- Arrêt of September 25, 2012

25/09/2012 - 2005AR2782

Case law

Summary

Samenvatting 1

De boedelrechter is niet verplicht in het vonnis waarin hij de gerechtelijke verdeling beveelt en de notarissen zoals bedoeld in het oude artikel 1209, tweede en derde lid Ger. W. aanstelt, om meteen reeds bestaande en aanhangig gemaakte geschillen met betrekking tot de gerechtelijke verdeling zelf te beslechten.

De boedelnotaris heeft diverse, ernstige beroepsverplichtingen die hij gehouden is na te leven in het kader van de bijzondere rechtspleging van de gerechtelijke verdeling.


Arrêt - Integral text

ARREST

Het Hof van Beroep te BRUSSEL, eerste kamer, na beraadslaging, spreekt volgend arrest uit :

Rep. Nr. 2012/

A.R. nr. 2005/AR/2782 - 2007/AR/2070

I. A.R. nr. 2005/AR/2782

INZAKE VAN :

1) De heer A. M.,

2) De heer G. M.,

appellanten tegen een vonnis uitgesproken door de uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Leuven op 28 juni 2005,

vertegenwoordigd door Meester POPELIER loco Meester Yves NELISSEN GRADE, advocaat te 3001 HEVERLEE, Ubicenter, Philipssite 5, 2de verdieping,

1ste kamer

TEGEN :

1) De heer T. V.-M.,

eerste geïntimeerde, vertegenwoordigd door Meester René VAN CLEYNENBREUGEL, advocaat te 3300 TIENEN, Oude Vestenstraat 4,

2) De heer C. M.,

3) De heer D. M.,

in hun hoedanigheid van wettelijke erfgenamen van wijlen hun vader de heer Gu. M., overleden op 12 september 2009,

tweede en derde geïntimeerden, vertegenwoordigd door Meester D. NAGELS loco Meester Patrick JACKERS, advocaat te 3300 TIENEN, Goossensvest 36,

EN :

II. A.R. 2007/AR/2070

De heer T. V.-M.,

appellant tegen een vonnis uitgesproken door de uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Leuven op 28 juni 2005,

vertegenwoordigd door Meester René VAN CLEYNENBREUGEL, advocaat te 3300 TIENEN, Oude Vestenstraat 4,

TEGEN :

1) De heer A. M.,

2) De heer G. M.,

eerste en tweede geïntimeerden, vertegenwoordigd door Meester POPELIER loco Meester Yves NELISSEN GRADE, advocaat te 3001 HEVERLEE, Ubicenter, Philipssite 5, 2de verdieping,

3) De heer C. M.,

4) De heer D. M.,

in hun hoedanigheid van wettelijke erfgenamen van wijlen hun vader de heer Gu. M., overleden op 12 september 2009,

derde en vierde geïntimeerden, vertegenwoordigd door Meester D. NAGELS loco Meester Patrick JACKERS, advocaat te 3300 TIENEN, Goossensvest 36,

5. De naamloze vennootschap FORTIS BANK, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te 1000 BRUSSEL, Warandeberg 3 , ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer 0403.199.702,

vijfde geïntimeerde, vertegenwoordigd door Meester F. GILSON loco Meester Gu. PORTAELS, advocaat te 3000 LEUVEN, Vaartstraat 64,

6) De naamloze vennootschap KB LUX, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te 2956 LUXEMBURG (Groot-Hertogdom Luxemburg), Boulevard Royal 43,

zesde geïntimeerde, vertegenwoordigd door Meester S. LOOSVELD loco Meester Joost VERLINDEN, advocaat te 1000 BRUSSEL, Brederodestsraat 13,

7) De heer X., notaris,

zevende geïntimeerde, vertegenwoordigd door Meester Paul-Henri VAN BELLINGHEN, advocaat te 2800 MECHELEN, Leopoldstraat 29,

8) De naamloze vennootschap KBC, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te 1080 BRUSSEL, Havenlaan 2, ingeschreven in de kruispuntbank van ondernemingen onder het nummer 0462.920.226,

achtste geïntimeerde, vertegenwoordigd door Meester VAN BOCKRIJCK loco Meeser Greet BLOCKX, advocaat te 3001 HEVERLEE, Ambachtenlaan 6,

Oud art. 1209, eerste lid Ger. W. Gerechtelijke vereffening-verdeling. Respectieve taak van de boedelrechter en de boedelnotaris. Impact ervan op de concrete toepassing van artikel 1209, eerste lid Ger. W. in een bepaald geding en op de opportuniteit van het uitstellen van de gerechtelijke beslechting van reeds bestaande geschillen totdat de boedelnotaris deze geschillen zal behandeld hebben in het kader van zijn opdracht

De boedelrechter is niet verplicht in het vonnis waarin hij de gerechtelijke verdeling beveelt en de notarissen zoals bedoeld in het oude artikel 1209, tweede en derde lid Ger. W. aanstelt, om meteen reeds bestaande en aanhangig gemaakte geschillen met betrekking tot de gerechtelijke verdeling zelf te beslechten.

De boedelnotaris heeft diverse, ernstige beroepsverplichtingen die hij gehouden is na te leven in het kader van de bijzondere rechtspleging van de gerechtelijke verdeling.

Gelet op de procedurestukken:

• het voor eensluidend verklaard afschrift van het vonnis uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Leuven op 28 juni 2005, beslissing waarvan geen akte van betekening wordt overgelegd;

• het verzoekschrift tot hoger beroep neergelegd ter griffie van het hof op 2 november 2005 (A.R. nr. 2005/AR/2782);

• het verzoekschrift tot hoger beroep neergelegd ter griffie van het hof op 26 juli 2007 (A.R. nr. 2005/AR/2070);

• de syntheseconclusie van de NV FORTIS neergelegd ter griffie op 26 maart 2008;

• de conclusie van de heer X. neergelegd ter griffie op 30 april 2008;

• de syntheseconclusie van de NV KBC neergelegd ter griffie op 30 april 2008;

• de syntheseconclusie van de heer T. V. M. neergelegd ter griffie op 30 juli 2008;

• de samenvattende conclusie van de heren A. en G. M. neergelegd ter griffie op 2 september 2008;

• de samenvattende conclusie van de NV KB Lux neergelegd ter griffie op 19 september 2008;

• de dagvaarding in hervatting van het geding betekend bij exploot van 6 april 2010 op verzoek van de heer T. V. M. aan de heren C. M. en D. M.;

• de akte van gedinghervatting ten verzoeke van C. en D. M. neergelegd ter griffie op 16 april 2010.

Gehoord de advocaten van partijen ter openbare terechtzitting van 25 juni 2012 en gelet op de stukken die zij neerlegden.

De hogere beroepen en de incidentele vorderingen werden regelmatig naar vorm en termijn ingesteld en zijn bijgevolg ontvankelijk .

In het kader van een goede rechtsbedeling behoort het de zaken gekend onder de A.R. nummers 2005/AR/2782 en 2007/AR/2070 samen te voegen.

I. Voorwerp van de vorderingen.

1.1.De oorspronkelijke eis van T. V. MS strekte ertoe - na eisuitbreiding -:

- hem akte te horen verlenen dat hij aanspraak maakt op zijn aandeel in de nalatenschap van wijlen zijn moeder, E. N. en gezien niemand in onverdeeldheid dient te blijven te horen te bevelen dat die nalatenschap zou worden vereffend en verdeeld;

- te horen bevelen dat een boedelbeschrijving zal worden opgemaakt en zal worden overgegaan tot de samenstelling van gelijke kavels, in de mate van het mogelijke, en wat niet in gelijke kavels kan verdeeld worden te veilen via een openbare verkoop van deze goederen;

- een onderzoek te laten plaatsvinden van aankopen en verkopen door de erflaatster en of de tegenpartijen van waardepapieren en effecten via o.m. de banken, de Vereniging van de Belgische Banken of andere instellingen, later te preciseren;

- te horen zeggen voor recht dat hij aanspraak maakt op de toepassing van de principes inzake de verborgen activa afkomstig van het actief van de erflaatster alsook op de opbrengsten en vruchten van de schenkingen en legaten per 15 december 2002 die eventueel het beschikbaar deel overschrijden in zover er geldige schenkingen en legaten bestaan;

- te horen zeggen dat er zich eveneens bij Fortisbank actief bevond waarmede kennelijk gemanipuleerd werd zonder hem te kennen, terwijl alle actief diende te worden geblokkeerd tot het moment dat alle erfgenamen hun akkoord hadden gegeven nopens de deblokkering van het actief en dat er actief verdwenen is van de rekening KBC zonder dat hij door de tegenpartijen hierover geraadpleegd werd;

- voorbehoud te horen verlenen om tijdens de procedure nog meerdere precisering te ontwikkelen nopens de vooraf bestaande geschillen, zoals de geldigheid van de schenkingen en testamenten;

- een notaris te horen aanstellen met als opdracht een volledige boedelbeschrijving op te stellen van alle roerende en onroerende goederen, afkomstig van de nalatenschap van moeder, met inbegrip van alle vorderingen, en te onderzoeken in welke mate de vereffening en verdeling van de nalatenschap kan gebeuren in gelijke kavels, de rekening van de verdeling en deling op te stellen met het oog op een eventuele veiling;

- een tweede notaris aan te stellen met de bevoegdheden overeenkomstig artikel 1209 Ger.W.,

- hem akte te horen verlenen om eventueel om de aanstelling van een deskundige te vragen om alle roerende en onroerende goederen te schatten;

- alle tegenpartijen te horen veroordelen tot neerlegging van alle stukken die zij onder zich hebben betreffende de activa van de erflaatster en A., G. en Gu. M. te veroordelen tot neerlegging van alle mogelijke waardepapieren tussen 1 januari 1986 en de dag van de uitspraak;

- alle tegenpartijen solidair en in solidum, de ene bij gebreke aan de andere te horen veroordelen tot de wedersamenstelling van het (de) verdwenen activa en tot betaling van 1/3 van de totaliteit van de opbrengsten van het geheel van de activa, afkomstig van de nalatenschap van moeder plus intresten;

- het akkoord te horen acteren van G. en Gu. M. met het vruchtgebruik zoals opgeëist door A. M.;

- akte te horen verlenen van het feit dat A. en G. M. zich verzetten tegen het opstellen van een inventaris;

- G. M. te horen veroordelen tot betaling aan hem van 150.000 BEF die hij nog verschuldigd is voor de overname van de woning te Tienen, Tramstraat 77, bedrag aan te passen aan de actuele koopkracht;

- Hem met alle middelen van recht toe te laten een aantal feiten te bewijzen met alle middelen van recht;

- A., G. en Gu. M. solidair en in solidum, de ene bij gebreke aan de andere, tot betaling van de vergoedende intresten aan 7% vanaf 15 december 2002 op het volledig actief dat hem toekomt in hoofdsom en intresten tot de datum van effectieve betaling.

1.2. A. en G. M. alsmede de NV KBC stelden een tegenvordering in en vroegen de oorspronkelijke eiser te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding van 1.250 euro plus intresten wegens het instellen van een tergend en roekeloos geding.

Gu. M. stelde tevens een tegenvordering in waarbij hij vroeg de vereffening en verdeling te bevelen van de tussen de partijen bestaande onverdeeldheid ontstaan ingevolge het overlijden van E. N..

1.3. De eerste rechter heeft:

- de conclusie neergelegd door KB Lux op 30 maart 2005 uit de debatten geweerd;

- de hoofdvordering en tegenvorderingen ontvankelijk verklaard;

- enkel de hoofdvordering t.o.v. A., G. en Gu. M. en de tegenvordering van Gu. M. gegrond verklaard;

- bevolen dat zou worden overgegaan tot de vereffening en verdeling van de onverdeeldheden ontstaan ingevolge het overlijden op 15 december 2002 van Ermilindis N.;

- notaris Marc HONOREZ te Tienen aangesteld als boedelnotaris en notaris G. SPRINGER te Tienen belast met de bevoegdheden overeenkomstig artikel 1209, §3 Ger.W.

- de NV FORTIS BANK, de NV KB Lux, de NV KBC en de heer X. buiten zake gesteld;

- enkel de tegenvordering van de NV KBC gegrond verklaard en T. V. M. veroordeeld tot betaling van een bedrag van 1.250 euro als schadevergoeding wegens het instellen van een tergend en roekeloos geding;

- de kosten deels ten laste gelegd van de massa en deels ten laste van T. V. M..

1.4. Het hoger beroep van appellanten A. en G. M. strekt ertoe de oorspronkelijke hoofdvordering van T. V. M. en de tussenvordering van Gu. M. integraal te horen afwijzen.

1.5. In hoger beroep vraagt T. V. M.:

a) de bevestiging van het bestreden vonnis op hierna volgende punten:

- de wering van de conclusies uit de debatten, van de NV KB Lux neergelegd op 30 maart 2005;

- het ontvankelijk verklaren van zijn oorspronkelijke hoofdeis;

- het gegrond verklaren van zijn hoofdeis tegen huidige geïntimeerden A., G. en Gu. M.;

- het bevel tot vereffening - verdeling van de onverdeeldheden ontstaan ingevolge het overlijden van erflaatster E. N.;

- de gerechtelijke aanstelling van de notarissen in dit kader;

b) de vernietiging minstens de hervorming van het bestreden vonnis, onder andere in de hierna bepaalde mate:

- dat het bevel tot uit onverdeeldheid treden meebrengt dat ook de omvang van de onverdeeldheid bestaan hebbende tussen de decujus en haar echtgenoot dient vastgesteld te worden;

- dat een boedelbeschrijving moet worden opgemaakt alsook de samenstelling van de kavels;

- dat appellant een onderzoek vraagt van alle aankopen en verkopen verricht door de erflaatster en geïntimeerden van waardepapieren en effecten onder meer via de NV Fortis, KB Lux en de NV KBC;

- dat appellant de toepassing vraagt van artikel 877 Ger. W.;

- dat , voor zo veel als nodig, appellant de inkorting vraagt ook op het vlak van de vruchten.

In tegenstelling met wat A. en G. M. voorhouden, stelt T. V. M. enkel hoger beroep in tegen het bestreden vonnis en is er in zijn syntheseconclusie nergens sprake van een incidenteel hoger beroep dat hij bijkomend ook nog zou hebben ingesteld.

1.6. De NV KBC Bank vraagt de bevestiging van het bestreden vonnis en bij wijze van incidentele vordering T. V. M. te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van 1.250 euro plus intresten wegens het instellen van een tergend en roekeloos hoger beroep.

1.7. De NV KB Lux vraagt tevens de bevestiging van het bestreden vonnis en bij wijze van incidentele vordering T. V. M. te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van 5.000 euro wegens het instellen van een tergend en roekeloos hoger beroep.

1.8. De NV FORTIS vraagt enkel de bevestiging van het bestreden vonnis.

1.9. X. vraagt tenslotte eveneens de bevestiging van het bestreden vonnis en bij wijze van incidentele vordering T. V. M. te veroordelen tot het betalen van een schadevergoeding van 2.500 euro plus intresten wegens het instellen van een tergend en roekeloos hoger beroep.

II. Wat de relevante feiten betreft.

2.1. De eerste rechter heeft de feiten die aanleiding hebben gegeven tot huidig geschil precies en volledig omschreven zodat het hof desbetreffend verwijst naar het bestreden vonnis.

2.2. Samengevat komt het hierop neer dat huidig geschil de gerechtelijke vereffening - verdeling betreft van de nalatenschap van wijlen E. N. en - voorafgaandelijk - van de onverdeeldheden waarin zij en haar tweede echtgenoot zijn gerechtigd.

2.3. Op 15 december 2002 is E. N. - geboren te K. op 14 april 1922, laatst wonende te T. - overleden.

Zij was tweemaal gehuwd, de eerste maal met V. V., de tweede maal met A. M..

Uit haar eerste huwelijk zijn drie kinderen geboren, namelijk:

- G., geboren te T. op 27 maart 1942;

- T., geboren te T. op 5 juli 1946;

- Gu., geboren te T. op 19 december 1949.

Het eerste huwelijk is ontbonden door echtscheiding.

A. M. - haar tweede echtgenoot - adopteerde deze drie kinderen bij notariële akte van adoptie verleden voor notaris Paul Reard te Waremme op 11 augustus 1962, gehomologeerd door de rechtbank van eerste aanleg te Leuven op 3 februari 1964.

2.4. Op 6 februari 2003 werd een notariële akte van bekendheid opgemaakt door notaris X. te Lier.

Daarin werd vastgesteld dat:

- de echtgenoten M. - N. gehuwd waren onder het conventionele stelsel van de scheiding van goederen;

- E. N. bij eigenhandig testament van 11 juli 1983 had beschikt dat haar afstammelingen het recht wordt ontzegd om de omzetting van het vruchtgebruik van de overlevende echtgenoot te vragen;

- E. N. bij contractuele erfstelling tussen echtgenoten, verleden bij notariële akte op 3 februari 1993, gift had gedaan aan haar echtgenoot van het grootst beschikbaar deel van haar nalatenschap, zowel in volle eigendom als in vruchtgebruik, of zij nu kinderen naliet of niet.

Hieruit werd besloten dat A. M. recht had op ¼ VOLLE EIGENDOM en ¾ VRUCHTGEBRUIK, en dat elk van de drie voormelde kinderen recht had op ¼ BLOTE EIGENDOM van de nalatenschap van moeder.

2.5. De aangifte van de nalatenschap werd opgemaakt door notaris X. en werd enkel ondertekend door A. en G. M..

III. Bespreking.

3.1. Ingevolge artikel 9 van de wet van 13 augustus 2011 inzake de wijziging van de bijzondere rechtspleging van de gerechtelijke verdeling zijn - in deze zaak - de oude bepalingen van toepassing dewelke golden vóór de inwerkingtreding van voornoemde wet.

3.2. Vooreerst wordt de aandacht gevestigd op een aantal hoofdprincipes inzake gerechtelijke verdelingen (ingeleid vóór de wet van 13 augustus 2011 in de zin van de overgangsbepaling vervat in artikel 9 van deze wet):

Sedert de invoering van het gerechtelijk wetboek staat vast dat het niet aan de rechtbank toekomt de concrete vereffening/verdeling uit te werken maar wel en uitsluitend aan de gerechtelijke aangestelde boedelnotaris.

De rechtbank houdt alleen toezicht op het werk van de boedelnotaris en spreekt zich uit over de hangende geschillen die de boedelnotaris niet heeft kunnen oplossen. Het eigenlijk werk van de vereffening - verdeling en het opmaken van de rekening behoren in essentie tot de taak van de boedelnotaris en niet van de boedelrechter.

Het oude artikel 1209, eerste lid Ger. W. houdt in dat de rechtbank - die het uit onverdeeldheid treden beveelt - beslist over alle geschillen die bij haar aanhangig worden gemaakt, met dien verstande evenwel dat zij de oplossing kan uitstellen tot het vonnis van homologatie. De rechtbank kan eventueel de geschillen, die op dat ogenblik in staat zijn, (onmiddellijk) beslechten.

3.3. De boedelrechter is dus niet verplicht in het vonnis waarin hij de gerechtelijke verdeling beveelt en de notarissen zoals bedoeld in het oude artikel 1209, tweede en derde lid Ger. W. aanstelt, om meteen reeds bestaande en aanhangig gemaakte geschillen met betrekking tot de gerechtelijke verdeling zelf te beslechten.

De reden hiervan is de volgende:

- de boedelnotaris moet in de mogelijkheid gesteld worden zijn wettelijke beroepsverplichtingen van inlichting en raadgeving aan alle deelgenoten na te leven (art. 9, §1, lid 3 Org. W. Not.);

- de boedelnotaris moet tevens de kans gegeven worden zijn opdracht van bemiddeling en van poging(en) tot verzoening na te leven om zo mogelijk een geheel akkoord - of minstens deelakkoorden - tussen de deelgenoten te kunnen bewerkstellingen;

- de boedelrechter kan het opportuun vinden het advies van de notaris over de hangende geschilpunten te kennen, advies dat de notaris - vereffenaar dient te geven naar aanleiding van het opmaken van het proces-verbaal van beweringen en zwarigheden (art. 1219, § 2 Ger. W.) of omdat hij van oordeel is dat hij nog niet over alle bewijsstukken beschikt om met voldoende kennis van zaken geschilpunten te beslechten.

De boedelnotaris heeft dus diverse, ernstige beroepsverplichtingen die hij gehouden is na te leven in het kader van de bijzondere rechtspleging van de gerechtelijke verdeling, met name:

- hij dient de partijen/deelgenoten volledig in te lichten over al hun rechten en plichten zodat zij met kennis van zaken stelling zouden kunnen nemen; bovendien heeft de boedelnotaris ook een raadgevingsplicht. Deze beide wettelijke beroepsplichten dient hij in alle onpartijdigheid in acht te nemen;

- hij heeft ook een onderzoeksopdracht of opzoekingsplicht omdat hij actief en constructief dient op te treden bij de verrichtingen van de gerechtelijke vereffening - verdelingen; hij dient alle nuttige documenten op te vragen;

- de boedelnotaris heeft ook een bemiddelende en verzoenende opdracht in die zin dat hij moet trachten de partijen in elke stand van het geding te verzoenen en moet pogen een geheel akkoord over de vereffening-verdeling te bereiken of deelakkoorden op bepaalde geschilpunten te bereiken;

- bij gebrek aan akkoord van alle deelgenoten over het ontwerp van verdeling van de boedelnotaris, dient de boedelnotaris een P.V. van beweringen en zwarigheden op te maken waarin hij tevens zijn eigen standpunt over alle geschilpunten uiteenzet; de boedelnotaris treedt hierbij als ‘eerste rechter' op waarna de boedelrechter de eventuele nog bestaande en aldus voorgelegde geschillen zal dienen te beslechten;

- de boedelnotaris kan tenslotte bij het rijzen van een probleem dat het verder zetten van de verrichtingen van vereffening - verdeling daadwerkelijk belemmert, een tussentijds proces-verbaal van beweringen en zwarigheden opmaken, hierin noodzakelijk ook zijn standpunt weergeven, en dit alles neerleggen, waarna het voorgelegde probleem en geschil gerechtelijk beslecht zal worden zodat de notaris verder de verrichtingen van vereffening en verdeling kan afhandelen.

3.3. Gelet op het voorgaande en gelet op de toepassing van artikel 1209, lid 1 Ger. W. komt het in deze totaal voorbarig voor om thans al de diverse bestaande geschilpunten m.b.t. tot de samenstelling van voormelde nalatenschap en onverdeeldheden in huidig arrest te beslechten.

Gelet op de aard van het merendeel van de ingeroepen geschilpunten komt het meer aangewezen voor dat de boedelnotaris eerst zijn werkzaamheden aanvangt en tracht deze - zo mogelijk - tot een goed einde te brengen zodat hij zijn voormelde beroepsplichten m.b.t. de geschillen tijdens de notariële fase van de verdeling zou kunnen uitvoeren.

3.4. Ter verduidelijking wordt benadrukt dat de eerste rechter niet alleen de vereffening - verdeling van de nalatenschap van moeder N. heeft bevolen, maar "de vereffening en verdeling van de onverdeeldheden ontstaan ingevolge haar overlijden op 15 december 2002".

Daarmee bedoelt de eerste rechter dat de onverdeeldheden bestaande tussen de overledene en de langstlevende echtgenoot ook - en voorafgaandelijk - dienen vereffend en verdeeld te worden opdat nadien de nalatenschap van de overledene zelf zou kunnen vereffend en verdeeld worden.

Immers, zonder voorafgaande vereffening - verdeling van deze onverdeeldheden zou de nalatenschap van de overledene niet kunnen vereffend en verdeeld worden en zou het bestreden vonnis op dat punt dode letter blijven.

De eerste rechter heeft derhalve terecht terzake beslist dat er zal worden overgegaan tot de vereffening - verdeling van de onverdeeldheden ontstaan ingevolge het overlijden op 15 december 2002 van E. N..

3.5. In het licht van de algemene beginselen die hier voren werden uiteengezet, is het dan ook volkomen terecht en op oordeelkundige wijze gegrond dat de eerste rechter het volgende heeft beslist (samengevat):

- wat de vragen van T. V.-M. inzake de samenstelling van de nalatenschap betreft dat deze vragen voorbarig zijn en eerst moeten onderzocht worden door de gerechtelijk aangestelde boedelnotaris;

- het tevens voorbarig was om uitspraak te doen over de samenstelling van de te verdelen massa dan wel nu reeds een onderzoeksmaatregel desbetreffend te bevelen en dat, mede gelet op artikel 792 B.W. inzake de heling, de aan te stellen boedelnotaris eerst een notariële boedelbeschrijving diende op te maken;

- ingeval van betwisting omtrent de omvang van de activa of passiva het voor zich sprak dat een dergelijke boedelbeschrijving diende opgemaakt te worden waarbij alle partijen en betrokkenen hun verantwoordelijkheid dienen op te nemen opdat desgevallend de nodige opsporingen zouden kunnen verricht worden, desnoods in het kader van een strafonderzoek wegens meineed;

- dat, wat het verval van vruchtgebruik zoals voorzien in artikel 745ter B.W. betreft, deze bepaling niet toepasselijk was omdat geen enkele blote eigenaar tot heden de boedelbeschrijving of een borgstelling vanwege de vruchtgebruiker vorderde; .

- dat de omzetting van het vruchtgebruik nog niet gevraagd werd zodat de vermindering van het vruchtgebruik wegens tweede huwelijk nog niet kon worden vastgesteld (= artikel 745quinquies § 3 B.W. inzake de problematiek van wettelijke vermoede leeftijd van de langstlevende tweede echtgenoot);

- dat, wat de toepassing van artikel 928 B.W. (= vruchten van goederen die het beschikbaar deel - te berekenen op de datum van overlijden - overschrijden) betreft deze vordering alweer voorbarig is maar dat wel aan T. V. M. en aan Gu. M. een voorbehoud terzake kan verleend worden;

- dat, wat de vordering betreft tot terugbetaling vanwege T. V. M. en gericht tegen G. M. i.v.m. de overname van een woning, deze vordering hic et nunc dient afgewezen te worden bij gebreke aan enig stavingsstuk, laat staan van afdoende toelichting;

- dat, wat het verwijt van T. V. M. aan de drie betrokken bankinstellingen en aan notaris J. Van Cauwenbergh betreft, onder meer inzake het niet - verschaffen van de nodige informatie en het aldus mede werken aan de onttrekking van goederen van het actief van de nalatenschap, eerst een boedelbeschrijving met eedaflegging moet worden verleden om achteraf te kunnen beoordelen of er al dan niet fraude begaan is;

- dat, bovendien uit geen enkel stuk van het dossier blijkt dat de banken goederen (titels, sommen en/of waarden) van E. N. zouden hebben achtergehouden of informatie hierover zouden hebben verzwegen;

- dat, de notaris uitvoering heeft gegeven aan de opdracht vanwege A. en G. M. om een aangifte van nalatenschap op te stellen en nergens uit blijkt dat hij hierbij enige activa zou hebben verzwegen of enige nuttige daad zou hebben nagelaten te stellen;

- dat, het derhalve behoorde de in zake geroepen bankinstellingen en de notaris buiten zake te stellen.

3.6. Wat de opmerking betreft dat de nalatenschap van wijlen Mevrouw N. niet kan worden vereffend en verdeeld bij gebreke aan onverdeeldheid wordt nog het volgende opgemerkt.

Er is geen onverdeeldheid tussen blote eigendom en vruchtgebruik omdat het verschillende rechten zijn. Daarenboven bevat de volle eigendom de blote eigendom en het vruchtgebruik samen.

Het is evenwel zo dat het feit dat een deelgenoot het volledige vruchtgebruik van de nalatenschap heeft niet in de weg staat dat zijn bijkomend deel in blote eigendom in onverdeeldheid is met de andere deelgenoten in blote eigendom.

Dit is in deze het geval zodat er geen discussie kan bestaan over een onverdeeldheid - beperkt tot de blote eigendom - tussen A., Gu., G. M. en T. V. M..

3.7. De NV Fortis wijst erop dat zij haar fiscale verplichtingen in uitvoering van de artikelen 96, 97 en 99 Wetb. Successierechten is nagekomen en dat de overledene sinds meer dan twee jaar geen bankkluis bij deze bank had.

Ten overvloede wordt herhaald dat T. V. M. niets kan verwijten aan die bank in verband met de bankkluis van Mevrouw N. die niet meer bestond bij de NV Fortis op de datum van haar overlijden (= 15 december 2002).

3.8. De hogere beroepen zijn derhalve ongegrond.

Het bestreden vonnis wordt integraal bevestigd.

Alle overige door partijen ingeroepen middelen zijn niet terzake dienend in het licht van wat voorafgaat.

3.9. De heer X., KB Lux en de NV KBC vragen elk hen een schadevergoeding toe te kennen wegens het instellen van een tergend en roekeloos hoger beroep vanwege T. V. M..

De eerste rechter heeft in deze een degelijk onderbouwd standpunt ingenomen mits erkenning van alle rechten van partijen.

Geen enkel punt van het bestreden vonnis wordt op een ernstige wijze weerlegd door T. V. M. en er worden evenmin bijkomende stukken neergelegd die het tegendeel bewijzen.

Komt hier bij dat de eerste rechter - volkomen terecht - T. V. M. reeds veroordeeld heeft tot betaling aan de NV KBC van een schadevergoeding omdat op basis van de voorliggende gegevens afdoende bleek dat betrokkene op een onverantwoorde wijze misbruik had gemaakt van zijn procesrecht en omdat hij moest weten dat het instellen van een vordering tegenover KBC, enkel gestoeld op veronderstellingen en eigen beweringen, zonder enig bewijs, laat staan van begin van bewijs, elke grondslag mist. Deze duidelijke vingerwijzing vanwege de eerste rechter weerhield T. V. M. niet om op grond van dezelfde motieven KBC opnieuw te betrekken in de procedure in hoger beroep.

Derhalve dient aangenomen te worden dat T. V. M. op een tergende en roekeloze wijze hoger beroep heeft aangetekend en hij wordt bijgevolg veroordeeld om aan elk van voornoemde partijen een schadevergoeding te betalen van 1.000 euro .

3.10. Volledigheidshalve wordt nog opgemerkt dat het verzoekschrift in vrijwillige tussenkomst met het oog op het verder zetten van het geding vanwege C. en D. M. zonder voorwerp is.

Voornoemde partijen werden eerder reeds in het geding betrokken bij dagvaarding in hervatting van het geding betekend bij exploot van 6 april 2010.

3.11. De volgende rechtsplegingsvergoedingen worden gevraagd door de onderscheiden partijen:

- X.: 5.000 euro ;

- KB Lux: 7.000 euro , te actualiseren;

- NV KBC: 3.000 euro behoudens indexatie;

- NV FORTIS: 1.200 euro ;

- T. V. M.: 2.400 euro ;

- A. en G. M.: 1.200 euro .

In tegenstelling met wat sommige partijen voorhouden, gaat het in deze om een vordering die niet in geld waardeerbaar is.

Er zijn geen redenen voorhanden om af te wijken van het basistarief wat overigens ook niet expliciet gevraagd wordt.

Het basisbedrag bedraagt, na indexatie, 1.320 euro .

Dit bedrag wordt ten laste gelegd van de massa gelet op de aard van het geschil.

OM DEZE REDENEN,

HET HOF,

Rechtdoende op tegenspraak,

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 betreffende het gebruik der talen in gerechtszaken;

Voegt de zaken ingeschreven in de algemene rol onder de nummers 2005/AR/2782 en 2007/AR/2070 samen.

Verklaart de hogere beroepen ontvankelijk doch ongegrond.

Geeft akte aan C. en D. M. dat zij het geding verder zetten in hun hoedanigheid van wettige erfgenamen van Gu. M..

Verklaart het verzoekschrift in hervatting van het geding neergelegd ter griffie op 16 april 2010 zonder voorwerp.

Bevestigt het bestreden vonnis in al zijn beschikkingen.

Verklaart de incidentele vorderingen ontvankelijk en deels gegrond.

Veroordeelt T. V. M. om zowel aan de heer VAN CAUWENBERGH, als aan de NV KBC als aan de NV KB Lux een schadevergoeding te betalen van telkens DUIZEND EURO (1.000 euro ) plus de gerechtelijke intresten aan de wettelijke intrestvoet vanaf de datum van huidig arrest.

Legt de kosten van hoger beroep ten laste van de massa, in totaal begroot

- in hoofde van A. en G. M. op euro 1.506 ( 186 rolrecht + 1.320 rechtsplegingsvergoeding),

- in hoofde van T. V. M. op euro 1.502,24 ( 182,24 dagvaarding in hervatting geding + 1.320 rechtsplegingsvergoeding)

- in hoofde van C. en D. M. OP euro 1.320 rechtsplegingsvergoeding,

- in hoofde van FORTIS BANK op euro 1.320 rechtsplegingsvergoeding,

- in hoofde van KBLUX op euro 1.320 rechtsplegingsvergoeding,

- in hoofde van VAN CAUWENBERG op euro 1.320 rechtsplegingsvergoeding, en

- in hoofde van KBC op euro 1.320 rechtsplegingsvergoeding.

Zegt dat de zaak verder zal behandeld worden door de eerste rechter.

Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de burgerlijke eerste kamer van het hof van beroep te Brussel, op

25/09/2012

waar aanwezig waren en zitting hielden :

Astrid DE PREESTER, Voorzitter,

Evrard JANSSENS DE BISTHOVEN, Raadsheer,

Marc DEBAERE, Raadsheer,

bijgestaan door Viviane DE VIS, Griffier.

Free keywords

  • Gerechtelijke vereffening en verdeling. Recspectieve taak van de boedelrechter en, boedelnotaris.Opsomming van de beroepsverplichtingen van de boedelnotaris.