Collectieve arbeidsovereenkomst van 3 augustus 1995 van het Paritair Comité voor het bouwbedrijf. - Wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 maart 1990 tot vaststelling van een bijzondere bijdrage aan het "Fonds voor bestaanszekerheid van de werklieden uit het bouwbedrijf" .
- Sectie :
- Wetgeving
- Bron :
- Numac 1997A12869
Originele tekst :
Voeg het document toe aan een map
()
om te beginnen met annoteren.
Hoofdstuk 1. Wijzigende bepalingen
Artikel 1 Artikel 2 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 maart 1990 tot vaststelling van een bijzondere bijdrage ten voordele van het "Fonds voor bestaanszekerheid van de werklieden uit het bouwbedrijf", algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 18 september 1990, wordt vervangen door de volgende bepaling :
"Art. 2. Ingevolge de opdrachten waarmee het "Fonds voor bestaanszekerheid van de werklieden uit het bouwbedrijf" wordt belast krachtens artikel 12, § 1 van het ministerieel besluit van 22 december 1994 tot uitvoering van het koninklijk besluit van 1 juli 1994 betreffende het bijhouden van sociale identiteitskaarten, wordt de bijzondere bijdrage als volgt vastgesteld :
1° voor de ondernemingen bedoeld in artikel 4, 1° van de collectieve arbeidsovereenkomst van 28 april 1988 betreffende de toekenning van getrouwheidszegels en weerverletzegels : 0,18 pct. berekend op het brutoloon aan 108 pct.;
2° voor de ondernemingen bedoeld in artikel 4, 2° van de bovenvermelde collectieve arbeidsovereenkomst van 28 april 1988 : 250 F per kwartaal en per werknemer die voorkomt op de bijzondere aangiftestaat, alsook bij elke aanvraag van de sociale identiteitskaart en bij de eerste hernieuwing ervan.".
Hoofdstuk 2. Geldigheid
Artikel 2 Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 1995. Ze heeft dezelfde geldigheidsduur als voornoemde collectieve arbeidsovereenkomst van 29 maart 1990.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 22 december 1997.
(Voor het KB, zie %%1997-12-22/60%%).
De Minister van Tewerkstelling en Arbeid,
Mevr. M. SMET
Artikel 1 Artikel 2 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 maart 1990 tot vaststelling van een bijzondere bijdrage ten voordele van het "Fonds voor bestaanszekerheid van de werklieden uit het bouwbedrijf", algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 18 september 1990, wordt vervangen door de volgende bepaling :
"Art. 2. Ingevolge de opdrachten waarmee het "Fonds voor bestaanszekerheid van de werklieden uit het bouwbedrijf" wordt belast krachtens artikel 12, § 1 van het ministerieel besluit van 22 december 1994 tot uitvoering van het koninklijk besluit van 1 juli 1994 betreffende het bijhouden van sociale identiteitskaarten, wordt de bijzondere bijdrage als volgt vastgesteld :
1° voor de ondernemingen bedoeld in artikel 4, 1° van de collectieve arbeidsovereenkomst van 28 april 1988 betreffende de toekenning van getrouwheidszegels en weerverletzegels : 0,18 pct. berekend op het brutoloon aan 108 pct.;
2° voor de ondernemingen bedoeld in artikel 4, 2° van de bovenvermelde collectieve arbeidsovereenkomst van 28 april 1988 : 250 F per kwartaal en per werknemer die voorkomt op de bijzondere aangiftestaat, alsook bij elke aanvraag van de sociale identiteitskaart en bij de eerste hernieuwing ervan.".
Hoofdstuk 2. Geldigheid
Artikel 2 Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 1995. Ze heeft dezelfde geldigheidsduur als voornoemde collectieve arbeidsovereenkomst van 29 maart 1990.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 22 december 1997.
(Voor het KB, zie %%1997-12-22/60%%).
De Minister van Tewerkstelling en Arbeid,
Mevr. M. SMET