- Decision of February 3, 2012

03/02/2012 - M10-7-1421/7876

Case law

Summary

Samenvatting 1

Decision - Integral text

(...)

I. Feiten

Verzoeker voerde op 18 juni 2008 aan een tramhalte te ... een gesprek toen de genaamde Z. zich plots zonder enige aanleiding in het gesprek mengde en hem begon te duwen.

Vervolgens haalde Z. met een ca. 15 cm lang mes uit naar de buik en borstkas van verzoeker maar dit mislukte.

Verzoeker draaide zich om en wilde gaan lopen maar hij werd daarop in de rug gestoken.

Verzoeker verloor veel bloed en diende te worden opgenomen in het S...ziekenhuis.

Verzoeker kende zijn agressor niet persoonlijk maar wel van zien.

II. Vervolging

Bij vonnis dd. 4 december 2009 van de rechtbank van eerste aanleg te ... werd onder meer de volgende tenlastelegging bewezen verklaard in hoofde van de genaamde Ntumba Mpoyi Z. (° 1988) en waarvoor deze veroordeeld werd tot een hoofdgevangenisstraf van 3 jaar en 1 dag:

"BETICHT van te ...:

A. op 18 juni 2008

Met voorbedachten rade, opzettelijke verwondingen of slagen te hebben toegebracht aan X. Noureddine, de slagen of verwondingen hebbende een blijvende arbeidsongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid ten gevolge gehad;

B. [...] "

Op burgerlijk vlak werd Z. bij zelfde vonnis veroordeeld tot betaling aan verzoeker de som van euro 15.638,40 meer de intresten en een RPV van euro 625.

Dit vonnis bekwam kracht van gewijsde (attest griffie).

III. Gevolgen van de feiten

Conclusies van gerechtsdeskundige dr. B. Van Noten in zijn verslag van 31/08/2009:

" De heer X. Noureddine was het slachtoffer van een geweldpleging op 18/06/2008.

Hij liep hierbij een snijwonde en een steekwonde door een mes op.

Hij bleef niet in het ziekenhuis opgenomen.

Voor de steekwonde volgde er thuisverpleging, wekenlang.

Er werden ook psychische klachten opgegeven, betrokkene wordt behandeld op de psychiatrische dienst van het S...ziekenhuis.

Dit werd onderzocht door profesoor dokter D., die weerhoudt een lichte aanpassingsstoornis met depressieve en angstige kenmerken.

Er is ook een regressie maar die regressie staat dan niet in causaal verband met de feiten.

Er resten uiteraard ook littekens en wat gevoeligheid rond de littekens.

De menselijke schade kan als volgt ingeschat worden:

Tijdelijke arbeidsongeschiktheid

100% van 18/06/2008 t/m 17/07/2008

50% van 18/07/2008 t/m 17/08/2008

15% van 18/08/2008 t/m 31/10/2008

8% van 01/11/2008 t/m 31/12/2008

Consolidatiedatum: 01/01/2009

Blijvende arbeidsongeschiktheid: 5 %

Esthetische schade: 2 / 7 "

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. Op 21 oktober 2010 werd het vonnis betekend aan de veroordeelde die op dat ogenblik in Nederland gedomicilieerd was. Deze uitvoeringspoging leverde niets op. Uit de historiek van zijn verblijfplaatsen blijkt trouwens dat hij om de haverklap van adres wijzigt.

IV-2. Verzoeker verklaart op geen enkele verzekeringstussenkomst te kunnen beroep doen.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt een hulp van euro 16.281,65 meer de intresten

- kledijschade euro 125,00

- medische kosten euro 25,15

- TWO moreel euro 1.528,25

- BWO (5% x euro 2.062) euro 10.310,00

- esthetische schade (2/7) euro 2.150,00

- morele schade posttraumatische stress euro 1.500,00

- RPV euro 625,00

- uitvoeringskosten euro 18,25

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985:

"Voor de toekenning van een hulp aan de personen als bedoeld in artikel 31, 1°, steunt de commissie uitsluitend op de volgende bestanddelen van de geleden schade :

1° de morele schade, rekening houdend met de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

2° de medische kosten en de ziekenhuiskosten, met inbegrip van de prothesekosten;

3° de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

4° een verlies of vermindering aan inkomsten ten gevolge van de tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid;

5° de esthetische schade;

6° de procedurekosten;

7° de materiële kosten;

8° de schade die voortvloeit uit het verlies van een of meer schooljaren."

‘Intresten' zijn daarbij niet opgenomen en komen dus niet in aanmerking voor een hulp. Het principe dat de bijzaak de hoofdzaak volgt is hier niet van toepassing; immers de schuldenaar van de toegekende hulp, zijnde de Belgische Staat, is niet de veroorzaker van de schade. De zienswijze van de Commissie ten aanzien van de intresten werd bevestigd bij arrest nr. 165.787 van de Raad van State d.d. 12 december 2006.

De post ‘morele schade posttraumatische stress' komt evenmin voor in deze limitatieve opsomming. Volgens art. 32, §1, 1° moet de morele schade betrekking hebben op de tijdelijke of blijvende invaliditeit. Verzoeker neemt in zijn vordering reeds de posten TWO moreel en BWO (moreel/materieel vermengd) op.

Rekening houdende enerzijds met de ernst van de feiten en de opgelopen schade en anderzijds met de door de wet uitgesloten schadeposten, meent de Commissie aan verzoeker in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op euro 14.780.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoeker een hulp toe van euro 14.780.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 3 februari 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN P. DE SMET

Free keywords

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 31 december 2010 waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.