- Arrêt of September 16, 2011

16/09/2011 - 2010-AR-2457

Case law

Summary

Samenvatting 1

Hoger beroep buiten de beroepstermijn is niet tijdig. Deze termijn is een vervaltermijn . Het hof beoordeelt een concreet dossier met een betekening in Nederland van een bestreden vonnis.


Arrêt - Integral text

Hof van beroep

te Gent

16 kamer

________

Terechtzitting

van

16 september 2011

________

hoger beroep

niet ontvankelijk

2010/AR/2457 in de zaak van:

1. V....... L.......... H............., zelfstandig handelsagent

appellant,

2. V..... H.......... G........................,

appellante,

beiden wonende te .................... en hebbende als raadsman mr. ADRIAENSEN Gerd, advocaat te 2900 SCHOTEN, Churchilllaan 80 bus 2

tegen:

WESTERDAL N.V.,

met maatschappelijke zetel te 8400 OOSTENDE, Archimedesstraat 7,

ingeschreven met KBO-nummer 0437.830.977

geïntimeerde,

hebbende als raadsman mr. BATSLEER Frank, advocaat te 8400 OOSTENDE, Kemmelbergstraat 11

Wijst het hof volgend arrest :

1. Het hof heeft kennis genomen van het vonnis, gewezen op 17 mei 2010 door de rechtbank van eerste aanleg te Brugge, 5de kamer.

De partijen werden bij monde van hun advocaat gehoord in openbare terechtzitting en in het Nederlands.

De door hem regelmatig neergelegde conclusies en voorgebrachte stukken werden ingezien.

2. Het hoger beroep, ingesteld bij beroepsakte neergelegd ter griffie van dit hof op 14 september 2010, is niet tijdig.

Het bestreden vonnis werd verzonden op 19 juli 2010 in toepassing van art. 4 e.v. van de Verordening (EG) nr. 1393/2007 van de Raad van de Europese Unie van 13 november 2007 inzake de betekening en de kennisgeving in burgerlijke of in handelszaken (gepubliceerd op 10 december 2007 in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen L 324) met betekening op het adres in............ van zowel H....... V.... L....... als G.......... V..... H.......... op 27 juli 2010 (dossier/WESTERDAL, stukken 1-3).

Waar tegen het bestreden vonnis hoger beroep kan worden ingesteld binnen een maand te rekenen vanaf de betekening van het vonnis verlengd met 15 dagen omdat de partij in een aangrenzend land verblijft (art. 1051, 1ste en 3de lid Ger.W. iuncto art. 55, 1° Ger. W.) is het pas instellen van hoger beroep op dinsdag 14 september 2010, gelet op de voormelde data en de hier toepasselijke termijnberekening voorzien door de art. 52, 53, 54 en 57 Ger.W., onmiskenbaar gebeurd buiten de voormelde wettelijk voorziene termijn.

Deze termijn is door art. 860, 2de lid Ger.W. voorgeschreven op straffe van verval.

Voor dit verval geldt in toepassing van art. 862 § 1, 1° Ger.W. de regel van art. 861 Ger.W. niet, het kan in toepassing van art. 865 Ger.W. niet worden gedekt in de zin van art. 864 en 867 Ger.W. en dient in toepassing van art. 862 § 2 Ger.W. door de rechter te worden uitgesproken, zelfs ambtshalve.

Tevergeefs wordt desbetreffend door H........ V.... L......... en G...... V.... H............ de bij art. 50, 2de lid Ger. W. voorziene verlenging tot de 15de dag van het nieuwe gerechtelijk jaar ingeroepen (zijnde tot woensdag 15 september 2011 - art. 334 Ger. W.) nu niet aan de er gestelde voorwaarden is voldaan:

Immers, de voormelde termijn van hoger beroep is onmiskenbaar niet binnen de gerechtelijke vakantie verstreken.

Er is, in tegenstelling tot wat door H................ V...... L............. en G............. V....... H................. wordt voorgehouden, geen sprake van een termijn die aldus bij betekening in Nederland korter zou zijn dan wanneer in België zou betekend worden:

Immers, in beide gevallen geldt steeds dezelfde wettelijke regeling dat de termijn van hoger beroep pas wordt verlengd tot de 15de dag van het nieuw gerechtelijk jaar indien deze binnen de gerechtelijke vakantie begint te lopen en ook verstrijkt.

De rechten van verdediging worden wettelijk gevrijwaard door de toepassing van de bij art. 55, 1° Ger. W. voorziene verlenging van de termijn van hoger beroep met 15 dagen ten aanzien van H............... V....... L........... en G.......... V...... H........... omdat zij in de zin van die wetsbepaling in een aangrenzend land (Nederland) verblijven.

3. Het betreft een geschil dat betrekking heeft op een in geld waardeerbare vordering van (onder meer) 70.146,00 EUR provisioneel.

In toepassing van art. 2 K.B. 26 oktober 2007 geldt dan ook de hierna bepaalde (geïndexeerde) basisrechtsplegingsvergoeding.

OP DIE GRONDEN

HET HOF

Recht doende op tegenspraak in toepassing van art. 747 Ger. W.;

Met inachtneming van art. 24 van de Wet van 15 juni 1935;

Verklaart het hoger beroep niet ontvankelijk;

Verwijst H.......... V....... L........... en G....... V.... H........... in de kosten van het hoger beroep, hier nuttig te bepalen in hoofde van n.v. WESTERDAL op de geïndexeerde basisrechts-plegingvergoeding van 3.300,00 EUR rechtsplegingsvergoeding;

Aldus gewezen door de ZESTIENDE KAMER van het hof van beroep te Gent, zetelende in burgerlijke zaken, samengesteld uit:

Luc Thabert, raadsheer - wn. kamervoorzitter

Peter Marcoen, raadsheer,

Martin Van den Bossche, raadsheer

en uitgesproken door de voorzitter van de kamer in openbare terechtzitting op 16 september 2011

bijgestaan door Carine Sonneville, griffier.

Free keywords

  • Hoger beroep

  • onontvankelijk