Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 17 juli 1991 tot uitvoering van het decreet van 17 juli 1991 betreffende inspectie en pedagogische begeleidingsdiensten.
- Sectie :
- Wetgeving
- Bron :
- Numac 1996035282
Originele tekst :
Voeg het document toe aan een map
()
om te beginnen met annoteren.
Artikel 1 Artikel 52 van het besluit van de Vlaamse regering van 17 juli 1991 tot uitvoering van het decreet van 17 juli 1991 betreffende inspectie en pedagogische begeleidingsdiensten, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 3 februari 1993, 7 juli 1993, 18 mei 1994 en 14 december 1994 wordt vervangen door de volgende bepaling :
"Art. 52. De weddeschalen verbonden aan de ambten vermeld in de artikelen 1 en 10 worden op 1 augustus 1995 vastgesteld als volgt :
1° Inspecteur basisonderwijs :
167
892 685 - 1 500 517
(21 jaar)
4/1 x 23 993
12/2 x 42 655
2° Inspecteur secundair onderwijs, inspecteur kunstonderwijs, inspecteur volwassenenonderwijs en inspecteur PMS-centra :
a) houder van een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het lange type zoals bepaald in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddeschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs :
514
1 207 270 - 1 881 768
(24 jaar)
3/1 x 29 326
11/2 x 53 320
b) houder van andere bekwaamheidsbewijzen :
338
1 066 862 - 1 650 701
(22 jaar)
3/1 x 23 993
12/2 x 42 655
3° Inspecteur hoger onderwijs :
a) houder van een doctoraat op proefschrift :
544
1 399 218 - 2 048 824
(24 jaar)
3/1 x 27 548
11/2 x 51 542
b) houder van andere bekwaamheidsbewijzen :
514
1 207 270 - 1 881 768
(24 jaar)
3/1 x 29 326
11/2 x 53 320
4° Inspecteur-coördinator basisonderwijs :
166
1 004 657 - 1 612 489
(21 jaar)
4/1 x 23 993
12/2 x 42 655
5° Inspecteur-coördinator secundair onderwijs :
505
1 212 554 - 1 951 796
(24 jaar)
14/2 x 52 803
6° Inspecteur-generaal basis-, secundair of hoger onderwijs, algemeen inspecteur-generaal en de directeur van de Dienst voor Onderwijsontwikkeling :
516
1 485 712 - 2 160 210
(24 jaar)
3/1 x 29 326
11/2 x 53 320
7° Adviseur bij de Dienst voor Onderwijsontwikkeling :
a) houder van een doctoraat op proefschrift :
544
1 399 218 - 2 048 824
(24 jaar)
3/1 x 27 548
11/2 x 51 542
b) houder van andere bekwaamheidsbewijzen :
514
1 207 270 - 1 881 768
(24 jaar)
3/1 x 29 326
11/2 x 53 320
Artikel 2 In artikel 59 van hetzelfde besluit worden de §§ 1 en 2 respectievelijk vervangen door de volgende bepalingen : "§ 1. Aan de pedagogische adviseurs, waarop de begeleidingsdiensten recht hebben, op basis van artikel 89, § 1, van voormeld decreet, worden de hierna vermelde weddeschalen toegekend, vastgesteld op 1 augustus 1995, respectievelijk voor het basis- het secundair onderwijs, het hoger onderwijs van het korte type en de centra:
1° Pedagogisch adviseur basisonderwijs :
167
892 685 - 1 500 517
(21 jaar)
4/1 x 23 993
12/2 x 42 655
2° Pedagogisch adviseur secundair onderwijs en PMS-centra :
a) houder van een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het lange type zoals bepaald in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddeschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs :
514
1 207 270 - 1 881 768
(24 jaar)
3/1 x 29 326
11/2 x 53 320
b) houder van andere bekwaamheidsbewijzen :
338
1 066 862 - 1 650 701
(22 jaar)
3/1 x 23 993
12/2 x 42 655
3° Pedagogisch adviseur hoger onderwijs :
a) houder van een doctoraat op proefschrift of van het diploma van burgerlijk ingenieur :
544
1 399 218 - 2 048 824
(24 jaar)
3/1 x 27 548
11/2 x 51 542
b) houder van andere bekwaamheidsbewijzen :
514
1 207 270 - 1 881 768
(24 jaar)
3/1 x 29 326
11/2 x 53 320
§ 2. Aan de adviseurs-coördinatoren, waarop de begeleidingsdiensten recht hebben, op basis van artikel 89, § 2, van voormeld decreet, wordt de hierna vermelde weddeschaal toegekend :
516
1 485 712 - 2 160 210
(24 jaar)
3/1 x 29 326
11/2 x 53 320
Artikel 3 Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 augustus 1995.
Artikel 4 De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 31 januari 1996.
De minister-president van de Vlaamse regering,
L. VAN DEN BRANDE
De Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken,
L. VAN DEN BOSSCHE
"Art. 52. De weddeschalen verbonden aan de ambten vermeld in de artikelen 1 en 10 worden op 1 augustus 1995 vastgesteld als volgt :
1° Inspecteur basisonderwijs :
167
892 685 - 1 500 517
(21 jaar)
4/1 x 23 993
12/2 x 42 655
2° Inspecteur secundair onderwijs, inspecteur kunstonderwijs, inspecteur volwassenenonderwijs en inspecteur PMS-centra :
a) houder van een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het lange type zoals bepaald in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddeschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs :
514
1 207 270 - 1 881 768
(24 jaar)
3/1 x 29 326
11/2 x 53 320
b) houder van andere bekwaamheidsbewijzen :
338
1 066 862 - 1 650 701
(22 jaar)
3/1 x 23 993
12/2 x 42 655
3° Inspecteur hoger onderwijs :
a) houder van een doctoraat op proefschrift :
544
1 399 218 - 2 048 824
(24 jaar)
3/1 x 27 548
11/2 x 51 542
b) houder van andere bekwaamheidsbewijzen :
514
1 207 270 - 1 881 768
(24 jaar)
3/1 x 29 326
11/2 x 53 320
4° Inspecteur-coördinator basisonderwijs :
166
1 004 657 - 1 612 489
(21 jaar)
4/1 x 23 993
12/2 x 42 655
5° Inspecteur-coördinator secundair onderwijs :
505
1 212 554 - 1 951 796
(24 jaar)
14/2 x 52 803
6° Inspecteur-generaal basis-, secundair of hoger onderwijs, algemeen inspecteur-generaal en de directeur van de Dienst voor Onderwijsontwikkeling :
516
1 485 712 - 2 160 210
(24 jaar)
3/1 x 29 326
11/2 x 53 320
7° Adviseur bij de Dienst voor Onderwijsontwikkeling :
a) houder van een doctoraat op proefschrift :
544
1 399 218 - 2 048 824
(24 jaar)
3/1 x 27 548
11/2 x 51 542
b) houder van andere bekwaamheidsbewijzen :
514
1 207 270 - 1 881 768
(24 jaar)
3/1 x 29 326
11/2 x 53 320
Artikel 2 In artikel 59 van hetzelfde besluit worden de §§ 1 en 2 respectievelijk vervangen door de volgende bepalingen : "§ 1. Aan de pedagogische adviseurs, waarop de begeleidingsdiensten recht hebben, op basis van artikel 89, § 1, van voormeld decreet, worden de hierna vermelde weddeschalen toegekend, vastgesteld op 1 augustus 1995, respectievelijk voor het basis- het secundair onderwijs, het hoger onderwijs van het korte type en de centra:
1° Pedagogisch adviseur basisonderwijs :
167
892 685 - 1 500 517
(21 jaar)
4/1 x 23 993
12/2 x 42 655
2° Pedagogisch adviseur secundair onderwijs en PMS-centra :
a) houder van een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger onderwijs van het lange type zoals bepaald in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddeschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs :
514
1 207 270 - 1 881 768
(24 jaar)
3/1 x 29 326
11/2 x 53 320
b) houder van andere bekwaamheidsbewijzen :
338
1 066 862 - 1 650 701
(22 jaar)
3/1 x 23 993
12/2 x 42 655
3° Pedagogisch adviseur hoger onderwijs :
a) houder van een doctoraat op proefschrift of van het diploma van burgerlijk ingenieur :
544
1 399 218 - 2 048 824
(24 jaar)
3/1 x 27 548
11/2 x 51 542
b) houder van andere bekwaamheidsbewijzen :
514
1 207 270 - 1 881 768
(24 jaar)
3/1 x 29 326
11/2 x 53 320
§ 2. Aan de adviseurs-coördinatoren, waarop de begeleidingsdiensten recht hebben, op basis van artikel 89, § 2, van voormeld decreet, wordt de hierna vermelde weddeschaal toegekend :
516
1 485 712 - 2 160 210
(24 jaar)
3/1 x 29 326
11/2 x 53 320
Artikel 3 Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 augustus 1995.
Artikel 4 De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 31 januari 1996.
De minister-president van de Vlaamse regering,
L. VAN DEN BRANDE
De Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken,
L. VAN DEN BOSSCHE