- Decision of January 9, 2013

09/01/2013 - M11-5-0603/8228

Case law

Summary

Samenvatting 1

Decision - Integral text

(...)

I. Feiten

Tussen 1 februari 2010 en 14 oktober 2010 werd Chiara X. (° ../../1998), de dochter van verzoeker, seksueel misbruikt door haar stiefvader, de heer David Z.. Deze laatste ging geregeld met Chiara onder de douche en scheerde haar benen en schaamstreek.

II. Vervolging

Bij vonnis van de Correctionele rechtbank te ... d.d. 23 februari 2011 werd de heer David Z., zich bevindend in staat van wettelijke herhaling, wegens het plegen van onder meer de sub I vermelde feiten (gekwalificeerd als aanranding van de eerbaarheid met geweld of bedreiging) veroordeeld tot een effectieve gevangenisstraf van 18 maanden.

Op burgerlijk gebied werd hij veroordeeld tot betaling van een morele schadevergoeding van euro 500 meer intresten aan verzoeker.

III. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

De kansen op verhaal tegenover de heer David Z. zijn nagenoeg onbestaande. Hij werd toegelaten tot de collectieve schuldenregeling, maar die werd herroepen bij vonnis van de schuldbemiddelingsrechter van de arbeidsrechtbank te ... d.d. 10 maart 2011.

Verzoeker beschikt over een rechtsbijstandsverzekering bij Euromex, maar de in de polis opgenomen waarborg ‘insolventie van derden' is slechts van toepassing indien "een ongeval onopzettelijk wordt veroorzaakt door (...)." Euromex nam wel de procedurekosten ten laste.

IV. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoeker vraagt om de toekenning van een hulp van euro 500, overeenstemmend met de morele schadevergoeding die hem bij vonnis d.d. 23 februari 2011 werd toegekend. Voor de rechtbank was euro 750 gevorderd.

Ter zitting van de Commissie d.d. 28 november 2012 verklaarde verzoeker zich te gedragen naar de wijsheid van de Commissie met betrekking tot het bedrag van de gevraagde hulp.

V. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

Aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden werd voldaan.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

Rekening houdend met alle omstandigheden van de zaak, zoals zij blijken uit de neergelegde stukken alsook uit de mondelinge toelichting door de advocaat van verzoeker verstrekt ter zitting van 28 november 2012, meent de Commissie dat het gevraagde hulpbedrag van euro 500 kan worden toegekend.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent een hulp toe van euro 500.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 9 januari 2013.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE D. DESMET

Free keywords

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 10 juni 2011, waarbij verzoeker om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.