- Decision of July 26, 2012

26/07/2012 - M10-1-0632/7447

Case law

Summary

Samenvatting 1

Decision - Integral text

(...)

I. Feiten

De minderjarige Cynthia X. werd seksueel misbruikt en aangerand in haar eerbaarheid door de partner van haar moeder (die zelf ook slachtoffer was).

Cynthia werd onmiddellijk geplaatst.

II. Vervolging

Bij vonnis dd. 13 oktober 2009 van de rechtbank van eerste aanleg te ... werden onder meer de volgende tenlasteleggingen bewezen verklaard in hoofde van de genaamde Ivan Z. (° 1965) en waarvoor deze veroordeeld werd tot 6 jaar gevangenisstraf:

"Verdacht van: te ...:

A. In de periode tussen 1 januari 2002 en ../../2004, meermaals, op niet nader te bepalen data

De misdaad van verkrachting met behulp van geweld gepleegd te hebben, zijnde elke daad van seksuele penetratie, van welke aard en met welk middel ook, die gepleegd wordt op de persoon van het kind X. Cynthia geboren te ... op ../../1994, dat geen volle tien jaar oud was;

B. In de periode tussen ../../2004en 1 januari 2007, meermaals, op niet nader te bepalen data

De misdaad van verkrachting met behulp van geweld gepleegd te hebben, zijnde elke daad van seksuele penetratie, van welke aard en met welk middel ook, die gepleegd wordt op de persoon van een kind dat de volle leeftijd van veertien jaar niet heeft bereikt, namelijk op de persoon van het kind X. Cynthia geboren te ... op ../../1994, dat de volle leeftijd van veertien jaar niet bereikt had, doch volle tien jaar oud was, de schuldige behorende tot degenen die over het slachtoffer gezag hebben, namelijk haar stiefvader;

C. Aanranding van de eerbaarheid met geweld of bedreiging gepleegd te hebben op de persoon van een minderjarige, geen volle zestien jaar oud

I. In de periode tussen 1 januari 2002 en 1 januari 2007, meermaals, op niet nader te bepalen data

X. Cynthia geboren te ... op ../../1994;

II. In de periode tussen 1 februari 2008 en 25 maart 2008, meermaals, op niet nader te bepalen data

X. Christophe, geboren te ... op 8 juli 1993;

de schuldige behorende tot degenen die over het slachtoffer gezag hebben, namelijk stiefvader;

D. [...]

E. De feiten gepleegd tussen 1 februari 1999 en 31 maart 2008, meermaals, op niet nader te bepalen data, de feiten de voortdurende en achtereenvolgende uiting zijnde van eenzelfde opzet,

De misdaad van verkrachting gepleegd te hebben op de persoon van Y. Peggy, geboren te ... op ../../1971, de verkrachting zijnde elke daad van seksuele penetratie van welke aard ook en met welk middel ook, op een persoon die daar niet in toestemt, de daad met name opgedrongen zijnde door middel van geweld, dwang of list of mogelijk gemaakt zijnde door een onvolwaardigheid of een lichamelijk of een geestelijk gebrek van het slachtoffer;"

Op burgerlijk vlak werd Z. bij zelfde vonnis veroordeeld tot betaling aan verzoekster q.q. Cynthia X. de hoofdsom van euro 7.500 (morele schade) meer de intresten, meer een RPV van

euro 900.

Tevens werd voorbehoud verleend voor toekomstige therapiekosten na de meerderjarigheid.

Dit vonnis bekwam kracht van gewijsde (attest griffie).

III. Gevolgen van de feiten

Zowel Cynthia X. als haar moeder en broers Christophe en Glenn volgden therapie bij het Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg.

Dr. Roland V., aangesteld gerechtspsychiater, besluit op 10/08/2009:

"Betr. vertoont geen genuine psychopathologie wel is er een Post Traumatische Stress Stoornis aanwezig.

Er zijn geen argumenten voor beïnvloeding, simulatie of fantasie te weerhouden. De weergave van de feiten kan als betrouwbaar worden omschreven.

Er bestaat een grote kans dat betr. in de toekomst met de gevolgen te kampen heeft van de doorgemaakte feiten."

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. De instrumenterende gerechtsdeurwaarder laat op 26/01/2010 weten dat uitvoering van het vonnis niet mogelijk is. De veroordeelde verblijft in de gevangenis. "Roerende uitwinning lijkt ons ook onmogelijk gelet op de loonsoverdrachten die wij lastens hem terugvonden."

IV-2. Verzoekster q.q. verklaart op geen enkele verzekeringstussenkomst te kunnen beroep doen.

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster q.q. vraagt om de toekenning van een hulp van euro 8.400 :

- morele schade euro 7.500

- rechtsplegingsvergoeding euro 900

Op de rechtszitting dd. 26 april 2012 van de Commissie verklaart verzoekster, bijgestaan door haar raadsman, zich evenwel te gedragen naar de wijsheid van de Commissie terzake de begroting van haar schade.

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

Uit artikel 33, § 1 van de wet van 1 augustus 1985 blijkt dat het bedrag van de hulp naar billijkheid wordt bepaald. Volgens de voorbereidende werken is die beoordeling naar billijkheid zelfs het basisbeginsel van het stelsel (Parl.St., Senaat 1984-85 nr. 873/2/1°,8). Dit uitgangspunt verleent aan de Commissie een appreciatiebevoegdheid, zowel inzake de opportuniteit van de toekenning van een financiële hulp als inzake de bepaling van de omvang van het hulpbedrag.

Het voorgaande impliceert dat de Commissie voor bepaalde schadeposten andere tarieven kan (mag) hanteren dan die waarvan de correctionele rechter zich bedient. Hierdoor kan de door de Commissie toegekende hulp in meerdere of mindere mate afwijken van de in gemeenrecht toegewezen schadevergoeding. Zo baseert de Commissie zich onder meer bij het toekennen van een hulpbedrag voor de schadepost ‘morele schade' op haar rechtspraak in gelijkaardige dossiers.

Ter rechtszitting is gebleken dat de geleden morele schade hoger te percipiëren valt dan hetgeen door de burgerlijke rechter is toegekend. Dienaangaande verklaarde verzoekster ter zitting van 26 april 2012 uitdrukkelijk zich te gedragen naar de wijsheid van de Commissie.

Rekening houdend met alle omstandigheden van de zaak, zoals hierboven geschetst, meent de Commissie aan verzoekster in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op euro 17.500.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoekster een hulp toe van euro 17.500.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 26 juli 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN C. DELESIE

Free keywords

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 25 mei 2010 waarbij de voogd ad hoc van de op dat ogenblik minderjarige verzoekster, thans meerderjarig en in eigen naam optredend, om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.