- Arrêt of February 15, 2011

15/02/2011 - 2008AR1555

Case law

Summary

Samenvatting 1

De benaming "gaanpad" (volgens het van Dale groot woordenboek van de Nederlandse taal, uitgave 2005, verouderd Belgisch Nederlands voor trottoir) impliceert op zich niets met betrekking tot de eigendom ervan, noch met betrekking tot de bestemming; ze duidt alleen aan dat dit gedeelte van het perceel is ingericht als een trottoir. De inrichting als trottoir is op zich geen bewijs van het behoren tot het domein.

De rechtspraak waaruit een partij afleidt dat een gaanpad of een voor voetgangers toegankelijk pad waarop het verkeersreglement van toepassing is, behoort tot het openbaar domein, heeft betrekking op het onderscheid tussen privaat en openbaar domein, en niet op het onderscheid tussen private eigendom en domeingoederen.

Een kwalificatie in de overeenkomst tussen verkoper en koper maakt een goed uiteraard niet tot een domeingoed, laat staan tot openbaar domein.


Arrêt - Integral text

HET HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL

1e kamer,

zetelend in burgerlijke zaken,

Rep. nr.: 2011/ na beraad, wijst volgend arrest:

A.R. Nr.: 2008/AR/1555 en 2008/AR/1620

A.R. Nr.: 2008/AR/1555

INZAKE VAN:

DE GEMEENTE B., vertegenwoordigd door haar College van Burgemeester en Schepenen, waarvan de burelen gevestigd zijn te 3190 B., ...

appellant,

vertegenwoordigd door Mr. BOGAERTS Dirk, advocaat te 1170 BRUSSELS, Vorstlaan 100 ;

TEGEN:

E. W., en zijn echtgenote T. H., samenwonende te ...

geïntimeerden,

beiden vertegenwoordigd door Mr. LANSBERGEN Michaël, advocaat te 3000 LEUVEN, F. Lintsstraat 28 ;

IN AANWEZIGHEID VAN:

BELGACOM N.V. van publiek recht, met maatschappelijke zetel te 1030 BRUSSEL, Kon. Albert II-laan 27,

opgeroepen partij,

vertegenwoordigd door Mr. DECKERS Y. loco Mr. PORTAELS Guy, advocaat te 3000 LEUVEN, Vaartstraat 64 ;

EN A.R. Nr.: 2008/AR/1620

INZAKE VAN:

BELGACOM N.V. van publiek recht, met maatschappelijke zetel te 1030 BRUSSEL, Koning Albert II-Laan 27, ingeschreven met KBO-nummer 0202.239.951,

appellante,

vertegenwoordigd door Mr. DECKERS Y. loco Mr. PORTAELS Guy, advocaat te 3000 LEUVEN, Vaartstraat 64 ;

TEGEN:

E. W., en zijn echtgenote T. H., samenwonende te ...,

geïntimeerden,

beiden vertegenwoordigd door Mr. LANSBERGEN Michaël, advocaat te 3000 LEUVEN, F. Lintsstraat 28 ;

IN AANWEZIGHEID VAN:

De GEMEENTE B., vertegenwoordigd door haar College van Burgemeester en Schepenen, waarvan de burelen gevestigd zijn te 3190 B., Pastorijstraat 2,

opgeroepen partij,

vertegenwoordigd door Mr. BOGAERTS Dirk, advocaat te 1170 BRUSSEL, Vorstlaan 100 ;

Verkoop van een onroerend goed. Draagwijdte van de term "gaanpad" aangewend in de notariële akte. Onderscheid tussen privaat en openbaar domein.

De benaming "gaanpad" (volgens het van Dale groot woordenboek van de Nederlandse taal, uitgave 2005, verouderd Belgisch Nederlands voor trottoir) impliceert op zich niets met betrekking tot de eigendom ervan, noch met betrekking tot de bestemming; ze duidt alleen aan dat dit gedeelte van het perceel is ingericht als een trottoir. De inrichting als trottoir is op zich geen bewijs van het behoren tot het domein.

De rechtspraak waaruit een partij afleidt dat een gaanpad of een voor voetgangers toegankelijk pad waarop het verkeersreglement van toepassing is, behoort tot het openbaar domein, heeft betrekking op het onderscheid tussen privaat en openbaar domein, en niet op het onderscheid tussen private eigendom en domeingoederen.

Een kwalificatie in de overeenkomst tussen verkoper en koper maakt een goed uiteraard niet tot een domeingoed, laat staan tot openbaar domein.

********************

1. De procedure

In dit arrest oordeelt het hof over hogere beroepen tegen een vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven van 8 april 2008.

De bepalingen van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, waaronder artikel 24, zijn nageleefd.

Het arrest wordt gewezen na tegenspraak.

Partijen verklaren dat het vonnis werd betekend op 9 mei 2008 aan B. en op 15 mei 2008 aan BELGACOM; de heer E. en mevrouw T. leggen kopie neer van de akten van betekening.

B. heeft hoger beroep ingesteld bij verzoekschrift, neergelegd op de griffie van het hof op 9 juni 2008 (dit is 08/AR/1555). Het hoger beroep is tijdig en regelmatig naar vorm ingesteld.

BELGACOM heeft hoger beroep ingesteld bij verzoekschrift, neergelegd op de griffie van het hof op (maandag) 16 juni 2008. Het hoger beroep is tijdig en regelmatig naar vorm ingesteld.

De hogere beroepen in 08/AR/1555 en 08/AR/1620 zijn samenhangend en het hof voegt ze.

2. De feiten

De eerste rechter heeft de relevante feiten uitgebreid weergegeven als volgt:

"

Eisers [de heer E. en mevrouw T.] zijn eigenaars van een perceel grond gelegen te B., Bieststraat 177, met een oppervlakte van 12a 05 ca ingevolge aankoop van de ouders van tweede eisende partij, bij notariële akte dd. 9.10.1975 van notaris D. te M. (stuk 6 dossier eisers);

Op 23.02.1976 werd aan eisers een bouwvergunning afgeleverd voor de nieuwbouw van een bungalow op het betrokken perceel (stuk 23 dossier eisers);

In deze bouwvergunning is vermeld dat het perceel niet gelegen is binnen het gebied van een behoorlijk vergunde verkaveling;

Op 18.11.1992 verzond eerste verweerster [B.] een schrijven aan eisers als volgt:

"Zoals U wellicht weet, wenst het gemeentebestuur daadwerkelijk een grondige en efficiënte oplossing te bieden voor het haast ondraaglijke waterafvalprobleem dat uw wijk teistert. Dit is geen gemakkelijke opdracht en ze kadert in het geheel van de gemeentelijke rioleringsproblematiek. Daarin moeten zeer beperkte middelen toegewezen worden aan vele dringende en dure projecten.

Daarbij moet ook rekening worden gehouden met een lange en soms moeilijke administratieve procedure. De gemeenteraad van 26 oktober ll. besliste om daarmee van start te gaan. Essentieel daarin is de aanvaarding van het rooilijn- en onteigeningsplan van de bestaande wegenis.

Dit plan, waarvan kopie in bijlage, ligt ook ter inzage op het gemeentehuis gedurende 30 dagen vanaf 4 december 1992 tot 4 januari 1993 tijdens de kantooruren.

U kan daar schriftelijk uw opmerkingen en/of bezwaren indienen en dit ten laatste op 4 januari 1993 te 20.00 uur. Later zal de gemeenteraad dan kunnen overgaan tot de definitieve aanvaarding van het rooilijn- en onteigeningsplan.

Op dit ogenblik is het evenwel voorbarig om te verwachten dat het gemeentebestuur u kan inlichten over de konkrete uitvoering van wegenis- en rioleringswerken.

Wanneer later, na de eigendomsoverdracht, de ontwerper klaar zal zijn met de plannen, ligt het in de bedoeling van het gemeentebestuur om alle betrokkenen uit te nodigen op een informatievergadering. Op dat ogenblik kan u nog suggesties ter verbetering of particuliere problemen aankaarten zodat eventuele wijzigingen of praktische schikkingen nog aangebracht kunnen worden " (stuk 8 dossier eisers);

Eisers reageerden op 30.12.92:

"In antwoord op uw schrijven van 18.11.1992 ref.JC-FW verkaveling Gottendijs kunnen wij u het volgende mededelen:

1. zoals blijkt uit schrijven van 5.10.1976 (kopij in bijlage) zijn wij in orde met de voorschriften.

Iedereen weet dat meerdere eigenaars in de toenmalige Nachtegalenlaan geen kosten gedaan hebben en dus niet in orde zijn. De vraag is dan ook eenvoudig wat heeft de gemeente H. en of B. weerhouden om de bestaande voorschriften correct te doen toepassen door alle eigenaars. Diegenen die in orde zijn (zoals wij) worden gestraft voor diegenen die niet in orde zijn, dit met medeweten van de gemeentelijke overheid.

Het probleem kan dus op een andere manier opgelost worden namelijk iedereen verplichten de voorschriften vervat in het schrijven van 5.10.76 na te komen.

2. aangezien de riolering best in het midden van de straat aangebracht wordt, ontgaat ons de noodzaak hiervoor grond te moeten onteigenen temeer daar de ex OCMW gronden de dans ontspringen. De gekende politiek van 2 maten en gewichten dus.

3. volgens de gemeenteambtenaren zou dit alles gratis zijn. Onteigenen zonder schadeloosstelling is totaal onaanvaardbaar.

4. een informatievergadering dient volgens ons plaats te vinden voor de plannen definitief zijn en dus nadat een billijke schadeloosstelling bedongen werd, en niet NA de eigendomsoverdracht want dan is het enkel voor de vorm en overbodig.

5. wat gebeurt er met de bestaande bomen, struikgewas, beplantingen, omheiningen enz. die zullen sneuvelen?

6. op onze eigendom bevinden zich momenteel reeds met een tussenafstand van +- 60 cm 2 borden 'spelende kinderen'...

Deze werden hier geplaatst in zuivere (...) zonder toestemming zonder [onleesbaar].

Kan gemeente, Electrabel- en BELGACOM personeel alles maar neerplanten zonder meer en de burger telkens voor voldongen feiten plaatsen?

Gezien deze bezwaren spijt het ons u te moeten mede delen dat wij geen eigendomsoverdracht tekenen.

In afwachting van verder nieuws tekenen wij inmiddels, met alle achting" (stuk 9 dossier eisers);

Eerste verweerster liet door landmeter Geens een rooi- en onteigeningsplan opmaken dat door de gemeenteraad op 3.5.1993 werd goedgekeurd (stuk 1 dossier verweerster 1); "

Op 26.2.1993 verzond eerste verweerster een schrijven aan eisers waarin deze werden uitgenodigd op een informatievergadering met betrekking tot het opmaken van een rooilijn- en onteigeningsplan voor de wijk `Gottendijs' (stuk 16 dossier eisers);

Op 29.11.1993 verzond eerste verweerster een schrijven aan eisers waarin zij verzocht werden gratis grondafstand te doen voor een gedeelte van hun perceel (stuk 11 dossier eisers);

Het ging om 73 ca vallende binnen de ontworpen rooilijnen, zoals opgenomen in het onteigeningsplan opgesteld door landmeter Geens dd. 28.9.1992 bedoeld om wegenis en rioleringswerken te realiseren (stuk 11 dossier eisers);

Eisers reageerden negatief op 17.1.1994 (stuk 12 dossier eisers);

De riolering werd uiteindelijk gerealiseerd in het midden van de straat (stuk 25 dossier eisers);

Op 2.2.06 richtte tweede verweerster [BELGACOM] een schrijven aan de gemeente B. als volgt:

"Met onderhavige brief deel ik u mee dat BELGACOM binnenkort wenst over te gaan tot het oprichten van straatkasten op het grondgebied van de gemeente B., (15WEEO). De inplanting van deze straatkasten is gesimuleerd op de foto's van de vergunningsaanvragen in deze bundel.

Hierna de lijst met vermelding van de refertenummers, straatkastnummers en adressen van de verschillende vergunningsaanvragen waaruit deze bundel is samengesteld.

De vergunningsaanvragen in kwestie worden u voorgelegd in toepassing van art. 98 §1 van de wet van 21 maart 1991 dat bepaalt dat de overheid van wie het openbaar domein afhangt over twee maanden beschikt vanaf de dag waarop de vergunningsaanvragen werden ingediend, om er al dan niet haar goedkeuring aan te hechten.

Om de werken niet te vertragen en aangezien elke inkorting van deze termijn de belangen dient van alle betrokken partijen, zou ik het op prijs stellen indien u mij uw beslissing zou kunnen meedelen voor het verstrijken van deze termijn. Mocht het voornemen bestaan tot uitvoering van enig ander werk langs het aangegeven tracé, dan zou ik u beleefd willen verzoeken om mij dit mee te delen.

Mag ik u tevens vragen mij op de hoogte te stellen indien het aangegeven tracé private eigendommen zou overschrijden? Bij voorbaat dank..." (stuk 1 dossier verweerster 2);

Op 13.2.06 reageerde de gemeente als volgt:

"Wij hebben kennis genomen van uw voornemen om binnenkort telecommunicatiewerken uit te voeren op het openbaar domein te B. (15WEE0).

De inplanting van de straatkasten op zich geeft geen probleem. De bijgevoegde tabel en foto's geven ons enkel een beeld van de werkplaats, het geeft ons echter geen enkele aanwijzing omtrent de voorgenomen of nodige opbraak van wegen, voet- of fietspaden. Aangezien wij in het verleden meestal af te rekenen kregen met slechte en laattijdige herstellingen achten wij het nodig dat voortaan elke kennisgeving van kabelwerken vergezeld wordt van een opmetingsstaat van de geraamde werken aan de wegenis en zijn bijhorigheden.

Alle opbraak- en herstellingswerken moeten geschieden volgens de bepalingen van het typebestek voor uitvoering van werken ten laste van de openbare besturen en rekening houdend met de code voor infrastructuur- en nutswerken langs gemeentewegen.

Van de aanvang van de werken zal uiterlijk 3 dagen vooraf worden kennis gegeven aan de technische dienst van de gemeente en zal van de locatie tegensprekelijk een plaatsbeschrijving worden opgemaakt.

Na afloop van de werken zal een nieuw plaatsbezoek in aanwezigheid van alle betrokken partijen gebeuren en zullen de eventuele gebreken onmiddellijk worden hersteld. Er zal een waarborgperiode van minstens zes maanden op de uitgevoerde herstellingsweken worden geëist.

Voor het signaleren van hindernissen op de openbare weg moet tijdig de toelating van de burgemeester worden gevraagd. De aan te brengen signalisatie moet in overeenstemming zijn met de bepalingen van het MB van 25 maart 1977.

Wij hopen dat u aan onze vraag een gunstig gevolg kan geven en groeten u... " (stuk 2 dossier verweerster 2);

In september 2006 ging tweede verweerster over tot het plaatsen van twee kabelverdeelkasten op hun perceel;

Op 22.9.06 richtten eisers een aangetekend schrijven aan tweede verweerder als volgt:

"Als eigenaar zijnde van percelen 37 + 38 van het verkavelingsplan wijk Gottendijs stellen wij tot onze verbazing vast dat BELGACOM NV met bovenvernoemde referentie is overgegaan tot het plaatsen van een kast op onze eigendom zonder onze toestemming en zonder voorafgaande correspondentie.

Aangezien wij niet de bedoeling hebben of zullen hebben hiervoor toelating te verlenen verzoeken wij u tegen uiterlijk 31 oktober 2006 deze kast terug af te breken en onze grond terug te brengen in de staat waar hij zich bevond.

Daar u dan toch ter plaatse bent kunt (u) tevens de kast ernaast met vermelding BELGACOM 229 gele achtergrond en zwarte cijfers eveneens afbreken.

Indien dit schrijven zonder gevolg zou blijven zullen wij niet nalaten op 2 november juridische stappen te ondernemen om via gerechtelijke weg tot afbraak te laten overgaan.

Er van overtuigd zijnde dat dit laatste overbodig zal blijken,en in afwachting van een spoedig en gunstig gevolg,tekenen wij,..." (stuk 1 dossier eisers);

Op 17.10.06 volgde een herinnering van eisers (stuk 2 dossier eisers);

Tweede verweerster werd vervolgens ten verzoeke van eisers opgeroepen in verzoening voor het vredegerecht van het kanton H.,

Tweede verweerster verscheen evenwel niet ter zitting van 30.11.2006 zodat een verzoening niet mogelijk was (stuk 4 dossier eisers);

Intussen had de gemeente per fax dd. 27.11.2006 aan BELGACOM het volgende medegedeeld:

"Het bouwperceel, eigendom van dhr. E. en gesitueerd Bieststraat 177 paalt aan de verkaveling Mezenlaan, Sijsjeslaan en Vinkenlaan. Deze verkaveling dateert van voor de wetgeving stedenbouw.

Aangezien er aanvankelijk geen riolering aanwezig was besloot men in 1993 over te gaan tot het realiseren van rooilijnen teneinde riolering te kunnen aanleggen. Hiertoe werd een rooilijnenplan opgesteld en goedgekeurd. Aan de hand van een minnelijke schikking werden de eigenaars door de gemeente verzocht om het deel van hun grond gelegen binnen de rooilijnen af te staan aan de gemeente.

Concreet betekent dit dat de eigenaars deze zone gratis afgestaan hebben aan de gemeente. De heer E. vond destijds dat hij hiervoor diende vergoed te worden waar de gemeente echter niet op ingegaan is.

Dit betekent dat de bestemming en gebruik van deze grond openbaar is maar wel eigendom is van dhr. E..

In de hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd" (stuk 18 dossier eisers);

Op 18.12.06 richtte eerste eiser een schrijven aan BELGACOM met volgende inhoud:

"Betreft uw schrijven van 29.11.06 plaatsing van kabelverdeelkast hoek Bieststraat-Mezenlaan te Schiplaken.

In antwoord op bovengenoemd schrijven deel ik u mede dat de gegevens vermeld in de fax van de gemeente niet correct zijn. Het hoofd van de technische dienst is pas 1,1/2 jaar in dienst en heeft nagelaten kennis te nemen van het verleden van hoe de vork juist in de steel zat.

Het betreft hier perceel 37 en 38 van een privéverkaveling met privéstraten van in 1961 die eigendom waren van de verkavelaar. Zelfs de straatnaam was anders namelijk Nachtegalenlaan. Ik heb hem de nodige documenten overhandigd. Blijkbaar wil hij zijn fout niet inzien, laat staan rechtzetten.

De overkant van de Mezenlaan, die niet tot de oorspronkelijke verkaveling behoort maar eigendom was van het OCMW en jaren later verkaveld werd, is daarentegen wel openbaar domein en het volstaat om uw verdeelkasten 8 m te verplaatsen naar de andere zijde van de straat en het probleem is opgelost. De overbuur is akkoord en ik heb dit reeds gemeld in mijn schrijven van 17.10.06. Schrijven waarop u het ook niet nodig vond te antwoorden.

Op de minnelijke schikking voor het vredegerecht te H. waarop u uitgenodigd was, en waaruit u vanuit uw ivoren toren uw kat naar toe stuurde, had u inzage kunnen nemen van de bewijsstukken terzake. Blijkbaar is communiceren met een communicatiebedrijf niet eenvoudig.

Bijzonder de laatste zin in de fax van de gemeente dat wij eigenaar zijn doch dat deze grond tevens openbaar is, mist elke juridische ondersteuning. In die optiek zouden wij bijvoorbeeld een ketting met slot kunnen aanbrengen zodat u uw kasten niet meer kan openen.

De gemeente heeft ondanks verschillende verzoeken nooit aangetoond welke wetgeving er zou bestaan die een gemeenteambtenaar bevoegdheid geeft zonder registratie op het kadaster, en eenzijdig de bestemming van een gedeelte van een perceel te wijzigen. Bedoelde ambtenaar had ook nog nooit gehoord van art. 11 van de grondwet waarin onteigeningen behandeld worden. De gemeente staat blijkbaar boven de grondwet.

De burgemeester heeft deze fax trouwens ook ondertekend zonder de minste verificatie zoals hij me mede gedeeld heeft. Ik beschouw het dan ook als een niets ter zake doende argumentatie van een gemeenteambtenaar die onzorgvuldig heeft gehandeld en volhardt in de boosheid.

Ik zal dan ook volgende week de procedure opstarten om zowel de gemeente als BELGACOM te dagvaarden, en wel voor de 2 kasten. Indien u dan weer diezelfde kat stuurt, kan u ditmaal dan bij verstek veroordeeld worden... "(stuk 21 dossier eisers);

"

Op 27 februari 2007 hebben de heer E. en mevrouw T. inderdaad B. en BELGACOM gedagvaard.

3. Het onderwerp van de vordering

3.1. Voor de eerste rechter formuleerden de heer E. en mevrouw T. hun vordering als volgt:

- Te horen zeggen voor recht dat het kwestieuze perceel van concluanten van 1205 m² hun volledige eigendom is en er geen enkel gedeelte ervan tot het openbaar domein behoort of de bestemming en het gebruik van een gedeelte van deze grond openbaar is.

- Vervolgens [B.] te horen veroordelen de inhoud van haar faxbericht dd. 27.11.2006, waarin zij het tegenovergestelde beweert, te herzien en verder alle acties te ondernemen - eveneens naar tweede verweerster toe - om concluanten in rechte daarvan te herstellen.

- [BELGACOM] te veroordelen om de twee kwestieuze kabelverdeelkasten op het eigendom van concluanten te verwijderen binnen een termijn van uiterlijk een maand vanaf de betekening van de tussen te komen beslissing, op straffe van een dwangsom van 250 euro per dag vertraging.

- Verder [BELGACOM] te veroordelen om het perceel van concluanten in de oorspronkelijke staat (gras) te herstellen, eveneens binnen een door de Rechter te bepalen termijn, op straffe van een dwangsom van 250 euro per dag vertraging.

BELGACOM concludeerde tot de ongegrondheid van de vordering.

B. concludeerde ook tot de ongegrondheid van de vordering. Daarnaast vroeg zij akte te nemen van haar voorbehoud voor het formuleren van een tegenvordering tegen de heer E. en mevrouw T. " wegens tergend en roekeloos geding en het vorderen van een schadevergoeding van minimaal euro 1239,46 en/of het nemen van verdere juridische stappen teneinde eisers te zien verplichten tot het verwijderen, en/of minstens het zien minstens 0,5 m verplaatsen van hun afsluiting tot buiten het openbaar domein en openbare wegenis tot achter de rooilijn, gelet het gaanpad als bestaande erfdienstbaarheid van openbaar nut (gevestigd bij titel) minstens gelet de ons inziens verkregen 30 jarige verjaring op voormeld gaanpad waarop de afsluiting op onrechtmatige wijze door eisers werd geplaatst, hetgeen dit gaanpad trouwens definitief onvervreemdbaar maakt in hoofde van eisers";

3.2. De eerste rechter verklaarde de vordering van de heer E. en mevrouw T. gedeeltelijk gegrond. Hij zegde voor recht dat het kwestieuze perceel volledig hun eigendom is, en veroordeelde BELGACOM tot de verwijdering van de twee kabelverdeelkasten op het domein van de heer E. en mevrouw T. en tot het herstellen van het perceel in zijn oorspronkelijke staat (gras); hij verleende aan BELGACOM "een termijn van twee maand na het definitief worden van huidig vonnis voor het zoeken van eens geschikte andere locatie en de procedure voorzien in de wet van 21 maart 1991 en vervolgens een termijn van drie maanden voor het uitvoeren van werken".

Hij veroordeelde B. en BELGACOM tot betaling van de kosten van de heer E. en mevrouw T..

3.3. In hoger beroep herneemt B. haar oorspronkelijk verweer. Op de zitting van 28 september 2010 schrapt zij uit haar conclusie haar nieuwe tegenvordering in hoger beroep met betrekking tot de verkrijging van een deel van het perceel van de heer E. en mevrouw T..

Ook BELGACOM herneemt in hoger beroep haar oorspronkelijk verweer.

De heer E. en mevrouw T. concluderen tot de ongegrondheid van het hoger beroep.

4. De gronden van de beslissing en het antwoord op de middelen van de partijen

B. beroept zich op een vermelding in de aankoopakte van de heer E. en mevrouw T. van 9 oktober 1975. De oppervlakte van het perceel wordt daar omschreven als "twaalf aren vijf centiaren, waarvan tweeënzestig centiaren, gelegen in het gaanpad". B. leidt daaruit af dat die 62 ca een openbare bestemming hebben en behoren tot het openbaar domein.

Deze redenering kan niet gevolgd worden. De kwalificatie in de overeenkomst tussen verkoper en koper maakt een goed uiteraard niet tot een domeingoed, laat staan tot openbaar domein. Het is bovendien bepaald contradictorisch uit de overdracht van het goed tussen privépersonen af te leiden dat het goed deel uitmaakt van het domein van de gemeente: de akte bewijst net dat de heer E. en mevrouw T. eigenaar zijn.

De benaming "gaanpad" (volgens het van Dale groot woordenboek van de Nederlandse taal, uitgave 2005, verouderd Belgisch Nederlands voor trottoir) impliceert overigens op zich niets met betrekking tot de eigendom ervan, noch met betrekking tot de bestemming; ze duidt alleen aan dat dit gedeelte van het perceel is ingericht als een trottoir. De inrichting als trottoir is op zich geen bewijs van het behoren tot het domein. In haar boven geciteerde brief aan BELGACOM van 27 november 2006 schrijft B. zelf dat het perceel van de heer E. en mevrouw T. deel uitmaakt van een private verkaveling die dateert van voor de stedenbouwwet van 1962; de private verkavelaar kan perfect een trottoir hebben voorzien en ingericht op zijn eigendom. Overigens is dit alles een theoretische discussie; B. vermeldt zelf dat daar nooit een trottoir is ingericht. Op de recente foto's die de heer E. en mevrouw T. voorleggen, is er inderdaad geen trottoir te zien .

De rechtspraak waaruit B. afleidt dat een gaanpad of een voor voetgangers toegankelijk pad waarop het verkeersreglement van toepassing is, behoort tot het openbaar domein, heeft betrekking op het onderscheid tussen privaat en openbaar domein, en niet op het onderscheid tussen private eigendom en domeingoederen . Er anders over denken, zou de overheid toelaten eenieders eigendom te ontnemen door middel van het plaatsen van verkeersborden, wat evident in strijd is met artikel 16 van de Grondwet en artikel 1, 1ste aanvullend protocol EVRM.

Uit de uiteenzetting van de feiten is voldoende duidelijk dat de heer E. en mevrouw T. niet zijn ingegaan op het voorstel van B. voor een gratis grondafstand; het blijkt evenmin dat B. heeft onteigend.

B. laat gelden dat een openbare bestemming is gegeven aan een deel van de eigendom van de heer E. en mevrouw T. door middel van het rooilijn- en onteigeningsplan dat definitief werd goedgekeurd op 3 mei 1993. Dat een deel van het perceel bestemd was om te worden onteigend vormt op zich echter geen openbare bestemming, en de vaststelling van de rooilijn, de bestaande of toekomstige scheidingslijn tussen de openbare weg en de private eigendom, bepaalt alleen tot waar de private eigenaars kunnen bouwen .

De middelen van B. met betrekking tot de verkrijgende verjaring zijn zonder belang, nu zij geen vordering instelt die daarop wordt gesteund.

Uit het bovenstaande volgt dat B. ten onrechte aan BELGACOM heeft voorgehouden dat zij haar installaties kon plaatsen op het perceel van de heer E. en mevrouw T. zonder rekening te houden met hun eigendomsrecht.

Daaruit volgt eveneens dat BELGACOM ten onrechte toepassing heeft gemaakt van artikel 98 van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. Dit bepaalt dat elke operator van een openbaar telecommunicatienet voor de aanleg op het openbaar domein van zijn kabels, bovengrondse lijnen en bijbehorende uitrustingen het plan van de plaats van aanleg en de bijzonderheden ervan moet onderwerpen aan de goedkeuring van de overheid van wie het openbaar domein afhangt.

BELGACOM is zoals elke operator van een openbaar telecommunicatienet naar luid van artikel 97 § 1 van de wet van 21 maart 1991 principieel gemachtigd om haar installaties aan te leggen en er werken aan uit te voeren niet alleen op het openbaar domein maar ook op de private eigendommen, onder de voorwaarden bepaald in hoofdstuk IX van de wet ("Kabels, bovengrondse lijnen en bijbehorende uitrustingen", dit is artikel 97 tot en met 104), en "mits eerbiediging van hun bestemming en de wettelijke en reglementaire bepalingen die hun gebruik regelen".

Met betrekking tot het gebruik van private eigendommen bepaalt artikel 99 dat elke operator van een openbaar telecommunicatienet het recht heeft kosteloos gebruik te maken van open en onbebouwde gronden. De operator moet streven naar overeenstemming met de eigenaar, en moet anders bij aangetekende brief de voorgenomen plaats en de wijze van uitvoering van de werken duidelijk omschrijven. De eigenaar kan binnen de acht vrije dagen na de ontvangst van die brief een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie (BIPT). De indiening van het bezwaarschrift schorst de uitvoering van het voornemen. Het Instituut hoort beide partijen en neemt een gemotiveerde beslissing binnen de termijn van één maand na de ontvangst van het bezwaarschrift.

In deze is de procedure niet toegepast, zodat BELGACOM in september 2006 de kasten heeft geplaatst op het goed van de heer E. en mevrouw T. met miskenning van hun eigendomsrechten en dus onrechtmatig. De eerste rechter heeft dus terecht de afbraak bevolen.

Deze beslissing van de rechtbank en het hof staat er uiteraard niet aan in de weg dat BELGACOM vervolgens toepassing maakt van artikel 99 van de wet van 21 maart 1991. De door de eerste rechter opgelegde termijn (die pas begint te lopen wanneer het vonnis definitief wordt, dit is door de uitspraak van dit arrest) laat dat ook toe. Aangezien de werken reeds zijn uitgevoerd, kan een eventueel bezwaarschrift van de heer E. en mevrouw T. overigens niet meer schorsend werken. Voor zoveel als nodig: het hof kan niet in de plaats treden van het BIPT.

5. De kosten

(...).

6. Het beschikkend gedeelte

Op grond van de bovenstaande overwegingen neemt het hof volgende beslissing.

Het hof verklaart de hoger beroepen ontvankelijk maar ongegrond (...)

Aldus gevonnist en uitgesproken in openbare burgerlijke terechtzitting van de eerste kamer van het hof van beroep te Brussel op 15 februari 2011.

Waar aanwezig waren:

Mevr. A. De Preester, Voorzitter,

Dhr. E. Janssens de Bisthoven, Raadsheer,

Dhr. M. Debaere, Raadsheer,

Mevr. B. Heymans, Griffier.

Free keywords

  • Notariële akte van verkoop. Term 'gaanpad'. Betekenis en draagwijdte van deze term Onderscheid tussen privaat domein en openbaar domein.