- Arrêt of February 1, 2012

01/02/2012 - 2011PGA001913

Case law

Summary

Samenvatting 1

Wie enkel een vergunning heeft om te jagen in het Waals gewest, mag geen vergunningsplichtig vuurwapen of daarbij horende munitie voorhanden hebben in het Vlaams gewest.


Arrêt - Integral text

Het Hof van Beroep, zitting houdende op 1 februari 2012

te Antwerpen, 10e kamer

(...)

4.2.2 Bij beklaagde werd munitie aangetroffen, zoals vermeld in de tenlasteleggingen I en II. Het betreft telkens dezelfde munitie, die eerst werd in beslag genomen op 10 juli 2009, en nadien, na teruggave door de politie, wederom in beslag werd genomen op 13 oktober 2009. Beklaagde deed afstand van deze munitie op 22 december 2009.

4.2.3 Ten tijde van de vervolgde feiten was de wapenvergunning van beklaagde voor het hebben van:

- een geweer merk Beretta (kaliber 12)

- een geweer Spaans model (kaliber 12)

- een karabijn (kaliber 22)

- een pistool (kaliber 22 LR)

- een geweer (kaliber 22)

- een geweer (kaliber 22LR)

- een karabijn (kaliber 243 Win)

- een karabijn, merk Browning, serienummer 352MM01619 (kaliber niet vermeld)

- een geweer (kaliber 12)

ingetrokken (beslissing gouverneur Antwerpen 24 december 2008) (st. 67).

Ten tijde van de vervolgde feiten beschikte beklaagde over een jachtvergunning in het Waalse Gewest, afgeleverd op 25 juni 2007, en voor de jaren 2009 en 2010 (afgeleverd op 8 juni 2009). Voormelde Waalse jachtvergunning werd ingetrokken door beslissing van 6 mei 2010.

4.2.4 Artikel 11 van de nieuwe Wapenwet bepaalt onder meer:

"§ 1. Zonder een voorafgaande vergunning, verleend door de gouverneur bevoegd voor de verblijfplaats van de verzoeker, is het particulieren verboden een vergunningsplichtig vuurwapen of de daarbij horende munitie voorhanden te hebben. Deze vergunning kan slechts worden verleend na advies, binnen drie maanden na de aanvraag, van de korpschef van de lokale politie van de verblijfplaats van de verzoeker. De beslissing moet met redenen worden omkleed. De vergunning kan worden beperkt tot het voorhanden hebben van het wapen zonder munitie en ze is slechts geldig voor één wapen.

Indien blijkt dat het voorhanden hebben van het wapen de openbare orde kan verstoren of de wettige reden ingeroepen om de vergunning te bekomen, niet meer bestaat, kan de gouverneur bevoegd voor de verblijfplaats van de betrokkene de vergunning volgens een door de Koning bepaalde procedure bij een met redenen omklede beslissing beperken, schorsen of intrekken na het advies te hebben ingewonnen van de procureur des Konings bevoegd voor deze verblijfplaats.".

Artikel 12 van de nieuwe Wapenwet, zoals gewijzigd door artikel 9a van de Wet van 25 juli 2008 tot wijziging van de wet van 8 juni 2006 houdende regeling van de economische en individuele activiteiten met wapens, met inwerkingtreding van deze laatste wijziging op 1 september 2008, bepaalt:

"Artikel 11 is niet van toepassing op:

1° houders van een jachtverlof, die lange wapens daar toegelaten waar het jachtverlof geldig is, evenals de daarbij horende munitie mogen voorhanden hebben, op voorwaarde dat hun strafrechtelijke antecedenten, hun kennis van de wapenwetgeving en hun geschiktheid om veilig een vuurwapen te hanteren zijn nagegaan." .

De voormelde wetswijziging aan artikel 12 van de nieuwe Wapenwet had de volgende bedoeling: "Door te verduidelijken dat het jachtwapenverlof geldt daar waar de houder van de vergunning gaat jagen." (Kamer, 2007-2008, DOC 52k0474/001), dit wil noodzakelijk zeggen, toegespitst op huidige zaak: enkel in het Waalse Gewest waarvoor de jachtvergunning geldig was.

Beklaagde gaat in conclusies ten onrechte uit van de initiële tekst van de nieuwe Wapenwet die in artikel 12 bepaalde:

"Artikel 11 is niet van toepassing op:

1° houders van een jachtverlof, die lange vuurwapens ontworpen voor de jacht, evenals de daarbij horende munitie mogen voorhanden hebben, op voorwaarde dat hun strafrechtelijke antecedenten, hun kennis van de wapenwetgeving en hun geschiktheid om veilig een vuurwapen te hanteren vooraf zijn nagegaan.".

Artikel 22 van de nieuwe Wapenwet bepaalt:

"§ 1. Het is verboden aan particulieren munitie voor vergunningsplichtige vuurwapens te verkopen of over te dragen, tenzij voor het wapen waarvoor de vergunning bepaald in artikel 11 is verleend en op vertoon van het stuk, of voor het wapen dat een persoon bedoeld in artikel 12 mag voorhanden hebben en op vertoon van het stuk dat die hoedanigheid bewijst.

Het is verboden munitie voor vergunningsplichtige vuurwapens te verkopen of over te dragen aan personen in het bezit van een vergunning die niet geldig is voor de aankoop van munitie.

Particulieren die niet voldoen aan de artikelen 11 of 12 mogen geen munitie voor vergunningsplichtige vuurwapens voorhanden hebben.

De bepalingen van de vorige leden zijn ook van toepassing op de patroonhulzen en de projectielen, tenzij zij onbruikbaar gemaakt zijn.".

De samenlezing van voormelde bepalingen kan enkel tot de conclusie leiden dat beklaagde op de data der tenlasteleggingen I en II de in de tenlasteleggingen vermelde munitie niet voor handen mocht hebben.

Beklaagde verwijst ten onrechte naar de omzendbrief van 29 oktober 2010 die in de door hem aangehaalde passages niet pertinent is. Het schrijven van de wapendienst van de provincie Antwerpen van 7 april 2010 kan aan het voorgaande evenmin afbreuk doen.

4.2.5 Beklaagde beroept zich, ondergeschikt, ten onrechte op rechtsdwaling, nu zijn schuld volgt uit de eenvoudige samenlezing van de gewijzigde nieuwe Wapenwet. In het schrijven aan de wapendienst van de provincie Antwerpen (stuk 4 beklaagde) specificeerde beklaagde niet waar (in welk Gewest) hij de munitie voor handen wilde houden op basis van een Waalse jachtvergunning, zodat ook in het antwoord van de wapendienst aan dat aspect niet de nodige nuance werd aangebracht.

(...)

Free keywords

  • Wapenwet

  • Jachtvergunning Waals gewest

  • Munitie voorhanden in Vlaams gewest

  • Rechtsdwaling.