- Decision of June 15, 2012

15/06/2012 - M11-1-0071/7927

Case law

Summary

Samenvatting 1

Decision - Integral text

(...)°

I. Feiten

Verzoekster Maria (roepnaam "Nicky ") X. wordt tussen haar 11de en 15de herhaaldelijk aangerand en verkracht door haar vader.

Volgens het deskundigenverslag van Dr. C. D.:

" 4. FEITENRELAAS/PROCEDUREVERLOOP VOLGENS STRAFDOSSIER

Op 15.05.2007 doet X. Catharina (°1986) aangifte van het feit dat zij gedurende jaren seksueel werd misbruikt door haar vader X. Adrianus (°1962). Het seksueel misbruik bij Catharina zou ongeveer hebben plaatsgevonden van 1998 tot 2003. Haar vader zou haar hebben gepenetreerd met de vingers, met een vibrator en met de penis.

Diezelfde dag doet ook X. Maria (°1990, roepnaam Nicky) aangifte van soortelijke feiten. Bij haar zouden de feiten zich hebben voorgedaan ongeveer tussen 2002 en 2005. Bij haar zou er sprake zijn geweest van penetratie door de vader met de vingers en penis, evenals van orale seks.

De feiten bij X. Catharina en Maria zouden zijn gestopt op het ogenblik dat beiden een vriend hadden. "

II. Vervolging

II-1. Bij vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg te ... d.d. 23 mei 2008 werd Adrianus X. veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 jaar wegens, onder meer:

"Te ..., tussen 1 augustus 1997 en 15 mei 2007, de feiten de achtereenvolgende en voortdurende uiting zijnde van eenzelfde opzet,

B. De misdaad van verkrachting met behulp van geweld gepleegd te hebben, zijnde elke daad van seksuele penetratie, van welke aard en met welk middel ook, die gepleegd wordt op de persoon van een kind dat de volle leeftijd van veertien jaar niet heeft bereikt, namelijk op de persoon van hierna vermelde die de volle leeftijd van veertien jaar niet bereikt hadden, doch volle tien jaar oud waren, de schuldige een bloedverwant in de opgaande lijnde zijnde van het slachtoffer, namelijk de vader,

II. tussen 23 september 2001 en 23 maart 2004, meermaals, op niet nader te bepalen data,

X. Maria, geboren te ... (Nederland) op ../../1990.

C. De misdaad van verkrachting gepleegd te hebben op de persoon van een kind boven de volle leeftijd van veertien jaar en beneden die van zestien jaar, namelijk op hierna vermelde personen, de verkrachting zijnde elke daad van seksuele penetratie van welke aard ook en met welk middel ook, op een persoon die daar niet in toestemt, de daad met name opgedrongen zijnde door middel van geweld, dwang of list of mogelijk gemaakt zijnde door een onvolwaardigheid of een lichamelijk of geestelijk gebrek van het slachtoffer, de schuldige een bloedverwant in de opgaande lijn zijnde van het slachtoffer, namelijk de vader,

II. tussen ../../2004 en ../../2006, meermaals, op niet nader te bepalen data,

X. Maria, geboren te ... (Nederland) op ../../1990.

D. Aanranding van de eerbaarheid met geweld of bedreiging gepleegd te hebben op de persoon van een minderjarige, geen volle zestien jaar oud, namelijk hierna vermelde personen, de schuldige een bloedverwant in de opgaande lijn zijnde van het slachtoffer, namelijk de vader,

II. tussen ../../2001 en ../../2006, meermaals, op niet nader te bepalen data,

X. Maria, geboren te ... (Nederland) op ../../1990. "

II-2. Bij arrest van het Hof van beroep te ... d.d. 1 oktober 2008 werd het vonnis enkel gewijzigd inzake de tenlasteleggingen t.a.v. de twee mishandelde broertjes Yan en Endy X.. De gevangenisstraf werd omgezet naar vijf jaar, waarvan één jaar met uitstel gedurende vijf jaar. Op burgerlijk gebied werd Adrianus X. veroordeeld tot betaling van euro 10.000 provisie meer de intresten aan verzoekster.

Dit arrest verwierf kracht van gewijsde (attest v/d griffie).

II-3. Ter afhandeling van de burgerlijke belangen werd Adrianus X. bij eindvonnis dd. 19 november 2010 van de rechtbank van eerste aanleg te ... veroordeeld tot betaling aan verzoekster de som van euro 2.000 meer de intresten en de kosten van het deskundigenonderzoek.

- morele schade euro 10.000,00

- praetium voluptatis euro 2.000,00

min de reeds toegewezen provisie - euro 10.000

III. Gevolgen van de feiten

Volgens het psychiatrisch verslag van Dr. C. D..

"9. TRAUMATISERING EN BEHANDELMOGELIJKHEDEN

9.1 Traumatisering

Er zijn geen aanwijzingen van syndromale psychopathologie in de zin van omlijnde acute psychologische/ psychiatrische stoornissen. Betrokkene maakt een normaal gestemde indruk en vertoont geen tekens van acute affectieve, psychotische, cognitieve noch anderen psychologische problemen. Toch rapporteert zij via de vragenlijsten vooral een milde vorm van aspecifieke angst, onzekerheid en verwarring. Tegelijk rapporteert ze een zeer hoog globaal agressief potentieel. Vermoedelijk tracht betrokkene doorgaans deze gevoelens van vijandigheid weg te duwen, wat vanuit psychodynamische hoek angsten in de hand kan werken. Deze discrepantie tussen kliniek en testresultaten kan er op wijzen dat betrokkene zich onbewust/bewust inspant om 'normaal' te functioneren en daar ook in slaagt, zoals blijkt uit haar relationele, professionele en seksuele leven. De vermelde gevoelens van angst en verwarring zijn in die zin aanwezig maar hebben geen deregulerend effect.

Er zijn geen aanwijzingen van uitgesproken seksuele stoornissen. Er is wel een ingeperkte plezierbeleving in seksuele activiteiten, hetgeen als een gevolg van de doormaakte feiten, zo bewezen geacht, moet gezien worden. Deze verminderde seksualiteitsbeleving neemt niet de ernst aan van een psychiatrische stoornis, maar dient beoordeeld als een praetium voluptatis.

9.2 Behandelmogelijkheden

Er zijn geen specifieke behandelingen noodzakelijk, noch aangewezen voor betrokkene. Een langdurige relatie, ook op seksueel vlak, gaat deze impact op haar seksuele beleving geleidelijk aan normaliseren. Een blijvende lichte invloed moet wel aangenomen worden als gevolg van de feiten.

[...]

11. BESLUIT

Op grond van de beschikbare gegevens en in huidig stadium van het onderzoek kan gesteld worden dat lastens X. Adrianus:

Er is geen omschreven psychiatrische stoornis aanwezig bij betrokkene als gevolg van de kwestieuze feiten.

Er kan wel een vermindering van plezierbeleving weerhouden worden als gevolg van de ten laste gelegde feiten, hetgeen als een praetium voluptatis moet beoordeeld worden binnen de schadebepaling. De grootte orde hiervan kan op een 7 puntenschaal op 2/7 geraamd worden. "

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. Bij de betekening van het vonnis op 31/01/2011 bleek dat de veroordeelde nog steeds in de gevangenis te ... verbleef. Mr. V., zijn raadsman, meldt dat zijn cliënt over geen enkele vorm van inkomsten beschikte.

Gerechtsdeurwaarders B. en B. deelden mee dat de veroordeelde over geen onroerende goederen beschikt.

IV-2. Op de vraag " Heeft u reeds geld ontvangen of kan u aanspraak maken op een tegemoetkoming met betrekking tot de ten gevolge van de feiten opgelopen schade?" (p. 5 van het verzoekschriftformulier) heeft verzoekster geen van de mogelijke vergoedingsopties (rechtsbijstandverzekering, familiale polis,arbeidsongevallenverzekering,...) aangekruist.

Ten tijde van de feiten waren het jeugdig slachtoffer en haar vader woonachtig onder hetzelfde dak.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster vraagt de Commissie een hulp van euro 34.062. Dit bedrag is gebaseerd op de nota burgerlijke partijstelling:

- vergoeding voor morele-materiële schade vermengd euro 25.000,00

- praetium voluptatis euro 2.000,00

- verlies schooljaar euro 7.062,50

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

De Commissie verzekert geen integrale schadeloosstelling. Ze kan, naar billijkheid, een financiële hulp toekennen voor de schadeposten die limitatief zijn opgesomd in artikel 32, § 1, van de wet van 1 augustus 1985:

"Voor de toekenning van een hulp aan de personen als bedoeld in artikel 31, 1°, steunt de commissie uitsluitend op de volgende bestanddelen van de geleden schade:

1° de morele schade, rekening houdend met de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

2° de medische kosten en de ziekenhuiskosten, met inbegrip van de prothesekosten;

3° de tijdelijke of blijvende invaliditeit;

4° een verlies of vermindering aan inkomsten ten gevolge van de tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid;

5° de esthetische schade;

6° de procedurekosten;

7° de materiële kosten;

8° de schade die voortvloeit uit het verlies van een of meer schooljaren."

De schadepost ‘praetium voluptatis' is daarbij niet opgenomen en komt dus niet in aanmerking voor een financiële hulp.

Verzoekster vraagt een financiële hulp voor verlies van een schooljaar. De Commissie ziet geen reden om af te wijken van de dispositieven van het vonnis van 19 november 2010: " Er is geen enkel element waaruit blijkt dat de burgerlijke partij ten gevolge van de strafbare feiten een schooljaar heeft verloren. "

Uit artikel 33, § 1 van de wet van 1 augustus 1985 blijkt dat het bedrag van de hulp naar billijkheid wordt bepaald. Volgens de voorbereidende werken is die beoordeling naar billijkheid zelfs het basisbeginsel van het stelsel (Parl.St., Senaat 1984-85 nr. 873/2/1°,8). Dit uitgangspunt verleent aan

de Commissie een appreciatiebevoegdheid, zowel inzake de opportuniteit van de toekenning van een financiële hulp als inzake de bepaling van de omvang van het hulpbedrag.

Het voorgaande impliceert dat de Commissie voor bepaalde schadeposten andere tarieven kan (mag) hanteren dan die waarvan de correctionele rechter zich bedient. Hierdoor kan de door de Commissie toegekende hulp in meerdere of mindere mate afwijken van de in gemeenrecht toegewezen schadevergoeding. Zo baseert de Commissie zich onder meer bij het toekennen van een hulpbedrag voor de schadepost ‘morele schade' op haar rechtspraak in gelijkaardige dossiers.

Rekening houdende enerzijds met de ernst van de feiten en de opgelopen schade en anderzijds met de door de wet uitgesloten schadeposten, meent de Commissie aan verzoeker in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op euro 25.000.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoekster een hulp toe van euro 25.000.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 15 juni 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN C. DELESIE

Free keywords

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 24 januari 2011 waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.