Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 27 april 2017, gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, tot verlenging van sommige stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag opgenomen in de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 juni 2015 betreffende de toekenning aan sommige bejaarde arbeiders van een aanvullende vergoeding (werkloosheid met bedrijfstoeslag) ten laste van het "Fonds voor bestaanszekerheid van de werklieden uit het bouwbedrijf - fbz-fse Constructiv" (1)

Datum :
10-12-2017
Taal :
Frans Nederlands
Grootte :
2 pagina's
Sectie :
Wetgeving
Bron :
Numac 2017204863
Auteur :
Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid En Sociaal Overleg

Originele tekst :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.

FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;
Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor het bouwbedrijf;
Op de voordracht van de Minister van Werk,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
Artikel 1. Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 27 april 2017, gesloten in het Paritair Comité voor het bouwbedrijf, tot verlenging van sommige stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag opgenomen in de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 juni 2015 betreffende de toekenning aan sommige bejaarde arbeiders van een aanvullende vergoeding (werkloosheid met bedrijfstoeslag) ten laste van het "Fonds voor bestaanszekerheid van de werklieden uit het bouwbedrijf - fbz-fse Constructiv".
Art. 2. De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 10 december 2017.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Werk,
K. PEETERS
_______
Nota
(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad :
Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.

Bijlage
Paritair Comité voor het bouwbedrijf
Collectieve arbeidsovereenkomst van 27 april 2017
Verlenging van sommige stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag opgenomen in de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 juni 2015 betreffende de toekenning aan sommige bejaarde arbeiders van een aanvullende vergoeding (werkloosheid met bedrijfstoeslag) ten laste van het "Fonds voor bestaanszekerheid van de werklieden uit het bouwbedrijf - fbz-fse Constructiv" (Overeenkomst geregistreerd op 31 mei 2017 onder het nummer 139631/CO/124)
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied
Artikel 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers van de ondernemingen die onder het Paritair Comité voor het bouwbedrijf ressorteren en op de arbeiders en arbeidsters die zij tewerkstellen.
Art. 2. Gelet op de collectieve arbeidsovereenkomsten van de Nationale Arbeidsraad betreffende de verlenging van de specifieke stelsels van werkloosheid met bedrijfstoeslag voor de periode 2017-2018, met name de collectieve arbeidsovereenkomsten nrs. 120 en 121 wat betreft het stelsel in geval van ongeschiktheid tot voortzetting van de beroepsactiviteit en de collectieve arbeidsovereenkomsten nrs. 124 en 125 wat betreft het stelsel bij lange loopbaan (40 jaar), heeft deze collectieve arbeidsovereenkomst tot doel de geldigheidsduur van de voormelde stelsels opgenomen in de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 juni 2015 betreffende de toekenning aan sommige bejaarde arbeiders van een aanvullende vergoeding (werkloosheid met bedrijfstoeslag) ten laste van het "Fonds voor bestaanszekerheid van de werklieden uit het bouwbedrijf - fbz-fse Constructiv" (registratienummer : 128234/CO/124), zoals gewijzigd bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 17 september 2015 (registratienummer : 129815/CO/124) en verlengd bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 maart 2017, voorlopig te verlengen tot 30 juni 2017.
Art. 3. In de voormelde collectieve arbeidsovereenkomst van 25 juni 2015 moeten alle verwijzingen naar het "Fonds voor bestaanszekerheid van de werklieden uit het bouwbedrijf - fbz-fse Constructiv", conform de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 juni 2016 tot wijziging en coördinatie van de statuten van het "Fonds voor bestaanszekerheid van de werklieden uit het bouwbedrijf - fbz-fse Constructiv" in het kader van de integratie van de sectorfondsen (registratienummer : 134501/CO/124), gelezen worden als verwijzingen naar het fonds voor bestaanszekerheid Constructiv (nieuwe benaming sedert 1 oktober 2016).
HOOFDSTUK II. - Wijzigende bepalingen
Art. 4. In artikel 14, 1° van de voormelde collectieve arbeidsovereenkomst van 25 juni 2015 wordt het tweede bolletje vervangen door de volgende bepaling :
• "indien het ontslag in 2016 of in 2017 en uiterlijk op 30 juni 2017 plaatsvindt :
o de leeftijd van 58 jaar hebben bereikt uiterlijk op 30 juni 2017 en op het ogenblik van het einde van de arbeidsovereenkomst;
o een beroepsloopbaan van minstens 40 jaar kunnen bewijzen op het ogenblik van het einde van de arbeidsovereenkomst.".
Art. 5. Artikel 17, 3de lid van de voormelde collectieve arbeidsovereenkomst van 25 juni 2015 wordt vervangen door de volgende bepaling :
"Indien het ontslag plaatsvindt in 2016 of in 2017 en uiterlijk op 30 juni 2017, mag de opzeggingstermijn of de door de opzeggingsvergoeding gedekte periode van de ontslagen arbeiders, bedoeld in artikel 13, evenwel een einde nemen na 30 juni 2017, voor zover deze arbeiders de minimumleeftijd van 58 jaar uiterlijk op 30 juni 2017 en de beroepsloopbaan van 40 jaar uiterlijk op het einde van de arbeidsovereenkomst hebben bereikt.".
Art. 6. Artikel 30, 1ste lid van de voormelde collectieve arbeidsovereenkomst van 25 juni 2015 wordt vervangen door de volgende bepaling :
"Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten voor een bepaalde duur. Ze treedt in werking op 1 januari 2015 en houdt op van kracht te zijn op 30 juni 2017.".
HOOFDSTUK III. - Slotbepaling
Art. 7. Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 mei 2017 en verstrijkt op 30 juni 2017.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 10 december 2017.
De Minister van Werk,
K. PEETERS