Akkoord tussen de Regering van het Koninkrijk België en de Regering van het Hachemietische Koninkrijk Jordanië betreffende het inrichten van regelmatige luchtdiensten tussen hun onderscheidenlijke grondgebieden en verdere landen. .
- Sectie :
- Wetgeving
- Bron :
- Numac 1960101950
Originele tekst :
Voeg het document toe aan een map
()
om te beginnen met annoteren.
Artikel 1 Elke Overeenkomstsluitende Partij verleent de andere Overeenkomstsluitende Partij de in de bijlage bij dit Akkoord omschreven rechten voor het instellen van internationale luchtdiensten (hierna te noemen "overeengekomen diensten") op de daarin omschreven routes (hierna te noemen "omschreven routes").
Artikel 2 1. De overeengekomen diensten kunnen, naar verkiezen van de Overeenkomstsluitende Partij aan wie de rechten worden verleend, onmiddellijk dan welk op een later tijdstip aanvangen, maar niet voordat :
a) De Overeenkomstsluitende Partij aan wie de rechten zijn verleend, een of verschillende luchtvaartmaatschappijen (hierna te noemen aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) voor de omschreven routes heeft aangewezen, en
b) De Overeenkomstsluitende Partij, die de rechten verleent, aan de betrokken luchtvaartmaatschappij(en) de passende exploitatievergunning heeft verleend, hetgeen zij behoudens het bepaalde in lid 2 van dit artikel en in artikel 5, zonder onnodige vertraging dient te doen.
2. Van elk der aangewezen luchtvaartmaatschappijen kan worden gevergd, dat zij ten genoegen van de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij het bewijs levert in staat te zijn de voorwaarden na te komen, voorgeschreven bij of krachtens de wetten en reglementen welke gewoonlijk door die autoriteiten ten aanzien van de exploitatie van internationale luchtdiensten worden toegepast.
Artikel 3 Ten einde discriminatoire praktijken te voorkomen- en gelijkheid van behandeling te verzekeren, wordt overeengekomen dat :
a) de voorraden motorbrandstof, smeeroliën, reserveonderdelen, normale uitrustingsstukken en proviand, welke aan boord zijn van luchtvaartuigen van de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van de ene Overeenkomstsluitende Partij bij aankomst in het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij, vrijgesteld zullen zijn van alle nationale rechten en heffingen, met inbegrip van douanerechten en inspectiekosten, zelfs indien zulke voorraden door die luchtvaartuigenworden gebruikt op vluchten binnen dat grondgebied, onder voorbehoud evenwel, dat de reglementen van de andere Overeenkomstsluitende Partij worden nageleefd. De aldus vrijgestelde goederen zullen niet mogen worden afgeladen dan met toestemming van de douaneautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij; indien zij afgeladen worden zullen zij onder douanetoezicht blijven totdat zij voor gebruik door de betrokken luchtvaartuigen opgevorderd dan wel wederuitgevoerd worden;
b) Voorraden motorbrandstof, smeeroliën, reserveonderdelen, normale uitrustingsstukken en proviand, ingevoerd in of aan boord genomen van luchtvaartuigen van de ene Overeenkomstsluitende Partij in het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij door of ten behoeve van de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van de eerste Overeenkomstsluitende Partij en uitsluitend bestemd voor gebruik bij de exploitatie van een overeengekomen dienst, vrijgesteld zullen zijn van alle nationale rechten en heffingen, met inbegrip van douanerechten en inspectiekosten, onder voorbehoud dat de reglementen van de Overeenkomstsluitende Partij worden nageleefd, zelfs indien zodanige voorraden door de luchtvaartuigen worden gebruikt tijdens vluchten binnen dat grondgebied. De aldus ingevoerde goederen zullen onder douanetoezicht blijven totdat zij voor het betrokken gebruik dan wel voor de wederuitvoer opgevorderd worden.
Artikel 4 a) De wetten en reglementen van een Overeenkomstsluitende Partij betreffende de toelating tot of het vertrek uit haar grondgebied van luchtvaartuigen, gebruikt in de internationale luchtvaart of betreffende de exploitatie van en het vliegen met zulke luchtvaartuigen gedurende het verblijf binnen haar grondgebied, zullen zonder onderscheid van de nationaliteit gelijkelijk van toepassing zijn op de luchtvaartuigen van de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van de andere Overeenkomstsluitende Partij en zullen door deze luchtvaartuigen bij het binnenkomen in of het verlaten van of gedurende het verblijf binnen het grondgebied van de eerste Partij moeten worden nageleefd.
b) De wetten n reglementen van een Overeenkomstsluitende Partij betreffende de toelating tot of het vertrek uit haar grondgebied van passagiers, bemanningen of lading van luchtvaartuigen zoals reglementen betreffende binnenkomst, in- en uitklaring, inwijking, identiteitsbewijzen, tol en quarantaine, zullen door of voor rekening van de passagiers, de bemanningsleden en de lading van luchtvaartuigen, gebezigd door de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van de andere Overeenkomstsluitende Partij, bij het binnenkomen in, het vertrekken uit, of tijdens de duur van het verblijf binnen het grondgebied van de eerste Partij, worden nageleefd.
Artikel 5 Elke Overeenkomstsluitende Partij behoudt zich het recht voor het uitoefenen door een luchtvaartmaatschappij, aangewezen door de andere Overeenkomstsluitende Partij, van de in de bijlage bij deze Overeenkomst omschreven rechten, te weigeren of in te trekken, in het geval er niet tot haar genoegen is gebleken, dat een overwegend eigendomsrecht van en het daadwerkelijk toezicht op zulke luchtvaartmaatschappij in handen zijn van ingezetenen van de andere Overeenkomstsluitende Partij, ofwel wanneer deze luchtvaartmaatschappij bij het naleven der wetten en voorschriften van de Overeenkomstsluitende Partij boven wier grondgebied zij luchtdiensten exploiteert, als omschreven in artikel 4 van deze Overeenkomst, in gebreke blijft of aan haar verplichtingen ingevolge deze Overeenkomst en haar bijlage te kort komt.
Artikel 6 De door de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van elke Overeenkomstsluitende Partij op de omschreven routes of op een gedeelte ervan toe te passen tarieven, zullen langs het kanaal van de Internationale Verenigingen van Luchtvervoerders (I.A.T.A.), worden vastgesteld. Indien in de school van de I.A.T.A. omtrent een tarief geen overeenstemming kan worden bereikt, zal dit door de onderscheidene aangewezen luchtvervoermaatschappijen onderling worden overeengekomen en mits goedkeuring door hun onderscheiden Regeringen.
Artikel 7 Dit Akkoord en alle daarmede verband houdende contracten zullen bij de Internationale Burgerlijke Luchtvaartorganisatie worden ingeschreven.
Artikel 8 a) Indien een der Overeenkomstsluitende Partijen het wenselijk acht enige bepaling of bepalingen van de Overeenkomst, of van haar Bijlage, te wijzigen, zullen de bevoegde luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen overleg plegen ten einde zodanige wijziging(en) tot stand te brengen. Zulk overleg zal aanvangen binnen een periode van 60 dagen te rekenen van af de datum van het verzoek. Ingeval de genoemde autoriteiten tot overeenstemming komen inzake de aan te brengen wijzigingen, zullen bedoelde wijzigingen van kracht worden nadat zij bevestigd zijn door een diplomatieke notawisseling.
b) De door elk van beide Overeenkomstsluitende Partijen aan de omschreven routes aangebrachte wijzigingen zullen, met uitzondering van de wijziging van de door haar aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) binnen het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij aangedane punten, niet als wijzigingen van deze Overeenkomst beschouwd worden. De luchtvaartautoriteiten van elke Overeenkomstsluitende Partij mogen derhalve eenzijdig zodanige wijzigingen aanbrengen, mits evenwel, van iedere wijziging onverwijld mededeling wordt gedaan aan de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij.
Artikel 9 Elk geschil tussen de beide Overeenkomstsluitende Partijen betreffende de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst of haar Bijlage, die niet door rechtstreekse onderhandelingen kunnen worden opgelost, zullen aan een door beide Overeenkomstsluitende Partijen in onderlinge overeenstemming aangewezen Scheidsgerecht of het Internationale Gerechtshof te beslissing worden voorgelegd. De Overeenkomstsluitende Partijen gaan de verbintenis aan zich aan iedere beslissing welke bedoeld Scheidsgerecht of het Internationaal Gerechtshof heeft getroffen, te onderwerpen.
Artikel 10 Elk der Overeenkomstsluitende Partijen kan te allen tijde de andere Partij mededeling doen van haar wens deze Overeenkomst te beëindigen. Zulke mededeling zal tegelijkertijd aan de Internationale Burgerlijke Luchtvaartorganisatie worden overgemaakt.
Deze Overeenkomst zal niet eerder eindigen dan twaalf maanden na de datum van ontvangst van de mededeling door de andere Overeenkomstsluitende Partij, tenzij de mededeling in onderling overleg voor het verstrijken van die termijn wordt ingetrokken. Indien de andere Overeenkomstsluitende Partij nalaat ontvangst der mededeling te bevestigen, zal deze geacht worden te zijn ontvangen veertien dagen na ontvangst ervan door de Internationale Burgerlijke Luchtvaartorganisatie.
Artikel 11 In dit Akkoord dient onder "Luchtvaartautoriteiten" verstaan, waar het de Jordaanse Regering betreft, de D.G.C.A. en elke persoon of organisme welke ertoe is gemachtigd de functies te verzekeren welke heden door gezegde Directeur worden uitgeoefend en, waar het de Belgische Regering betreft, de Minister van Verkeerswezen, Bestuur der Burgerlijke Luchtvaart, of elke persoon of organisme welke ertoe is gemachtigd de functies te verzekeren welke heden door gezegde Minister worden uitgeoefend.
Artikel 12 Dit Akkoord zal voorlopig van kracht worden op de datum van de ondertekening en definitief op de datum van uitwisseling van de bekrachtigingsoorkonden.
Bijlagen.
Artikel N1 Bijlage (A).
1. De luchtvaartmaatschappijen, aangewezen door de Regering van het Hachemietisch Koninkrijk Jordanië zullen gemachtigd zijn op elk der hierna bepaalde routes in beide richtingen luchtdiensten te exploiteren en op Belgisch grondgebied te landen voor de behoeften aan verkeer van passagiers, vracht en post op de in dit lid nader bepaalde punten :
Artikel N2 Dienstregeling.
1. (a) Routes te bedienen door de luchtvaartmaatschappij(en) aangewezen door de Regering van het Hachemietisch Koninkrijk Jordanië :
1. (b) Punten in Jordanië via tussenliggende punten in België en verder, in beide richtingen.
2. De luchtvaartmaatschappijen, aangewezen door de Regering van het Koninkrijk België, zullen gemachtigd zijn op elk der hierna bepaalde routes in beide richtingen luchtdiensten te exploiteren en op Jordaans grondgebied te landen voor de behoeften aan verkeer van passagiers, vracht en post op de in dit lid nader bepaalde punten :
Artikel N3 Dienstregeling.
2. (a) Routes te bedienen door de luchtvaartmaatschappij(en) aangewezen door de Regering van het Koninkrijk België :
2. (b) Punten in België via tussenliggende punten naar punten in Jordanië en verder, in beide richtingen.
2. (c) Het is de luchtvaartmaatschappij(en), aangewezen door de Belgische Regering, verboden handels- en verkeersrechten uit te oefenen tussen punten in het Hachemietisch Koninkrijk Jordanië en punten in Libanon, de Verenigde Arabische Republiek, Koeweit en Saoedisch Arabië en omgekeerd.
2. (d) De luchtvaartuigen van de door de Belgische Regering aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) mogen op hun weg naar f van Jordanië Israël niet overvliegen noch er landen.
Artikel N4 Overeenkomstig artikel 12 is dit Akkoord voorlopig in werking getreden op 19 oktober 1960 en definitief op 31 juli 1963, datum waarop te Amman de uitwisseling der bekrachtigingsoorkonden heeft plaatsgehad.
Artikel 2 1. De overeengekomen diensten kunnen, naar verkiezen van de Overeenkomstsluitende Partij aan wie de rechten worden verleend, onmiddellijk dan welk op een later tijdstip aanvangen, maar niet voordat :
a) De Overeenkomstsluitende Partij aan wie de rechten zijn verleend, een of verschillende luchtvaartmaatschappijen (hierna te noemen aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) voor de omschreven routes heeft aangewezen, en
b) De Overeenkomstsluitende Partij, die de rechten verleent, aan de betrokken luchtvaartmaatschappij(en) de passende exploitatievergunning heeft verleend, hetgeen zij behoudens het bepaalde in lid 2 van dit artikel en in artikel 5, zonder onnodige vertraging dient te doen.
2. Van elk der aangewezen luchtvaartmaatschappijen kan worden gevergd, dat zij ten genoegen van de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij het bewijs levert in staat te zijn de voorwaarden na te komen, voorgeschreven bij of krachtens de wetten en reglementen welke gewoonlijk door die autoriteiten ten aanzien van de exploitatie van internationale luchtdiensten worden toegepast.
Artikel 3 Ten einde discriminatoire praktijken te voorkomen- en gelijkheid van behandeling te verzekeren, wordt overeengekomen dat :
a) de voorraden motorbrandstof, smeeroliën, reserveonderdelen, normale uitrustingsstukken en proviand, welke aan boord zijn van luchtvaartuigen van de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van de ene Overeenkomstsluitende Partij bij aankomst in het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij, vrijgesteld zullen zijn van alle nationale rechten en heffingen, met inbegrip van douanerechten en inspectiekosten, zelfs indien zulke voorraden door die luchtvaartuigenworden gebruikt op vluchten binnen dat grondgebied, onder voorbehoud evenwel, dat de reglementen van de andere Overeenkomstsluitende Partij worden nageleefd. De aldus vrijgestelde goederen zullen niet mogen worden afgeladen dan met toestemming van de douaneautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij; indien zij afgeladen worden zullen zij onder douanetoezicht blijven totdat zij voor gebruik door de betrokken luchtvaartuigen opgevorderd dan wel wederuitgevoerd worden;
b) Voorraden motorbrandstof, smeeroliën, reserveonderdelen, normale uitrustingsstukken en proviand, ingevoerd in of aan boord genomen van luchtvaartuigen van de ene Overeenkomstsluitende Partij in het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij door of ten behoeve van de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van de eerste Overeenkomstsluitende Partij en uitsluitend bestemd voor gebruik bij de exploitatie van een overeengekomen dienst, vrijgesteld zullen zijn van alle nationale rechten en heffingen, met inbegrip van douanerechten en inspectiekosten, onder voorbehoud dat de reglementen van de Overeenkomstsluitende Partij worden nageleefd, zelfs indien zodanige voorraden door de luchtvaartuigen worden gebruikt tijdens vluchten binnen dat grondgebied. De aldus ingevoerde goederen zullen onder douanetoezicht blijven totdat zij voor het betrokken gebruik dan wel voor de wederuitvoer opgevorderd worden.
Artikel 4 a) De wetten en reglementen van een Overeenkomstsluitende Partij betreffende de toelating tot of het vertrek uit haar grondgebied van luchtvaartuigen, gebruikt in de internationale luchtvaart of betreffende de exploitatie van en het vliegen met zulke luchtvaartuigen gedurende het verblijf binnen haar grondgebied, zullen zonder onderscheid van de nationaliteit gelijkelijk van toepassing zijn op de luchtvaartuigen van de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van de andere Overeenkomstsluitende Partij en zullen door deze luchtvaartuigen bij het binnenkomen in of het verlaten van of gedurende het verblijf binnen het grondgebied van de eerste Partij moeten worden nageleefd.
b) De wetten n reglementen van een Overeenkomstsluitende Partij betreffende de toelating tot of het vertrek uit haar grondgebied van passagiers, bemanningen of lading van luchtvaartuigen zoals reglementen betreffende binnenkomst, in- en uitklaring, inwijking, identiteitsbewijzen, tol en quarantaine, zullen door of voor rekening van de passagiers, de bemanningsleden en de lading van luchtvaartuigen, gebezigd door de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van de andere Overeenkomstsluitende Partij, bij het binnenkomen in, het vertrekken uit, of tijdens de duur van het verblijf binnen het grondgebied van de eerste Partij, worden nageleefd.
Artikel 5 Elke Overeenkomstsluitende Partij behoudt zich het recht voor het uitoefenen door een luchtvaartmaatschappij, aangewezen door de andere Overeenkomstsluitende Partij, van de in de bijlage bij deze Overeenkomst omschreven rechten, te weigeren of in te trekken, in het geval er niet tot haar genoegen is gebleken, dat een overwegend eigendomsrecht van en het daadwerkelijk toezicht op zulke luchtvaartmaatschappij in handen zijn van ingezetenen van de andere Overeenkomstsluitende Partij, ofwel wanneer deze luchtvaartmaatschappij bij het naleven der wetten en voorschriften van de Overeenkomstsluitende Partij boven wier grondgebied zij luchtdiensten exploiteert, als omschreven in artikel 4 van deze Overeenkomst, in gebreke blijft of aan haar verplichtingen ingevolge deze Overeenkomst en haar bijlage te kort komt.
Artikel 6 De door de aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) van elke Overeenkomstsluitende Partij op de omschreven routes of op een gedeelte ervan toe te passen tarieven, zullen langs het kanaal van de Internationale Verenigingen van Luchtvervoerders (I.A.T.A.), worden vastgesteld. Indien in de school van de I.A.T.A. omtrent een tarief geen overeenstemming kan worden bereikt, zal dit door de onderscheidene aangewezen luchtvervoermaatschappijen onderling worden overeengekomen en mits goedkeuring door hun onderscheiden Regeringen.
Artikel 7 Dit Akkoord en alle daarmede verband houdende contracten zullen bij de Internationale Burgerlijke Luchtvaartorganisatie worden ingeschreven.
Artikel 8 a) Indien een der Overeenkomstsluitende Partijen het wenselijk acht enige bepaling of bepalingen van de Overeenkomst, of van haar Bijlage, te wijzigen, zullen de bevoegde luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen overleg plegen ten einde zodanige wijziging(en) tot stand te brengen. Zulk overleg zal aanvangen binnen een periode van 60 dagen te rekenen van af de datum van het verzoek. Ingeval de genoemde autoriteiten tot overeenstemming komen inzake de aan te brengen wijzigingen, zullen bedoelde wijzigingen van kracht worden nadat zij bevestigd zijn door een diplomatieke notawisseling.
b) De door elk van beide Overeenkomstsluitende Partijen aan de omschreven routes aangebrachte wijzigingen zullen, met uitzondering van de wijziging van de door haar aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) binnen het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij aangedane punten, niet als wijzigingen van deze Overeenkomst beschouwd worden. De luchtvaartautoriteiten van elke Overeenkomstsluitende Partij mogen derhalve eenzijdig zodanige wijzigingen aanbrengen, mits evenwel, van iedere wijziging onverwijld mededeling wordt gedaan aan de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij.
Artikel 9 Elk geschil tussen de beide Overeenkomstsluitende Partijen betreffende de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst of haar Bijlage, die niet door rechtstreekse onderhandelingen kunnen worden opgelost, zullen aan een door beide Overeenkomstsluitende Partijen in onderlinge overeenstemming aangewezen Scheidsgerecht of het Internationale Gerechtshof te beslissing worden voorgelegd. De Overeenkomstsluitende Partijen gaan de verbintenis aan zich aan iedere beslissing welke bedoeld Scheidsgerecht of het Internationaal Gerechtshof heeft getroffen, te onderwerpen.
Artikel 10 Elk der Overeenkomstsluitende Partijen kan te allen tijde de andere Partij mededeling doen van haar wens deze Overeenkomst te beëindigen. Zulke mededeling zal tegelijkertijd aan de Internationale Burgerlijke Luchtvaartorganisatie worden overgemaakt.
Deze Overeenkomst zal niet eerder eindigen dan twaalf maanden na de datum van ontvangst van de mededeling door de andere Overeenkomstsluitende Partij, tenzij de mededeling in onderling overleg voor het verstrijken van die termijn wordt ingetrokken. Indien de andere Overeenkomstsluitende Partij nalaat ontvangst der mededeling te bevestigen, zal deze geacht worden te zijn ontvangen veertien dagen na ontvangst ervan door de Internationale Burgerlijke Luchtvaartorganisatie.
Artikel 11 In dit Akkoord dient onder "Luchtvaartautoriteiten" verstaan, waar het de Jordaanse Regering betreft, de D.G.C.A. en elke persoon of organisme welke ertoe is gemachtigd de functies te verzekeren welke heden door gezegde Directeur worden uitgeoefend en, waar het de Belgische Regering betreft, de Minister van Verkeerswezen, Bestuur der Burgerlijke Luchtvaart, of elke persoon of organisme welke ertoe is gemachtigd de functies te verzekeren welke heden door gezegde Minister worden uitgeoefend.
Artikel 12 Dit Akkoord zal voorlopig van kracht worden op de datum van de ondertekening en definitief op de datum van uitwisseling van de bekrachtigingsoorkonden.
Bijlagen.
Artikel N1 Bijlage (A).
1. De luchtvaartmaatschappijen, aangewezen door de Regering van het Hachemietisch Koninkrijk Jordanië zullen gemachtigd zijn op elk der hierna bepaalde routes in beide richtingen luchtdiensten te exploiteren en op Belgisch grondgebied te landen voor de behoeften aan verkeer van passagiers, vracht en post op de in dit lid nader bepaalde punten :
Artikel N2 Dienstregeling.
1. (a) Routes te bedienen door de luchtvaartmaatschappij(en) aangewezen door de Regering van het Hachemietisch Koninkrijk Jordanië :
1. (b) Punten in Jordanië via tussenliggende punten in België en verder, in beide richtingen.
2. De luchtvaartmaatschappijen, aangewezen door de Regering van het Koninkrijk België, zullen gemachtigd zijn op elk der hierna bepaalde routes in beide richtingen luchtdiensten te exploiteren en op Jordaans grondgebied te landen voor de behoeften aan verkeer van passagiers, vracht en post op de in dit lid nader bepaalde punten :
Artikel N3 Dienstregeling.
2. (a) Routes te bedienen door de luchtvaartmaatschappij(en) aangewezen door de Regering van het Koninkrijk België :
2. (b) Punten in België via tussenliggende punten naar punten in Jordanië en verder, in beide richtingen.
2. (c) Het is de luchtvaartmaatschappij(en), aangewezen door de Belgische Regering, verboden handels- en verkeersrechten uit te oefenen tussen punten in het Hachemietisch Koninkrijk Jordanië en punten in Libanon, de Verenigde Arabische Republiek, Koeweit en Saoedisch Arabië en omgekeerd.
2. (d) De luchtvaartuigen van de door de Belgische Regering aangewezen luchtvaartmaatschappij(en) mogen op hun weg naar f van Jordanië Israël niet overvliegen noch er landen.
Artikel N4 Overeenkomstig artikel 12 is dit Akkoord voorlopig in werking getreden op 19 oktober 1960 en definitief op 31 juli 1963, datum waarop te Amman de uitwisseling der bekrachtigingsoorkonden heeft plaatsgehad.