We are very happy to see that you like our platform! At the same time, you have reached the limit of use... Sign up now to continue.
We are very happy to see that you like our platform! At the same time, you have reached the limit of use... Sign up now to continue.

Hof van Cassatie: Arrest (België). RG P.18.0299.N

Date :
06-11-2018
Language :
French Dutch
Size :
3 pages
Section :
Case law
Source :
Justel N-20181106-3
Role number :
P.18.0299.N

Summary :

Samenvatting 1

Arrêt :

Add the document to a folder () to start annotating it.

Nr. P.18.0299.N

C T C V,

beklaagde,

eiser,

met als raadsman mr. Han Vervenne, advocaat bij de balie Gent.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, van 13 februari 2018.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht Alain Winants heeft geconcludeerd.


II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM, artikel 149 Grond-wet, artikel 32 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering en artikel 34, § 2, 1°, Wegverkeerswet, alsmede miskenning van de algemene rechtsbeginselen van het recht van verdediging en het recht op een eerlijk proces: het bestreden vonnis beantwoordt niet eisers verweer dat de alcoholanalyse en het proces-verbaal dat deze vaststellingen bevat, moeten worden geweerd als nietig wegens strijdigheid met het recht op een eerlijk proces; aldus is de beslissing niet naar recht verant-woord.

2. Met de redenen dat het bevat, beantwoordt het bestreden vonnis eisers ver-weer.

In zoverre mist het middel feitelijke grondslag.

3. In zoverre het middel schending aanvoert van artikel 32 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering en artikel 34, § 2, 1°, Wegverkeerswet, alsmede mis-kenning van de algemene rechtsbeginselen van het recht van verdediging en het recht op een eerlijk proces, is het afgeleid uit het vergeefs aangevoerde motive-ringsgebrek en is het niet ontvankelijk.

Tweede middel

Eerste onderdeel

4. Het onderdeel voert schending aan van artikel 34, § 2, 1°, Wegverkeerswet, artikel 7 van het koninklijk besluit van 21 april 2007 betreffende de ademtesttoe-stellen en de ademanalysetoestellen (hierna KB Ademtest- en ademanalysetoestel-len) en artikel 3.14.4 van de bijlage 2 bij het KB Ademtest- en ademanalystoestel-len: het bestreden vonnis oordeelt ten onrechte dat voormeld artikel 3.14.4 en de voorwaarde van een tussentijd van 5 minuten slechts toepassing vindt als het ademanalysetoestel mondalcohol registreert, wat hier niet het geval is; het bestre-den vonnis koppelt ten onrechte de detectie van mondalcohol aan deze bepaling, terwijl de daarin beschreven tussentijd net de goede werking van het ademanaly-setoestel hiervoor moet garanderen; die voorwaarde is niet in de wet bepaald.

5. Artikel 59, § 3, eerste lid, Wegverkeerswet bepaalt dat op verzoek van de daar bedoelde personen aan wie een ademanalyse werd opgelegd, onmiddellijk een tweede analyse wordt uitgevoerd en, indien het verschil tussen deze twee re-sultaten meer bedraagt dan de door de Koning bepaalde nauwkeurigheidsvoor-schriften, een derde analyse.

6. Krachtens artikel 26 KB Ademtest- en ademanalysetoestellen moet aan de betrokkene worden uitgelegd dat hij een tweede ademanalyse mag vragen, dat bij een eventueel verschil tussen de twee resultaten van meer dan de in bijlage 2 be-paalde nauwkeurigheidsvoorschriften een derde ademanalyse wordt uitgevoerd en dat indien de drie verschillen tussen die drie resultaten groter zijn dan de voor-melde nauwkeurigheidsvoorschriften, een bloedproef wordt uitgevoerd.

7. Bijlage 2 bij het KB Ademtest- en ademanalysetoestellen bevat de techni-sche specificaties van de ademanalysetoestellen. Die bijlage bepaalt:

  • - in artikel 2.11 dat een meetcyclus bestaat uit een of twee enkelvoudige geldige metingen van de AAC, dit is krachtens artikel 2.10 de ademalcoholconcentratie in uitgeademde alveolaire lucht;

  • - in artikel 3.6:

  • "Meetcyclus.

    De meetcyclus bestaat uit één enkelvoudige geldige meting van de AAC.

    Een persoon die een ademanalyse moet ondergaan, mag een tweede adem-analyse vragen. Indien het toestel mondalcohol waarneemt, zal een tweede meetcyclus worden uitgevoerd, evenwel met een tussentijd van minimum 15 minuten.

    Bij een eventueel verschil tussen de twee resultaten, dat groter is dan de voorschriften van punt 4.3, zal een derde ademanalyse uitgevoerd worden. Indien de drie verschillen tussen de drie resultaten groter zijn dan de hoger vermelde nauwkeurigheidsvoorschriften, zal overgegaan worden naar een bloedproef."

  • - in artikel 3.14.4:

  • "Detectie van mondalcohol en hyperventilatie.

    De ademanalysator moet voorzien zijn van een detectie van mondalcohol en hyperventilatie.

    De detectie zal gebeuren door het continu meten van de massaconcentratie tijdens de blaasprestatie. Voor draagbare, mobiele en ademanalysatoren met vaste standplaats die niet continu de massaconcentratie meten tijdens de blaasprestatie zal de detectie gebeuren volgens de methode A.2.2 van bijlage A van de internationale aanbeveling OIMLR126 editie 2012.

    De tussentijd tussen de twee ademstalen moet minstens 5 minuten bedragen. Als het verschil tussen de twee gemeten ademstalen groter is dan het grootste van de volgende waarden: (...), dan moet het ademanalysetoestel de meetprocedure afbreken op basis van dat verschil."

  • - in artikel 3.14.5 dat de analysator geen meetwaarde mag afleveren indien niet voldaan is aan de voorwaarden van onder meer artikel 3.14.4.

  • Uit die bepalingen volgt dat:

  • - wanneer de ademtest een resultaat A of P aangeeft, het gecombineerde adem-test- en ademanalysetoestel een wachtcyclus van vijf minuten moet opstarten alvorens te kunnen uitnodigen tot een ademanalyse, teneinde toe te laten de aanwezigheid van mondalcohol of hyperventilatie te ontdekken;

  • - de tweede ademanalyse onmiddellijk na de eerste wordt afgenomen, behoudens wanneer het toestel bij de eerste ademanalyse mondalcohol waarneemt, in welk geval een nieuwe meetcyclus wordt uitgevoerd na een wachttijd van minimum vijftien minuten.

  • Het onderdeel dat ervan uitgaat dat artikel 3.14.4 van bijlage 2 bij het KB Adem-test- en ademanalysetoestellen een wachttijd van vijf minuten tussen twee adem-analyses vereist, faalt naar recht.

    Tweede onderdeel

    8. Het onderdeel voert schending aan van artikel 32 Voorafgaande Titel Wet-boek van Strafvordering, artikel 34, § 2, 1°, Wegverkeerswet, artikel 7 KB Adem-test- en ademanalysetoestellen en artikel 3.14.4 van de bijlage 2 bij het KB Adem-test- en ademanalysetoestellen: met het oordeel dat voormeld artikel 3.14.4 niet tot doel heeft de betrouwbaarheid van het bewijs te garanderen past het bestreden vonnis artikel 32 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering verkeerd toe.

    9. Het onderdeel dat een overtollige reden bekritiseert, kan niet tot cassatie lei-den en is bijgevolg niet ontvankelijk.

    Derde onderdeel

    10. Het onderdeel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM, artikel 149 Grondwet, artikel 32 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, artikel 34, § 2, 1°, Wegverkeerswet, artikel 7 KB Ademtest- en ademanalysetoestellen en ar-tikel 3.14.4 van de bijlage 2 bij het KB Ademtest- en ademanalysetoestellen: het bestreden vonnis beantwoordt niet eisers verweer dat een ademanalyse die is afge-legd met miskenning van het voorgeschreven gebruik, te aanzien is als onregelma-tig bewijs en het gebruik ervan in strijd is met het recht op een eerlijk proces.

    11. Het bestreden vonnis stelt vast dat de ademanalyse niet is afgelegd met mis-kenning van het voorgeschreven gebruik en dient bijgevolg niet meer te antwoor-den op het doelloos verweer dat het gebruik van het resultaat van die analyse in strijd is met het recht op een eerlijk proces.

    Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

    Derde middel

    Eerste onderdeel

    12. Het onderdeel voert schending aan van artikel 6.1 en 6.3 EVRM, artikel 47bis Wetboek van Strafvordering, artikel 32 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering en artikel 34, § 2, 1°, Wegverkeerswet: het bestreden vonnis oor-deelt ten onrechte dat het ‘antwoordformulier alcohol' geen eerste verhoor betreft; in dat formulier, dat voor-ingevuld werd door de verbalisanten, werd de eiser er-toe bewogen een zelfincriminerende verklaring af te leggen; het bestreden vonnis oordeelt ten onrechte dat de eiser zich niet in een kwetsbare positie bevond; de ei-ser werd na het invullen van het antwoordformulier een afstandsverklaring aange-boden en pas dan werd de eiser over zijn rechten ingelicht; het bestreden vonnis oordeelt ten onrechte dat door het feit dat de eiser de mogelijkheid heeft gehad tegenspraak te voeren en alle elementen te zijner verdediging aan te brengen zijn recht van verdediging niet is miskend; aangezien het antwoordformulier deel uit-maakt van het proces-verbaal nr. 1404230/16 van 20 september 2016 weert het bestreden vonnis ten onrechte niet het bewuste antwoordformulier uit het debat.

    13. Uit de wetsgeschiedenis van artikel 47bis Wetboek van Strafvordering volgt dat het begrip ‘verhoor' in die wetsbepaling moet worden begrepen als een geleide ondervraging over misdrijven die ten laste kunnen worden gelegd, door een daartoe bevoegde persoon geacteerd in een proces-verbaal, in het kader van een opsporings- of gerechtelijk onderzoek, met als doel de waarheid te vinden.

    Gestandaardiseerde vragenlijsten, waarin door middel van aan te kruisen keuze-mogelijkheden of summier aan te vullen rubrieken beperkte informatie wordt ge-vraagd zoals bij het afleggen van een alcoholademtest of alcoholademanalyse, zijn geen verhoor als bedoeld door artikel 47bis Wetboek van Strafvordering.

    In zoverre het onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.

    14. Artikel 6.1 en 6.3 EVRM en het daarin vervatte recht op bijstand van een raadsman en het zwijgrecht veronderstellen dat de betrokkene zich in een bijzon-der kwetsbare positie bevindt. Het bestreden vonnis stelt evenwel niet vast dat de eiser zich in een dergelijke toestand bevond.

    In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen.

    15. Voor het overige verplicht het onderdeel tot een onderzoek van feiten en komt het op tegen de onaantastbare beoordeling van de feiten door de rechter.

    In zoverre is het onderdeel niet ontvankelijk.

    ,

    Tweede onderdeel

    16. Het onderdeel voert schending aan van artikel 6.1 en 6.3 EVRM en artikel 149 Grondwet, alsmede miskenning van de algemene rechtsbeginselen van het recht van verdediging en op een eerlijk proces: het bestreden vonnis geeft de re-denen niet aan hoe de eiser concreet de mogelijkheid zou hebben gehad om tegen-spraak te voeren en alle elementen voor zijn verdediging aan te brengen en aldus stuk 30 de toets van artikel 6 EVRM en artikel 32 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering zou doorstaan.

    17. Bij afwezigheid van daartoe strekkende conclusie, hoeft de rechter die on-aantastbaar oordeelt zoals het onderdeel vermeldt, zijn beslissing niet nader te mo-tiveren.

    In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen.

    Ambtshalve onderzoek

    18. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

    Dictum

    Het Hof,

    Verwerpt het cassatieberoep.

    Veroordeelt de eiser tot de kosten.

    Bepaalt de kosten op 77,61 euro.

    Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Filip Van Volsem, als waarnemend voorzitter, de raadsheren Peter Hoet, Antoine Lievens, Sidney Berneman en Ilse Couwenberg, en op de openbare rechtszitting van 6 november 2018 uitgesproken door waarnemend voorzitter Filip Van Volsem, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Alain Winants, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

    K. Vanden Bossche I. Couwenberg S. Berneman

    A. Lievens P. Hoet F. Van Volsem