- Arrêt of January 28, 2014

28/01/2014 - 2013AR226

Case law

Summary

Samenvatting 1

Gelet op de lange relatie tussen partijen en de herhaalde kennisgeving van de algemene voorwaarden van de leverancier maken deze voorwaarden, houdende een arbitraal beding, in casu in hoofde van partijen bindende contractuele stukken uit in de zin van artikel 1677 Ger. W. van het Gerechtelijk Wetboek. De ontvanger van de geleverde goederen wordt als handelaar geacht de algemene voorwaarden te hebben goedgekeurd en zij wordt dan ook geacht haar wil om het geschil aan arbitrage te onderwerpen ondubbelzinnig te hebben betuigd.

Het arbitragebeding is te dezen niet strijdig met artikel 6, 1 EVRM nu de zaak behandeld werd door een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat bij de wet (artikel 1676 e.v. Ger. W.) is ingesteld.


Arrêt - Integral text

Gelet op de lange relatie tussen partijen en de herhaalde kennisgeving van de algemene voorwaarden van de leverancier maken deze voorwaarden, houdende een arbitraal beding, in casu in hoofde van partijen bindende contractuele stukken uit in de zin van artikel 1677 Ger. W. van het Gerechtelijk Wetboek. De ontvanger van de geleverde goederen wordt als handelaar geacht de algemene voorwaarden te hebben goedgekeurd en zij wordt dan ook geacht haar wil om het geschil aan arbitrage te onderwerpen ondubbelzinnig te hebben betuigd.

Het arbitragebeding is te dezen niet strijdig met artikel 6, 1 EVRM nu de zaak behandeld werd door een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat bij de wet (artikel 1676 e.v. Ger. W.) is ingesteld.

ARREST

Het Hof van Beroep te BRUSSEL, eerste kamer, na beraadslaging, spreekt volgend arrest uit :

Rep. Nr. 2014/

A.R. nr. 2013/AR/226

INZAKE VAN :

De naamloze vennootschap CEVO MARKET, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te 2260 WESTERLO, Meulemanslaan28, ingeschreven bij de Kruispuntbank van Ondernemingen onder het nummer 0415.684.590,

appellante tegen een vonnis uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Brussel van 5 november 2012,

vertegenwoordigd door Meester Frank JANSSEN, advocaat te 2230 HERSELT, Aarschotsesteenweg 7,

1ste kamer

TEGEN :

De vennootschap naar Spaans Recht Sociedad Limitada BOMPLEX, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te E-13640 HERENCIA (SPANJE), Avenida Labradora 45, voorheen en thans te E-13640 HERENCIA (SPANJE), Cidudad rechtbank van eerste aanleg te Leuven van, Calle Pradillos 3, met fiscaal identificatienummer B-13.171.426,

geïntimeerde, vertegenwoordigd door Meester Sigrid BYTTEBIER loco Meester Miguel TRONCOSO FERRER, advocaat te 1050 BRUSSEL, Louizalaan 267,

Artikelen 1676, 1677 en 1704 Ger. W. Facturen. Algemene voorwaarden op keerzijde. Arbitraal beding. Vereisten voor geldigheid van het arbitraal beding. Bewijs van de arbitrageovereenkomst. Onderzoek door de scheidsrechter van diens bevoegdheid. Onpartijdigheid van de scheidsrechter.

Gelet op de lange relatie tussen partijen en de herhaalde kennisgeving van de algemene voorwaarden van de leverancier maken deze voorwaarden, houdende een arbitraal beding, in casu in hoofde van partijen bindende contractuele stukken uit in de zin van artikel 1677 Ger. W. van het Gerechtelijk Wetboek. De ontvanger van de geleverde goederen wordt als handelaar geacht de algemene voorwaarden te hebben goedgekeurd en zij wordt dan ook geacht haar wil om het geschil aan arbitrage te onderwerpen ondubbelzinnig te hebben betuigd.

Het arbitragebeding is te dezen niet strijdig met artikel 6, 1 EVRM nu de zaak behandeld werd door een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat bij de wet (artikel 1676 e.v. Ger. W.) is ingesteld.

____________________________________________________

Gelet op de stukken van de rechtspleging, inz.:

- het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel (7de kamer), na tegenspraak uitgesproken op 5 november 2012, aan appellanten bij exploot van 7 januari 2013 aan appellante betekend;

- het verzoekschrift tot hoger beroep, op 5 februari 2013 ter griffie neergelegd;

- de conclusie van appellante, op 23 april 2013 ter griffie neergelegd;

- de aanvullende conclusie van geïntimeerde, op 28 juni 2013 ter griffie neergelegd.

Gehoord de advocaten van partijen ter openbare terechtzitting van 3 december 2013 en gelet op de stukken die zij neerlegden.

I. Procedure

1. Appellante stelt hoger beroep in tegen het bestreden vonnis dat haar vordering tot vernietiging van de arbitrale beslissing van 10 maart 2011, ingesteld bij exploot van 6 juni 2011, alsook de vordering houdende verzet om de beschikking tot uitvoerbaarheid van 10 mei 2011 te horen vernietigen en om de tenuitvoerlegging van de arbitrale beslissing te horen opschorten, ingesteld bij exploot van 25 augustus 2011, ontvankelijk doch ongegrond verklaart, de beschikking van 10 mei 2011, waartegen verzet, bevestigt en appellante tot de kosten van het geding veroordeelt.

2. Appellante vordert met de hervorming van het bestreden vonnis, om vooraleer ten gronde recht te doen, op grond van artikel 19 van het Gerechtelijk Wetboek, een deskundige aan te stellen met de opdracht (samengevat) zich ter plaatse te begeven bij Cevo Market, Meulemanslaan 28, en in haar magazijnen de stock Bomplex te detailleren en te beschrijven, de eventuele gebreken ervan vast te stellen en te documenteren, advies te geven over de aansprakelijkheid voor de vastgestelde gebreken en over de geleden schade.

Appellante vraagt verder haar oorspronkelijke vorderingen gegrond te verklaren, dienvolgens het arbitraal vonnis van 10 maart 2001 te vernietigen en tevens haar verzet gegrond te verklaren en de beschikking van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel d.d. 10 mei 2011 "waarbij uitvoerbaarheid wordt verleend aan het arbitraal vonnis (...) te horen opheffen en nietig te horen verklaren", met veroordeling van geïntimeerde tot betaling van alle gerechtskosten.

Het hoger beroep werd tijdig en regelmatig ingesteld en is ontvankelijk.

3. Geïntimeerde besluit tot de afwijzing als onontvankelijk of ongegrond van de vordering betreffende de aanstelling van een deskundige en tot de ongegrondheid van het hoger beroep, met veroordeling van appellanten tot betaling van de gerechtskosten, inclusief de rechtsplegingsvergoeding aan het maximumbedrag.

Zij vraagt bovendien om het arbitraal vonnis van 10 maart 2011 te bevestigen, evenals de beschikking van uitvoerbaarverklaring van 10 mei 2011.

II. Relevante feitelijke gegevens

4. Appellante baat een doe-het-zelf zaak te Tongerlo (Westerlo) uit.

Geïntimeerde is een Spaanse fabrikant van meubelen die in de jaren 2008 tot 2010 meubelen aan appellante leverde.

5. Er rees een geschil nopens een aantal onbetaalde facturen.

Geïntimeerde maakte het geschil aanhangig bij het scheidsgerecht zoals aangeduid in artikel 15 van haar algemene factuurvoorwaarden, luidend als volgt:

"Elk geschil zal worden beslecht door het Scheidsgerecht aangeduid door het Instituut voor Arbitrage, Sint-Annadreef 28b, 1200 Brussel..., volgens het reglement van arbitrage van SDR (Standard Dispute Rules). Deze bepaling vervangt alle hiermee strijdige bevoegdheidsclausules."

6. Appellante betwistte de bevoegdheid van het scheidsgerecht zodat de arbiter, advocaat Carine Knapen, eerst haar eigen bevoegdheid onderzocht.

Ten gronde vroeg appellante, in ondergeschikte orde, om een deskundige aan te stellen teneinde de gebreken aan de koopwaar vast te stellen.

7 Bij arbitrale uitspraak van 10 maart 2011 heeft de arbiter zich vooreerst bevoegd verklaard om kennis te nemen van het geschil.

Zij verklaarde verder de vordering van geïntimeerde ontvankelijk en in de volgende mate gegrond en veroordeelde appellante tot betaling van 34.236,39 euro, alsook de conventionele schadevergoeding ad 5.135,46 euro, de conventionele rente ad 3.902,07 euro en de gerechtelijke interest aan de wettelijke rentevoet vanaf de inleiding van de procedure tot datum van de algehele betaling.

De arbiter wees ten slotte de vordering tot aanstelling van een deskundige als ongegrond af.

Bij beschikking van 10 mei 2011 heeft de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel deze arbitrale uitspraak uitvoerbaar verklaard. Deze beschikking werd bij exploot van 1 augustus 2011 aan appellante betekend.

8. Bij exploot van 6 juni 2011 heeft appellante geïntimeerde voor de eerste rechter gedagvaard om de arbitrale uitspraak te doen vernietigen.

Appellante steunde zich op artikel 1704, 2, c en i van het Gerechtelijk Wetboek volgens welk een arbitrale uitspraak voor de rechtbank van eerste aanleg (slechts) kan worden bestreden door een vordering tot vernietiging "indien er geen geldige overeenkomst tot arbitrage is" en "indien de uitspraak niet met redenen is omkleed".

Bij exploot van 25 augustus 2011 heeft appellante derdenverzet aangetekend tegen de beschikking van uitvoerbaarverklaring d.d. 10 mei 2011 en bovendien gevorderd de tenuitvoerlegging van de arbitrale uitspraak op te schorten.

III. Bespreking

9. De eerste rechter heeft de vordering en het derdenverzet van appellante als ongegrond afgewezen.

10. Appellante blijft de bevoegdheid van het scheidsgerecht betwisten. De overeenkomst tot arbitrage is volgens haar niet "vervat in een door partijen ondertekend geschrift, of in andere bindende stukken, waarin zij blijk hebben gegeven van hun wil om het geschil aan arbitrage te onderwerpen" (artikel 1677 van het Gerechtelijk Wetboek).

11. De partijen hebben drie jaar lang een handelsrelatie onderhouden. Appellante heeft een reeks facturen van geïntimeerde ontvangen en heeft er een aantal betaald zonder enig voorbehoud. De facturen van geïntimeerde vermelden op keerzijde algemene voorwaarden, waaronder het hierboven (randnummer 5) geciteerde arbitragebeding onder artikel 15.

Het arbitragebeding is duidelijk opgesteld, in beide landstalen, en is niet voor interpretatie vatbaar.

Onderaan de voorzijde van de facturen van geïntimeerde wordt de aandacht van de geadresseerde gevestigd op het litigieuze beding: "Een geschillenregeling via arbitrage maakt deel uit van de voorwaarden op de keerzijde."

Nooit heeft appellante, die een handelsrechtelijke vennootschap is, het arbitragebeding geprotesteerd tenzij na het instellen van de arbitrageprocedure.

Gelet op de lange relatie tussen partijen en de herhaalde kennisgeving van de algemene voorwaarden van de leverancier maken deze voorwaarden in hoofde van partijen bindende contractuele stukken uit in de zin van artikel 1677 van het Gerechtelijk Wetboek. Appellante wordt als handelaar geacht de algemene voorwaarden te hebben goedgekeurd en zij wordt dan ook geacht haar wil om het geschil aan arbitrage te onderwerpen ondubbelzinnig te hebben betuigd.

In het internationale handelsverkeer zijn (en waren ten tijde van de relatie tussen partijen) arbitragebedingen geen volstrekt ongebruikelijke en buitensporige bedingen.

Het arbitragebeding is te dezen niet strijdig met artikel 6, 1 EVRM nu de zaak behandeld werd door een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat bij de wet (artikel 1676 e.v. van het Gerechtelijk Wetboek) is ingesteld. De bewering van appellante als zou de aangestelde scheidsrechter zich partijdig hebben gesteld steunt op geen ernstig gegeven.

De eerste rechter, en voor hem de arbiter, hebben dan ook terecht de geldigheid vastgesteld van de overeenkomst tot arbitrage. De arbiter was wel degelijk bevoegd om kennis te nemen van het geschil.

12. Appellante verwijt vervolgens aan de arbiter om, zonder onderzoek naar de gegrondheid van haar klachten, haar tegenvordering en vordering tot aanstelling van deskundige te hebben afgewezen. Zij herhaalt voor het hof haar vordering van deskundigenonderzoek.

Het arbitraal vonnis van 10 maart 2011 verklaart inderdaad de tegenvordering van huidige appellante ongegrond en verwerpt de vordering tot aanstelling van een gerechtsdeskundige. Deze beslissing is uitvoerig met redenen omkleed (zie vonnis, p. 7 tot 12, nummers 44 tot 89).

Appellante toont geen gebrek in de motivering van het arbitraal vonnis aan noch tegenstrijdigheid tussen de motieven en het dispositief of in de motivering of in het dispositief. De arbiter heeft op de opgeworpen middelen geantwoord en het behoort het hof niet de relevantie van de motivering van de arbiter te onderzoeken.

Er is dan ook geen reden tot vernietiging van de arbitrale uitspraak en van de beschikking van uitvoerbaarverklaring van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel d.d. 10 mei 2011.

Het hoger beroep is ongegrond.

13. De gerechtskosten:

De gerechtskosten worden ten laste gelegd van appellante, zijnde de in het ongelijk gestelde partij.

Appellante begroot de rechtsplegingsvergoeding in hoger beroep op 5.500 euro en geïntimeerde begroot die op het maximumbedrag van 11.000 euro.

Er is te dezen geen reden om af te wijken van het basisbedrag. Het kennelijk onredelijk karakter van de situatie blijkt niet uit de omstandigheid dat appellante hoger beroep instelde tegen het bestreden vonnis en dat de oplossing van het geschil hierdoor werd uitgesteld.

Het basisbedrag voor niet in geld waardeerbare zaken zoals vastgesteld bij artikel 3 van het K.B. van 26 oktober 2007 bedraagt na indexatie 1.320 euro.

OM DEZE REDENEN,

HET HOF,

Rechtsprekende na tegenspraak,

Gelet op artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken;

Verklaart het hoger beroep ontvankelijk doch ongegrond.

Veroordeelt appellante in de gerechtskosten van het hoger beroep, begroot

- in hoofde van haarzelf op euro 1.530 (210 rechtsplegingsvergoeding + 1.320 rechtsplegingsvergoeding), en

- in hoofde van geïntimeerde op euro 1.320 rechtsplegingsvergoeding.

Aldus gevonnist en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de burgerlijke eerste kamer van het hof van beroep te Brussel, op

28/01/2014

waar aanwezig waren en zitting hielden :

Astrid DE PREESTER, Voorzitter,

Evrard JANSSENS DE BISTHOVEN, Raadsheer,

Marc DEBAERE, Raadsheer,

bijgestaan door Viviane DE VIS, Griffier.

V. DE VIS M. DEBAERE

E. JANSSENS DE BISTHOVEN A. DE PREESTER

Free keywords

  • Artikelen 1676, 1677 en 1704 Ger. W. Facturen. Algemene voorwaarden op keerzijde. Arbitraal beding. Geldigheidsvereisten. Arbitrageovereenkomst;bewijs. Onderzoek door de scheidsrechter van diens bevoegdheid. Onpartijdigheid van de scheidsrechter.