- Arrêt of October 3, 2012

03/10/2012 - 2010/PGA/005728

Case law

Summary

Samenvatting 1

Er werden strafbare feiten gepleegd toen de terbeschikkingstelling van de regering nog bestond. De maximumduur van die bijkomende straf bedroeg 10 jaar.

De terbeschikkingstelling van de regering werd opgeheven en de terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank werd ingevoerd.

De terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank bedraagt maximum 15 jaar.

Met toepassing van de lex mitior kan daarom de terbeschikkingstelling voor feiten gepleegd onder de oude wet thans maximum 10 jaar bedragen.


Arrêt - Integral text

Het Hof van Beroep, zitting houdende op 3 oktober 2012

te Antwerpen, tiende kamer

(...)

Ten tijde van de bewezen verklaarde feiten kon, overeenkomstig artikel 23bis lid 1 van de wet van 09 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen abnormalen, gewoontemisdadigers en plegers van bepaalde seksuele strafbare feiten, de veroordeelde op grond van artikel 375 van het Strafwetboek, bij het vonnis of arrest van veroordeling, ter beschikking gesteld worden van de regering gedurende een termijn van maximaal 10 jaar na afloop van zijn straf indien die meer dan een jaar zonder uitstel bedroeg.

De terbeschikkingstelling van de regering van een tot meer dan een jaar zonder uitstel veroordeelde wegens verkrachting was een facultatieve, bijkomende straf (Cass., 28 november 2000, P.00.1383.N) waardoor het mogelijk was om, in uitzonderlijke gevallen, de betrokken veroordeelde na het aflopen van zijn straf gedetineerd te houden indien dat nodig zou blijken, dit ter bescherming van de maatschappij.

Voormeld artikel 23bis van de wet van 09 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen abnormalen, gewoontemisdadigers en plegers van bepaalde seksuele strafbare feiten, werd met ingang van 01 januari 2012 opgeheven bij wet van 26 april 2007 (zelf gewijzigd bij wet van 24 juli 2008).

Met ingang van 01 januari 2012 werd evenwel in het strafwetboek "Onderafdeling Ibis. De terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank" ingevoegd.

Het eerste artikel van deze onderafdeling (artikel 34bis van het Strafwetboek) bepaalt : "de terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank is een bijkomende straf die in de door de wet bepaalde gevallen moet of kan worden uitgesproken met het oog op de bescherming van de maatschappij tegen personen die bepaalde ernstige strafbare feiten plegen die de integriteit van personen aantasten. Deze bijkomende straf gaat in na het verstrijken van de effectieve hoofdgevangenisstraf of van de opsluiting.".

Artikel 34quater van het Strafwetboek bepaalt : "De hoven en rechtbanken kunnen een terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank uitspreken voor een periode van minimum vijf en maximum vijftien jaar die ingaat na afloop van de effectieve hoofdstraf bij de volgende gevallen :

1°...

2°...

3° De veroordelingen op grond van de artikelen 372, 373, tweede en derde lid, 375, 376, tweede en derde lid, 377, eerste, tweede, vierde en zesde lid (van het strafwetboek)

4° Ingeval de artikelen 61, 62 of 65 (van het strafwetboek) worden toegepast, de veroordelingen op grond van samenlopende misdrijven die niet worden vermeld in 1° tot 3°.".

Aan het concept van de mogelijke terbeschikkingstelling als bijkomende straf van een wegens verkrachting tot meer dan een jaar veroordeelde, zoals dit bestond ten tijde van de feiten, werd door de nieuwe wetgeving niets gewijzigd, enkel de instantie die bevoegd is om de maatregel te doen ingaan en te waken over de uitvoering ervan is gewijzigd. Niet langer de regering, maar de strafuitvoeringsrechtbank is hiertoe thans bevoegd.

Gelet op wat voorafgaat staat niets er aan in de weg dat thans aan beklaagde, die veroordeeld wordt wegens inbreuk op ondermeer artikel 375 van het Strafwetboek tot een effectieve gevangenisstraf van meer dan een jaar, als bijkomende straf een terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank wordt opgelegd.

Gelet op de bepalingen van artikel 23bis van de wet van 09 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen abnormalen, gewoontemisdadigers en plegers van bepaalde seksuele strafbare feiten, zoals dit bestond ten tijde van de feiten, kan beklaagde, bij toepassing van artikel 2 van het Strafwetboek, evenwel slechts maximaal gedurende een periode van 10 jaar ter beschikking gesteld worden.

(...)

Free keywords

  • Straffen

  • Terbeschikkingstelling

  • Terbeschikkingstelling van de regering

  • Terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank

  • Maximum duurtijd

  • Overgangsrecht.