- Arrêt of November 15, 2011

15/11/2011 - 2011qr94

Case law

Summary

Samenvatting 1

Wanneer algemene legatarissen vrezen dat, indien zij zelf het oriënterend bodemonderzoek laten uitvoeren met betrekking tot een onroerend goed dat deel uitmaakt van de opengevallen nalatenschap, zijzelf zuiver aanvaardend algemene rechtsopvolgers zouden worden, - wat ze niet willen nu ze hun erfrechtelijke optie met betrekking tot deze nalatenschap willen open houden en uitoefenen in functie van de kosten die een eventuele bodemsanering van voormeld onroerend goed met zich zou meebrengen, - kunnen zij verzoeken om de gerechtelijke aanstelling van een gerechtelijk bewindvoerder over deze nalatenschap, met de bijzondere opdracht tot het stellen van daden en beheer en instandhouding van het voormelde onroerend goed gelegen, en tot het organiseren van een oriënterend bodemonderzoek met betrekking tot ditzelfde onroerend goed gegrond zijn.


Arrêt - Integral text

Nr.: HET HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL

1e kamer,

A.R. Nr.: 2011/QR/95

zetelend in burgerlijke zaken,

Rep. nr.: 2011/ na beraad, wijst volgend arrest:

INZAKE VAN:

De heer DE WIT Maarten, wonende te 3010 KESSEL-LO, Pasteelblokweg 9,

appellant tegen een beschikking van de Voorzitter van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Leuven uitgesproken op 28 oktober 2011,

hebbende als raadsman Meester DECLERCQ Philippe, advocaat te 3000 LEUVEN, J.P. Minckelersstraat 33

I. Procedure

1.1. Verzoeker vordert :

1. de heer Eduard GARNIR, wonend te Kessel-Lo, Pasteelsblokweg 9 te veroordelen om de kamer die hij huurt op voormeld adres onmiddellijk en binnen de 24 uur na de betekening van het tussen te komen bevelschrift, te ontruimen en ter vrije beschikking te stellen van verzoeker,

2. de heer Eduard GARNIR verbod op te leggen om zich te begeven in een straal van vijfhonderd meter rond de door verzoeker gehuurde woonplaats, gelegen te Kessel-Lo, Pasteelbloksweg 9, op straffe van een dwangsom van 100,00 euro per vastgestelde overtreding van de verbodsbepaling;

3. de heer Eduard GARNIR verbod op te leggen om zich te begeven in een straal van vijfhonderd meter rond de school waar verzoeker werkt, op straffe van een dwangsom van 100,00 euro per vastgestelde overtreding van de verbodsbepaling;

4. de heer Eduard GARNIR verbod op te leggen om met of over verzoeker te communiceren, op straffe van een dwangsom van 100,00 euro per vastgestelde overtreding van de verbodsbepaling;

1.2. De eerste rechter heeft het verzoek niet toelaatbaar verklaard.

1.3. Bij verzoekschrift neergelegd op 4 november 2011 tekende verzoeker hoger beroep aan tegen voornoemde beschikking.

II. Discussie

2.1. Artikel 584, eerste lid Ger. W. vangt aan als volgt: "De voorzitter van de rechtbank doet, in gevallen die hij spoedeisend acht, bij voorraad uitspraak..." Artikel 584, derde lid Ger. W. voegt eraan toe en preciseert: "De zaak wordt vóór de voorzitter aanhangig gemaakt in kortgeding, of in geval van volstrekte noodzakelijkheid, bij verzoekschrift."

Partijen hebben zich in casu uitdrukkelijk uitsluitend gebaseerd op artikel 584, derde lid Ger. W., blijkens de termen van hun verzoekschrift in hoger beroep.

Zij dienen dan ook te bewijzen dat er in casu sprake kan zijn van "volstrekte noodzakelijkheid" in de zin van artikel 584, derde lid Ger. W.

2.2. De eerste rechter stelde terecht dat in deze geen volstrekte noodzakelijkheid aanwezig is.

Een dergelijke discussie verdient een tegensprekelijke behandeling bij toepassing van artikel 8 van het E.V.R.M. De tegenpartij is bovendien bekend.

Uit niets blijkt dat verzoeker inmiddels andere procedurele middelen heeft aangewend om recht te horen spreken.

De gevraagde maatregelen zijn bovendien niet louter bewarend van aard.

2.3. De bestreden beschikking wordt dan ook bevestigd.

OM DEZE REDENEN,

HET HOF,

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 betreffende het gebruik der talen in gerechtszaken,

Verklaart het hoger beroep ontvankelijk doch ongegrond.

Bevestigt de bestreden beschikking.

Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de burgerlijke eerste kamer van het hof van beroep te Brussel, op

15/11/2011

waar aanwezig waren en zitting hielden :

A. DE PREESTER, Voorzitter,

bijgestaan door V. DE VIS, Griffier.

V. DE VIS A. DE PREESTER

Free keywords

  • Erfenis. Erfrechtelijke optie. Aanvaarding. Stilzwijgende aanvaarding. Oriënterend bodemonderzoek. Aanstelling van een gerechtelijk beheerder. Artikel 584 Ger. W.