Hof van Cassatie: Arrest van 12 Maart 1991 (België). RG 1615
- Sectie :
- Rechtspraak
- Bron :
- Justel N-19910312-9
- Rolnummer :
- 1615
Samenvatting :
Niet naar recht verantwoord is de beslissing van de strafrechter die, na de beklaagde te hebben veroordeeld wegens bedrieglijke bankbreuk door o.a. verduistering, ten nadele van de failliete boedel, van een bepaald bedrag, aangewend voor de aankoop van een autovoertuig, en van dat voertuig, en na de terugkeer van dat voertuig, dat onder de hand van het gerecht was, te hebben bevolen, op de civielrechtelijke vordering van de curator de beklaagde veroordeelt dat bedrag te betalen op de enkele grond dat de gefailleerde dit bedrag heeft betaald voor de aankoop van dat voertuig. ( Artt. 1382 en 1383, Burgerlijk Wetboek. )
Arrest :
I. In zoverre de voorziening gericht is tegen de beslissing op de strafvordering tegen eiser :
Overwegende dat de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht zijn genomen en de beslissing overeenkomstig de wet is gewezen;
II. In zoverre de voorziening gericht is tegen de beslissing op de civielrechtelijke vordering van verweerder tegen eiser :
Over het middel : schending van de artikelen 97 van de Grondwet, 1382, 1383 van het Burgerlijk Wetboek, en 579, inzonderheid 1°, van het Wetboek van Koophandel,
doordat het arrest eiser veroordeelt wegens bedrieglijke bankbreuk, door onder meer bewezen te verklaren de tenlasteleggingen dat eiser door middel van vervalste facturaties de bedragen van respectievelijk 660.932 frank en 579.546 frank ten nadele van de N.V. Reclameadviesbureau Kern zou hebben verduisterd en bij een voertuig Jaguar en een voertuig Citroën CX zou hebben ontvreemd ten nadele van dezelfde, beslist dat alle goederen die bedrieglijk zijn ontvreemd tot de failliete massa moeten terugkeren bij toepassing van artikel 579, 1°, van het Wetboek van Koophandel, en bovendien eiseres veroordeelt tot betaling aan de burgerlijke partij van, enerzijds, de bedragen van 660.932 frank en 579.546 frank, en, anderzijds, de bedragen van 99.700 frank en 59.745 frank, zijnde de sommen die de N.V. Kern zou hebben betaald voor beide voornoemde voertuigen,
terwijl, ...
tweede onderdeel, het beginsel van de integrale schadeloosstelling, neergelegd in de artikelen 1382 en volgende van het Burgerlijk Wetboek, insluit dat dezelfde schade slechts éénmaal mag worden vergoed; artikel 579, 1°, van het Wetboek van Koophandel, dat bepaalt dat de terugkeer tot de failliete massa van alle goederen, rechten of rechtsvorderingen die bedrieglijk zijn ontvreemd ambtshalve moet worden bevolen, ertoe strekt het nadeel te herstellen dat aan de gezamenlijke schuldeisers werd veroorzaakt, net als de burgerlijke vordering door de curator van het faillissement als vertegenwoordiger van de gezamenlijke schuldeisers ingesteld op grond van de artikelen 1382 en volgende van het Burgerlijk Wetboek; uit het voorgaande volgt dat niet de terugkeer tot de failliete massa van de ontvreemde goederen kan worden bevolen bij toepassing vaan artikel 579, 1°, voornoemd, en tegelijk de beklaagde op de burgerlijke vordering van de curator kan worden veroordeeld tot betaling aan de failliete massa van bepaalde ontvreemde sommen en van de tegenwaarde van bepaalde ontvreemde voorwerpen, daar de gelijktijdige toepassing van beide bepalingen tweemaal de vergoeding van dezelfde schade zou insluiten; het arrest derhalve, door eiser te veroordelen voor bedrieglijke bankbreuk, onder meer wegens verduistering en ontvreemde aan de later gefailleerde N.V. Reclameadviesbureau Kern van de bedragen van respectievelijk 660.932 frank en 579.546 frank en de voertuigen Jaguar en Citroën CX , eiser te bevelen alle bedrieglijk ontvreemde goederen tot de failliete massa te laten terugkeren, waartoe bijgevolg zowel de bedragen van respectievelijk 660.932 frank en 579.546 frank als beide voertuigen behoren, en bovendien eiser op de burgerlijke vordering van de curator nog te veroordelen tot betaling aan de failliete massa van dezelfde bedragen van 660.932 frank en 579.546 frank en van de bedragen die de N.V. Reclameadviesbureau Kern aan de aankoop van voormelde voertuigen zou hebben besteed, namelijk respectievelijk 99.700 frank en 59.745 frank, het beginsel dat dezelfde schade geen tweemaal kan worden vergoed miskent (schending van de artikelen 1382, 1383 van het Burgerlijk Wetboek en 579, 1°, van het Wetboek van Koophand
el);
Wat het tweede onderdeel betreft :
Overwegende dat het hof van beroep eiser schuldig verklaart onder meer aan bedrieglijke bankbreuk door verduistering van actief, door onder meer : 1. het onttrekken aan de gefailleerde N.V. Kern van a. een bedrag van 660.932 frank door middel van fictieve facturen via een zwarte lopende rekening; b. een bedrag van 579.546 frank van een rekening A.S.L.K.; 2. actief van de N.V. Kern te verduisteren of te verbergen, onder meer een personenwagen Jaguar XF, bouwjaar 1977, en een personenwagen Citroën CX Super, bouwjaar 1979; dat het, onder meer, met toepassing van artikel 579, 1°, van het Wetboek van Koophandel, ambtshalve de terugkeer tot de failliete boedel beveelt van alle goederen, rechten of rechtsvorderingen die bedrieglijk zijn ontvreemd;
Overwegende dat artikel 579 van het Wetboek van Koophandel tot doel heeft, zelfs in geval van vrijspraak, het nadeel te herstellen dat door de bedrieglijke ontvreemdingen werd veroorzaakt aan de gezamenlijke schuldeisers en aldus een bijzondere vorm van teruggave uitmaakt; dat hieruit volgt dat het arrest, dat de terugkeer tot de failliete boedel beveelt, de titel uitmaakt waardoor die bijzondere vorm van herstel kan worden ten uitvoer gelegd; dat die bepaling de rechter evenwel niet verhindert, in zoverre de aldus bevolen terugkeer niet volstaat om de massa van de schuldeisers schadeloos te stellen, aan de curator vergoeding toe te kennen voor de schade welke door de terugkeer niet is vergoed;
Overwegende dat, wat de voormelde autovoertuigen betreft, uit de vaststellingen van het arrest blijkt dat die wagens, volgens eiser door hem en zijn echtgenote met eigen penningen aangekocht, werden betaald door de N.V. Kern doch werden ingeschreven op naam van eiser en zijn echtgenote en door hen persoonlijk gebruikt; dat uit de uitspraak van de eerste rechter, weergegeven in het arrest, blijkt dat die wagens in beslag zijn genomen tijdens het onderzoek en derhalve onder de hand van het gerecht zijn; dat het arrest, zoals door verweerder gevorderd, niet alleen de terugkeer van die wagens beveelt doch eiser tevens veroordeelt om de voor de aankoop van die wagens aangewende bedragen, toebehorende aan de N.V. Kern, ten belope van respectievelijk 99.700 frank en 59.745 frank in hoofdsom, aan verweerder te betalen op de enkele grond dat de N.V. Kern die sommen heeft betaald voor de aankoop van die voertuigen;
Overwegende dat de appelrechters door die motivering hun beslissing niet naar recht verantwoorden en derhalve de artikelen 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek schenden;
Dat het onderdeel in zoverre gegrond is;
Overwegende dat, wat de bedragen van respectievelijk 660.932 frank en 579.546 frank in hoofdsom betreft, eiser niet aanwijst hoe het arrest, door hem te veroordelen om die bedragen aan verweerder te betalen, tweemaal vergoeding toekent voor dezelfde schade; dat het onderzoek van het onderdeel het Hof zou verplichten tot een onderzoek van feiten waarvoor het niet bevoegd is;
Dat het onderdeel in zoverre niet ontvankelijk is;
Om die redenen, ongeacht het eerste en het derde onderdeel die niet tot ruimere cassatie kunnen leiden, vernietigt het bestreden arrest in zoverre het, na de terugkeer van de autovoertuigen Jaguar XF, bouwjaar 1977, en Citroën CX 2000 Super, bouwjaar 1979, tot de failliete massa te hebben bevolen, op de civielrechtelijke vordering van verweerder eiser veroordeelt tot het betalen van 97.500 frank en 59.745 frank, vermeerderd met interesten, en in zoverre het uitspraak doet over de kosten van die civielrechtelijke vordering; verwerp de voorziening voor het overige; beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest; veroordeelt eiser in drie vierde en verweerder in één vierde van de kosten; verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Brussel.