- Decision of March 8, 2012

08/03/2012 - M10-3-0257

Case law

Summary

Samenvatting 1

Decision - Integral text

(...)

I. Feiten en vervolging

Verzoekster was tussen ../../1991 en ../../1996 te ... slachtoffer van aanranding van de eerbaarheid en verkrachting, gepleegd door haar stiefvader.

Joseph X. werd bij vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te ... d.d. 13 juni 2007 veroordeeld wegens:

A/ ‘het misdrijf dat beschouwd wordt als verkrachting met behulp van geweld gepleegd te hebben, zijnde elke daad van seksuele penetratie, van welke aard en met welk middel ook, die gepleegd wordt op de persoon van een kind dat geen volle veertien jaar niet had bereikt, doch volle tien jaar oud was op het ogenblik der feiten, namelijk op Y. Veronique, geboren op ../../1983, met de omstandigheid dat de schuldige behoort tot degenen die over het slachtoffer gezag hebben.'

en:

B/ ‘Aanranding van de eerbaarheid met geweld of bedreiging gepleegd te hebben op de persoon van een minderjarige, geen volle zestien jaar oud op het ogenblik van de feiten, namelijk op de persoon van Y. Veronique, de aanranding bestaande van zodra er een begin van uitvoering is, met de omstandigheid dat de schuldige behoort tot degene die over het slachtoffer gezag hebben.'

Hij werd hiervoor veroordeeld tot een gevangenisstraf van 5 jaar met probatie-uitstel gedurende 5 jaar. Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld tot betaling van euro 1 provisioneel aan verzoekster. Dokter C. V. werd aangesteld als deskundige.

- Joseph X. werd bij vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te ... d.d. 1 oktober 2008 veroordeeld om aan verzoekster ex aequo et bono euro 5.000 te betalen voor morele schade. Hij werd tevens veroordeeld tot betaling van de RPV van euro 375.

Bovenvermeld vonnis is in kracht van gewijsde getreden.

II. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

- Joseph X. heeft euro 250 afbetaald aan verzoekster.

- Verzoekster beschikt over een familiale polis rechtsbijstand bij DVV. Uit een brief van DVV d.d. 23 december 2010 blijkt dat verzoekster op 12 september 1996 de familiale polis optie ‘alleenstaande' onderschreef. Deze optie werd op 16 oktober 2002 uitgebreid naar optie 'gezin'. Aangezien enerzijds de feiten deels plaatsvonden vóór aanvang van de polis en anderzijds geen verband houden op verzoekster als persoon zelf, kunnen zij bijgevolg geen tussenkomst verlenen.

III. Gevolgen van de feiten voor verzoekster

- De gerechtsdeskundige, Dokter V., werd nooit in werking gesteld om reden dat verzoekster dit niet kon betalen.

- Uit een brief van verzoekster: "Ik mocht er niets van zeggen omdat het ons geheimpje moest blijven. Tot hij schrik kreeg dat ik alles ging vertellen begon hij te dreigen dat ik totaal niets meer kreeg en dat er van alles zou gebeuren.... Mijn moeder wist van niets. Ze is er zelf achter gekomen omdat hij bij mij op de kamer was waar hij op dat moment niet moest zijn en toen is het uitgekomen: Ik moest het alleen lichamelijk ondergaan; er zijn nooit seksspeeltjes gebruikt. Het verwerkings-proces was heel hard en toch heb ik het een plaats kunnen geven. Dit vergeet je nooit meer. Tot op het ogenblik dat ik hoorde dat hij het terug deed maar dan met zijn eigen dochter zakte heel mijn wereld terug ineen en kon het verwerkingsproces helemaal opnieuw beginnen. Tot op vandaag heb ik het er nog steeds moeilijk mee. Ik heb nog veel moeilijke momenten waar ik door moet."

IV. Begroting van de gevraagde hulp

euro 5.000,00 voor morele schade

euro 375,00 voor RPV

euro 5.375,00

V. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd. Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan. De kansen op verhaal tegenover de dader zijn quasi onbestaande.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

1. Verzoekster vraagt het bedrag zoals toegekend bij bij vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te ... d.d. 1 oktober 2008, vermeerderd met de RPV.

2. De RPV kan slechts als procedurekost in aanmerking genomen worden op voorwaarde dat het slachtoffer geen kosteloze rechtsbijstand genoot of indien de kosten van juridische bij-stand niet werden gedragen door de rechtsbijstandsverzekeraar.

3. Verzoekster heeft ondertussen geen afbetalingen van de dader meer ontvangen.

4. Bovenvermelde opmerkingen in acht nemend kent de Commissie ex aequo et bono euro 5.000 toe voor de morele schade.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoekster een hulp toe van euro 5.000.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 8 maart 2012.

De secretaris a.i., De voorzitter,

M. STEYAERT P. DRAULANS

Free keywords

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 8 maart 2010, waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van seksueel misbruik.