- Decision of July 26, 2012

26/07/2012 - M12-1-0155/8754

Case law

Summary

Samenvatting 1

Decision - Integral text

(...).

I. Feiten

Op 18 september 2003 werd verzoeker het slachtoffer van slagen en verwondingen toen hij weigerde om materiaal uit te lenen aan de zus van de genaamde Miguel Z. (dader).

II. Vervolging

Bij vonnis dd. 25 mei 2005 van de jeugdrechtbank van de rechtbank van eerste aanleg te ... werd Miguel Z. (° 1986) berispt voor onder meer de volgende bewezen geachte tenlastelegging:

" A. Opzettelijk aan X. Johan verwondingen of slagen te hebben toegebracht die voor deze een ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid ten gevolge hebben gehad

te ..., op 18 september 2003; "

Bij vonnis dd. 24 oktober 2007 van de jeugdrechtbank van de rechtbank van eerste aanleg te ..., ter afhandeling van de burgerlijke belangen, werd Miguel Z., in solidum met zijn ouders die burgerlijk aansprakelijk voor hem waren gesteld, onder meer veroordeeld tot betaling aan verzoeker: - euro 1.687,52 materiële kosten

- euro 980,75 TWO moreel

- euro 1.970,04 inkomstenverlies en schade huishouden

- euro 2.250,00 esthetische schade

- euro 6.500,00 BAO

meer de intresten.

III. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 13.388,31 (= totaal van de bij vonnis van 24/10/2007 toegekende vergoedingen).

IV. Beoordeling door de Commissie

Artikel 31bis, § 1, 4°, van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen luidt als volgt:

" 4° Indien de dader bekend is, moet de verzoeker schadevergoeding nastreven door middel van een burgerlijke partijstelling, een rechtstreekse dagvaarding of een vordering voor een burgerlijke rechtbank.

Het verzoek kan slechts worden ingediend, naargelang het geval, na een in kracht van gewijsde gegane beslissing over de strafvordering of na een in kracht van gewijsde gegane beslissing van de burgerlijke rechtbank over de toerekening van of over de vergoeding van de schade.

Het verzoek is binnen drie jaar ingediend.

De termijn loopt, naargelang het geval, vanaf de dag waarop er definitief uitspraak is gedaan over de strafvordering bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing door een onderzoeks- of vonnisgerecht, de dag waarop een strafrechtbank bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing uitspraak heeft gedaan over de burgerlijke belangen na de beslissing over de strafvordering, of de dag waarop uitspraak is gedaan door een burgerlijke rechtbank bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing over de toerekening van of over de vergoeding van de schade. "

In het voorliggend dossier dateert het vonnis van de jeugdrechtbank van de rechtbank van eerste aanleg te ... van 24 oktober 2007. Het verzoekschrift is evenwel pas op 20 februari 2012 bij de Commissie ingediend, d.i. méér dan drie jaar na het arrest. Aldus moet vastgesteld worden dat het verzoek laattijdig ingediend werd...

Het hierboven geciteerd wetsartikel is duidelijk: voor de beoordeling van het al of niet tijdig indienen van de hulpverzoeken bij de Commissie dient men uit te gaan van de datum van de desbetreffende uitspraak, niet de dag waarop de betrokken beslissing in kracht van gewijsde is getreden (Arrest Raad van State, nr. 3714 van 6 januari 2009 inzake G/A 190.722).

Dit ontvankelijkheidsprobleem werd zowel opgemerkt in de ontvangstmelding dd. 23 februari 2012 aan de (raadsman van) verzoeker als in het verslag van de verslaggever. (De raadsman van) verzoeker beperkte zich in de reactie op het verslag tot de zin: " Concluant volhardt in zijn aanvraag voor financiële hulp slachtoffers van opzettelijke gewelddaden d.d. 17.02.2012. "

Aangezien in het verslag van de verslaggever reeds opgemerkt werd dat het verzoek kennelijk onontvankelijk is, doet, overeenkomstig artikel 30, § 3, tweede lid, van de wet en artikel 16bis van het K.B. van 18 december 1986, de voorzitter van de kamer als enig lid uitspraak over de onontvankelijkheid.

De Commissie wenst evenwel te beklemtonen dat de afwijzing van voorliggend verzoekschrift evident geen afbreuk doet aan het leed van verzoeker, waarvoor de Commissie alle begrip betoont. Als administratief rechtscollege heeft de Commissie zich evenwel te houden aan de wettelijke en reglementaire bepalingen die haar werking regelen.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De voorzitter,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek onontvankelijk.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 26 juli 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN P. DE SMET

Free keywords

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 20 februari 2012, waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.