- Decision of March 14, 2012

14/03/2012 - M11-7-0720/8303

Case law

Summary

Samenvatting 1

Decision - Integral text

(...)

I. Feiten

Verzoeker, politie-inspecteur, betrapte op 30 augustus 2008 de genaamde Jozua Z. op diefstal in warenhuis GB te ....

Z. bood weerstand waardoor verzoeker tijdens het handgemeen een distorsie aan de linkerduim opliep.

II. Vervolging

Bij vonnis dd. 4 juni 2009 van de rechtbank van eerste aanleg te ... werd de volgende tenlastelegging bewezen verklaard in hoofde van Jozua Z. (° 1989), verstekmakend en waarvoor deze veroordeeld werd tot 6 maanden gevangenisstraf met uitstel:

"Verdacht van:

Te ... op 30 augustus 2008:

Ten nadele van GB Carrefour ... , 1 fles Jack Daniels, 6 blikken Desperados, 1 blik Red Bull, die hem niet toebehoorde, bedrieglijk weggenomen te hebben, de dief op heterdaad betrapt zijnde, geweld of bedreigingen gebruikt hebbende ten opzichte van X. Eddy, hetzij om in het bezit van de weggenomen voorwerpen te kunnen blijven, hetzij om zijn vlucht te verzekeren.

Met de omstandigheid dat de feiten strafbaar zijn met criminele straffen, doch dat er aanleiding bestaat om slechts correctionele straffen uit te spreken wegens de afwezigheid van vroegere criminele veroordelingen in hoofde van verdachte voornoemd; "

Op burgerlijk vlak werd Z. bij zelfde vonnis veroordeeld tot betaling aan verzoeker de som van euro 1.000 provisioneel en aan n.v. ETHIAS euro 1 provisioneel, meer de intresten.

Dr. Luc D. werd aangesteld als geneesheer-deskundige met de gebruikelijke opdrachten, nadien vervangen door dr. G. C. .

Bij eindvonnis dd. 3 februari 2011 van de rechtbank van eerste aanleg te ... werd Z., opnieuw verstekmakend, veroordeeld tot betaling aan verzoeker van euro 9.009,08 meer de intresten, meer de kosten deskundigenonderzoek t.b.v. euro 1.076,75, meer een RPV van euro 900.

- TWO moreel euro 1.418,75

- BWO moreel euro 4.583,33

- inkomstenverlies euro 192,00

- economisch verlies huishouden euro 2.590,00

- materiële schade euro 225,00

III. Gevolgen van de feiten

Conclusies van gerechtsdeskundige dr. Guy C. in zijn verslag van 22/02/2010:

Een distorsie van de linkerduim met enige mediale instabiliteit over het ulnair collateraal ligament en matige afremming van linker ab- en adductie, evenals oppositie van de linkerduim in min ten opzichte van rechts.

Deze letsels zijn definitief; er moet een reserve voorzien voor eventuele heelkundige ingrepen in de toekomst; tevens is het letsel voorbestemd tot vervroegde artrose van het MCP gewricht van de linkerduim. De letsels hebben als gevolg:

Tijdelijke arbeidsongeschiktheid

100% van 30/08/2008 tot 11/11/2008

Blijvende arbeidsongeschiktheid: 5 %

Tijdelijke invaliditeit

100% van 30/08/2008 tot 15/09/2008

50% van 16/09/2008 tot 15/10/2008

35% van 16/10/2008 tot 11/11/2008

25% van 12/11/2008 tot 30/11/2008

15% van 01/12/2008 tot 30/12/2008

10% van 01/01/2009 tot 28/02/2009

Consolidatiedatum: 01/03/2009 met toekennen van 5% blijvende fysische invaliditeit

Inbegrepen de meerinspanning die dient geleverd in de bedrijvigheden van het dagelijks leven.

Esthetische schade: Geen.

Pijnen & smarten zijn:

- licht (3/7) van 30/08/2008 tot 11/11/2008

- zeer licht (2/7) van 12/11/2008 tot 31/12/2008

- miniem (1/7) van 01/01/2009 tot 28/02/2009

Hulp van derden: niet noodzakelijk

Voorbehoud in de toekomst bij eventueel verergeren van het lokaal probleem (mogelijks opkomende artrose of verdere instabiliteit) met mogelijk bijkomende heelkundige ingrepen.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. De instrumenterende gerechtsdeurwaarder laat op 18 april 2011 weten dat hij "absoluut geen nuttige uitvoering mogelijk" ziet. "Domicilie betreft een in kamers onderverdeeld pand waarvan de waarde van de inboedel nihil is (meest noodzakelijke). Betrokkene is mij bekend uit oudere dossiers, dewelke ik allen als niet invorderbaar diende af te sluiten. Zijn bron van inkomsten is mij onbekend."

IV-2. Verzoeker heeft een rechtsbijstandverzekering afgesloten bij ETHIAS. Nu de feiten als arbeidsongeval gekwalificeerd zijn, kwam de verzekeraar in het kader van de waarborg ‘onvermogen van derden' enkel tussen in de morele schade en betaalde euro 6.002,08 uit (TWO moreel ad

euro 1.418,75 + BWO ad euro 4.583,33).

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 3.007.

- hoofdsom volgens vonnis van 03/02/2011 euro 9.009,08

te verminderen met verzekeringstussenkomst - euro 6.002,08

TOTAAL: euro 3.007,00

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985:

"Voor de toekenning van een hulp aan de personen als bedoeld in artikel 31, 1°, steunt de commissie uitsluitend op de volgende bestanddelen van de geleden schade :

1° de morele schade, rekening houdend met de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

2° de medische kosten en de ziekenhuiskosten, met inbegrip van de prothesekosten;

3° de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

4° een verlies of vermindering aan inkomsten ten gevolge van de tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid;

5° de esthetische schade;

6° de procedurekosten;

7° de materiële kosten;

8° de schade die voortvloeit uit het verlies van een of meer schooljaren."

De schadepost ‘economisch verlies huisman' is niet opgenomen in deze limitatieve lijst en komt dus niet in aanmerking voor een financiële hulp.

De feiten deden zich voor tijdens en door de uitoefening van het ambt en werden gekwalificeerd als arbeidsongeval. De verslaggever merkte in zijn verslag op: " In zoverre met de post ‘inkomstenverlies' ad euro 192 gederfde inkomsten van overuren worden bedoeld die niet begrepen zijn in de vergoeding die verzoeker vanwege de politiezone ontving voor nacht- en weekendprestaties gedurende de periode waarop hij afwezig was op het werk, wordt opgemerkt dat de Commissie tot heden geen gemiste premies en toelagen voor prestaties die niet werkelijk zijn verricht, in aanmerking neemt."

Verzoeker heeft hierop niet gereageerd.

Verzoeker is evenmin ingegaan op de vraag van de verslaggever om de post ‘materiële schade' ad euro 225 te detailleren. De materiële kosten dienen verband te houden met het opgelopen letsel. De Commissie kan alleen die kosten in aanmerking nemen die in rechtstreeks verband staan met de "ernstige lichamelijke of psychische schade" als bedoeld in artikel 31, 1°, van de wet.

Gelet op het subsidiariteitsbeginsel, dat vervat ligt in artikel 31bis, § 1, 5° van voormelde wet, dient de Commissie bij de toekenning van het hulpbedrag eveneens rekening te houden met de door de verzoeker genoten verzekeringstussenkomst (in casu euro 6.002,08).

Nog abstractie makend van het feit of de gevraagde posten ‘inkomstenverlies ad euro 192' en ‘materiële schade ad euro 225' al dan niet in aanmerking komen voor een financiële hulp, stelt de Commissie - rekening houdend met de verzekeringstussenkomst en de door de wet uitgesloten post ‘‘economisch verlies huisman' - vast dat de wettelijke minimumdrempel van euro 500 niet bereikt wordt.

Artikel 33, § 2, van de wet luidt immers: "De hulp wordt per schadegeval en per verzoeker toegekend voor schade boven 500 euro en is beperkt tot een bedrag van 62.000 euro."

In die omstandigheden dient het verzoek als ongegrond te worden afgewezen.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ongegrond.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 14 maart 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN P. DE SMET

Free keywords

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 7 juli 2011 waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.