Hof van Cassatie: Arrest van 17 November 1992 (België). RG 5722

Datum :
17-11-1992
Taal :
Frans Nederlands
Grootte :
1 pagina
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel N-19921117-17
Rolnummer :
5722

Samenvatting :

De strafrechter vermag geen omschrijving toe te voegen aan diegene die aan het feit werd gegeven, uitgezonderd in geval van aanvullende dagvaarding of vrijwillige verschijning in eerste aanleg.

Arrest :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.
HET HOF; - Gelet op het bestreden arrest, op 30 april 1991 door het Hof van Beroep te Brussel gewezen;
Gelet op eisers memorie waarvan een door de griffier van het Hof voor eensluidend verklaarde kopie aan dit arrest is gehecht en daarvan deel uitmaakt;
Over de twee middelen samen :
Overwegende dat beide beklaagden door de Arbeidsauditeur werden vervolgd voor de correctionele rechtbank wegens diverse inbreuken op het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming, (...)
Overwegende dat het hof van beroep, op het hoger beroep van het openbaar ministerie, de beklaagden en de civielrechtelijk aansprakelijke partij, na te hebben overwogen "dat de tenlasteleggingen sub I lastens eerste en tweede beklaagde respectievelijk werden opgeleverd door één door hen gepleegd feit, namelijk er op 14 juli 1988 niet te hebben over gewaakt dat een materiaallift niet voor personenvervoer werd gebruikt, maar integendeel deze lift, waarvan het laadplatform niet was voorzien van leuningen en dewelke was voorzien van een bedieningssysteem dat vanaf het platform kon worden in werking gesteld, voor personenvervoer aan hun werknemers te hebben ter beschikking gesteld; dat uit het strafrechtelijk vooronderzoek echter blijkt dat dit feit, zo het bewezen zou zijn, (tevens) een gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg zou uitmaken waardoor, zonder het oogmerk om de personen van een ander aan te randen, door deze beklaagden slagen of verwondingen werden toegebracht aan Peter Olaerts dewelke van vernoemde lift naar beneden stortte en zwaar werd gekwetst; dat dit feit onder deze strafrechtelijke omschrijving moet worden onderzocht", de strafvordering onontvankelijk verklaart op grond dat "vervolging van vernoemd misdrijf, dat strafbaar is gesteld door de artikelen 418 en 420 van het Strafwetboek, moet worden ingesteld door de procureur des Konings en niet door de arbeidsauditeur en nu, overeenkomstig alinea 2 van artikel 155 van het Gerechtelijk Wetboek, de openbare vordering met betrekking tot de overige tenlasteleggingen evenmin door de arbeidsauditeur kon worden uitgeoefend";
Overwegende dat, onder voorbehoud van hetgeen is bepaald door het hof van assisen, de strafrechter aan de feiten van de telastleggingen hun juiste omschrijving moet geven en daartoe zo nodig de omschrijving in de inleidende akte wijzigen of vervangen;
Dat hij, uitgezonderd in geval van aanvullende dagvaarding of vrijwillige verschijning in eerste aanleg, geen omschrijving vermag toe te voegen aan diegene die aan het feit werd gegeven;
Overwegende dat het hof van beroep geen uitspraak vermocht te doen over samenloop of samenhang tussen inbreuken op het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming die hij hem aanhangig waren en de inbreuk op het Strafwetboek waarvoor de beklaagden niet werden vervolgd;
Dat de middelen in zoverre gegrond zijn;
Om die redenen, vernietigt het bestreden arrest; beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest; laat de kosten ten laste van de Staat; verwijst de zaak naar het Hof van Beroep te Antwerpen.