegeven dat verzoekster haar steun en toeverlaat op een plotse manier verloor en nooit de gelegenheid kreeg om afscheid te nemen.
Rekening houdende met deze gegevens, meent de Commissie aan verzoekster een globale hulp te kunnen toekennen zoals hierna bepaald.
VI. Begroting van de hulp door de Commissie
De Commissie meent in billijkheid de hulp te kunnen begroten op EURO 30.000,00.
x
x x
OP DIE GRONDEN,
De Commissie,
Gelet op de artikelen 17 ,§ 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken, de artikelen 31 tot 37bis van de wet van 1 augustus 1985, zoals gewijzigd door de wetten van 26 maart 2003 en 22 april 2003 en de artikelen 28 tot 34 van het K.B. van 18 december 1986,
Verklaart het verzoek ontvankelijk;
Kent verzoekster een hulp toe van EURO 30.000,00.
Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 26 oktober 2005.