Hof van Cassatie: Arrest van 6 Januari 1992 (België). RG 7619

Datum :
06-01-1992
Taal :
Frans Nederlands
Grootte :
2 pagina's
Sectie :
Rechtspraak
Bron :
Justel N-19920106-12
Rolnummer :
7619

Samenvatting :

De burgerlijke rechter is niet gebonden door de beslissing van de strafrechter die door tegenstrijdigheid is aangetast.

Arrest :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.
HET HOF; - Gelet op het bestreden arrest, op 29 juni 1989 door het Hof van Beroep te Antwerpen gewezen;
Gelet op de beschikking door de eerste voorzitter van het Hof genomen op 26 november 1991, waarbij de zaak naar de derde kamer wordt verwezen;
Over het middel, gesteld als volgt : "schending van het algemeen rechtsbeginsel van het gezag van het rechtelijk gewijsde in strafzaken, zoals dit voortvloeit uit artikel 4 van de wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering, de artikelen 1319, 1320 en 1322 van het Burgerlijk Wetboek, en 97 van de Grondwet,
doordat het hof van beroep in het bestreden arrest de regresvordering van eiseres die strekte tot veroordeling van verweerder tot betaling van 257.612 frank, zijnde de vergoeding door eiseres uitgekeerd naar aanleiding van het verkeersongeval waarbij verweerder was betrokken, afwijst op de volgende gronden : "(...) dat (eiseres) zich voor het (hof van beroep) ten onrechte beroept op een door haar opnieuw ontwikkelde tegenstrijdigheid tussen enerzijds de motivering en beslissing van de strafrechter in het vonnis d.d. 29.9.1982 dat de vastgestelde alcoholemie met de omstandigheden waarin ze tot stand kwam een zware fout uitmaken in de zin van artikel 18 van de wet van 3 juli 1978 op de arbeidsovereenkomsten, en anderzijds, de afzonderlijke beteugeling op strafgebied van diezelfde alcoholemie ten aanzien van de aanrijding als dusdanig met de schadegevolgen die eruit voortvloeien en die (eiseres) te haren laste diende te nemen als autoverzekeraar; (...) dat in het vonnis, louter voor wat de uitspraak betreft op strafgebied, geen contradictie is te bespeuren, vermits de onderscheiden bestraffing van alcoholemie en van onvrijwillig toegebracht lichaamsleed niet nader met redenen is omkleed; dat waar de rechter het op blz. 5 en enkele alinea's ervoor had over het drankverbruik van (verweerder) en de gevolgen hiervan, hij hiermede alleen verantwoordde waarom 'beklaagde alleen verantwoordelijk was voor de hem ten laste gelegde feiten' en 'tweede gedaagde buiten zake diende gesteld'; dat in deze paragrafen niet gehandeld werd over het oorzakelijk verband tussen alcoholintoxicatie en ongeval"; en het arrest voorts verwijst naar de motieven van het vonnis a quo van 12 oktober 1987 die de afwijzing van de vordering van eiseres had gemotiveerd door de overweging dat : "wanneer de tegenstrijdigheid (...), zoals in casu, enkel bestaat tussen het dispositief op strafrechtelijk gebied en de motivering van een burgerlijke beslissing van het arrest, blijft de contradictie zonder invloed op het strafrechtelijk gewijsde", en dat hetgeen dezelfde rechter op burgerlijk gebied heeft beslist en overwogen is slechts bindend in de mate dat het een betwisting zou betreffen tussen de in huidig geding betrokken partijen, zonder belang ter zake "nu tussen deze partijen geen rechtsverband bestond, en de afzonderlijke bestraffing van de onopzettelijke slagen en verwondingen, eensdeels, en van de alcoholintoxicatie, anderdeels, elk oorzakelijk verband tussen de alcoholintoxicatie en de schade van de burgerlijke partij uitsluit",
terwijl, ...
tweede onderdeel, de beslissing van de strafrechter niet enkel door tegenstrijdigheid is aangetast wanneer de motieven betreffende de publieke vordering zelf onderling tegenstrijdig zijn, maar ook wanneer die motieven tegenstrijdig zijn met de motieven betreffende de burgerlijke vordering; wanneer de strafrechter wegens onopzettelijke slagen en verwondingen, enerzijds, en wegens dronkenschap en alcoholintoxicatie, anderzijds, ten laste van de veroorzaker van een verkeersongeval eerst onderscheiden straffen heeft uitgesproken en zodoende heeft geoordeeld dat laatstgenoemde feiten geen bestanddelen waren van het misdrijf uit onvoorzichtigheid, maar vervolgens, ten aanzien van de burgerlijke vordering, beslist dat alcoholintoxicatie oorzaak of medeoorzaak is van het ongeval en van de daaruit voortvloeiende schade, de civiele rechter die kennis neemt van het verhaal van de verzekeraar tegen die bestuurder, door die tegenstrijdige beslissingen niet gebonden is; te dezen eiseres in haar appelconclusie betoogde dat de strafrechter in de burgerlijke beschikkingen van zijn vonnis duidelijk te kennen had gegeven dat er een oorzakelijk verband bestaat tussen de grove fout van verweerder en het ongeval; het arrest dat dit verweer verwerpt door in zijn eigen motieven impliciet, en in de motieven van de eerste rechter waarnaar het verwijst uitdrukkelijk, te beslissen dat de tegenstrijdigheid tussen de motieven betreffende de beslissing op de civiele vordering en de boven genoemde afzonderlijke bestraffing geen tegenstrijdigheid kan opleveren, en dat de civiele rechter die over het verhaal van de verzekeraar uitspraak doet derhalve gebonden blijft door de uitsluiting van het oorzakelijk verband tussen de alcoholintoxicatie en het ongeval die de afzonderlijke bestraffing impliceert, niet naar recht verantwoord is (schending van het algemeen rechtsbeginsel van het gezag van het rechterlijk gewijsde in strafzaken en van artikel 4 van de wet van 17 april 1878)" :
Wat het tweede onderdeel betreft :
Overwegende dat het arrest met verwijzing naar het beroepen vonnis vaststelt dat de strafrechter, door twee afzonderlijke straffen uit te spreken zonder andere motivering dan een verwijzing naar de toepasselijke wetsbepalingen, noodzakelijk en zeker oordeelde dat het onopzettelijk toebrengen van slagen of verwondingen aan Armand De Graeve een andere oorzaak had dan de alcoholintoxicatie van verweerder;
Overwegende dat het arrest, eveneens met verwijzing naar het beroepen vonnis, voorts erop wijst : dat de strafrechter, rechtdoende op civielrechtelijk gebied, heeft beslist dat "in hetzelfde vonnis de strafrechter, zich uitsprekend over de burgerlijke verantwoordelijkheid van de werkgever en over diens eis als burgerlijke partij, een ander en volledig tegenstrijdige opvatting huldigt" omdat de strafrechter heeft beslist "dat (verweerder) een zware fout heeft gepleegd in de zin van artikel 18 van de wet op de arbeidsovereenkomsten, zware fout die erin bestond "zich dermate te hebben bedronken dat zijn reactievermogen sterk verminderd was en hij hierdoor te laat reageerde om zijn autobus tot stilstand te brengen en het verkeer dat rechtdoor zijn weg vervolgde niet te hinderen""; dat "wanneer de tegenstrijdigheid echter, zoals in casu, enkel bestaat tussen het dispositief op strafrechtelijk gebied en de motivering van een burgerlijke beslissing van het (vonnis), de contradictie zonder invloed blijft op het strafrechtelijk gewijsde";
Overwegende dat uit de in de context teruggeplaatste voormelde beslissing die betrekking heeft op de gevolgen van de alcoholintoxicatie van verweerder, volgt dat die alcoholintoxicatie één der constitutieve elementen is van de door verweerder begane onvoorzichtigheid die het ongeval heeft veroorzaakt;
Overwegende dat de strafrechter, door verweerder wegens elk van de telastleggingen tot afzonderlijke straffen te veroordelen, de feitelijke eenheid heeft tegengesproken die hij in de motieven van zijn beslissing had vastgesteld, zodat de appelrechter, wegens het ontbreken van zekerheid omtrent het rechterlijk gewijsde ten opzichte van het causale verband tussen de alcoholintoxicatie en de aan het slachtoffer toegebrachte letsels, niet vermocht te oordelen dat hij door de strafrechtelijke beslissing gebonden was;
Dat het onderdeel gegrond was;
Om die redenen, vernietigt het bestreden arrest; beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest; houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over; verwijst de zaak naar het Hof van Beroep te Brussel.