- Decision of May 21, 2012

21/05/2012 - M12-1-0094/8727

Case law

Summary

Samenvatting 1

Decision - Integral text

(...)

I. Feiten

Verzoeker, politie-inspecteur, werd op 25 augustus 2004 tijdens een interventie in een café te ... het slachtoffer van slagen en verwondingen.

II. Vervolging

Bij vonnis dd. 26 juli 2007 van de rechtbank van eerste aanleg te ... werden de volgende tenlasteleggingen bewezen geacht in hoofde van de genaamde Carlo Z. (° 1967), verstekmakend en waarvoor deze veroordeeld werd tot 6 maanden gevangenisstraf:

"Te ... op 25 augustus 2004:

A. In de uitoefening of ter gelegenheid van de uitoefening van zijn bediening, aan X. Koen, Inspecteur PZ ..., agent, drager van de openbare macht, slagen toegebracht te hebben met de omstandigheid dat de slagen, bloedstorting, verwonding of ziekte veroorzaakt hebben.

B. Tegen hierna vermelde personen, officieren of agenten van de administratieve of gerechtelijke politie, wanneer zij handelden ter uitvoering van de wetten, van de bevelen of de beschikkingen van het openbaar gezag, van rechterlijke bevelen of van vonnissen, weerspannigheid zijnde elke aanval, elk verzet met geweld of bedreiging te hebben gepleegd:

- X. Koen, Inspecteur PZ ...;

- P. Koenraad, Inspecteur PZ ...;

- A. An, Inspecteur PZ ...;

- J. Peter, Inspecteur PZ .... "

Dr. P. werd aangesteld als geneesheer-deskundige met de gebruikelijke opdrachten.

Ter afhandeling van de burgerlijke belangen werd de beklaagde, opnieuw verstekmakend, bij eindvonnis dd. 14 juni 2011 van de rechtbank van eerste aanleg te ... veroordeeld tot betaling aan verzoeker in totaal euro 8.451,18 meer de intresten, meer een RPV van euro 550. :

- niet terugbetaalde materiële schade euro 200,52

- TWO moreel euro 3.075,00

- TI moreel euro 182,50

- B.I. (3% x euro 1.787/2) euro 2.680,50

- meerinspanningen euro 160,00

- economische schade huishouden euro 2.152,66

III. Gevolgen van de feiten

Conclusies van gerechtsdeskundige dr. M. P. dd. 03/12/2009:

Ten gevolge van de feiten dd. 25/08/2004 liep verzoeker een torsie op ter hoogte van de linker knie.

Wegens de pijn werd begin september een arthroscopie uitgevoerd onder algemene narcose. Hierbij werd alleen wat kraakbeenletsel vastgesteld aan de linker knieschijf en er werd een partiële synovectomie uitgevoerd.

Tijdelijke arbeidsongeschiktheid

100% van 25/08/2004 t/m 17/12/2004

25% van 18/12/2004 t/m 18/01/2005

Tijdelijke invaliditeit

15% van 19/01/2005 t/m 28/02/2005

10% van 01/03/2005 t/m 30/04/2005

5% van 01/05/2005 t/m 16/06/2005

Consolidatiedatum: 17 juni 2005

Blijvende invaliditeit: 3 %

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. Verzoeker liet uitvoerend beslag leggen op de roerende goederen van de veroordeelde. Hiertegen werd dagvaarding in revindicatie ingesteld door n.v. Algemeen Belgisch Zekerheidsplan, zijnde de eigenaar van de in beslag genomen goederen. De vennootschap bleek inderdaad eigenaar te zijn waardoor de uitvoering werd stopgezet.

Het vonnis werd eveneens betekend met bevel op 16/09/2011. De instrumenterende gerechtsdeurwaarder laat op 28/11/2011 weten dat uitvoering van het vonnis niet mogelijk is. De veroordeelde staat officieel ingeschreven op het adres van het OCMW maar verblijft er niet en wordt niet begeleid. Hij leeft van een uitkering en bezit geen onroerend goed.

IV-2. De feiten werden erkend als ‘arbeidsongeval' en de Belgische Staat werd bij zelfde vonnis een vergoeding toegekend voor de tenlasteneming van de medische kosten en het uitbetaalde loon tijdens de perioden van TAO.

IV-3. Verzoeker heeft een familiale polis bij DVV afgesloten waarvan hij het luik rechtsbijstand niet onderschreef.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 11.416,77.

- hoofdsom volgens vonnis (zie rubriek II) euro 8.451,18

- intresten euro 2.695,59

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985:

"Voor de toekenning van een hulp aan de personen als bedoeld in artikel 31, 1°, steunt de commissie uitsluitend op de volgende bestanddelen van de geleden schade :

1° de morele schade, rekening houdend met de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

2° de medische kosten en de ziekenhuiskosten, met inbegrip van de prothesekosten;

3° de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

4° een verlies of vermindering aan inkomsten ten gevolge van de tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid;

5° de esthetische schade;

6° de procedurekosten;

7° de materiële kosten;

8° de schade die voortvloeit uit het verlies van een of meer schooljaren."

De gevorderde posten "intresten", ‘meerinspanningen' en ‘economische schade huishouden' zijn in deze limitatieve lijst niet opgenomen en komen bijgevolg niet in aanmerking voor een financiële hulp.

Wat de intresten betreft, is het principe dat de bijzaak de hoofdzaak volgt hier niet van toepassing. Immers, de schuldenaar van de toegekende hulp, zijnde de Belgische Staat, is niet de veroorzaker van de schade. De zienswijze van de Commissie ten aanzien van zowel de ‘intresten' als de ‘meerinspanningen' werd overigens bevestigd bij arrest nr. 165.787 van de Raad van State d.d. 12 december 2006.

In het verslag van de verslaggever werd aan verzoeker de vraag voorgelegd waaruit de post ‘niet terugbetaalde materiële schade' bestaat en waarom de arbeidsongevallenverzekeraar deze niet ten laste neemt. Verzoeker blijft het antwoord schuldig. De Commissie kan derhalve geen rekening houden met deze schade.

Rekening houdende enerzijds met de ernst van de feiten en de opgelopen schade en anderzijds met de door de wet uitgesloten schadeposten, meent de Commissie aan verzoeker in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op euro 5.938.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoeker een hulp toe van euro 5.938.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 21 mei 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN P. DE SMET

Free keywords

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 3 februari 2012 waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.