- Arrêt of October 15, 2012

15/10/2012 - 2012qr58

Case law

Summary

Samenvatting 1

De Belgische rechters zijn bevoegd om kennis te nemen van de vorderingen betreffende de erfopvolging...indien: 1° de overledene bij zijn overlijden zijn gewone verblijfplaats in België had of 2° de vordering goederen betreft die zich bij de instelling van de vordering in België bevinden. Voor de toepassing van de artikel 77, 1° WIPR is de woonplaats van de overledene in de zin van artikelen 102 en 110 B.W. niet relevant, maar louter en alleen de ‘gewone verblijfplaats' in de zin van art. 4 WIPR.


Arrêt - Integral text

Nr.: HET HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL

1e kamer,

A.R. Nr.: 2012/QR/58

zetelend in burgerlijke zaken,

Rep. nr.: 2012/ na beraad, wijst volgend arrest:

INZAKE VAN:

De heer M. K., ...geboren..., wonende te Duitsland, , woonstkiezende op het kantoor van zijn raadsman M.ter Liselotte Dedrie, advocaat te 1200 BRUSSEL, Brand Whitlocklaan 158,

appellant tegen een beschikking van de Voorzitter van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brussel uitgesproken op 28 augustus 2012,

hebbende als raadsman M.ter Liselotte Dedrie, advocaat te 1200 BRUSSEL, Brand Whitlocklaan 158,

_______________________________________________________

INTERNATIONAAL PRIVAATRECHT. INTERNATIONALE TERRITORIALE BEVOEGDHEID VAN DE BELGISCHE RECHTBANKEN IN ERFENISZAKEN. ARTIKEL 77 WIPR. LAATSTE GEWONE VERBLIJPLAATS VAN DE OVERLEDENE. BEGRIP

De Belgische rechters zijn bevoegd om kennis te nemen van de vorderingen betreffende de erfopvolging...indien: 1° de overledene bij zijn overlijden zijn gewone verblijfplaats in België had of 2° de vordering goederen betreft die zich bij de instelling van de vordering in België bevinden. Voor de toepassing van de artikel 77, 1° WIPR is de woonplaats van de overledene in de zin van artikelen 102 en 110 B.W. niet relevant, maar louter en alleen de ‘gewone verblijfplaats' in de zin van art. 4 WIPR.

I. Relevant feitenmateriaal en voorafgaande procedure

1.1. Mevrouw M. M. is geboren te L... (Polen) op 24 oktober 1942. Zij is overleden te Brussel op 9 februari 2012.

Zij was - volgens het verzoekschrift - "laatst ingeschreven te Duitsland, 38448 Wolsburg, ...strasse ... en in België, te 1140 ..., ...laan..., maar woonde in feite in België te 1140 Evere, ...laan..., waar ze voor haar ziekte werd behandeld en uiteindelijk is overleden."

Mevrouw M. M. bezat bij haar overlijden roerende en onroerende goederen in België en in Duitsland.

1.2. Het eigenhandig testament van Mevrouw M. M. bevat volgende beschikking: "Als testamentuitvoerder, zowel voor de erfgename uit de hand als voor de erfgename over de hand, duid ik mijn neef M. K. aan. Indien hij deze taak niet op zich zou kunnen nemen, duid ik als vervanger mijn neef H. K. aan. De volledige nalatenschap die ik niet vastgelegd heb, moet naar zijn goeddunken onder de genoemde erfgenamen en aan derden (hun kinderen) verdeeld worden."

Het origineel van dit eigenhandig testament werd neergelegd bij het Ambtsgericht van Wolfsburg (Duitsland), alwaar een proces-verbaal van de opening van het testament werd opgesteld.

1.3. Bij eenzijdig verzoekschrift, neergelegd ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel op 23 augustus 2012, vordert M. K., in zijn (door hem beweerde) hoedanigheid van algemene legataris van Mevrouw M. M., de gerechtelijke inbezitstelling van haar nalatenschap op grond van artikel 1008 B.W.

1.4. De Voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel verklaarde, in zijn beschikking van 28 augustus 2012 dit verzoek onontvankelijk. Hij oordeelde o.a. dat uit niets bleek dat de overledene in België haar gewone verblijfplaats had en dat uit het testament niet zou blijken dat verzoeker M. K. tot algemene legataris zou zijn aangesteld.

1.5. M. K. tekende hoger beroep aan bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het van 27 september 2012, om reden dat :

- de tekst van het testament duidelijk is, t.t.z. verzoeker wel algemeen legataris is;

- het feit dat de Belgische rechtbank wel territoriaal bevoegd zou zijn.

II. Bespreking

2.1. In verband met de gerechtelijke inbezitstelling van een (bij hypothese algemene) legataris in de zin van artikel 1008 B.W., van een internationale nalatenschap, rijst de vraag naar de internationale territoriale bevoegdheid van de Belgische rechtbanken in erfeniszaken.

In dit verband dient er vastgesteld te worden dat er noch een multilateraal verdrag noch een bilateraal verdrag bestaat tussen België en Duitsland.

In de toekomst zal een Europese Verordening nr. 650/2012 deze materie beheersen, onder andere in de relaties tussen België en Duitsland, maar deze Europese regels inzake erfopvolging treden slechts in werking op 17 augustus 2015.

2.2. In deze dient dan ook enkel toepassing te worden gemaakt van de wet van 16 juli 2004 houdende het (Belgisch) wetboek van Internationaal privaatrecht (BS 27 juli 2004), in werking getreden op 1 oktober 2004.

Artikel 2 WIPR schrijft immers voor: "Onder voorbehoud van de toepassing van internationale verdragen, van het recht van de Europese Unie of van bepalingen in bijzondere wetten, regelt deze wet voor internationale gevallen (onder andere) de bevoegdheid van de Belgische rechters...".

Artikel 12 WIPR preciseert verder: "De rechter bij wie de zaak aanhangig is gemaakt, onderzoekt ambthalve zijn internationale bevoegdheid."

2.3. Voor wat de internationale territoriale bevoegdheid van de Belgische rechtbanken in erfeniszaken betreft, is artikel 77 WIPR toepasselijk.

Dit artikel bepaalt o.a.: "De Belgische rechters zijn bevoegd om kennis te nemen van de vorderingen betreffende de erfopvolging...indien:

1° de overledene bij zijn overlijden zijn gewone verblijfplaats in België had; of

2° de vordering goederen betreft die zich bij de instelling van de vordering in België bevinden."

Artikel 77 WIPR voorziet dus in deze twee alternatieve aanknopingsfactoren ter bepaling van de internationale territoriale bevoegdheid van de Belgische rechtbanken in erfeniszaken.

2.4. Artikel 77, 2° WIPR is niet van toepassing omdat het verzoekschrift zich niet beperkt tot in België gelegen goederen. Het verzoekschrift betreft klaarblijkelijk al de goederen van de nalatenschap van M. M., waar ook gelegen.

Voor de toepassing van artikel 77, 1° WIPR (= ‘gewone verblijfplaats') dient artikel 4, §2 WIPR in acht te worden genomen dat bepaalt:

" Voor de toepassing van deze wet wordt onder gewone verblijfplaats verstaan: 1° de plaats waar een natuurlijk persoon zich hoofdzakelijk heeft gevestigd, zelfs bij afwezigheid van registratie en onafhankelijk van een verblijfs- of vestigingsvergunning; om deze plaats te bepalen, wordt met name rekening gehouden met omstandigheden van persoonlijke of professionele aard die duurzame banden met die plaats aantonen of wijzen op de wil om die banden te scheppen."

Voor de toepassing van de artikelen 4, §2 en 77, 1° WIPR is de woonplaats van de overledene in de zin van artikelen 102 en 110 B.W. niet relevant, maar louter en alleen de ‘gewone verblijfplaats' in de zin van voornoemde artikelen 4, §2 en 77, 1° WIPR.

De vereiste, voortvloeiend uit artikel 77, 1° WIPR, dat het verblijf een duurzaam karakter moet hebben, strekt ertoe fictieve verplaatsingen te ontmoedigen.

2.5. In deze is onvoldoende bewezen dat de overledene, M. M., in België haar laatste gewone verblijfplaats had (in de zin van artikel 4 en 77, 1° WIPR) op datum van overlijden.

De door verzoeker M. K. medegedeelde gegevens zijn veel te vaag en onvoldoende en laten niet toe uitsluitsel te krijgen i.v.m. de laatste gewone verblijfplaats van de overledene, hetzij in België, hetzij in Duitsland.

Bijgevolg is niet afdoend bewezen dat de Belgische rechtbanken internationaal territoriaal bevoegd zouden zijn op grond van artikel 77, 1° WIPR.

2.6. Het hoger beroep is ontvankelijk doch ongegrond. De bestreden beschikking wordt integraal bevestigd.

OM DEZE REDENEN,

HET HOF,

...

Verklaart het hoger beroep ontvankelijk doch ongegrond.

Bevestigt integraal de bestreden beschikking van de eerste rechter.

Laat de kosten ten laste van verzoeker.

Aldus gevonnist en uitgesproken in raadkamer van de burgerlijke eerste kamer van het hof van beroep te Brussel, op

15/10/2012

waar aanwezig waren en zitting hielden :

A. DE PREESTER, Voorzitter,

E. JANSSENS DE BISTHOVEN, Raadsheer,

M. DEBAERE, Raadsheer,

bijgestaan door V. DE VIS, Griffier.

Free keywords

  • Internationale territoriale bevoegdheid van de Belgische rechtbanken in erfeniszaken. Art. 77 WIPR. Begrip 'gewone verblijfplaats'.