- Arrêt of November 14, 2011

14/11/2011 - 2010-AR-0448

Case law

Summary

Samenvatting 1

Waar volgens de vermelding van de luchtvrachtbrief Brussel als luchthaven van bestemming en tevens als plaats van bestemming is aangeduid, is bij toepassing van art. 28, 1° van het Verdrag van Warschau van 12 oktober 1929 de rechtbank van koophandel te Brussel territoriaal bevoegd om kennis te nemen van de vordering.


Arrêt - Integral text

Hof van beroep

te Gent

7de Kamer

_________________

Terechtzitting

van

14 november

2011µ

_________________

Verzending naar

Hof van Beroep

te Brussel

_________________

2010/AR/448 - In de zaak van:

1. SOMPO JAPAN INSURANCE COMPANY OF EUROPE LTD, vennootschap naar buitenlands recht, met zetel te Duitsland, 40474 Düsseldorf, Xantener Strasse 12,

2. MITSUI SUMITOMO INSURANCE COMPANY (EUROPE) LTD, vennootschap naar buitenlands recht, met zetel te Duitsland, 40474 Düsseldorf, Georg-Glock-Strasse 8,

3. NYK LOGISTICS N.V. (BELGIUM), met zetel gevestigd te 9120 Beveren-Waas, Keetberglaan 2/haven 1089,

appellanten, die allen woonstkeuze doen op het kantoor van hun raadsman,

hebbende allen als raadsman mr. VERBEKE Lino, advocaat te 8200 SINT-ANDRIES, Diksmuidse Heerweg 126,

(referte: 14482/5/12)

tegen:

YUSEN SHENDA AIR & SEA SERVICE (SHANGAI) LTD, vennootschap naar buitenlands recht, met zetel te China, Shanghai, code 200336, Yan An Road W. nr. 2201, Shangai International Trade Center, Room 305, woonstkeuze doende bij haar raadsman,

geïntimeerde,

hebbende als raadsman mr. DE CLIPPELE Francis, advocaat te 2000 ANTWERPEN, Karel Rogierstraat 3,

(referte: 20080076)

velt het hof het volgend arrest:

Procedure in hoger beroep

1.

Appellanten hebben op 19 februari 2010 tijdig en regelmatig naar de vorm hoger beroep ingesteld tegen het door de rechtank van koophandel te Dendermonde op 4 september 2009 op tegenspraak gewezen vonnis in de zaak AR A/08/00723, vijfde kamer.

Een exploot van betekening wordt niet voorgelegd.

Partijen werden gehoord in openbare terechtzitting en het hof heeft kennis genomen van hun stukken en besluiten.

Feiten en procedure in eerste aanleg

2.

Voor een omstandige uiteenzetting van de relevante feiten, de vordering en de respectievelijke standpunten van partijen verwijst het hof naar wat hieromtrent op de bladzijden 1 tot en met 4 van het bestreden vonnis werd vermeld.

Voor de behandeling van dit hoger beroep vergt deze uiteenzetting geen verdere aanvulling.

Kort samenvattend vermeldt het hof dat de discussie tussen partijen betrekking heeft op het transport van 1.500 fotocamera's die Konica Minolta Photo Imaging Europe (Duitsland) op FOB-basis aankocht van Konica Minolta Optical Products (Shanghai) in China.

Tijdens dit transport waarvoor door geïntimeerde op 25 mei 2005 een luchtvrachtbrief werd uitgegeven, trad een manco op van 126 fotocamera's ter waarde van 26.860,68 EUR.

3.

Met hun oorspronkelijk op 29 mei 2007 uitgebrachte dagvaarding vorderden huidige appellanten - eerste en tweede appellanten als gesubrogeerde verzekeraars in de rechten van de goederenbelanghebbende, en derde appellante als ontvanger van de goederen - de veroordeling van geïntimeerde tot betaling van een bedrag van 26.860,68 EUR, meer de expertisekosten ten bedrage van 979,00 EUR, de moratoire rente vanaf 29 mei 2005, de gerechtelijke intresten en de gedingkosten.

Bij verstekvonnis van 27 september 2007 verklaarde de eerste rechter voormelde vordering ontvankelijk en gegrond zoals gevorderd.

4.

Bij exploot van 17 maart 2008 tekende geïntimeerde verzet aan tegen het voormelde verstekvonnis.

Met het thans bestreden gewezen eindvonnis van 4 september 2009 verklaarde de eerste rechter voormeld verzet ontvankelijk en gegrond, werd het verstelvonnis van 27 september 2007 teniet gedaan en verklaarde de eerste rechter zich zonder rechtsmacht om kennis te nemen van de oorspronkelijke vordering van appellanten.

Grieven/voorwerp van het hoger beroep

5.

Voor een omstandige uiteenzetting van de grieven en de argumentatie van partijen verwijst het hof naar de beroepsakte en de besluiten voor partijen.

5.1.

Kort samengevat argumenteren appellanten dat :

- de rechtbank van koophandel te Dendermonde wel degelijk over de vereiste rechtsmacht beschikte en ook territoriaal bevoegd was om kennis te nemen van de vordering,

- geïntimeerde wel degelijk is opgetreden als luchtvervoerder en hun vordering dan ook ontvankelijk voorkomt,

- deze vordering niet verjaard is,

- zij als gesubrogeerde in de rechten van Konica Duitsland en als geadresseerde , wel degelijk over het vereiste belang beschikken,

- geïntimeerde onbeperkt aansprakelijk is en er geen sprake kan zijn van enige beperking van aansprakelijkheid onder toepassing van het Verdrag van Warschau, noch onder het CMR-Verdrag.

Appellanten vorderen dan ook de inwilliging van hun hoger beroep, de vernietiging van het bestreden vonnis en de bevestiging van het verstekvonnis van 27 september 2007.

5.2.

Geïntimeerde houdt in essentie voor dat :

- de rechtbank van koophandel inderdaad geen rechtsmacht had om de zaak te beoordelen,

- de vordering van appellanten in elk geval verjaard is,

- de vordering van appellanten onontvankelijk minstens ongegrond voorkomt,

- minstens een beperking van aansprakelijkheid in aanmerking dient te worden genomen.

Geïntimeerde vordert dan ook in hoofdorde de afwijzing van het hoger beroep en de bevestiging van het bestreden vonnis.

Ondergeschikt vordert geïntimeerde de afwijzing van de oorspronkelijke vordering van appellanten als onontvankelijk, minstens ongegrond.

Uiterst ondergeschikt vordert geïntimeerde dat haar aansprakelijkheid wordt beperkt tot een bedrag van hetzij 1.110,00 EUR, hetzij 1.509,60 EUR.

Beoordeling

6.

Partijen zijn het minstens daarover eens dat voor de beoordeling van de voorliggende vordering het Verdrag van Warschau van 12 oktober 1929 voor de eenmaking van zekere regelen betreffende het internationaal luchtvervoer hier van toepassing is.

Ook voor het antwoord op de vraag of de eerste rechter en ook dit hof over de vereiste rechtsmacht beschikt, zijn de bepalingen van voormeld verdrag relevant.

Artikel 28.1. van voormeld Verdrag bepaalt dat de rechtsvordering terzake van de aansprakelijkheid ter keuze van de eiser moet worden ingesteld binnen het gebied van een der Hoge Verdragsluitende Partijen, hetzij vòòr de rechter van de woonplaats van de vervoerder, van de hoofdzetel van diens onderneming of van de plaats, waar hij een bureau heeft, door welke zorg de overeenkomst is gesloten, hetzij vòòr de rechter van de plaats van bestemming.

Ter verantwoording van de rechtsmacht van de Belgische rechter, kunnen appellanten zich hier uitsluitend beroepen op de laatst door voormelde bepaling aangewezen rechter, namelijk "de rechter van de plaats van bestemming".

Vraag blijft welke de plaats van bestemming is die hier in aanmerking dient te worden genomen.

Uit de voorliggende luchtvrachtbrief blijkt naar het oordeel van het hof dat de vervoersovereenkomst erin bestond om de fotocamera's in kwestie per vliegtuig van Pudong (luchthaven van vertrek) naar Brussel te vervoeren.

In de luchtvrachtbrief wordt Brussel niet alleen als luchthaven van bestemming, maar ook als plaats van bestemming vermeld ( zie de vermeldingen van BRU en BRUSSELS zowel onder ‘to' (‘naar') als onder ‘Airport of destination' (‘Luchthaven van bestemming')).

De eventualiteit dat op de luchthaven van Schiphol zou zijn geland en de fotocamera's van daaruit over de weg naar de NV Swissport te 1831 Machelen, Brucargo gebouw 721 zouden zijn overgebracht, doet geen afbreuk aan de voormelde vaststelling, temeer NV Swissport blijkbaar optrad als handelingmaatschappij voor de luchtvervoerder.

Met appellanten stelt het hof overigens nog vast dat geen enkele transportopdracht noch enige CMR-vrachtbrief wordt voorgebracht zodat niet eens wordt aangetoond dat er daadwerkelijk een wegtransport heeft plaatsgegrepen, laat staan dat blijkt wie als opdrachtgever respectievelijk uitvoerder van dit beweerd wegtransport is opgetreden.

Ook de eigen verklaring van de aangestelde van geïntimeerde aan de verbalisanten (stuk 3 - appellanten) naar aanleiding van de aangifte van de diefstal van 126 fotocamera's kan niet in aanmerking worden genomen.

Het Hof kan zijn beoordeling immers niet steunen op verklaringen van een partij in haar eigen zaak, tenzij deze door andere gegevens of verdere vermoedens worden gestaafd, wat hier niet geval is. (Cass. 17.04.1989, RW. 1989/90, pg. 401).

Blijft derhalve de vaststelling dat uit de voorliggende vrachtbrief blijkt dat het voorwerp van het transport een luchtvervoer van Pudong naar Brussel betrof, waarbij Brussel op de luchtvrachtbrief uitdrukkelijk als luchthaven van bestemming werd vermeld.

De enkele vaststelling dat NV NYK Logistics Belgium als "consignee" (lees geadresseerde/ladingbelanghebbende) op de vrachtbrief wordt vermeld, komt naar het oordeel van het hof niet relevant voor met betrekking tot de beoordeling van de "plaats van bestemming" waarnaar artikel 28.1. van voormeld Verdrag verwijst.

Deze "plaats van bestemming" zoals vermeld in artikel 1 en 28.1. van voormeld Verdrag moet naar het oordeel van het hof worden aanzien als de plaats waar het toestel dat het luchtvervoer uitvoert, volgens de overeenkomst zal landen.

Het hof stelt overigens vast dat appellanten op bladzijde 11 van hun syntheseconclusie zelf verwijzen naar rechtsleer die de plaats van de laatst overeengekomen luchthaven als plaats van bestemming in aanmerking neemt.

De territoriaal voor deze plaats van bestemming bevoegde rechter is in toepassing van artikel 28.1 van het Verdrag van Warschau dan ook bevoegd tot kennisname van de vordering.

Waar blijkens de vermelding van de luchtvrachtbrief Brussel als luchthaven van bestemming en tevens als plaats van bestemming is aangeduid, is de Brusselse rechter dan ook bevoegd tot kennisname van de vordering van appellanten.

Appellanten kunnen niet worden bijgetreden in hun argumentatie dat artikel 28 van het Verdrag van Warschau louter het land aanwijst waar de rechtsvordering dient te worden aangebracht en de bepaling van de interne territoriale bevoegdheid aan het nationale recht overlaat, zodat conform artikel 624,2° Ger.W. de rechtbank van koophandel te Dendermonde territoriaal bevoegd zou zijn.

Deze argumentatie is immers niet in overeenstemming te brengen met de klaar en de duidelijke bewoordingen van artikel 28.1. van het Verdrag van Warschau dat de rechter van de plaats van de bestemming als mogelijk territoriaal bevoegde rechter aanwijst.

7.

Wat voorafgaat noopt dan ook tot de conclusie dat de Belgische rechter wel degelijk over de vereiste rechtsmacht beschikt om kennis te nemen van de oorspronkelijke vordering van appellanten.

De vernietiging van het bestreden vonnis dringt zich dan ook op.

Waar in toepassing van voormeld artikel 28.1. van het Verdrag van Warschau de rechtbank van koophandel te Brussel territoriaal bevoegd was om kennis te nemen van de oorspronkelijke vordering van appellanten, dient het hof de zaak voor verdere afhandeling te verzenden naar de bevoegde rechter in hoger beroep, hier het hof van beroep te Brussel. (zie artikel 643 Ger.W.)

OP DEZE GRONDEN,

HET HOF,

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken,

Rechtdoende op tegenspraak,

Verklaart het hoger beroep ontvankelijk en reeds als volgt gegrond,

Doet het bestreden vonnis teniet,

Stelt vast dat de Belgische rechter wel degelijk over de vereiste rechtsmacht beschikt om kennis te nemen van de oorspronkelijke vordering van appellanten.

Verzendt de zaak naar het Hof van Beroep te Brussel om daar verder te worden behandeld als naar rechte, ook voor wat de gedingkosten betreft.

Aldus gewezen door de zevende kamer van het Hof van beroep te Gent, zetelende in burgerlijke zaken samengesteld uit:

Frank Deschoolmeester, raadsheer, waarnemend kamervoorzitter,

Geneviève Vanderstichele, raadsheer,

Geert De la Ruelle, raadsheer,

bijgestaan door Kristoffel Goossens, griffier en uitgesproken door de kamervoorzitter in openbare terechtzitting op maandag veertien november tweeduizend en elf.

Free keywords

  • Vervoer

  • luchtvracht

  • Verdrag van Warschau van 12 oktober 1929

  • rechtsmacht Belgische rechter.