- Decision of April 24, 2012

24/04/2012 - M10-3-1278/7797

Case law

Summary

Samenvatting 1

Decision - Integral text

(...)

I. Feiten en vervolging

Mohamed X. kwam op vrijdag 3 november 2006 om het leven na een opzettelijke duw door onbekende(n) onder een tramstel op de ... te ....

- Er werd overgegaan tot de aanstelling van een rogatoire commissie teneinde een onderzoek te doen in Frankrijk.

- Uit de ambtelijke opdracht:

"Het slachtoffer kwam onder een tram van lijn .. terecht. De persoon overleed onmiddellijk aan zijn verwondingen. Uit onderzoek is gebleken dat een incident met een andere tot op heden onbekende man voorafging aan de feiten. Deze onbekende man was net vóór de feiten als passagier uit een donkerkleurige auto met niet - Belgische nummerplaat (Franse) - gestapt. Dit voertuig was voorzien van een nummerplaat van geel en zwarte kleur. Volgens getuigen werd het slachtoffer onder de aankomende tram geduwd door de andere onbekende man. Het slachtoffer zou de straat hebben overgestoken op weg naar het verhoogd trapperron, daarbij het rode verkeerslicht voor voetgangers negerend, waardoor een aankomend voertuig bruusk diende te stoppen. Na een reactie van de bestuurder van de aankomende auto "claxonneren", zou het slachtoffer met zijn middenvinger een gebaar hebben gemaakt. Hierop zou de passagier van de auto zijn uitgestapt en het later slachtoffer zijn achternagegaan tot op het tramperron. Bij de daarop volgende vechtpartij is Mohamed X. onder de aankomende tram terechtgekomen."

- In de vordering van de Procureur des Konings staat: "Gelet op het onderzoek betreffende de tenlastelegging: met voorbedachten rade, opzettelijk, maar zonder het oogmerk om te doden, slagen en verwondingen te hebben toegebracht aan X. Mohamed, de slagen of verwondingen hebbende diens dood veroorzaakt. Overwegende dat niet mogelijk blijkt, op grond van het gerechtelijk onderzoek, de feiten van de tenlastelegging aan één of meer bepaalde personen toe te schrijven; dat evenmin uit het onderzoek enige aanwijzing gebleken is van aard om het verrichten van verdere onderzoeksopdrachten te rechtvaardigen."

- Er volgde een vordering tot "ontlasting van de onderzoeksrechter wegens daders onbekend" uitgaande van de Procureur des Konings.

- Bij beschikking van de Raadkamer van de Rechtbank van Eerste Aanleg te ... d.d. 21 november 2007 volgde "ontlasting van de onderzoeksrechter wegens daders onbekend".

- In een notariële volmacht d.d. ../../2007 van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Casablanca (Marokko), werd de identiteit van de vier nabestaanden vermeld. Er werd tevens aan de Consul - generaal van het Koninkrijk Marokko volmacht gegeven om verzoekers te vertegenwoordigen in alle administratieve, wettelijke en gerechtelijke procedures alsook om een advocaat aan te stellen teneinde hun belangen te behartigen om schadevergoeding te bekomen ingevolge de feiten.

- Aan de advocaat van verzoekers werd op 28 november 2007 de toelating verleend tot inzage en/of kopiename van het strafdossier op de correctionele griffie.

- Uit het toxicologisch onderzoek bleek dat er alcohol noch drugs op het lichaam van het slachtoffer werd gevonden.

II. Genegenheidsband

- Uit een krantenknipsel uit de "Gazet van ..." d.d. 6 november 2006 blijkt dat de ouders in Casablanca (Marokko) wonen. Zij vernamen pas op maandag dat hun zoon was overleden ten gevolge van het feit dat hij (opzettelijk) onder een tram was geduwd. Zij zagen een foto van hun zoon via internet. Verder:

- "De moslimtraditie wil dat de overledene zo snel mogelijk in zijn geboorteland wordt begraven. Dat willen ook Mohamed's ouders maar ze zijn te arm om het lichaam van hun overleden zoon te laten repatriëren naar Marokko. Zo'n overbrenging kost euro 3.000 tot

euro 4.000. Daarom werd een inzamelactie opgestart in Marokkaanse café's en vzw's. Er kwam ook een SMS-carrousel op gang: Het slachtoffer heeft een vrouw en dochtertje nagelaten. We vragen dat iedereen een beetje medeleven betoont om te steunen. ... ."

III. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

- De advocaat werd niet aangesteld door het Bureau voor Juridische Bijstand of door een verze-keraar rechtsbijstand. Zie hierboven punt I.

- De advocaat deelt mee dat het zeer onwaarschijnlijk lijkt dat verzoeker over een familiale polis of over een polis rechtsbijstand beschikt. Verzoeker woont in een klein dorp in Marokko.

IV. Begroting van de gevraagde hulp

- X. Bouchta vraagt euro 5.000 voor morele schade (niet-inwonende vader )

- De advocaat baseert zich op de gegevens van de indicatieve tabel.

V. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd. Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan. De kansen op verhaal tegenover de dader(s) zijn nagenoeg onbestaande.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd.

Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

- Artikel 31bis bepaalt:

"3° Indien de dader onbekend is, moet de verzoeker klacht hebben ingediend, de hoedanigheid van benadeelde partij hebben aangenomen of zich burgerlijke partij hebben gesteld.

Indien het strafdossier geseponeerd wordt wegens die reden is het indienen van een klacht of het aannemen van de hoedanigheid van benadeelde persoon voldoende"

In casu heeft de familie van de overledene zich tot het consulaat-generaal te Marokko gewend teneinde vergoeding te bekomen van de door hen geleden schade. De nabestaanden kregen de toelating om het strafdossier in te zien. De onderzoeksrechter werd ontlast van het onderzoek wegens ‘daders onbekend'.

De advocaat heeft op 2 juli 2007 het Parket aangeschreven als volgt: "teneinde de burgerlijke belangen van de te Marokko residerende familieleden, nabestaanden van de heer Mohamed X., naar behoren te kunnen behartigen, zou ik het ten zeerste op prijs stellen toelating te willen verlenen tot inzage en kopiename van het strafdossier, bekend onder notitienummer .../06."

In die zin oordeelt de Commissie dat voldaan werd aan de voorwaarden van bovenvermeld artikel.

- De gepleegde feiten waren zeer ernstig. De Commissie meent dat het gevraagd bedrag van

euro 5.000 kan worden toegekend.

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoeker een hulp toe van euro 5.000.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 24 april 2012.

De secretaris, De voorzitter,

M. STEYAERT P. DRAULANS

Free keywords

  • Verzoekschrift neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 19 november 2010, waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een hulp voor schade als gevolg van het gewelddadig overlijden van zijn zoon, Mohamed X., geboren op ../../1980.