- Decision of February 27, 2014

27/02/2014 - M12-5-1223

Case law

Summary

Samenvatting 1

Decision - Integral text

(...)

I. Feiten

Op 21 december 2008 werd wijlen de heer Jamal X., de zoon van verzoekster, te ... om het leven gebracht door de heer Othman Z..

In het verzoekschrift worden de feiten als volgt weergegeven:

"Op 21 december 2008 diende de lokale politie van ... zich omstreeks 20.34 u te begeven naar de F. ...plaats gezien wijlen de heer Jamal X. slachtoffer werd van een doodslag. Terwijl het slachtoffer in zijn wagen zat, werd hij door de heer Z. Othman de keel overgesneden. Er werd nog een reanimatiepoging uitgevoerd, doch zonder resultaat. Omstreeks 21.08 u overleed wijlen de heer Jamal X. aan zijn verwondingen. De heer Z. verschool zich in een lijnbus en werd daar gearresteerd. Hij vertoonde bloedsporen op de linkerhand. Het mes werd aangetroffen op een bank achteraan in de lijnbus.

Na verhoor van de beschuldigde bleek dat hij vermoedde dat het slachtoffer een relatie had met zijn zus en dat dit het motief was voor de feiten. Zijn zus verbleef in een instelling naar aanleiding van een drugs- en alcoholproblematiek. Beschuldigde wou zijn zus die dag begeleiden naar de bus. Onderweg kreeg ze telefoon. Ze beweerde dat een vriendin haar met de wagen naar de instelling zou voeren. Beschuldigde geloofde zijn zus echter niet. Na lang aandringen gaf het meisje toe dat het slachtoffer haar zou brengen.

Toen het slachtoffer weigerde zijn identiteitskaart aan de beschuldigde te geven, sloegen zijn stoppen door en sneed hij het slachtoffer zijn keel over."

II. Vervolging

Bij arrest van het Hof van Assisen van de provincie ... d.d. 6 mei 2011 werd de heer Z. wegens het plegen van de sub I vermelde feiten (gekwalificeerd als doodslag) veroordeeld tot 17 jaar opsluiting.

Op burgerlijk gebied werd hij bij arrest d.d. 14 juni 2011 veroordeeld tot betaling van een morele schadevergoeding van euro 12.500 meer intresten aan verzoekster.

Blijkens een attest van de griffie werd tegen voornoemde arresten geen cassatieberoep aangetekend.

III. Mogelijkheden tot schadeloosstelling

Uit het schrijven van de raadsman van de heer Z. d.d. 15 mei 2012 blijkt dat zelfs een realistisch afbetalingsplan niet haalbaar is, gelet op de zeer beperkte inkomsten die de heer Z. zal kunnen vergaren in de gevangenis.

Luidens het verzoekschrift beschikt verzoekster niet over een rechtsbijstandsverzekering.

IV. Begroting van de gevraagde hulp

Verzoekster vraagt om de toekenning van een hulp van euro 12.500, overeenstemmend met de morele schadevergoeding die haar bij arrest d.d. 14 juni 2011 werd toegekend.

Uit het strafonderzoek bleek dat verzoekster een goed en regelmatig contact onderhield met haar zoon, die niet meer bij haar inwoonde.

V. Beoordeling door de Commissie

Het verzoekschrift aan de Commissie is regelmatig naar de vorm en het werd tijdig neergelegd.

De wetgeving betreffende de hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden verleent aan de slachtoffers geen subjectief recht op "schadeloosstelling", maar wel op het eventueel bekomen van een "hulp", gesteund op het principe van de collectieve solidariteit. Uit de aard zelf van de hulp volgt dat de "volledige vergoeding" van het door de slachtoffers geleden nadeel niet wordt gewaarborgd. Bij het beoordelen van een hulp dienen de voorschriften van de artikelen 31, 31bis, 32, 33 en 33bis van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen nageleefd te worden.

Met betrekking tot morele schade wenst de Commissie op te merken dat dergelijke schade onmogelijk kan goedgemaakt worden door een geldelijke tegemoetkoming. Het moreel leed dat een verzoek(st)er ondervindt is niet in geld uit te drukken en valt niet te vergelijken met de waarde van welk tastbaar goed ook. Als men dan toch een vergoeding wenst toe te kennen, kan dat hooguit een vorm van troost zijn, een compensatie die tot doel heeft de pijn, de smart, het moreel leed te lenigen. Het gaat daarbij om een abstracte begroting van het leed.

In de voorliggende zaak meent de Commissie, zich onder meer steunend op haar gebruikelijke rechtspraak in gelijkaardige dossiers, aan verzoekster een hulp te kunnen toekennen van euro 7.500.

*

* *

OP DIE GRONDEN,

De Commissie,

Gelet op:

- de artikelen 17 § 1, 39 tot 42 van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 tot regeling van het taalgebruik in bestuurszaken;

- de artikelen 28 tot 41 van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen, laatst gewijzigd bij wet van 30 december 2009;

- het koninklijk besluit van 18 december 1986 betreffende de commissie voor financiële hulp aan slachtoffers van opzettelijke gewelddaden en aan de occasionele redders, laatst gewijzigd bij koninklijk besluit van 7 december 2006.

Verklaart het verzoek ontvankelijk en kent een hulp toe van euro 7.500.

Aldus uitgesproken te Brussel, in openbare zitting en in de Nederlandse taal op 27 februari 2014.

De secretaris, De voorzitter,

G. VAN DEN ABBEELE L. VULSTEKE

Free keywords

  • Verzoekschrift, neergelegd op het secretariaat van de Commissie op 20 december 2012, waarbij verzoekster om de toekenning heeft gevraagd van een financiële hulp, voor schade als gevolg van een opzettelijke gewelddaad.