Hof van Cassatie: Arrest van 1 December 2014 (België). RG S.13.0115.F

Datum :
01-12-2014
Taal :
Frans Nederlands
Grootte :
1 pagina
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel N-20141201-3
Rolnummer :
S.13.0115.F

Samenvatting :

Wanneer in een geschil waarin een betwisting bestaat tussen instellingen belast met de toepassing van de wetten en verordeningen inzake de ziekte- en invaliditeitsverzekering, betreffende de rechten en plichten die daaruit voor hen voortvloeien, namelijk een materie die geregeld wordt door artikel 580, 4°, van het Gerechtelijk Wetboek en niet door de bepalingen bedoeld in artikel 704, §2, van dat wetboek, de griffier aan de partijen kennis geeft van de beslissing bij gerechtsbrief, doet die kennisgeving de termijn om cassatieberoep in te stellen niet ingaan; in dat geval begint de termijn pas te lopen vanaf de betekening van de beslissing.

Arrest :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.

Nr. S.13.0115.F

NATIONAAL VERBOND VAN SOCIALISTISCHE MUTUALITEITEN,

Mr. Isabelle Heenen, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

1. J. D.,

Mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie,

2. FEDERATION DES MUTUALITES SOCIALISTES DU LUXEM-BOURG,

Mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van 22 mei 2013 van het arbeidshof te Luik, afdeling Neufchâteau.

Raadsheer Mireille Delange heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht Michel Palumbo heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijk van het cassatieberoep

De verweerster werpt een middel van niet-ontvankelijkheid op: het cassatieberoep is laattijdig.

Artikel 1073, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat, behoudens wanneer de wet een kortere termijn bepaalt, de termijn om zich in cassatie te voorzien drie maanden is te rekenen van de dag waarop de bestreden beslissing is betekend of van de dag van de kennisgeving ervan overeenkomstig artikel 792, tweede en der-de lid, van dat wetboek.

Krachtens dat laatste artikel brengt de griffier, voor de zaken opgesomd in artikel 704, § 2, de beslissing ter kennis van de partijen bij gerechtsbrief.

Het geschil betreft een betwisting tussen instellingen belast met de toepassing van de wetten en verordeningen inzake de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzeke-ring, betreffende de rechten en plichten die daaruit voor hen voortvloeien, name-lijk een materie die geregeld wordt door artikel 580, 4°, Gerechtelijk Wetboek en niet door de bepalingen bedoeld in artikel 704, § 2, van dat wetboek.

Wanneer de griffier in een geschil van die aard aan de partijen kennis geeft van de beslissing bij gerechtsbrief, doet die kennisgeving de aanvang van de termijn om cassatieberoep in te stellen niet ingaan. In dat geval begint de termijn pas te lopen vanaf de betekening van de beslissing.

Het middel van niet-ontvankelijkheid kan niet worden aangenomen.

(...)

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, derde kamer, te Brussel, door afde-lingsvoorzitter Albert Fettweis, de raadsheren Martine Regout, Mireille Delange, Michel Lemal en Marie-Claire Ernotte, en in openbare terechtzitting van 1 de-cember 2014 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, in aanwezig-heid van advocaat-generaal met opdracht Michel Palumbo, met bijstand van grif-fier Lutgarde Body.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Koen Mestdagh en overge-schreven met assistentie van griffier Vanessa Van de Sijpe.

De griffier, De raadsheer,