- Decision of October 10, 2012

10/10/2012 - M12-1-0423/8901

Case law

Summary

Samenvatting 1

Decision - Integral text

(...)

I. Feiten

Op 16 februari 2010, toen verzoeker tijdens een carnavalfuif te ..., buiten aan een hamburgertent met enkele vrienden stond, werden hem plots twee slagen toegediend in het aangezicht met arbeidsongeschiktheid tot gevolg.

Hij werd per ambulance naar het AZ V... te ... overgebracht waar hij op de dienst spoedgevallen werd behandeld.

II. Vervolging

Bij vonnis dd. 19 januari 2012 van de rechtbank van eerste aanleg te ... werd onder meer de volgende tenlastelegging bewezen geacht in hoofde van de genaamde Ferdi Z. (° 1989) en waarvoor deze veroordeeld werd tot 6 maanden gevangenisstraf met uitstel:

"Te ... op 16 februari 2010:

Opzettelijke verwondingen of slagen te hebben toegebracht aan X. Dylan die voor deze een ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid ten gevolge hadden. "

Op burgerlijk vlak werd Z. bij zelfde vonnis veroordeeld tot betaling aan verzoeker de hoofdsom van euro 3.574 meer de intresten en een RPV van euro 715.

- administratiekosten euro 62,00

- medische kosten euro 2.700,00

- TWO moreel euro 812,00

III. Gevolgen van de feiten

Verslag dd. 26/02/2010 dr. E. K., neus-keel- en oorziekten:

Bovenvermelde patiënt consulteerde op 17/02/2010 wegens klachten van neusdeformatie en deviatie naar rechts na traumatische slag op 15/02/2010. Hiervoor werd hij op de spoed verzorgd waarbij een uitwendige wonde thv de neusrug gehecht was, Het klinisch onderzoek weerhield een tention nose aspect met globale deviatie naar rechts en indeuking van de linker latere wand. Een hematoma ter hoogte van de oogleden was links aanwezig, de orbitaranden waren gaaf. Palpatie van de neuspiramide brengt een onregelmatigheid van de linker laterale wand van de benige neuspiramide naar voor. De hechtingen werden verwijderd.

In de NKO- alsook de systeemanamnese worden geen bijzondere antecedenten genoteerd.

Op 19/02/2010 werd de patiënt gehospitaliseerd in het AZ V... te ... in daghospitaal. Op basis van een diagnose van neusfractuur met hematoom van boven en onder ooglid links, wonde op de neusrug, gehecht op spoed, werd op 19/02/2010 een heelkundige interventie uitgevoerd onder algemene narcose met name reductie van neusfractuur bmv endonasaal stomp instrument met aanleg van een externe thermoplastische atelle.

Het per- alsook postoperatieve verloop was ongecompliceerd. De patiënt kon in een algemene goede conditie het ziekenhuis verlaten.

In de nabehandeling werd aandacht besteed aan het ter plaatse laten van externe atelle gedurende een 7-tal dagen en vermijden van brutale manipulatie van de neus is aangewezen. Eventuele NSAID als pijnstiller kon gebruikt worden bij pijnlast.

Bij controle op 26/02/.2010 meldt de patiënt nog een licht neusverstoppingsgevoel met nog enige hinder aan de linker zijde van de neus. Het klinisch onderzoek toont op dat ogenblik een neusverkoudheidsbeeld waarvoor een decongestieve medicatie ingesteld werd. Het uitwendig aspect van de neus is conform een "tentionnose" beeld met lichte humpvorming , zonder manifeste deviatie. Rhinoscopia anterior toont een septumpositie naast de crista maxjllaris rechts, constitutioneel (niet traumatisch).

Een verder conservatief beleid werd geadviseerd.

IV. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

IV-1. De instrumenterende gerechtsdeurwaarder laat op 14/03/2012 weten dat uitvoering van het vonnis niet mogelijk is. De veroordeelde verblijft nog steeds in de gevangenis te Hasselt.

Tijdens het verloop van de gerechtelijke procedure kwam hij reeds in aanmerking voor kosteloze rechtsbijstand.

IV-2. Verzoeker heeft een rechtsbijstandverzekering afgesloten bij LAR (AXA).

De clausule ‘onvermogen van derden' is evenwel niet van toepassing op "een agressie, een zedenfeit, terrorisme of een gewelddaad".

V. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 4.324:

- hoofdsom volgens vonnis van 19/01/2012 euro 3574,00

- procedurekosten euro 750,00

VI. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 nageleefd te worden.

Verzoekster beschikt over een familiale polis met luik rechtsbijstand. De waarborg ‘onvermogen van derden' is enkel van toepassing op "een agressie, een zedenfeit, terrorisme of een gewelddaad".

Dat deze clausule een beperkte draagwijdte heeft, staat volledig los van het principe dat de rechtsbijstandverzekeraar de procedurekosten ten laste moet nemen.

Indien een advocaat tussenkomt voor een slachtoffer, voor wie hij zich burgerlijke partij stelde voor de correctionele rechtbank, in opdracht en op kosten van een verzekeringsmaatschappij, dan komt de rechtsplegingsvergoeding, indien deze betaald zou worden, toe aan de maatschappij (die ook de andere procedurekosten en de ereloonstaat van de advocaat ten laste neemt).

Kortom, het bedrag dat voor de rechtsplegingsvergoeding betaald wordt, komt nooit het slachtoffer ten goede. In die omstandigheden een hulp toekennen voor de rechtsplegingsvergoeding zou indruisen tegen de filosofie van de wet van 1 augustus 1985.

Uit artikel 33, § 1 van de wet van 1 augustus 1985 blijkt dat het bedrag van de hulp naar billijkheid wordt bepaald. Volgens de voorbereidende werken is die beoordeling naar billijkheid zelfs het basisbeginsel van het stelsel (Parl.St., Senaat 1984-85 nr. 873/2/1°,8). Dit uitgangspunt verleent aan de Commissie een appreciatiebevoegdheid, zowel inzake de opportuniteit van de toekenning van een financiële hulp als inzake de bepaling van de omvang van het hulpbedrag.

Rekening houdend met alle omstandigheden van de zaak, zoals hierboven geschetst, meent de Commissie aan verzoeker in billijkheid een hulp te kunnen toekennen begroot op euro 3.500.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006,

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent verzoeker een hulp toe van euro 3.500.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 10 oktober 2012.

De plv. secretaris, De voorzitter,

B. VAN BEURDEN C. DELESIE

Free keywords

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 3 mei 2012 waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.