Commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders: Beslissing van 29 November 2005 (België). RG M41036/3797

Datum :
29-11-2005
Taal :
Nederlands
Grootte :
2 pagina's
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel N-20051129-10
Rolnummer :
M41036/3797

Samenvatting :

*

Beslissing :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.

I. Feiten

Uit de stukken blijkt dat mevrouw Patricia W. op zeer brutale en gewelddadige wijze in de garage van haar woning te ¿, waar zij tevens een winkel had op 31 januari 2001 om het leven werd gebracht door de heer Ronny Z.. Deze laatste werd als vriend des huizes door mevrouw W. betrapt toen hij geld uit de portefeuille in de woonplaats aan het stelen was. Zij werd met een hamer het hoofd ingeslagen.

De heer Rocco V. was voorheen gehuwd geweest met het slachtoffer en is de wettige vader van Dwight V..

Deze laatste woonde op datum der feiten bij zijn moeder Patricia W. en zijn stiefvader Albert X.. Dwight is na het overlijden van zijn moeder op zijn eigen uitdrukkelijk verzoek verder bij de andere kinderen en bij zijn stiefvader blijven wonen, beslissing welke ook werd bekrachtigd dor de familieraad.

II. Vervolging

Ronny Z. werd bij arrest van het Hof van Assisen te ... d.d. 16 oktober 2003 op strafrechtelijk gebied veroordeeld tot levenslange opsluiting.

Bij arrest van het Hof van Assisen te ... van 25 februari 2004 werd hij veroordeeld om aan de burgerlijke partij Albert X. euro 19.800 voor morele schade en euro 2.000 voor begrafeniskosten te betalen.

Aan de burgerlijke partij Albert X. q.q. Dwayne X., Dylson X., Dyllis X. en Dwight V. werd euro 14.800 toegekend voor morele schade en overigens andere bedragen.

Deze arresten zijn in kracht van gewijsde getreden.

III. Begroting van de schade

morele schade euro 14.800

verlies van levensonderhoud euro 18.750

Het bedrag wordt gedeeltelijk conform het arrest van het Hof van Assisen te ... van 25 februari 2004 gevraagd.

De 18.750 werd berekend op een gedeelte van het toegekende bedrag van

euro 75.000 economische waarde huisvrouw, bestaande uit euro 25.000 voor de reeds geleden schade en euro 50.000 voor toekomstige schade. Dit komt op 1/4de van de euro 75.000 voor elk.

De advocaat zegt dat de kinderen (overige dossiers M41032 - M41033 - M41034 - M41035) op het ogenblik van de feiten minstens gedeeltelijk ten laste waren van hun moeder, die naast haar beroepsbezigheden ook het huishouden voor haar rekening nam.

IV. Schadeloosstelling door de dader en financiële situatie van de verzoekers

Aangezien de dader sinds de feiten is aangehouden en ook nu nog in de gevangenis verblijft, is er geen mogelijkheid om het vonnis uit te voeren.

Het arrest d.d. 25 februari 2004 lastens de gerechtsdeurwaarder Leo B. en Ivan R. werd betekend aan de dader. Hij bezit geen roerende goederen zodat op 29 september 2004 een proces-verbaal van niet - bevinding werd opgesteld.

Uit een persoonlijk ondertekende verklaring opgemaakt op 9 juli 2004 blijkt dat er geen enkele verzekeringstussenkomst is.

V. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd. Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan. De kansen op verhaal tegenover de dader zijn quasi onbestaande.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De verzoeker qualitate qua zijn minderjarige zoon vraagt de door het arrest van het Hof van Assisen d.d 25 februari 2004 gedeeltelijk toegekende bedragen, o.a. voor morele schade.

Het laat voor de Commissie geen twijfel dat het minderjarige kind Dwight V. ernstige morele schade heeft geleden bij het verlies van zijn moeder, mevrouw Patricia W..

Bij de toekenning in billijkheid houdt de Commissie rekening met wat werd toegekend door het Hof van Assisen van de Provincie ¿ en het thans gevorderde verlies van levensonderhoud.

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken, de artikelen 31 tot 37bis van de wet van 1 augustus 1985, zoals gewijzigd door de wetten van 26 maart 2003 en 22 april 2003, de programmawet van 27 december 2004 en de artikelen 14 tot 34 van het K.B. van 18 december 1986.

Verklaart het verzoek ontvankelijk.

Kent de verzoeker Rocco V. als wettelijke vertegenwoordiger van zijn minderjarige zoon Dwight V. een hulp toe van euro 29.175.

Zegt dat die gelden zullen gestort worden op een spaarboekje te openen op naam van het minderjarig kind en dat de hoofdsom en de intresten onbeschikbaar zullen blijven tot aan hun meerderjarigheid of ontvoogding, behoudens toelating door de daartoe bevoegde rechter.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 29 november 2005.